|
InleidingWelkom bij het dubbeldikke zomernummer van 2026! Om rustig op het vakantieadres te lezen? Of op het werk waar het zonder collega's zo rustig is? Begin rustig met eerst de korte dienstberichten. Dan ontruiming van Pampus in 1933 zonder het licht uit te doen. Een antieke felicitatiekaart voor Kapitein-fotograaf der Genie W.H. Cool. Het logistiek voorbereiden op een mogelijk beleg van de StvA. Het fysiek voorbereiden op dijkdoorbraken tijdens de Koude Oorlog. Herinnering aan de bijzondere thema-nieuwsbrief over de tankproeven in 1950. Het menu mét kaas voor de soldaten. Wie weet meer over onze houten kopieermachine? Wie weet meer over de schilder van de leuke schilderijtjes? Alweer over dat boek! Meer over de StvA-voetbalcompetitie 1915-1916. Nog een herinnering aan een recente thema-nieuwsbrief over 'oprichtingsbesluit' van de Tweede Kamer. Eindigend met een groepsfoto van de militairen van lokaal 4 van Fort bij Krommeniedijk. Tip: houd de cursor boven de afbeeldingen om een beschrijving te lezen.
|
Dienstberichten- Ons zomerreces begon eind mei, met het grotendeels voltooien van de laatste twee nieuwsbrieven, en eindigt over een maand om aan een nieuwe nieuwsbrief te beginnen. In ieder geval verschijnt op 15 september een nieuwsbrief. Daarna wordt het patroon van elke vier weken weer opgepakt, zodat 8 december de laatste nieuwsbrief voor het kerstreces verschijnt. Voor dit jaar zitten geen thema-nieuwsbrieven meer in de planning. - In 2025 is door een gemeente digitale data over het militair erfgoed binnen hun grenzen bij ons aangekocht. Met als doel het als inventarisatie voor intern gebruik (o.a. beheer) beschikbaar te hebben, maar ook voor een mogelijke openbare erfgoedkaart. Het ging om data van bouwwerken, maar niet tot het kleinste onderdeel. Zodra er meer over te melden is en er resultaat te zien is, volgt er uiteraard meer informatie. Organisaties die ook geïnteresseerd zijn in dergelijke digitale data zijn van harte welkom om met elkaar te spreken over de wensen en de mogelijkheden. - Dit voorjaar was er geen dagexcursie, om verschillende redenen maar vooral vanwege de gezondheid van de reisleider. Dat is slechts drie personen opgevallen die er naar vroegen. En een tiental keren is er op de website naar gezocht. Volgend jaar zeer waarschijnlijk ook geen dagexcursie. - Wie weet er toevallig vijf redelijk goede kantoorstoelen? De stoelen in de bibliotheek zijn na tien jaar aan vervanging toe. Tips of aanbiedingen ontvangen we graag per e-mail. Alvast bedankt! Op een eerdere oproep hebben we geen reacties ontvangen. - De concurrentie betaalt Google met belastinggeld om boven de zoekresultaten te staan, boven Wikipedia en deze website. Tsja, verkeerde keuzes maken kost geld. En er had geen concurrentie hoeven zijn. - Een aantal overbodige elektronica, boekwerken en foto's wordt de komende maanden op Marktplaats verkocht. Elektronica dat niet voldeed of niet meer nodig bleek (bv. na corona). Maar ook boeken en foto's die niet in de collectie passen, waarvan de opbrengst in de donatiepot gaat. Zie het huidige aanbod via onderstaande link en volg de verkoper (knop rechtsboven) voor toekomstige advertenties.
|
Ontruiming van het Fort aan het PampusTekst: René Ros. Het is geen nieuws dat het Fort aan het Pampus in 1933 werd verlaten. Het is wel nieuws dat Jan Vos in een archief zeven brieven uit dat jaar vond, als puzzelstukjes over het ontruimen van het fort. Naast de laatste machinedrijver en de veerdienst bleken daar ook de stoomketels in voor te komen en een probleem mee te zijn. In het archief van Stichting Forteiland Pampus werden nog twee briefkopieën uit 1932 en 1952 ook over de ontruiming gevonden*1.
In februari 1932 deed de Inspecteur der Artillerie M. Ridder van Rappard enkele voorstellen voor de bewaking en het onderhoud van het fort. Hij stelde voor de woningen te slopen, dat scheelde onderhoud. Ook stipte hij al aan dat het kustlicht, mistklok en waterpomp werkend moesten blijven en daarvoor een hoogspanningskabel naar het fort een oplossing zou zijn. Ook bleek uit zijn brief dat het fort een taak behield, namelijk de drie stuks 10 cM. tegen luchtdoelen waarvan de beddingen nog aanwezig zijn. Dat geschut was nog niet aanwezig en hij stelde voor die aan de wal te plaatsen. Indien ze op het fort zouden komen, dan zouden alleen de lokalen daarvoor onderhouden worden en de rest ontoegankelijk gemaakt. Een brief van 31 maart 1933 van Eerstaanwezend-Ingenieur te Amersfoort Kapitein J. de Ronde Bresser had het onderwerp 'Hergroepeering onderofficieren'. Daarin kwam de vraag van de Commandant van het Regiment Kust-Artillerie te Den Helder aan bod: wanneer zouden zijn onderofficieren het fort kunnen verlaten? De betreffende onderofficieren waren Sergeant-Wachter Harm Alberts (1894-1977) en de Sergeant-Machinedrijver Jan Cornelis van der Wagt (1893-1982). Waarbij voor Van der Wagt de vraag was of hij aangehouden zou worden voor werkzaamheden op het fort en in Muiden zou blijven wonen. Het antwoord bleek niet zo eenvoudig, omdat dat pas kon als een automatische seininrichting (kustlicht) voor de scheepvaart gereed was. Voor dat doel werd een kabel naar het fort gelegd en die was mogelijk in juli 1933 gereed. De brief uit 1952 meldde dat de kabel inderdaad aangelegd was en liep tussen de Kustbatterij bij Durgerdam en het Fort aan het Pampus. Daarmee kon de wachter van de kustbatterij het kustlicht en het mistsein op afstand in- en uitschakelen. De totale kosten bedroegen ongeveer 20.000 gulden (vergl. 248.000 euro) waarvan de helft voor de kabel. Mogelijk is het de kabel waarvan een deel op de strekdam is aangetroffen.
De voort te zetten werkzaamheid was vooral de bediening van de benzinemotorpomp, voor het wegpompen van regen- en kwelwater uit de droge gracht en de waterkelders. De benzinemotorpomp was een recente vervanging van de stoomketels die daar eerder ook voor zorgden. Personeel van de magazijnbeheerder der Artillerie te Muiden zou de benzinemotorpomp gaan bedienen, samen met "werkzaamheden aan de aldaar blijvende voorwerpen". Zodra de kabel aangelegd was, konden de stoomketels buiten gebruik gesteld en geconserveerd worden. Toen kwam er in mei een brief van het Rijkstoezicht op het Stoomwezen die aangaf dat de vlampijpen van de ketels gecorrodeerd (verroest) waren en vernieuwd moesten worden. De ketels waren al oud en zouden verder beproefd moeten worden, met als slechtst mogelijke uitkomst dat het gebruik verboden zou worden. De commandant van het Regiment Kust-Artillerie zag de hoge kosten al aankomen, terwijl niet te voorzien was of de ketels ooit nog gebruikt zouden worden.
Alberts vertrok op 20 juli 1933 en hij werd elders magazijnbeheerder. Van der Wagt verhuisde op 12 juli naar Dordrecht waar hij in de rang van Sergeant-Machinedrijver werkte bij het Korps Pontonniers en Torpedisten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bood hij en zijn vrouw onderdak aan Joodse onderduikers. Na een inval door de Sicherheitsdienst dook het gezin zelf op verschillende locaties onder. Hij overleed in 1982 in Dordrecht en is er begraven geweest. De mistklok was tijdens de Duitse bezetting verdwenen en de stroomkabel was in 1952 in slechte staat en aan vervanging toe. Maar als N.V. Lindbergh Touringcars uit Amsterdam het fort zou gaan exploiteren, dan zouden zij een aggregaat plaatsen en was een nieuwe kabel niet nodig. Lindbergh heeft het fort niet gekregen en het is niet bekend of de kabel is vernieuwd maar dat is dan wel waarschijnlijk om de navigatiemiddelen werkend te houden. Hoe het kustlicht tussen 1952 en circa 1990 van stroom werd voorzien, is niet duidelijk. In 1990 werd het fort eigendom van Stichting Forteiland Pampus en kort daarna werkte het kustlicht op accu's die overdag door het aggregaat werden opgeladen. In recente jaren is er in ieder geval geen nieuwe kabel getrokken maar zijn - ook niet goedkope - windturbines, zonnepanelen en andere alternatieve stroomvoorzieningen aangelegd. Maar het Fort aan het Pampus is dus wel degelijk via een stroomkabel met het vaste land verbonden geweest! *1 Dit betreffen kopieën van archiefstukken van een onbekende herkomst. De informatie is gebruikt in het boek 'Het Fort Pampus' door H.P. Moelker uit 1989 (NL-WpDStvA-C1342) en is waarschijnlijk door hem in niet meer bekende archieven gevonden. Een in dat boek opgenomen overzicht van 100 militairen uit het bevolkingsregister, die vermoedelijk op het Fort aan het Pampus of in de vesting Muiden werkzaam waren, is overgenomen in onze Personen Index. Fort aan het Pampus
|
Foto van de Maand Juli: Cool's verjaardagskaartTekst: René Ros. Elke maand lichten we één historische foto uit met een korte toelichting omdat er niet meer over achterhaald kon worden. Meestal een recent verworven foto, soms een bijzondere die al langer geleden aan onze collectie is toegevoegd. Deze keer een foto, waar niets over bekend is behalve dat we de geadresseerde een bekende is. De foto voorop kenden we nog niet, maar deze keer is de achterzijde het opmerkelijkst. De voorzijde van de (prent)briefkaart toont enkele militairen die poseren voor een gebouw op de Legerplaats bij Oldebroek. De legerplaats vormt een mooie locatie op de Veluwe en was opgericht als oefenterrein voor de artillerie. Vele manschappen van de Vesting Artillerie, ook het Amsterdamse 2e regiment, hebben hier bij de Artillerie Schietschool geoefend en met scherp kunnen schieten. Luitenant Rang schrijft er in zijn mobilisatie-herinneringen over. Het gebouw bestaat overigens nog, het Artillerie Museum is er in gehuisvest.
De kaart werd op 6 September 1913 verzonden door, zo blijkt uit de tekst, zijn zwager en zus om hem te feliciteren met zijn verjaardag de volgende dag. De roepnamen zijn moeilijk te lezen en bovendien niet gebruikt in de bevolkingsregisters. Maar in het ouderlijk gezin waren - voor zover in online archieven gevonden - twee zoons en één dochter. Hun vader was Wouter Cool (1848-1928), van 1909 tot 1911 minister van Oorlog. Het moet gaan om Maria Johanna Cool (*1885), die toen getrouwd was met Johannes Wilhelmus van Eek (1883-1970). Niet zwager maar behuwd broer was een term die destijds gangbaar was. Willem Henri Cool (1882-1958) kennen we inmiddels behoorlijk goed. Hij was vanuit de 'Genie Amsterdam' directie-voerder op het Fort bij Nigtevecht, Fort bij De Kwakel en de Militaire Drinkwatervoorziening. Voor de twee forten betrof dat de bouw van de bomvrije gebouwen waarvan hij foto's heeft gemaakt, die bewaard zijn gebleven in de collectie van het Geniemuseum in Vught. En vermoedelijk heeft hij ook een foto van Fort bij Kudelstaart gemaakt, die sinds kort in onze collectie zit. Zijn dagboek over de bouw van Fort bij De Kwakel bestaat ook nog en wordt bewaard in het Noord-Hollands Archief. We kennen alleen nog geen foto waar hijzelf op is afgebeeld! Over de geschreven tekst (links op de achterzijde) zitten vijf inktvlekken met vingerafdrukken. Zijn die van de ontvanger na een conflictje met de vulpen en/of inktpot? Hebben we dan geen foto maar wel een deel van Cool's vingerafdruk? Hoe dan ook, deze kaart is in het bezit van Cool geweest. Eerste-Luitenant Cool
|
Commissies voor beleg en verplegingTekst: René Ros. Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam lijkt een wat onwaarschijnlijke locatie voor archiefmateriaal over de Stelling van Amsterdam. Via vakbonden, socialisten, pacifisme, dienstweigeraars en anarchisten zijn er toch wel raakvlakken te vinden. De twee handgeschreven kranten van dienstweigeraars in Fort bij Spijkerboor zijn wat mij betreft de topstukken. Maar stukken over het voorbereiden op een oorlog??? Mogelijk dat daarmee de wat kille houding van het personeel is te verklaren als je dergelijke stukken komt inzien. Maar proviandering van de Stelling van Amsterdam klinkt toch helemaal niet als oorloghitserij?
Aan korte titels deden ze nog niet in 1910: "VERSLAG van de Staatscommissie, ingesteld bij Koninklijk Besluit van 28 November 1905, No. 83, ter voorlichting van den Minister van Oorlog omtrent de maatregelen, welke zouden moeten worden getroffen, om, bij eene eventueele insluiting van de Stelling van Amsterdam in oorlogstijd, een spaarzaam verbruik te bevorderen van den alsdan binnen die Stelling aanwezigen voorraad verplegingsmiddelen, zoomede omtrent hetgeen in tijd van vrede daartoe moet worden voorbereid." Met 281 genummerde pagina's, exclusief elf pagina's inleiding en inhoudsopgave, is het een omvangrijk rapport. Het bevat veel teksten over procedures en voorbeeld formulieren voor de beoogde administratieve en financiële afhandeling, met per (sub)commissie veel herhalingen. Daarom is er koppen gesneld, diagonaal gelezen en de gedigitaliseerde tekst doorzocht. Niet onbelangrijk om op te merken is dat het woord verpleging toen een veel bredere betekenis had dan nu. Wij zouden het nu verzorging, bevoorrading of logistiek noemen.
Bij de keuzes voor haar voorstel daarvoor, ging de commissie uit van deze uitgangspunten: Ad. a. Voeding zou via de normale winkels gedistribueerd worden, en bij rantsoenering bij een kleiner aantal daarvoor aangewezen winkels.
Alleenwonenden zouden aangewezen worden op restaurants, eethuizen of volksgaarkeukens. "Niet slechts alleenwonenden, maar ook gezinnen kunnen hun [warme] middagmaal toebereid in of uit die inrichtingen ontvangen en dit moet juist van overheidswege zooveel mogelijk worden aangemoedigd ten einde zoowel levensmiddelen als brandstof te besparen." Steenkolen, gas (waar beschikbaar), cokes, turven en petroleum waren brandstoffen die genoemd werden voor etenbereiding, verwarming en verlichting van gezinnen. Hout wordt als vierde van zeven brandstoffen genoemd en in de wintermaanden zou een gezin minimaal 140 kg. hout per week moeten ontvangen. Maar hout is zo laagcalorisch dat 14 stuks steenkoolbriketten of 70 kg. steenkolen zeker de eerste voorkeuren zouden zijn geweest. Bovendien was hout ook handig als je het niet verbrandde, bijvoorbeeld voor de bouw van barakken en maken van verpakkingen. En voor doodskisten, alhoewel die niet in het voorstel werden genoemd.
Uitvoerverboden zijn daadwerkelijk afgekondigd, affiches en een vergunning om rijst uit te voeren zijn in onze collectie aanwezig. Over de handhaving daarvan zijn we nooit iets over tegengekomen. Het is aannemelijk dat de hierboven genoemde controleposten hiervoor waren ingezet, en dat het geen taak van militairen was. Voor de bewaking van magazijnen met opgelegde voorraden werd juist niet op burgers vertrouwd, maar zou dit worden opgedragen aan politie of militairen. Om "zoo weinig mogelijk volkomen strijdvaardige mannen aan de eigenlijke verdediging te onttrekken" werden ook leden van weerbaarheidsverenigingen en landstormplichtigen tot de militairen gerekend en zij zouden als eerste in aanmerking komen.
Niet eerder opgemerkt is dat de leden van de commissies deze eed moesten afleggen: "Ik zweer (beloof) dat ik de mij toevertrouwde belangen zoowel in tijd van vrede als van oorlog, naar mijn vermogen zal behartigen en dat ik geheim zal houden al datgene, wat mij uit den aard mijner betrekking is bekend geworden en in het belang van den staat geheim behoort te blijven". De Verplegingscommissie moest bij oorlogsdreiging een hoofdvoorraad van benodigdheden vormen, in oorlogstijd doelmatig opslaan en beheren, maar ook op spaarzame wijze beschikbaar stellen aan de burgerbevolking. Het bleek dat de Verplegingscommissie niet de enige commissie was, die al in vredestijd bestond en voorbereidingen moest treffen. Dat gold ook voor de eronder vallende Militaire Gezondheidscommissie, Commissie voor de Drinkwatervoorziening en de Commissie voor de Armenverzorging. In het algemeen moest de Verplegingscommissie uit de hoofdvoorraad middelen verstrekken aan het veldleger en aan bezettingstroepen en burgerbevolking van linies. Dus niet exclusief voor de Stelling, maar wel strategisch daarbinnen opgeslagen. Er staan nog veel meer interessante zaken in beide boekwerkjes, maar dit artikel wordt anders echt te lang. Als afsluiting een belangrijk onderwerp en kerngetal waarover al het nodige gezegd en geschreven is: hoe lang moest de Stelling een beleg of insluiting kunnen volhouden bij een oorlogsdreiging en oorlog? Het is allemaal gepland en voorbereid, maar gelukkig nooit nodig geweest. Proviandering
|
Tanks tegen water, beton en staal 1950-1953Tekst: René Ros. In de eerste helft van dit jaar verscheen onder andere de thema-nieuwsbrief 'Tanks tegen water, beton en staal 1950-1953'. Met 7.000 woorden was de nieuwsbrief wellicht wat lang om te lezen, zodat het zomerreces nu wel ruimte geeft om het eens rustig te lezen?
Die kennis kwam uit anderhalve kilo rapporten uit de periode 1950-1953, met 166 foto's en één film. Waarvan 17 foto's in de thema-nieuwsbrief zijn opgenomen. Veel leesplezier met dit spectaculaire verhaal, en deze keer kan ook gezegd worden: veel kijk- en luisterplezier! Opmerkingen en reacties zijn nog altijd welkom en worden door alle betrokkenen op prijs gesteld. Thema 'Tanks tegen water, beton en staal 1950-1953' in Nieuwsbrief 568 (2026)
|
Voorbereiden op dijkdoorbrakenTekst en foto's: René Ros. Het veenrivierengebied in het zuiden van de Stelling is vreemd genoeg bekend terrein voor deze Amsterdammer. Als zeeverkenner tussen 1977 en 1988 werd heel vaak tijdens schoolvakanties over riviertjes zoals de Bullewijk gevaren. Een stalen lelievlet met 6 tot 7 jongens tussen 10 en 16 jaar ontdekten de wereld. Rare grasheuvels met betonnen muren erin. Maar ook heel veel damsluizen met vreemde hijskraantjes. Bijna 50 jaar later zijn de damsluizen de aanleiding voor goede herinneringen aan een onbezorgde tijd.
Het bleken voorzieningen uit de Koude Oorlog te zijn. Ze waren in de boezemwateren geplaatst om deze in geval van calamiteiten te compartimenteren, zodat bij een dijkdoorbraak water niet onbeperkt een polder in kon stromen. Dit was wettelijk vastgelegd in de Wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd (B.W.O.) die van 1952 tot 1991 van kracht was. Het Rijk droeg 75% en de provincie 25% van de kosten. Ze werden gebouwd in een tijd dat elke polder nog een eigen polderbestuur had en daardoor zijn archiefstukken over de individuele bouw moeilijk te vinden. In 1993 waren er al veel gefuseerd tot grotere waterschappen en is de overdracht min of meer centraal geregeld en gearchiveerd. Het Rijk en de provincies beëindigden toen de financiële ondersteuning en hun bemoeienis. Een aantal damsluizen liggen bovendien over provincie- en gemeentegrenzen. Tijd om het Historisch Archief van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) in Amsterdam weer te bezoeken. Ook om te achterhalen wat de officiële namen van die damsluizen waren. Het overzicht van de noodkeringen op onze website was geheel gebaseerd op eigen herinneringen uit 1977-1988 en waarnemingen in het veld sinds 1998. Slechts twee damsluizen bleken niet opgemerkt of onthouden, in de Holendrecht bij Abcoude en bij Wilnis. Drie andere die niet genoteerd waren, waren sponningen in bruggen die met metalen buizen afgesloten konden worden. Dat betrof twee bruggen in Vinkeveen en één in Woerdense Verlaat. Meer zuidelijk, tot aan Kockengen, waren ook noodkeringen en die zijn wel in de database genoteerd maar worden niet op de website genoemd omdat ze buiten het gebied van de StvA liggen. Alle damsluizen en de brugsponningen moet ik als zeeverkenner gepasseerd zijn, onder andere tijdens de zomerkampen op de Vinkeveense Plassen. De damsluizen waren goed herkenbaar, de brugsponningen pretendeer ik niet al herkend te hebben. Aan de brug aan Woerdense Verlaat heb ik een bijzondere herinnering. We sliepen op een boerderij in de buurt, toen we van de brugwachtster wel op de brugdek mochten blijven staan als ze het opendraaide. Resultaat was dat we 6-7 meter hoger kwamen te staan. Wat dus knap gevaarlijk was en het is maar goed dat we niet het water ingedoken zijn.
Toch maar even over die noodpompen, want de provincie Noord-Holland schreef daarover in 1993 aan het waterschap: "In het verleden zijn onder de werkingssfeer van de Wet BWO van provinciewege zelf ook nog een aantal noodpompen en noodstroomaggregaten aangeschaft welke centraal te Weesp zijn opgeslagen. [...] heeft uw technische dienst kenbaar gemaakt in aanmerking te willen komen voor de overname van enkele noodpompen en noodstroomaggregaten." en "Tijdens dit overleg heeft uw technische dienst de wens geuit om in aanmerking te willen komen voor eventuele overname van de opslagloods op het bestaande provinciale opslagterrein te Uitermeer." Maar werd daar Fort Uitermeer mee bedoeld? Volgens onze gegevens is het fort in 1995 door de provincie gekocht. En een hele loods verplaatsen? Van een informele bron werd vernomen dat het terrein van AGV bij de Vechtbrug eerder in gebruik bij de provincie was. Gaat het om de bakstenen loods die er nog staat? Is die loods dan ook Koude Oorlog erfgoed? Of zou de loods ouder zijn en al gebruikt voor de noodpompen die in 1939-1945 zijn aangeschaft? De Basisadministratie Gebouwen (BAG) noemt 1969 als bouwjaar van de loods. Wat betreft de namen worden (boezem)compartimenteringssluizen, (nood)keringen en nog een paar termen niet consequent gebruikt. De term 'damsluis' beschrijft vooral de fysieke vorm en uitvoering in het boezemwater. Met meestal een doorvaartbreedte van 5 meter en met 3-4 man zijn in één uur de schotten met het kraantje te plaatsen. Naast damsluizen zijn er dus ook balgstuwen of schulpstuwen in brede boezemwateren, buisafsluitingen in brugsponningen en afsluitbare duikers door kades.
De waterwerken zelf lijken geen eigen naam te hebben. De stukken bevatten overzichten waarin de naam van de waterloop en de omschrijving van de locatie wordt genoemd, met een nummer op de landkaart. Het lijkt er wel op dat de waterwerken die in of na 2018 nieuw gebouwd, vervangen of aangepast zijn een bordje hebben met de officiële naam met de term schotbalksluis en een geografische aanduiding. N.B. 1: Diemerdam N.B. 2: De Vecht BWO-noodkeringen
|
Een houten kopieermachine!?Tekst en foto: René Ros. In 2014 mochten we spullen uit een te slopen Koude Oorlog-onderkomen in Amsterdam ophalen. Daarbij was ook een vreemde machine van hout en ijzer met lampen en schakelaars. Toch maar meegenomen om later uit te zoeken wat het is en welk verband het met het onderkomen heeft. Maar niet wetende wat het was en waarop te zoeken. Een 'toevallig' YouTube filmpje bracht enige helderheid. Maar er kwamen alleen maar vragen bij.
Recent kwamen we op YouTube een filmpje tegen over een machine van fabrikant Bürosonne, waarin de werking werd uitgelegd. Op half transparant papier kon geschreven of getypt worden, waarna het met een (of meer?) lichtgevoelig papiervel op de glasplaat werd gelegd en vastgeklemd. Door meerdere minuten de lamp aan te zetten, nam het lichtgevoelige papier het origineel over. Onze machine had ook bovenop een glasplaat die met een houten klep afgesloten kon worden. Rechts vier wandschakelaars, binnenin vier gloeilampen en links een mechanische tijdklok. Verder geen elektronica, plastic of ander moderne onderdelen. Het onderkomen had duidelijk last van vocht gehad, dus roest/oxidatie hadden de ijzeren onderdelen en de aluminium typeplaatjes aangetast Van de twee typeplaatjes lukte het één leesbaar te krijgen: "Photo Industrie "Mafi", Max Fiedler, Freudenstadt". Daarop zoekende worden meerdere vrijwel identieke apparaten van de Duitse fabrikant gevonden en een begeleidende tekst noemt 1935–1950 als periode van de fabricage. Vaak betrof het de verkoop met prijzen van 65 tot 250 euro. Wie weet meer over deze machine? En wat heeft het te maken met een Koude Oorlog beschermd onderkomen dat in 1987-1988 is gebouwd? Werd deze techniek toen nog gebruikt? Reacties zijn van harte welkom. Commandobunker EBA
|
Soldaten laten de kaas niet van hun brood etenTekst: René Ros. In de themanieuwsbrief 'Tuchtklasse Edam' kwam de "Menu van de Soldatenmenage" aan bod. In dit artikel duiken we er iets dieper op in, vooral met getallen. Het menu is in de database gezet en dan kan je leuk rekenen. Er was een oproep gedaan en een deskundige rechtstreeks benaderd, om mee te kijken bij het doorrekenen van het menu maar daar kwamen geen reacties op. Niet interessant of niemand met die kennis onder de lezers. In dezelfde nieuwsbrief werd aangenomen dat het menu voor de tuchtklasse sterk moest overeenkomen met wat er in de kazernes en forten werd geserveerd. Natuurlijk niet altijd strikt volgens dat menu, immers seizoensgroente was destijds vanzelfsprekend was en het moest goedkoop zijn. Van elk ingrediënt werd opgezocht wat de voedingswaarde in kilojoules is, waar mogelijk van het bereide ingrediënt.
Dit zijn de menu's voor het "middageten": Er zijn drie ingrediënten die niet in kilogrammen maar in hectoliters waren genoteerd: aardappelen, bruine bonen en groene erwten. Met het standaard hectolitergewicht van elk ingrediënt is dat om te rekenen. Bij aardappelen (en dit is een correctie op de thema-nieuwsbrief) zou 0,02 H.L. om 14 gram gaan en de bruine bonen en groene erwten 0,005 H.L. werd 4 gram. Er moeten drukfouten in die getallen zitten en ze zijn gecorrigeerd naar respectievelijk 0,2 H.L. = 140 gram en 0,5 H.L. = 400 gram. Dat komt goed overeen met een hedendaags menu (dank Jumbo!) voor bruine bonen met spek dat 350 gram per persoon noemt. Over extra proteïne werd niet gesproken.
5,6 kg. brood (zogenoemde 'kuch') per persoon per week werd in de ochtend en de avond gegeten. Dat is het ingrediënt dat de meeste energie leverde, indien goed uitgerekend. Met op ruime afstand rundvlees en rundvet en vervolgens boter. Voor thee bij het ontbijt was elke dag 20 gram gerekend. Met 3 gram voor een liter zou dat 6,6 liter zijn, maar vermoedelijk was het gewoon heel slechte thee. Voor de avondkoffie was het zes gram voor 100 milliliter koffie. Er is ook sprake van melk maar daar worden geen hoeveelheden van genoemd maar "worden naar behoefte ingekocht", net als groenten en niet genoemde andere voeding. We moeten gaan afsluiten, maar tot slot nog even over dat typisch Hollandse broodbeleg: kaas. De officieren zullen dat vaker zelf gekocht en gegeten hebben (zie de herinneringen van Lolke Rang). Maar de gewone manschappen konden kaas alleen bij het morgeneten op Zondag verwachten. En wel 100 gram. N.B. Overwogen is om in de database de bezettingsstaten aan dit menu te koppelen om per fort uit laten te rekenen hoeveel koffie, kaas, aardappelen en dergelijke nodig was. Maar je moet ergens een grens trekken... Thema 'Tuchtklasse Edam' in Nieuwsbrief 538 (2024)
|
Wederom die ene onbekende schilderTekst: René Ros.
Behalve verbetering van de kwaliteit was met de nummering mogelijk nog iets af te leiden. Het bord (nr. 13) gaat over de grenswacht en dat werd alleen door militieplichtigen (19e-25e levensjaar) gedaan. Terwijl de schilderijen (nummers 35 en 43) duidelijk een landweerplichtige (25e-40e levensjaar) tonen, die op of tussen forten gediend zou kunnen hebben. Die landweer blijkt uit de tekst op het schilderij, maar ook de 'LW' op de kragen. Schilderij 35 lijkt een kepi (hoofddeksel) met een gele kokarde (gekleurde ovaal met staart voorop) te tonen. En schilderij 43 toont een rode kokarde. Mogelijk dat een lezer er een rang aan kan koppelen? Daaruit volgt dan de aanname dat de schilder iemand was die tijdens de mobilisatie 1914-1918 overging van de militie naar de landweer. Hij zou dan tussen 1889-1893 geboren moeten zijn. Als hij daarna als beroep schilder is geworden, dan zou dat al een relatief eenvoudige identificatie kunnen opleveren. Maar ook andere schilderijen om mee te vergelijken, liefst met een signatuur. Of als bekend is welk landschap er op de schilderijen is weergegeven dan zou, uit de bezettingsstaten van nabijgelegen forten, achterhaald kunnen worden bij welke infanterie-eenheid hij was ingedeeld. Bijvoorbeeld met een boerderij en kerktoren op het schilderij "Als de Landweer huis toe gaat Mobilisatie -1914-". En dan zouden de stamboeken nagezocht kunnen worden op mogelijke kandidaten zoals met schilder als beroep. Daarbij beseffende dat de boerderij en kerk niet waarheidsgetrouw afgebeeld hoeven te zijn.
Tijdens het voorbijrijden bleek de kerk in Nigtevecht er redelijk op te lijken. Maar ook de Dorpskerk in Abcoude, waarbij de soldaat dan via de toegangsweg het fortterrein zou verlaten om naar huis te gaan. De boerderij aan het water zou aan het Gein kunnen liggen of gelegen hebben. Ook de NH-kerk in Beverwijk lijkt er wel wat op, inclusief de ligging van een weg en het groen. Het gebrek aan versieringen aan de toren lijkt katholieke kerken uit te sluiten. Een Google Image Search leverde geen treffers op, anders dan de afbeeldingen op deze website. Op de achterzijde van één schilderij staat een potloodtekst die duidelijk de binnenafmetingen van de lijst noemt. Achterop beide staat in potlood ook iets onleesbaars dat lijkt op "eref" met beter leesbaar "gas". Zou dat de naam van de schilder kunnen zijn? Voor wie mee wil puzzelen, stuur een e-mail en je ontvangt de foto's van de teksten op de achterzijden. Wie weet wat de gele en rode kokarde op de kepi's betekenen? 'Nog een onbekende schilder' in Nieuwsbrief 524 (2023)
|
Nieuw boek 'Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' (H)Tekst: Alexander Senger en René Ros. In het voorwoord stelt militair historicus en emeritus hoogleraar Wim Klinkert, dat het nieuwe boek 'Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' een fraai inzicht geeft in het ontstaan, opbouw en functioneren van de Stelling van Amsterdam.
Maar hoe werkte dat systeem van inundaties en forten, hoe is het gebouwd en welke voorzieningen waren nodig om het daarbinnen zo'n negen maanden uit te houden? Hoe is het de Stelling in de Eerste en Tweede Wereldoorlog vergaan en hoe was het leven op de forten? Dat zijn enkele vragen die dit boek wil beantwoorden. En tenslotte kijken we ook naar de huidige en toekomstige waarden van deze unieke verdedigingsgordel; wat hebben we tegenwoordig aan de forten, liniewallen, wegen en de polders waaruit de Stelling bestaat. De Stelling van Amsterdam is sinds 1996 UNESCO Werelderfgoed en het meer dan waard om in goede staat door te geven aan de volgende generaties. Thema 'Boek Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' in Nieuwsbrief 561 (2025)
|
Militaire Voetbal Competitie 1915-1916Tekst: René Ros. Deze maand is het 110 jaar geleden dat de halve en hele finale van de Militaire Voetbal Competitie Stelling van Amsterdam plaatsvonden. En wel tijdens de sportfeesten voor militairen van die Stelling van vrijdag 30 juni tot en met zondag 2 juli 1916. Hieronder volgen de twee verslagen van het Algemeen Handelsblad over halve en hele finales van deze competitie. Ook in andere jaren vond deze competitie plaats, maar onderaan het artikel zal duidelijk worden waarom naar deze wedstrijden was gezocht in het krantenarchief Delpher van de Koninklijke Bibliotheek.
Voorwedstrijden voetbal. (30 Juni) Als eerste zien we het strijdperk binnentreden Diemerbrug en Westzaan. Onder de goede leiding van den scheidsrechter van Praag zien wij een zeer geanimeerde partij voetbal die welverdiend door de groep Diemerbrug met 3-1 wordt gewonnen. Beide partijen pakken direct goed aan, waardoor in den aanvang het spel gelijk op gaat. Het duurt niet lang of één der Diemerbruggers maakt een mooi doelpunt voor zijn partij. Westzaan laat zich echter ook niet onbetuigd en maakt even daarna gelijk. Met rust is de stand 1-1. Dadelijk na den aanvang geven beide weer goed spel te zien met Diemerbrug iets in de meerderheid, wat zij weten uit te drukken door nog 2 doelpunten vlak na elkaar te maken. Waardoor zij zich in de finale voor morgenmiddag weten te plaatsen. Het winnend elftal zal [sic] er als volgt uit: Direct hierna kregen we den strijd te zien tusschen groep De Nes en Amsterdam. Het elftal van De Nes was samengesteld als volgt:
De wedstrijden duurden slechts een uur en stonden onder auspiciën van de Nederlandse Voetbal Bond. Op 11 juli speelde de winnaar groep Diemerbrug op het terrein van Rapiditas te Weesp een wedstrijd tegen Concordia uit Delft. Sinds 2020 is een medaille van deze competitie onderdeel van onze collectie, en wel voor de tweede prijs. Toen was al duidelijk dat het elftal van groep De Nes deze 2e prijs medaille overhandigd gekregen had. Deze keer werden meer krantenartikelen gezocht en gevonden, waarvan de teksten - gezien het recente wereldkampioenschap in de USA - toch wel leuk en toepasselijk waren. Die teksten heb je hierboven kunnen lezen en daarin werden de spelers van de finalisten genoemd. Zodoende weten we zelfs dat de medaille van een van die elf voetballers van groep De Nes moet zijn geweest! * Deze achternaam bestaat volgens de CBG Familienamen Databank niet. 'Ziegler' moet 'Ziegeler' zijn, een doelman van Ajax. En 'De Natrix' moet waarschijnlijk 'De Natris' zijn, zoals onze medewerker Wim de Natris, één van de initiatiefnemers van Ajax en speler Jan de Natris betreffen. 'De voetbal én de medaille waren rond' in Nieuwsbrief 495 (2020)
|
Stelling van Amsterdam geboren in Tweede KamerTekst: René Ros. In de eerste helft van dit jaar verscheen onder andere de thema-nieuwsbrief 'Stelling van Amsterdam geboren in Tweede Kamer'. Met 6.000 woorden was de nieuwsbrief wellicht wat lang om te lezen, zodat het zomerreces nu wel ruimte geeft om het eens rustig te lezen?
De originele, soms grootse, citaten van adellijken en hoge militairen helpen de sfeer van de vergaderingen te herbeleven. Het ging over belangrijke (lees: kostbare) beslissingen, maar verbaas je dat het toen ook al over details kon gaan. Opmerkingen en reacties zijn nog altijd welkom en worden door alle betrokkenen op prijs gesteld. Thema 'Stelling van Amsterdam geboren in Tweede Kamer' in Nieuwsbrief 570 (2026)
|
Foto van de Maand Augustus: groepsfoto KrommeniedijkTekst: René Ros. Elke maand lichten we één historische foto uit met een korte toelichting omdat er niet meer over achterhaald kon worden. Meestal een recent verworven foto, soms een bijzondere die al langer geleden aan onze collectie is toegevoegd. Deze keer een foto, waar niets over bekend is behalve wat er op te zien is.
Op een van de hoofddeksels staat "20" en dat moet het 20e Bataljon Landweer Infanterie zijn. Dat komt overeen met de bezettingsstaat die aangeeft dat de 4e compagnie ervan op het Fort bij Krommeniedijk en Fort aan Den Ham was gevestigd. Lokaal vier is het middelste lokaal van het frontgebouw, met de deur naar de poterne dus er zullen veel bewoners van de naastgelegen lokalen zijn gepasseerd. Er bestaat een notitieboekje "Appèl Lijst 3e Sectie" van hetzelfde fort. Dat was ooit gevonden door of geschonken aan de Werkgroep Fort bij Krommeniedijk. Die werkgroep bestaat niet meer en waar het originele notitieboekje (en ander materiaal) zich nu bevindt is onduidelijk. In 2013 en 2023 heb ik een transcriptie en een scan ervan mogen ontvangen. Het notitieboekje was van Korporaal Wouterus Franciscus van der Lee (1881-1969) geweest en "1915" het enig genoemde jaartal. Hij werd op 1 december 1914 korporaal en ging op 17 december 1915 met gewoon verlof. Het is inmiddels de derde groepsfoto van militairen op Fort bij Krommeniedijk. Drie geheel andere groepen maar wel alle op de zelfde plek gemaakt, namelijk voor een houten woning. En voor een boom waarvan de vertakkingen op elke foto identiek zijn. Gezien een uitbouw past het niet bij de plattegronden van de twee woningen die op het fort hebben bestaan. Zouden de drie foto's dan bij een woning in het dorp Krommeniedijk zijn gemaakt? Fort bij Krommeniedijk
|
|
Vond je een nieuwsbrief interessant? Maar ben je nog geen abonnee? Abonneer je dan op de Abonneren pagina om toekomstige nieuwsbrieven te ontvangen! Deze nieuwsbrief is een uitgave van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam. Abonnementen kunnen in uitzonderlijke situaties zonder informeren en/of zonder opgaaf van redenen geweigerd of beëindigd worden. De redacteurs en auteurs aanvaarden geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de website, nieuwsbrief of andere publicatie, door welke persoon en voor welk doel dan ook. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden op deze website / nieuwsbrief te achterhalen. Eenieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder voorafgaande toestemming hier is gebruikt, verzoeken wij om zich tot ons te wenden. Bij gebruik als bron voor publicaties en andere uitingen is bronvermelding verplicht en tevens wordt deskundige begeleiding, door bijvoorbeeld de redacteur of auteur, aanbevolen. In de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn een deel van een column of strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven. 'Majoor Van Hall' en 'Soldaat Troelstra' zijn fictieve militairen uit het verleden die dienen als pseudoniemen voor verschillende personen. Genoemde activiteiten zoals rondleidingen worden mogelijk door andere partijen georganiseerd en de verantwoordelijkheid voor inhoud, uitvoering e.d. ligt geheel bij de betreffende partij. De inhoud van een nieuwsbrief wordt na publicatie niet meer gewijzigd en kan later onjuist zijn gebleken of niet meer van toepassing zijn. De auteursrechten berusten bij René G.A. Ros tenzij anders is aangegeven. |
