Sluit [X]   
 

Steunen met een donatie?

© 1999-2026, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 24-12-2025

Nieuwsbrief Stelling van Amsterdam

Nieuwsgierig? Lees deze nieuwsbrief maar!Nieuwsbrief 568

Nieuwsbrief Stelling van Amsterdam
Een nieuwsbrief over militair erfgoed in de regio Amsterdam.
Thema: Tanks tegen water, beton en staal 1950-1953
28ste jaargang, nummer 568, 10 maart 2026

Inhoud

In deze nieuwsbrief:

 

Inleiding

Een bijzondere thema-nieuwsbrief deze keer, en behoorlijk lang maar natuurlijk ook per artikel te lezen. Eindelijk vrijwel alle informatie die we konden wensen over het gerucht dat er bij Spaarndam tanks door onderwater gezet land hebben gereden, om te bewijzen dat inundaties nog werkten. Zoals altijd is het wat gecompliceerder en met de kennis van nu bleek het doel van de proeven iets anders te liggen.
Die kennis kwam uit anderhalve kilo rapporten uit de periode 1950-1953, met 166 foto's en één film. Waarvan 17 foto's in deze nieuwsbrief zijn opgenomen. Veel leesplezier met dit spectaculaire verhaal, en deze keer kan ook gezegd worden: veel kijk- en luisterplezier!

Tip: houd de cursor boven de afbeeldingen om een beschrijving te lezen.

 

Eindelijk de vechtwagenrapporten

Tekst: René Ros.
Foto's: René Ros en Brits rapport (NL-WpDStvA-C17128).
Met dank aan: Arthur van Beveren (NIMH), Otto Bodemeijer (DStvA), Wim den Dunnen, Peter Lensen, Sander Ruys.
Bron: archief Rondzendlijst Verdedigingswerken (2000-2009) DStvA; De IJssellinie 1950 1968, E.C. de Reijer, 1997 (NL-WpDStvA-C17345).

Al jarenlang gaat het verhaal dat er in de jaren 1950 oefeningen met tanks in een inundatie bij Spaarndam zijn uitgevoerd. Er gaat zelfs een gerucht dat in het terrein nog te zien is, waar een tank vast heeft gezeten. Onlangs kwam het verhaal weer in beeld. En deze keer kwamen de originele rapporten en zelfs een film boven water! Wat gebeurde er bij Spaarndam maar ook bij Amersfoort, Rijnauwen en Honswijk? En is er inderdaad nog wat op het terrein bij Spaarndam te zien? Die vragen kunnen we nu beantwoorden.

Het driedelige rapport en ander materiaal over proeven met vecthwagens en tanks.In maart 2004 vroeg ik op de Rondzendlijst Verdedigingswerken (wie weet nog wat een mailinglijst is?) over tankproeven bij Spaarndam, waarover ik in een boek over de IJssellinie had gelezen. Een persoon kende alleen een aantal foto's bij de Sectie Militaire Geschiedenis (SMG). En een ander(†) schreef dat er een oefening met een Chaffee tank bij Olst was geweest.

De bewering over een tank bij Olst lijkt gebaseerd te zijn op het bijschrift van een foto van een Chaffee tank "in een ondergelopen uiterwaard" in het boek 'De IJssellinie 1950 1968'. Maar die foto blijkt nu onderdeel van de fotoserie van de proeven bij Spaarndam te zijn. Geen van beiden kenden een bron waar meer informatie te vinden was. En vervolgens zakte het onderwerp weer weg.

In 2020 verscheen het boek 'Wiel en Rups' van Sander Ruys. Peter Lensen werd door een korte vermelding over de proeven nieuwsgierig en probeerde in Spaarndam en bij de auteur meer informatie te krijgen. Peter en ik hadden hier in februari 2025 contact over en hij stuurde onder andere kopieën van tweeënhalve pagina's van een getypt rapport. In de online beeldbank van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH, waarin SMG was opgegaan) werden zeven foto's van de proeven gevonden, vermoedelijk dezelfde als in 2004.

Als we meer wilden weten - en dat wilden we -, dan moest dat rapport boven water komen. Het was toen niet duidelijk waar de rapportpagina's vandaan waren gekomen. Na zelf de collecties van het NIMH en andere zonder succes doorzocht te hebben, werd de zoekvraag bij het NIMH neergelegd. Hun zoektocht getuigde van vasthoudendheid en het zoeken en navragen duurde vier maanden, met als uitkomst dat het rapport niet in de collectie van het NIMH aanwezig is.

Maar wél dat ene Wim den Dunnen een exemplaar van de rapporten had en deze wilde uitlenen. Hij houdt zich al meer dan 60 jaar bezig met het documenteren van de geschiedenis van militaire rups- en wielvoertuigen en verzamelt allerlei foto's, brochures en overige documentatie daarover. In een officieel openbaar archief zou theoretisch één exemplaar bewaard moeten zijn, maar waar? Uiteraard heel mooi dat er op deze manier een exemplaar werd gevonden, met veel dank aan Peter Lensen voor het hernieuwde initiatief, Arthur van Beveren en Sander Ruys voor het vinden en aan Wim den Dunnen voor het beschikbaar stellen. Amateurs hebben toch ook veel informatie en kennis.

Ik mocht het driedelige rapport lenen, om het volledig te scannen en als bron te gebruiken. In de kerstvakantie werd het rapport opgehaald en heb ik met vrouwlief nog de toerist in koud maar gezellig Den Haag uitgehangen. Wim bleek nog andere relevante rapporten en losse foto's gevonden en bijgevoegd te hebben, zodat het in totaal anderhalve kilo papier was met 166 foto's.

Een Britse militair met meetlat in het weer leeggepompte inundatieterrein bij Spaarndam.De inhoud van de (Nederlandse) rapporten over de proeven in 1950, 1952 en 1953 komen, samengevat en met enige duiding, in de onderstaande artikelen aan bod. Tevens is er een Brits rapport dat het hele draaiboek en verslagen bevat over de verkenningen, transport, financiën, personeel, voeding enzovoort, met bouwtekeningen, landkaarten en eigen foto's. Uit dat rapport is enige aanvullende informatie gebruikt.

Een paar proeven vonden in de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie plaats, maar de resultaten ervan zouden niet in die linies gebruikt worden. In de rapporten wordt het niet genoemd, maar de proeven waren gericht op de nieuw te bouwen IJssellinie, of meer specifiek de Plannen C en D. De in volgende artikelen genoemde Kolonel Spanjaerdt Speckman en Kapitein Nooijens speelden een belangrijke rol bij de proefnemingen en realisatie van de Plannen C en D.

Aanvankelijk werden de Rijn en IJssel ingericht als NAVO verdedigingslijn tegen het communistische gevaar uit het oosten, onder andere door van de IJsselvallei een hindernis te maken door het te kunnen inunderen. Tussen 1950 en 1952 werden drie drijvende stuwen met voorzieningen bij Nijmegen, Arnhem en ook Deventer (Olst) gebouwd om het waterpeil in de IJsselvallei te kunnen verhogen.

In 1961 werd de NAVO verdedigingslijn naar West-Duitsland verschoven, wat mogelijk was geworden doordat West-Duitsland in 1949 een zelfstandig land was geworden en in 1955 lid van de NAVO. Daarmee verviel het gebruik van de Plannen C en D, waarvan een groot aantal onderdelen werden gesloopt.

Je kan nu meteen naar het artikel 'Bewegende tanks op het beeldscherm' over de film bladeren en op de link klikken om het te bekijken. Maar als je eerst de tussenliggende artikelen leest, dan weet je wat je in die film ziet.

Vind je deze nieuwsbrief interessant? Maar ben je nog geen abonnee? Abonneer je dan om toekomstige nieuwsbrieven te ontvangen op de Abonneren pagina!

N.B. Vanaf de vrijdag voor publicatie waren al enkele losse foto's automatisch om de vier uur in de online collectie inventaris verschenen. Op de dag van publicatie tot en met 16 maart verschijnt elk half uur tussen 10.00 en 22.00 de kaft en de foto's van elk van de vier rapporten. Zoals gebruikelijk worden ze klein en vervaagd op de website getoond. Als je een of meer foto's zou willen gebruiken, neem dan contact op.

Collectie Inventaris
Nederlands Instituut voor Militaire Historie
Stichting de IJssellinie

 

Brits tankdetachement op Nederlandse tournee

Tekst: René Ros.
Foto's: zie Nederlands rapport onder bronnen.
Bronnen: Rapport betreffende de Proeven en Demonstraties met Vechtwagens, Gehouden In October 1950, Deel I, Algemeen, Kap. der Genie J.L.C.M. Nooyens, Bureau Verdedigingsaangelegenheden en Militair Geologische Dienst en Leger Film- en Fotodienst, 25-06-1951 (NL-WpDStvA-C17116); Report on the visit of a composite troop of tanks to Holland, 10-20 October 1950 Cpy No. 66, RAC Branch, Headquarters British Army of the Rhine, 07-12-1950 (NL-WpDStvA-C17128); Officiersnamen NMM; Krijgsgevangenen Tweede Wereldoorlog databank NIMH.

In 1949 ontstond bij de Koninklijke Landmacht het idee om een Brits tankdetachement te vragen voor een bezoek aan ons land in het voorjaar van 1950. Gezamenlijke verkenning vonden in april en juni plaats en het bezoek zou pas in het najaar plaatsvinden. Tijdens het bezoek zouden acht tanks gebruikt worden voor verschillende proeven en demonstraties. Er werd ook gekeken of de nieuwe Centurion tank voor onze cavalerie geschikt was door te kijken naar terrein, spoor- en autowegen, bruggen en andere zaken.

Een Churchill bergingstank tijdens een demonstratie bij Amersfoort.Op 5 tot en met 7 september 1950 waren er verkenningen met officieren van de Royal Scots Greys, een cavalerieregiment van de British Army of the Rhine (B.A.O.R.). Het programma was om op 12 oktober doorschrijdingsproeven in een inundatie bij Spaarndam uit te voeren.

Dan 16 oktober proeven met een palenhindernis bij Fort bij Rijnauwen en op 18 oktober demonstraties "op het oefenterrein van de Cavalerie bij Amersfoort" (De Vlasakkers). En tenslotte proeven met het beklimmen en vuren vanachter een rivierdijk bij Fort bij Honswijk. Over de doorschrijdingsproeven en de palenhindernisproeven volgen hierna aparte artikelen.

Het originele Nederlandse driedelige rapport is de bron voor deze artikelen, waarvan helaas de bijlagen ontbreken. Het rapport werd opgesteld door het Bureau Verdedigingsaangelegenheden en Militair Geologische Dienst (B.V.M.G.D.), die vanuit Nederlandse zijde de planning en uitvoering van de proeven zal hebben verzorgd.
De personen die de drie deelrapporten ondertekenden, waren Kapitein der Genie J.L.C.M. Nooijens (1920-2008) en zijn superieur, Hoofd van het Bureau, Kolonel der Genie L.J. Spanjaerdt Speckman (1898-1975).

Joseph Louis Cornelis Marie Nooijens zat als Genie-cadet in zijn tweede studiejaar op de Koninklijke Militaire Academie te Breda, toen de Duitse bezetting in 1940 begon. Zowel Nooijens als Spanjaerdt Speckman werden op 15 mei 1942 te Breda in Duitse krijgsgevangenschap genomen en ze verbleven gelijktijdig in dezelfde drie kampen in Duitsland. Op 3 juni 1945 keerde Nooijens na 1.114 dagen in Nederland terug. Aangenomen mag worden dat hij daarna zijn studie heeft voltooid, in juli 1950 werd hij kapitein en gaf leiding - 30 jaar oud - aan de proeven.Een Centurion ontscheept bij Vreeswijk.

De tournee begon voor de Britten met het per trein overbrengen van hun materieel en personeel van Luneburg naar Wezel, a. Aldaar werd ingescheept op twee Landing Craft Tank (L.C.T.) Mark IV schepen, nrs. L403 en L404. van de Royal Navy Rhine Flotilla. Dit waren zeewaardige landingsvaartuigen uit de Tweede Wereldoorlog. Ze waren geschikt voor de grote rivieren, maar niet voor het IJsselmeer of de kanalen die overwogen werden.

Door stormachtig weer bleek het niet mogelijk om via Rotterdam, over de Noordzee naar IJmuiden te varen. Ontscheping vond daarom op 11 oktober bij Vreeswijk aan de Lek ten zuiden van Utrecht plaats. Waarna de tanks op opleggers met motorescorte naar de Ripperda Kazerne in Haarlem werden gereden. Bij enkele viaducten werden de tanks afgeladen of wat naar achteren gereden, om er onderdoor te kunnen. Na de inundatieproeven bij Spaarndam werd een deel van het materieel naar Utrecht gereden voor een proef met een vechtwagenhindernis.

De demonstraties bij Amersfoort op 18 oktober omvatte camouflage, formatierijden, gyrostabilisator van de Centurion, terreinrijden, grondverzet Centaur-tankdozer, rookgranaten en beproeven van een verbrede Baileybrug. In de ochtend kwam Prins Bernhard kijken. De demonstraties volgden in de middag en werden bijgewoond door 150 officieren en 400 overige rangen van de Cavalerie. In 1953 werd de Centurion bij de Landmacht in gebruik genomen.

De volgende dag werd het materieel naar Vreeswijk terug gereden, waar werd ingescheept in de twee L.C.T.'s De tanks voor de proef bij Fort bij Honswijk kwamen samen op één L.C.T., die ze loste op de rivieroever bij het fort. Uit de foto's en film blijkt dat de rivierdijk met de toegangsweg van het Fort bij Honswijk voor de proeven werd gebruikt.

De Centurion beklom de dijk zonder moeite, maar zou geen doelen aan de andere kant van de dijk onder vuur kunnen nemen. De dijkhelling was namelijk 16,5 graden, terwijl de loop maximaal 12 graden naar beneden (declinatie) kon. Op de terugweg gleed deze tank op een dijkhelling van 23 graden zijdelings weg. Op een deel van 21 graden lukte dat beter, maar het laatste stuk glibberde de tank centimeter voor centimeter (of inch voor inch) omhoog. De Britten vermoedden dat als de Centurion een schot gelost zou hebben, deze door de terugslag alsnog achteruit de dijk zou zijn afgegleden!

Een Comet probeert de dijkhelling te beklimmen.De Comet kwam halverwege de dijk toen de rupsbanden doorsloegen, waarna deze van het dijktalud afgleed. Het was een regenrijke periode maar de grond was niet "overmatig vochtig en glibberig". De dijkhelling en declinatie noemt het rapport niet voor de Comet.

Een getrokken 17-pond antitankkanon werd met een lier de dijk opgetrokken en in stelling gebracht, hetgeen niet makkelijk ging maar wel lukte. De loop kon wel horizontaal geplaatst worden, maar het plaatsen van de benen van de spreidaffuit in de schuine dijkhelling was niet in de technische specificaties voorzien.

Na de proef nam de L.C.T. de tanks weer aan boord en beide schepen vertrokken naar Duitsland, onder passende muzikale begeleiding.

Ripperda Kazerne
Locatie proeven op Lekdijk bij Fort bij Honswijk
Cavaleriemuseum

Doorschrijdingsproeven bij Spaarndam

Tekst: René Ros.
Foto's: zie rapport onder bron.
Bron: Rapport betreffende de Proeven en Demonstraties met Vechtwagens, Gehouden In October 1950, Deel II, Algemeen, idem (NL-WpDStvA-C17117); Ons nationale verdedigingsmiddel, Water en linies voor de landsverdediging, 1800-1940 in De Moderne Tijd, De Lage Landen, 1780-1940 jrg. 2025 nr. 1/2,
Wim Klinkert, Amsterdam University Press, 01-10-2025 (NL-WpDStvA-C17090)

Nabij Spaarndam werden in oktober 1950 proeven gehouden om, vanuit een geheel technisch oogpunt, na te gaan of moderne vechtwagens (tanks) een inundatie en de daarin gelegen greppels en sloten konden doorschrijden. Daarvoor werd een perceel in de Voorstelling bij Spaarndam onder water gezet om tanks volgens een vooropgezet plan door de inundatie te laten rijden.

Luchtfoto van de routes naar de inrijdam en in de proefinundatie bij Spaarndam.Het terrein ligt in de Gruiterspolder, ten westen van Spaarndam, welke in 1884 werd doorsneden door de aanleg van de liniewal. De oostelijke helft is tegenwoordig het natte natuurgebied 'Landje van Gruijters'. De westelijke helft was in gebruik als natuurijsbaan door de IJsclub Nova Zembla. In 1950 was het nog van het Rijk, die het verhuurde aan de ijsclub. De locatie was voor de ijsclub net zo gunstig, als voor deze inundatieproeven: een klein gebied dat goed onder water gezet kon worden.

Een bodemonderzoek was onderdeel van de proeven en op 3 en 4 juli werd bodemonderzoek gedaan op het nog droge terrein. Een tweede onderzoek werd op 9 oktober gedaan, toen het terrein 14 dagen onder water stond. Vóór inundatie was de draagkracht 13-20 kg/cm2 en daarna 5 kg/cm2, waaruit blijkt dat inunderen de draagkracht sterk verminderd.
Om ook andere grond te proberen, werden twee naast elkaar gelegen delen geploegd (zie lichte strook tussen proef I en III op luchtfoto rechts), één met de grasmat (gescheurd) en de ander waarbij de grasmat was verwijderd (geplagd).

Nederlandse Chaffee in de proefinundatie bij Spaarndam.Van Provinciale Waterstaat Zuid-Holland werd een pomp geleend, die op 18 september uit een polder bij Asperen werd opgehaald. Door vooral slecht weer, waren 19 én 20 september nodig om de pomp bedrijfsklaar te maken. Naast dit hulpgemaal (1800 m3/u) werd het ijsbaangemaal (400 m3/u) en een pomp (3600 m3/u) vanaf 25 september ingezet om een inundatiepeil van +0,18 m. N.A.P. te bereiken. Op basis van de in de film getoonde doorsneden van greppels en sloten, zou er 60 tot 80 cm. water boven het maaiveld hebben gestaan. Dat is erg veel en daardoor goed bevaarbaar voor kleine boten.

Op 5 oktober werden er eerst proeven met twee eigen Chaffee tanks van het Regiment Huzaren van Boreel gehouden. De 18 ton zware tanks bleken goed door het water te kunnen rijden (zie foto links). In de geploegde stroken zakte de lichte tank dieper weg en was de snelheid laag, ondanks dat met vol motorvermogen werd gereden.
Bij de sloot van 2,5 m. breed dook de Chaffee naar beneden, liep water door de bestuurdersluiken naar binnen, waardoor het gaspedaal los werd gelaten. Het volgende moment verdwenen de uitlaten onder water, sloegen beide motoren af en zat de tank vast. De tweede Chaffee kwam al bij de inrijdam vast te zitten. Pas de volgende dag werd de in de sloot vastzittende Chaffee door twee kraanwagens uit de inundatie de dijk opgetrokken.

Britse tanks komen, via de Slaperdijkweg langs de stenen beer, aan bij de proefinundatie bij Spaarndam.Op 12 oktober om 10.15 uur kwam de colonne met Britse tanks uit Haarlem over de Slaperdijkweg bij Spaarndam aan (Spaarndammerdijk in rapport, zie foto rechts). Ze gingen linksaf naar beneden, de gedekte weg (nu Redoute) op, weer linksaf de Velserdijk op waar aan het eind de inrijdam was om de inundatie in te rijden. De Slaperdijkweg was voor civiel verkeer afgesloten.
Op de liniewal stond een Cadi-wagen (Cantine-dienst, nu Foodtruck), een luidsprekerinstallatie en twee tenten, voor alle militaire toeschouwers waaronder West-Europese Unie (WEU) afgevaardigden uit België, Frankrijk en Engeland.

Voor proef I reden de twee Comets (32,7 ton) zonder moeilijkheden over het grasland en passeerden twee greppels van 60 cm. breed, de een langzaam en de ander snel (20-25 km/u). Bij proef II reed een Comet ook over de geploegde delen, waarin de tank wat verder wegzakte. In het geplagde deel kon 8-10 km/u gehaald worden, in het gescheurde deel circa 15 km/u.

Een Comet reed voor proef III met een van de rupsbanden door een greppel, waar deze vast kwam te zitten maar zichzelf kon vrij maken. Proef IV was eigenlijk hetzelfde, maar nu zigzagde de tank over de greppel en dat ging met groot gemak.
Voor proef V werden dezelfde handelingen verricht met een Centurion (48 ton), met dezelfde resultaten. In het geploegde deel kwam de snelheid niet boven de 3-6 km/u.

Om 12.00 begon de lunchpauze en alle tanks bleven gedurende ruim een uur in het water staan. Een Centurion bleek in de bodem weggezakt te zijn en had de hulp van een Churchill bergingstank nodig.

Ondertussen werd Proef VI eerst met de Comets uitgevoerd, niet met de vastzittende Centurions. De eerste Comet ging op vol motorvermogen met circa 30 km/u over de sloot heen (zie foto linksonder). Bij deze snelheid ontstond mogelijk een waterkussen onder de tank, waardoor deze niet snel wegzakte en de rupsbanden grip op de andere oever kregen. De tank had wel water gemaakt en met ongebruikelijke geluiden stopte de motor.

Comet rijdt met volle snelheid over de sloot in de proefinundatie bij Spaarndam.De tweede Comet reed voor proef VII met een lage snelheid over de sloot: de neus dook omlaag, water liep via het bestuurdersluik naar binnen en de tank zat vast. Er werd een Churchill bergingstank naar gedirigeerd, maar deze kwam zelf in een greppel vast te zitten. Ondertussen was de weggezakte Centurion weer vrij en deze trok de Churchill bergingstank en daarna de Comet los. Daarbij dook de neus van de Comet weer zo diep, dat water door het bestuurdersluik naar binnen stroomde. De bestuurder sprong eruit, maar een ander bemanningslid sprong er weer in, gaf gas en de tank was vrij.

Door al dat modderworstelen was proef VI nog niet voltooid. De Comet die had vastgezeten nam als herkansing een aanloop en reed nu met hoge snelheid wel over de sloot. De Comet maakte een bocht richting de inrijdam en reed daardoor over dezelfde sloot wat ook geen problemen gaf, maar wel een indrukwekkende golf (zie foto rechtsonder).

De laatste proef, proef VIII, met de grootste tank moet de spectaculairste zijn geweest om te zien. Om het rapport te citeren: "Tot slot werd de sloot overschreden door de Centurion, die zich, grote golven opstuwend, in de sloot wierp en zich daaruit met loeiende motor weer optrok, letterlijk een kuil van kolkende modder in het water achter latend."

Na het einde van de proeven werd begonnen met het leegpompen van de polder, waarvoor het mobiele hulpgemaal was omgedraaid. Twee dagen later waren alle sporen in het terrein te zien, 20-30 cm. diep en in de geploegde delen 30-40 cm. diep. Over het herstel van het terrein werd niets geschreven.

De conclusie van deze technische proeven was dat tanks met snelheden van 20-30 km/u over geïnundeerd grasland op vette kleigrond kunnen rijden. En 3-15 km/u op geploegde grond. Stilstaan kon tot wegzakken en vastraken leiden. Greppels en sloten vormden onvoldoende een hindernis als ze met grote snelheid overschreden worden. Overschrijden met een geringe snelheid was niet mogelijk gebleken.

Comet in de proefinundatie bij Spaarndam, steekt schuin de sloot over naar de inrijdam.Dat het technisch weinig problemen gaf, wilde niet zeggen dat het in gevechtsomstandigheden mogelijk was. Een vastzittende tank lostrekken is moeilijk, als je onder vuur wordt genomen. Je kan niet altijd vol gas over sloten rijden, waarvan je niet weet waar ze liggen en hoe breed ze zijn.
Door vergissingen in de breedte en diepte van sloten, een te lage snelheid of een fout van de bestuurder zou een tank eenvoudig uitgeschakeld worden. Meebewegende infanteristen zouden door de niet zichtbare sloten ook van weinig waarde zijn.

"Desgevraagd gaven Britse tankofficieren als hun mening te kennen, dat het doorschrijden van een inundatie met tanks onder bepaalde omstandigheden weliswaar mogelijk was gebleken, doch dat zij in de practijk nimmer tot een aanval met tanks over een inundatie zouden overgaan." Via krantenartikelen werd de Nederlandse bevolking en ook de Russen gedeeltelijk over de uitkomst van de proeven geïnformeerd.

De bekende volkszanger en dichter Koos Speenhoff (1869-1945) constateerde in 1940 geruststellend: 'Lacht niet om de Waterlinie […] elk kanon en tank en motor zal er pootjebaden gaan'.
En dat bleek in 1950 nog steeds het geval, alhoewel technisch gezien een tank een inundatie kon doorschrijden. Het lijkt er op dat voor tanks vooral brede, onzichtbare sloten een probleem waren. In ieder geval werd begonnen aan een nieuwe linie, met inundaties, in onder andere de IJsselvallei.

Zou het Nationaal Militair Museum en/of het Cavalerie Museum de proeven niet eens willen herhalen met de toen gebruikte tanks?
Of de Koninklijke Landmacht met hedendaagse tanks om te kijken of de Inundatiewet 1896 ingetrokken kan worden?

Positie van Spaarndam
Fort benoorden Spaarndam
Gruiterspolder
Koos Speenhoff
Locatie proeven inundatie bij Spaarndam
'Polderland funest voor manoeuvres met zware tanks. Britten leverden bij Spaarndam het bewijs.' in Dagblad voor Noord-Limburg 20-10-1950 op website Delpher van KB

 

Palenhindernis overreden bij Rijnauwen

Tekst: René Ros.
Foto's: zie rapport onder bron.
Bron: Rapport betreffende de Proeven en Demonstraties met Vechtwagens, Gehouden In October 1950, Deel III, idem (NL-WpDStvA-C17118); NL-HaNA 2.13.40, inv.nr. 96, Verdedigingswerken 1934-1937, Nota van Toelichting Palenhindernissen, 1936

Op 16 oktober 1950 werd met een tank beproefd of het een palenhindernis kon doorbreken zonder zelf veel schade op te lopen. Ook was het doel om de sterkte en het gedrag van de palen bij de aanrijdingen te bestuderen. De proef vond plaats met een vooroorlogse vechtwagenhindernis ten oosten van het Fort bij Rijnauwen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Een omgebogen paal tijdens de proeven met een palenhindernis bij Fort bij Rijnauwen.De proef werd uitgevoerd met één 48 ton zware Centurion en een tweede werd in reserve gehouden. Twee Churchill bergingstanks werden aan weerszijden van de hindernis geplaatst om assistentie te kunnen verlenen, zoals het wegtrekken van beschadigde palen. Plankieren over de sloten gaven toegang tot de naastgelegen velden waar toeschouwers konden staan, een luidsprekerinstallatie was opgesteld en ook een meetwagen was geplaatst.

De aanwezige palenhindernis, volgens een ontwerp uit 1936, was van het zware type II met een dubbele rij kokers voor het plaatsen van 28 stalen palen onder hoeken van 45 en 60 graden. Voor zover bekend, waren deze hindernissen nooit eerder beproefd. Wel was een hindernis in Mei 1940 succesvol ingezet tegen een trein bij Mill. In een Nota van Toelichting uit 1936 stelde majoor J.H. de Man (Centraal Inundatie en Technisch Bureau, CITB) dat een type II-hindernis in staat geacht mocht worden elke toenmalig bekende 'vechtwagen' (tot 33 ton, max. 80 km/h) te stoppen.

Oorspronkelijk waren de palen 2,45 m. lang en 143 kg. zwaar, maar voor deze proeven waren nieuwe palen van 2,75 m. en 165 kg. gemaakt. Daardoor bevonden de paalpunten zich op 1,1 of 1,5 m. boven het wegdek, wat beter paste bij de grotere tanks. De stootrand van de Centurion bevond zich op 1 m. hoogte. Het is duidelijk dat de proef grondig was voorbereid.

Na alle voorbereidingen begonnen de proeven om 11.20 uur. De eerste proef was één paal onder een hoek van 60 gr. vanuit stilstand tegen de paal aan en dus alleen op motorvermogen van de tank. De paal werd zonder moeite omgebogen zonder schade aan tank, betonblok en putrand. Proef II was met een paal onder een hoek van 45 gr. met hetzelfde resultaat doch de paal boog niet maar brak.

De volgende proef III was met twee palen van 60 gr. die ook weer vanuit stilstand niet doorbroken kon worden. Alhoewel de duwkracht van de tank groter moest zijn dan de 37 ton die voor de twee palen nodig was, slipte een rupsband van de tank door. Met een aanloop van enkele meters was een tweede poging wel succesvol en braken beide palen.

Het krachtenspel werd opgevoerd en bij proef IV waren vier palen in twee rijen onder beide hoeken aan de beurt. Bij 4,8 km/u en een korte aanloop bogen alleen de palen in de eerste rij door. Een tweede poging had geen beter resultaat, maar een paal kwam in een rupsband vast te zitten. Genoteerd werd dat het zijwaarts bewegen van de palen eraan bij droeg, dat de tank vast in de hindernis kwam te zitten. En als er een tank vast zit in een hindernis, dan komen eventuele tanks erachter er zeker niet meer door.

De Centurion ramt vier balken tijdens de proef met een palenhindernis bij Fort bij Rijnauwen.Proef V ging met nieuwe palen en een hogere snelheid van de tank. Ook bij 18 km/u kwam de tank tot stilstand tegen de eerste palenrij, wel was er schade aan de gietijzeren putranden en was beton afgebroken. Een tweede poging werd onbedoeld met 27,2 km/u uitgevoerd *1 en "De hindernis werd totaal tegen de grond gereden, waarna de snelheid nog zo groot was, dat krachtig moest worden geremd om een botsing met de achter de hindernis opgestelde Churchill [bergingstank] te voorkomen." Het zal niet verbazen dat de palen waren omgebogen, de putranden in stukken en het beton gebroken.

Na ter plekke de lunch genuttigd te hebben, begon om 14.10 uur proef VI met vijf op één rij staande palen, onder hoeken van 45 en 60 gr. Het rapport had acht pagina's met tekst en 14 foto's nodig om in detail te beschrijven wat er met de palen en het betonblok was gebeurd.
De schade aan de paalputten en betonblok was aanzienlijk, maar het circa 75 ton*2 zware betonblok was niet meetbaar verplaatst! Het was alleen 4-5 mm. gekanteld. Het rapport beschrijft deze proef op een wijze dat het hier gewoon volledig overgenomen moet worden:

"Gereden zou worden met de maximum snelheid; de proef was bijzonder spectaculair. Met loeiende motor kwam de kolos aansnellen en wierp zich met een daverende slag op de vijf palen. De gemeten snelheid bedroeg 32 km/u. De rupsbanden troffen de beide buitenste palen, doch deze werden onmiddellijk zijdelings naar binnen weggebogen, zodat zij bij het verdere verloop der botsing door het tanklichaam werden doorgedrukt.
Alle palen werden in een ruk tot over de verticaal doorgebogen en de tank schoof zich omhoog langs het, daardoor ontstane, schuine vlak. Hier verminderde de snelheid zodanig, dat de bestuurder snel op een kleinere versnelling moest terugschakelen. Daardoor kon het tanklichaam nog verder op de schuinstaande, zwaar beschadigde palen doorrijden, tot deze onder invloed van het gewicht doorzakten en de wagen er over heen schoot. Enige meters verder kwam de tank tot stilstand."

"Hier past een woord van bijzondere lof voor de rijvaardigheid en moed van de bestuurder die, uiteraard zonder dit ooit tevoren te hebben beoefend, haarscherp en met de maximum snelheid inreed op een niet ongevaarlijk uitziend obstakel. De bestuurder verklaarde, dat hij weliswaar een schok had gevoeld, doch deze niet als bijzonder hinderlijk had ondervonden; zijn valhelm had hij desnoods wel kunnen missen."

De restanten van de palenhindernis bij Fort bij Rijnauwen.Het oorspronkelijke plan was, om nog een proef te doen met 10 palen in twee rijen. Gezien de vorige proeven was het inzicht van zowel Britse als Nederlandse zijde, dat de Centurion daar niet doorheen zou kunnen breken. Besloten werd de proef daarom niet uit te voeren, waarbij angst voor schade aan de tank werd genoemd. Een dubbele rij palen had meer dan het dubbele weerstandsvermogen, omdat de palen in elkaar grepen. Mogelijk kwam hier het idee voor de schoorpaal vandaan (zie een artikel hieronder).
Geconcludeerd kon worden dat ook een oude palenhindernis met nieuwe palen goed weerstand bood tegen een toen moderne zware tank.

De vechtwagenhindernis is nog aanwezig *3, in de weg genaamd Rijnsoever bij de kruising met de Zandlaan, aan de oostzijde van Fort bij Rijnauwen. We hebben het op 22 januari bezocht, voorafgaand aan de nieuwjaarsborrel van stichting Forten Nederland op dat fort.

Het originele betonblok is in de bermen nog te zien. Op Google Streetview is de situatie van 2017 te zien en daarna moet het zijn gereconstrueerd. Daarbij zijn in een aantal putten weer stalen palen geplaatst. En het wegdeel is voorzien van een extra laag beton met putdeksels - replica's zonder details en putranden - erin gestort. Een beschadiging, die met straatklinkers was opgevuld en door de tankproeven veroorzaakt moet zijn, was in 2017 nog zichtbaar maar is weggewerkt. Van andere sporen van de proeven hebben we niets kunnen opmerken.

*1 Misverstandje door verschillende eenheden? 18 mijl per uur is 29 km per uur.
*2 Het Britse rapport noemt 50 ton. Zo veel verschil zit er niet tussen de short ton, long ton en metrische ton!
*3 Vreemd genoeg staat er nog een oud informatiebord over de Nieuwe Hollandse Waterlinie bij. Ook elders zijn die nog te zien, klopt er een administratie niet?

Locatie vechtwagenhindernis bij Fort bij Rijnauwen

 

Bewegende tanks op het beeldscherm

Tekst: René Ros
Foto's: zie film onder bron en Nederlands rapport Deel II.
Bron: Objectnummer D1091 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

Van de Vechtwagenproeven in 1950 bleken filmopnames gemaakt te zijn. Bewegende beelden moeten een bijzondere blik geven en een spectaculaire visualisering van de rapporten zijn. Toen de rapporten eindelijk waren gevonden, begon de zoektocht naar de film.

Titelbeeld van de film over de proeven met vechtwagens en tanks.Aan de binnenzijde van de kaft van Deel I van het driedelige Nederlandse rapport staat dit vermeld:
"Door de Leger Film- en Fotodienst zijn filmopnamen vervaardigd van de in dit rapport beschreven proeven. De opnamen zijn verenigd tot een documentatiefilm, draaitijd ca. 45 min., voorzien van een bijgesynchroniseerde tekst."

Het NIMH had deze film heel snel - in het eerste uur van de eerste werkdag na de kerstvakantie - in haar collectie gevonden. Kort daarna werd de gedigitaliseerde versie die niet online stond met betrokkenen gedeeld en later online geplaatst.
Omdat het heel bijzonder beeldmateriaal is, laat het NIMH de film opnieuw, beter digitaliseren en wordt die online geplaatst. Het is nog onbekend wanneer de nieuwe versie online staat, zodat onderaan het artikel naar de oude versie wordt verwezen.

De film duurt 43 minuten en bevat zes delen met de volgende tijdcodes en titels:
- 00:24 Proeven in geïnundeerd terrein met Nederlandse vechtwagens, type CHAFFEE M-24
- 04:06 Proeven in geïnundeerd terrein met Engelse vechtwagens, type CENTURION - COMET - CHURCHILL
- 17:07 Beproeving van een palenhindernis nabij Rhijnauwen
- 23:38 Demonstratie met Engelse vechtwagens nabij Amersfoort
- 29:03 Transport van de vechtwagens over de weg en te water
- 36:04 Proeven te Honswijk, Beklimmen van een dijk en vuren over de kruin, met tanks en met A.T. [anti-tank] kanon

De beelden bij Spaarndam zijn onder andere gemaakt vanuit de Studebaker Weasel amfibische voertuigen, die soms de tanks niet bij konden houden. Op de achtergrond zijn het Fort benoorden Spaarndam, de liniewal en schuilplaatsen te zien. Ook de hoogspanningsleiding Velsen-Leiden is te zien. Nog niet gebouwd en daarom niet zichtbaar, zijn het Munitiemagazijn Spaarndam en de toren van het Korps Luchtwachtdienst op de liniewal.

Militair, mogelijk Kapitein Nooijens, loopt in de inundatie bij Spaarndam.Wat mensen betreft is Generaal Hendrik Johan Kruls (1902-1975) goed te herkennen, als chef van de Generale Staf de hoogste militair. Als zodanig was hij de opdrachtgever van het ontwerpen en beproeven van de nieuwe vechtwagenhindernissen. Hij genoot ingetogen maar zichtbaar van het water- en modderspektakel.

Verder moeten Kolonel Spanjaerdt Speckman en Kapitein Nooijens ook in de film te zien zijn. Is Nooijens de man die met lieslaarzen door het terrein loopt en aanwijzingen geeft? Er is geen goed beeld van zijn gezicht en bovendien hebben we geen foto om mee te vergelijken.

In 2024 schreef ik in een nieuwsbrief "Mogen we hopen dat er ooit nog filmbeelden opduiken van echte beproevingstesten met een zware tank?". De gevonden film bevat niet alleen beelden van proeven met een vechtwagenhindernis en is ronduit spectaculair. Speel het deel van palenhindernis 2-2,5 versneld af.

Tanks die met een boeggolf door de inundatie rijden alsof ze bij de Marine willen. Tanks die een sloot induiken en weer boven komen óf vast blijven zitten. En wat denk je van een tank die met 32 km/u door een vechtwagenhindernis bij Fort bij Rijnauwen rijdt?

'Proeven en demonstraties met vechtwagens gehouden october 1950' in Beeldbank NIMH
Nederlands Instituut voor Militaire Historie
'Kruls, Hendrik Johan (1902-1975)' op website Huygens Instituut

 

Zijn er nog tanksporen in het veen?

Tekst: René Ros
Afbeeldingen: Algemene Hoogtekaart Nederland (Rijkswaterstaat, provincies en waterschappen).

Hoogtekaart van de Gruiterspolder waar de tankproeven bij Spaarndam plaatsvonden.Regelmatig werd gezegd dat er in het terrein van de ijsclub nog is te zien, waar een tank heeft vastgezeten. Is de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN) voldoende nauwkeurig om dat aan te kunnen tonen? Het terrein is zeker niet waterpas, maar niet elk hoogteverschil hoeft van de proeven te zijn of kan anderszins verklaard worden.

De twee terreindelen die geploegd waren, zijn nog heel goed te herkennen (zie afbeelding rechts) op de AHN4 kaart met 8 cm. nauwkeurigheid. Het huidige maaiveld van de gehele polder ligt ongeveer op -0,4 m. NAP. Het deel dat met grasmat geploegd was (west, links), ligt op -0,5 m. NAP. En het deel waarvan de grasmat was verwijderd en daarna geploegd (oost, rechts), ligt op -0,6 m. NAP. In de noordelijke helft van beide terreindelen zijn ook lineaire sporen oost-west te zien, waar volgens een kaart (zie artikel hierboven) de Comets voor proef II en III hebben gereden.

Een tracé van dubbele sporen is beter te zien, waar door drie tanks is gereden (proeven VI, VII, VIII). Dit loopt aan de oostzijde (rechts) van het proefterrein in noord-zuid (boven-beneden) richting. Omdat de tanks niet exact hetzelfde hebben gereden, zijn soms meerdere niet aansluitende sporen te herkennen, vooral waar een greppel of de sloot werd doorkruist. Een van de tanks heeft in de sloot vastgezeten, maar daar zijn geen opvallende sporen van te zien.

Fragment van de hoogtekaart met tanksporen in de Gruiterspolder bij Spaarndam.Op de tweede terreinstrook ten zuiden van de sloot (zie afbeelding links), zie je die sporen een bocht maken. Met het Geïnterpoleerd DTM model (hill shade) in de AHN-viewer verdwijnt het spoor, maar met het DTM model (dynamische stijl) is het in delen nog te volgen. Volgens het rapport moeten de drie tanks naar het noordwesten (linksboven) zijn gereden waar de inrijdam was.
Ook een locatie waar mogelijk een Churchill bergingstanks tijdens de lunchpauze (te) lang heeft gestaan, is mogelijk nog te zien op de hoogtekaart. Wellicht is dat de kuil van de geruchten?

In westelijk Nederland hebben we vaak met 'dik water' te maken, drassig veengebied. Na 76 jaar moeten hoogteverschillen wat genivelleerd zijn. Dan is het toch opvallend dat een aantal hoogteverschillen van 10 cm. toegeschreven kunnen worden aan de proeven. Dankzij een kaart met de verschillende routes door het proefgebied kunnen we met enige zekerheid zeggen: ja, er zijn nog tanksporen. Misschien niet zichtbaar in het veld, maar wel vanuit de lucht.

N.B. Op de website Algemene Hoogtekaart Nederland is alleen de AHN4 laag gebruikt. De AHN5 en AHN6 lagen zijn recenter en nauwkeuriger, maar tonen een geheel witte Gruiterspolder. Dat zou betekenen dat er geen hoogtedata bekend is en dat kan komen omdat op het moment van meten water op de ijsbaan stond. Bovendien is bij de AHN5 en AHN6 lagen geen Geïnterpoleerd DTM mogelijk, wat in grijstinten kleine hoogte verschillen soms beter laat zien.

Gruiterspolder
Algemene Hoogtekaart Nederland
AHN4 DTM (dynamische stijl, kleur)
AHN4 Geïnterpoleerd DTM (hill shade, grijs)

 

Tank versus schoorpalen in 1952-1953

Tekst: René Ros.
Foto's: zie rapport en bijlage onder bronnen.
Met dank aan: Jan Vos.
Bronnen: Rapport betreffende de beproeving van een schoorpaalhindernis, gehouden op 7 October 1952, Kap. der Genie J.L.C.M. Nooyens, Bureau Verdedigingsaangelegenheden en Militair Geologische Dienst, Leger Film- en Fotodienst, 02-01-1953 (NL-WpDStvA-C17119); Fotoserie, Bijlage behorend bij het rapport van het Hoofd B.V.M.G.D. van 19 Maart 1954, nr 82 Conf. betreffende de beproeving van een schoorpaalhindernis op 6 October 1953, Bureau Verdedigingsaangelegenheden en Militair Geologische Dienst, Leger Film- en Fotodienst (NL-WpDStvA-C17120).

Op het Fort bij Edam ligt een proefopstelling die daar in 1950 is gebouwd om de werking van drie nieuwe typen vechtwagenhindernissen te demonstreren. Over die proefopstelling hebben we in 2016 al geschreven met een vervolg in 2024. Ook de nu bekend geworden proef met de palenhindernis bij Fort bij Rijnauwen moet onderdeel zijn geweest van het ontwikkelen van een nieuw type vechtwagenhindernis. Twee documenten over proeven bij Amersfoort zijn ook geraadpleegd en betreffen het daadwerkelijk beproeven van de nieuwe schoorpaalhindernis.

Het plaatsen van de schoorpaalhindernis bij Amersfoort.Voor de vooroorlogse vechtwagenhindernissen werden de palen nog op enige afstand naast de weg opgeslagen en moesten 143 kg. wegende palen naar de versperring getild worden. Het spreekt vanzelf dat met de zwaardere vechtwagens (tanks) ook de balken langer en zwaarder moesten worden en ze moeilijker te tillen waren. Daarom zal gekozen zijn om ze onder een stalen plaat in het wegdek op te nemen, om ze snel en eenvoudig omhoog te kunnen zetten. Bij de proefopstelling op Fort bij Edam was dat al te zien.

Op de foto's van de proeven in 1952 en 1953 is te zien dat twee stalen balken in één langwerpige put in een betonblok geplaatst waren. Bij het omhoog zetten diende de tweede als schoorpaal als extra versterking achter de frontpaal. De proefopstelling uit 1950 op Fort bij Edam bevat geen schoorpalen.

Het rapport over de proeven in 1952 noemde geen locatie, maar op enkele foto's zijn bovenleidingportalen van een spoorweg te zien. Dat past bij de Bernhardkazerne en het oefenterrein De Vlasakkers bij Amersfoort, wat bovendien de thuisbasis van de cavalerie is. Van de proef in 1953 is alleen de bijlage met foto's bekend, niet het bijbehorende rapport. Uit die foto's is niet met zekerheid te zeggen of de proef op dezelfde locatie heeft plaatsgevonden, maar daar lijkt het wel op.

De Sherman is op een schoorpaal gestoten en heeft deze vervormt.

"De hindernis is bedoeld ter afsluiting van de Westelijke toegangen tot de bruggen over de IJssel en ter afsluiting (aan beide zijden) van andere strategische bruggen" volgens een opdracht van de Chef van de Generale Staf (Generaal Kruls) op 10 juni 1950.
Waarom alleen westelijk, als de vijand uit het oosten werd verwacht? Niet uitgesloten is dat de stuwlocaties van de Plannen C en D bij Nijmegen, Arnhem en Olst hier ook onder vielen, maar niet genoemd werden in een rapport dat slechts de classificatie 'confidentieel' had.

De hindernis moest maximaal tegen licht gepantserde voertuigen bestand zijn, snel en gedeeltelijk te plaatsen en van een eenvoudige constructie. De hindernis was eenvoudig en de balken werden tijdens de proef in 45 sec. geplaatst en in 30 sec. neergelaten.

Het doel van de proeven op 7 oktober 1952 was om te zien op welke wijze de hindernis zou bezwijken, met zwaardere voertuigen dan waarvoor het bedoeld was, om geen schade aan de tank te veroorzaken. Daaruit zou kunnen blijken of de schoorpaalhindernis bestand was tegen (geparachuteerde) lichte tanks of "onverhoopt over de IJssel of de Maas doorgebroken zwaardere vechtwagens".

Een met hoge snelheid rijdende zware tank stoppen met een statische hoeveelheid beton is een vrij onmogelijke opgave. Het succes zou afhangen van het aantal palen dat de botsingsenergie zou absorberen en overbrengen naar het betonblok. De Sherman tank zou dat tegen één paal zeker winnen, maar dat was geen maatstaf voor de bruikbaarheid van de hindernis.

De Sherman is op een schoorpaal vast komen te zitten.Bij 6 km/u werd de tank gestopt door een schoorpaal die wel beschadigd raakte. Bij 12 km/u was de beschadiging en vooral verbuiging van de paal zodanig, dat de tank eroverheen kon rijden. Tegen de verwachting in, begaven beide palen het al bij de tweede stoot door de tank. Niet uitwendig waarneembare gebreken in het laswerk zouden de oorzaak zijn. De fabrikant zei toe op eigen kosten voor nieuwe palen te zorgen.

Voor vervolgproeven kon het betonblok niet hergebruikt worden. Er was ook sprake van een mogelijk meer realistische hindernis met vijf palen. De Eerstaanwezend Ingenieur te Amersfoort zou belast worden met de bouw van een nieuw betonblok. Dat is ook een aanwijzing dat deze proeven bij Amersfoort plaatsvonden. De vermoedelijke locatie van de één of twee betonblokken is onder latere kazerne-gebouwen verdwenen. Dat kan bij de sloop nog een leuke verrassing zijn geweest.

Het is mogelijk dat de bijlage met foto's van een oefening op 6 oktober 1953 laten zien, dat de proef van 1952 herhaald werd met de verbeterde palen. Het betonblok was voorzien van maar twee palen en er zijn alleen vervormde en geen gebroken palen op de foto's te zien. Wel toont een foto een scheur in het betonblok en ook een gleuf van circa 30 cm. (1 voet) dat het betonblok zou zijn verschoven. De tank was bovendien vastgelopen bovenop een paal met een rupsband in de lucht. Had de hindernis dan toch gewonnen van een zware tank?

De grote vraag die overblijft: is het type schoorpalenhindernis ergens toegepast?

Fort bij Edam
Thema 'Waren er guerrilla's op Fort bij Edam?' in Nieuwsbrief 438 (2016)
'Geen guerrilla's op Fort bij Edam' in Nieuwsbrief 548 (2024)
Stichting Fort bij Edam
Stichting de IJssellinie
Vermoedelijke locatie betonblok(ken)

 

Vond je een nieuwsbrief interessant? Maar ben je nog geen abonnee? Abonneer je dan op de Abonneren pagina om toekomstige nieuwsbrieven te ontvangen!

Deze nieuwsbrief is een uitgave van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam. Abonnementen kunnen in uitzonderlijke situaties zonder informeren en/of zonder opgaaf van redenen geweigerd of beëindigd worden. De redacteurs en auteurs aanvaarden geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de website, nieuwsbrief of andere publicatie, door welke persoon en voor welk doel dan ook. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden op deze website / nieuwsbrief te achterhalen. Eenieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder voorafgaande toestemming hier is gebruikt, verzoeken wij om zich tot ons te wenden. Bij gebruik als bron voor publicaties en andere uitingen is bronvermelding verplicht en tevens wordt deskundige begeleiding, door bijvoorbeeld de redacteur of auteur, aanbevolen. In de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn een deel van een column of strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven. 'Majoor Van Hall' en 'Soldaat Troelstra' zijn fictieve militairen uit het verleden die dienen als pseudoniemen voor verschillende personen. Activiteiten zoals rondleidingen worden mogelijk door andere partijen georganiseerd en de verantwoordelijkheid voor inhoud, uitvoering e.d. ligt geheel bij de betreffende partij. De inhoud van een nieuwsbrief wordt na publicatie niet meer gewijzigd en kan later onjuist zijn gebleken of niet meer van toepassing zijn. De auteursrechten berusten bij René G.A. Ros tenzij anders is aangegeven.

Stelling van Amsterdam op Bluesky Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Alle rechten voorbehouden, o.a. gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
Buch 'Einführung in die Verteidigungslinie von Amsterdam' gedruckt und digital - 3 Sprachen (Advertentie)
 
 
 
ReneRos.biz voor ontwikkeling, advies & expertise en opleidingen voor Filemaker database-toepassingen. (Advertentie)