|
InleidingEen bijzondere thema-nieuwsbrief deze keer, en behoorlijk lang maar natuurlijk ook per artikel te lezen. Eindelijk vrijwel alle informatie die we konden wensen over het gerucht dat er bij Spaarndam tanks door onderwater gezet land hebben gereden, om te bewijzen dat inundaties nog werkten. Zoals altijd is het wat gecompliceerder en met de kennis van nu bleek het doel van de proeven iets anders te liggen. Tip: houd de cursor boven de afbeeldingen om een beschrijving te lezen.
|
Eindelijk de vechtwagenrapportenTekst: René Ros. Al jarenlang gaat het verhaal dat er in de jaren 1950 oefeningen met tanks in een inundatie bij Spaarndam zijn uitgevoerd. Er gaat zelfs een gerucht dat in het terrein nog te zien is, waar een tank vast heeft gezeten. Onlangs kwam het verhaal weer in beeld. En deze keer kwamen de originele rapporten en zelfs een film boven water! Wat gebeurde er bij Spaarndam maar ook bij Amersfoort, Rijnauwen en Honswijk? En is er inderdaad nog wat op het terrein bij Spaarndam te zien? Die vragen kunnen we nu beantwoorden.
De bewering over een tank bij Olst lijkt gebaseerd te zijn op het bijschrift van een foto van een Chaffee tank "in een ondergelopen uiterwaard" in het boek 'De IJssellinie 1950 1968'. Maar die foto blijkt nu onderdeel van de fotoserie van de proeven bij Spaarndam te zijn. Geen van beiden kenden een bron waar meer informatie te vinden was. En vervolgens zakte het onderwerp weer weg. In 2020 verscheen het boek 'Wiel en Rups' van Sander Ruys. Peter Lensen werd door een korte vermelding over de proeven nieuwsgierig en probeerde in Spaarndam en bij de auteur meer informatie te krijgen. Peter en ik hadden hier in februari 2025 contact over en hij stuurde onder andere kopieën van tweeënhalve pagina's van een getypt rapport. In de online beeldbank van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH, waarin SMG was opgegaan) werden zeven foto's van de proeven gevonden, vermoedelijk dezelfde als in 2004. Als we meer wilden weten - en dat wilden we -, dan moest dat rapport boven water komen. Het was toen niet duidelijk waar de rapportpagina's vandaan waren gekomen. Na zelf de collecties van het NIMH en andere zonder succes doorzocht te hebben, werd de zoekvraag bij het NIMH neergelegd. Hun zoektocht getuigde van vasthoudendheid en het zoeken en navragen duurde vier maanden, met als uitkomst dat het rapport niet in de collectie van het NIMH aanwezig is. Maar wél dat ene Wim den Dunnen een exemplaar van de rapporten had en deze wilde uitlenen. Hij houdt zich al meer dan 60 jaar bezig met het documenteren van de geschiedenis van militaire rups- en wielvoertuigen en verzamelt allerlei foto's, brochures en overige documentatie daarover. In een officieel openbaar archief zou theoretisch één exemplaar bewaard moeten zijn, maar waar? Uiteraard heel mooi dat er op deze manier een exemplaar werd gevonden, met veel dank aan Peter Lensen voor het hernieuwde initiatief, Arthur van Beveren en Sander Ruys voor het vinden en aan Wim den Dunnen voor het beschikbaar stellen. Amateurs hebben toch ook veel informatie en kennis. Ik mocht het driedelige rapport lenen, om het volledig te scannen en als bron te gebruiken. In de kerstvakantie werd het rapport opgehaald en heb ik met vrouwlief nog de toerist in koud maar gezellig Den Haag uitgehangen. Wim bleek nog andere relevante rapporten en losse foto's gevonden en bijgevoegd te hebben, zodat het in totaal anderhalve kilo papier was met 166 foto's.
Een paar proeven vonden in de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie plaats, maar de resultaten ervan zouden niet in die linies gebruikt worden. In de rapporten wordt het niet genoemd, maar de proeven waren gericht op de nieuw te bouwen IJssellinie, of meer specifiek de Plannen C en D. De in volgende artikelen genoemde Kolonel Spanjaerdt Speckman en Kapitein Nooijens speelden een belangrijke rol bij de proefnemingen en realisatie van de Plannen C en D. Aanvankelijk werden de Rijn en IJssel ingericht als NAVO verdedigingslijn tegen het communistische gevaar uit het oosten, onder andere door van de IJsselvallei een hindernis te maken door het te kunnen inunderen. Tussen 1950 en 1952 werden drie drijvende stuwen met voorzieningen bij Nijmegen, Arnhem en ook Deventer (Olst) gebouwd om het waterpeil in de IJsselvallei te kunnen verhogen. In 1961 werd de NAVO verdedigingslijn naar West-Duitsland verschoven, wat mogelijk was geworden doordat West-Duitsland in 1949 een zelfstandig land was geworden en in 1955 lid van de NAVO. Daarmee verviel het gebruik van de Plannen C en D, waarvan een groot aantal onderdelen werden gesloopt. Je kan nu meteen naar het artikel 'Bewegende tanks op het beeldscherm' over de film bladeren en op de link klikken om het te bekijken. Maar als je eerst de tussenliggende artikelen leest, dan weet je wat je in die film ziet. Vind je deze nieuwsbrief interessant? Maar ben je nog geen abonnee? Abonneer je dan om toekomstige nieuwsbrieven te ontvangen op de Abonneren pagina! N.B. Vanaf de vrijdag voor publicatie waren al enkele losse foto's automatisch om de vier uur in de online collectie inventaris verschenen. Op de dag van publicatie tot en met 16 maart verschijnt elk half uur tussen 10.00 en 22.00 de kaft en de foto's van elk van de vier rapporten. Zoals gebruikelijk worden ze klein en vervaagd op de website getoond. Als je een of meer foto's zou willen gebruiken, neem dan contact op. Collectie Inventaris
|
Brits tankdetachement op Nederlandse tourneeTekst: René Ros. In 1949 ontstond bij de Koninklijke Landmacht het idee om een Brits tankdetachement te vragen voor een bezoek aan ons land in het voorjaar van 1950. Gezamenlijke verkenning vonden in april en juni plaats en het bezoek zou pas in het najaar plaatsvinden. Tijdens het bezoek zouden acht tanks gebruikt worden voor verschillende proeven en demonstraties. Er werd ook gekeken of de nieuwe Centurion tank voor onze cavalerie geschikt was door te kijken naar terrein, spoor- en autowegen, bruggen en andere zaken.
Dan 16 oktober proeven met een palenhindernis bij Fort bij Rijnauwen en op 18 oktober demonstraties "op het oefenterrein van de Cavalerie bij Amersfoort" (De Vlasakkers). En tenslotte proeven met het beklimmen en vuren vanachter een rivierdijk bij Fort bij Honswijk. Over de doorschrijdingsproeven en de palenhindernisproeven volgen hierna aparte artikelen. Het originele Nederlandse driedelige rapport is de bron voor deze artikelen, waarvan helaas de bijlagen ontbreken. Het rapport werd opgesteld door het Bureau Verdedigingsaangelegenheden en Militair Geologische Dienst (B.V.M.G.D.), die vanuit Nederlandse zijde de planning en uitvoering van de proeven zal hebben verzorgd. Joseph Louis Cornelis Marie Nooijens zat als Genie-cadet in zijn tweede studiejaar op de Koninklijke Militaire Academie te Breda, toen de Duitse bezetting in 1940 begon. Zowel Nooijens als Spanjaerdt Speckman werden op 15 mei 1942 te Breda in Duitse krijgsgevangenschap genomen en ze verbleven gelijktijdig in dezelfde drie kampen in Duitsland. Op 3 juni 1945 keerde Nooijens na 1.114 dagen in Nederland terug. Aangenomen mag worden dat hij daarna zijn studie heeft voltooid, in juli 1950 werd hij kapitein en gaf leiding - 30 jaar oud - aan de proeven. De tournee begon voor de Britten met het per trein overbrengen van hun materieel en personeel van Luneburg naar Wezel, a. Aldaar werd ingescheept op twee Landing Craft Tank (L.C.T.) Mark IV schepen, nrs. L403 en L404. van de Royal Navy Rhine Flotilla. Dit waren zeewaardige landingsvaartuigen uit de Tweede Wereldoorlog. Ze waren geschikt voor de grote rivieren, maar niet voor het IJsselmeer of de kanalen die overwogen werden. Door stormachtig weer bleek het niet mogelijk om via Rotterdam, over de Noordzee naar IJmuiden te varen. Ontscheping vond daarom op 11 oktober bij Vreeswijk aan de Lek ten zuiden van Utrecht plaats. Waarna de tanks op opleggers met motorescorte naar de Ripperda Kazerne in Haarlem werden gereden. Bij enkele viaducten werden de tanks afgeladen of wat naar achteren gereden, om er onderdoor te kunnen. Na de inundatieproeven bij Spaarndam werd een deel van het materieel naar Utrecht gereden voor een proef met een vechtwagenhindernis. De demonstraties bij Amersfoort op 18 oktober omvatte camouflage, formatierijden, gyrostabilisator van de Centurion, terreinrijden, grondverzet Centaur-tankdozer, rookgranaten en beproeven van een verbrede Baileybrug. In de ochtend kwam Prins Bernhard kijken. De demonstraties volgden in de middag en werden bijgewoond door 150 officieren en 400 overige rangen van de Cavalerie. In 1953 werd de Centurion bij de Landmacht in gebruik genomen. De volgende dag werd het materieel naar Vreeswijk terug gereden, waar werd ingescheept in de twee L.C.T.'s De tanks voor de proef bij Fort bij Honswijk kwamen samen op één L.C.T., die ze loste op de rivieroever bij het fort. Uit de foto's en film blijkt dat de rivierdijk met de toegangsweg van het Fort bij Honswijk voor de proeven werd gebruikt. De Centurion beklom de dijk zonder moeite, maar zou geen doelen aan de andere kant van de dijk onder vuur kunnen nemen. De dijkhelling was namelijk 16,5 graden, terwijl de loop maximaal 12 graden naar beneden (declinatie) kon. Op de terugweg gleed deze tank op een dijkhelling van 23 graden zijdelings weg. Op een deel van 21 graden lukte dat beter, maar het laatste stuk glibberde de tank centimeter voor centimeter (of inch voor inch) omhoog. De Britten vermoedden dat als de Centurion een schot gelost zou hebben, deze door de terugslag alsnog achteruit de dijk zou zijn afgegleden!
Een getrokken 17-pond antitankkanon werd met een lier de dijk opgetrokken en in stelling gebracht, hetgeen niet makkelijk ging maar wel lukte. De loop kon wel horizontaal geplaatst worden, maar het plaatsen van de benen van de spreidaffuit in de schuine dijkhelling was niet in de technische specificaties voorzien. Na de proef nam de L.C.T. de tanks weer aan boord en beide schepen vertrokken naar Duitsland, onder passende muzikale begeleiding. Ripperda Kazerne |
Doorschrijdingsproeven bij SpaarndamTekst: René Ros. Nabij Spaarndam werden in oktober 1950 proeven gehouden om, vanuit een geheel technisch oogpunt, na te gaan of moderne vechtwagens (tanks) een inundatie en de daarin gelegen greppels en sloten konden doorschrijden. Daarvoor werd een perceel in de Voorstelling bij Spaarndam onder water gezet om tanks volgens een vooropgezet plan door de inundatie te laten rijden.
Een bodemonderzoek was onderdeel van de proeven en op 3 en 4 juli werd bodemonderzoek gedaan op het nog droge terrein. Een tweede onderzoek werd op 9 oktober gedaan, toen het terrein 14 dagen onder water stond. Vóór inundatie was de draagkracht 13-20 kg/cm2 en daarna 5 kg/cm2, waaruit blijkt dat inunderen de draagkracht sterk verminderd.
Op 5 oktober werden er eerst proeven met twee eigen Chaffee tanks van het Regiment Huzaren van Boreel gehouden. De 18 ton zware tanks bleken goed door het water te kunnen rijden (zie foto links). In de geploegde stroken zakte de lichte tank dieper weg en was de snelheid laag, ondanks dat met vol motorvermogen werd gereden.
Voor proef I reden de twee Comets (32,7 ton) zonder moeilijkheden over het grasland en passeerden twee greppels van 60 cm. breed, de een langzaam en de ander snel (20-25 km/u). Bij proef II reed een Comet ook over de geploegde delen, waarin de tank wat verder wegzakte. In het geplagde deel kon 8-10 km/u gehaald worden, in het gescheurde deel circa 15 km/u. Een Comet reed voor proef III met een van de rupsbanden door een greppel, waar deze vast kwam te zitten maar zichzelf kon vrij maken. Proef IV was eigenlijk hetzelfde, maar nu zigzagde de tank over de greppel en dat ging met groot gemak. Om 12.00 begon de lunchpauze en alle tanks bleven gedurende ruim een uur in het water staan. Een Centurion bleek in de bodem weggezakt te zijn en had de hulp van een Churchill bergingstank nodig. Ondertussen werd Proef VI eerst met de Comets uitgevoerd, niet met de vastzittende Centurions. De eerste Comet ging op vol motorvermogen met circa 30 km/u over de sloot heen (zie foto linksonder). Bij deze snelheid ontstond mogelijk een waterkussen onder de tank, waardoor deze niet snel wegzakte en de rupsbanden grip op de andere oever kregen. De tank had wel water gemaakt en met ongebruikelijke geluiden stopte de motor.
Door al dat modderworstelen was proef VI nog niet voltooid. De Comet die had vastgezeten nam als herkansing een aanloop en reed nu met hoge snelheid wel over de sloot. De Comet maakte een bocht richting de inrijdam en reed daardoor over dezelfde sloot wat ook geen problemen gaf, maar wel een indrukwekkende golf (zie foto rechtsonder). De laatste proef, proef VIII, met de grootste tank moet de spectaculairste zijn geweest om te zien. Om het rapport te citeren: "Tot slot werd de sloot overschreden door de Centurion, die zich, grote golven opstuwend, in de sloot wierp en zich daaruit met loeiende motor weer optrok, letterlijk een kuil van kolkende modder in het water achter latend." Na het einde van de proeven werd begonnen met het leegpompen van de polder, waarvoor het mobiele hulpgemaal was omgedraaid. Twee dagen later waren alle sporen in het terrein te zien, 20-30 cm. diep en in de geploegde delen 30-40 cm. diep. Over het herstel van het terrein werd niets geschreven. De conclusie van deze technische proeven was dat tanks met snelheden van 20-30 km/u over geïnundeerd grasland op vette kleigrond kunnen rijden. En 3-15 km/u op geploegde grond. Stilstaan kon tot wegzakken en vastraken leiden. Greppels en sloten vormden onvoldoende een hindernis als ze met grote snelheid overschreden worden. Overschrijden met een geringe snelheid was niet mogelijk gebleken.
"Desgevraagd gaven Britse tankofficieren als hun mening te kennen, dat het doorschrijden van een inundatie met tanks onder bepaalde omstandigheden weliswaar mogelijk was gebleken, doch dat zij in de practijk nimmer tot een aanval met tanks over een inundatie zouden overgaan." Via krantenartikelen werd de Nederlandse bevolking en ook de Russen gedeeltelijk over de uitkomst van de proeven geïnformeerd. De bekende volkszanger en dichter Koos Speenhoff (1869-1945) constateerde in 1940 geruststellend: 'Lacht niet om de Waterlinie […] elk kanon en tank en motor zal er pootjebaden gaan'. Zou het Nationaal Militair Museum en/of het Cavalerie Museum de proeven niet eens willen herhalen met de toen gebruikte tanks? Positie van Spaarndam
|
Palenhindernis overreden bij RijnauwenTekst: René Ros. Op 16 oktober 1950 werd met een tank beproefd of het een palenhindernis kon doorbreken zonder zelf veel schade op te lopen. Ook was het doel om de sterkte en het gedrag van de palen bij de aanrijdingen te bestuderen. De proef vond plaats met een vooroorlogse vechtwagenhindernis ten oosten van het Fort bij Rijnauwen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
De aanwezige palenhindernis, volgens een ontwerp uit 1936, was van het zware type II met een dubbele rij kokers voor het plaatsen van 28 stalen palen onder hoeken van 45 en 60 graden. Voor zover bekend, waren deze hindernissen nooit eerder beproefd. Wel was een hindernis in Mei 1940 succesvol ingezet tegen een trein bij Mill. In een Nota van Toelichting uit 1936 stelde majoor J.H. de Man (Centraal Inundatie en Technisch Bureau, CITB) dat een type II-hindernis in staat geacht mocht worden elke toenmalig bekende 'vechtwagen' (tot 33 ton, max. 80 km/h) te stoppen. Oorspronkelijk waren de palen 2,45 m. lang en 143 kg. zwaar, maar voor deze proeven waren nieuwe palen van 2,75 m. en 165 kg. gemaakt. Daardoor bevonden de paalpunten zich op 1,1 of 1,5 m. boven het wegdek, wat beter paste bij de grotere tanks. De stootrand van de Centurion bevond zich op 1 m. hoogte. Het is duidelijk dat de proef grondig was voorbereid. Na alle voorbereidingen begonnen de proeven om 11.20 uur. De eerste proef was één paal onder een hoek van 60 gr. vanuit stilstand tegen de paal aan en dus alleen op motorvermogen van de tank. De paal werd zonder moeite omgebogen zonder schade aan tank, betonblok en putrand. Proef II was met een paal onder een hoek van 45 gr. met hetzelfde resultaat doch de paal boog niet maar brak. De volgende proef III was met twee palen van 60 gr. die ook weer vanuit stilstand niet doorbroken kon worden. Alhoewel de duwkracht van de tank groter moest zijn dan de 37 ton die voor de twee palen nodig was, slipte een rupsband van de tank door. Met een aanloop van enkele meters was een tweede poging wel succesvol en braken beide palen. Het krachtenspel werd opgevoerd en bij proef IV waren vier palen in twee rijen onder beide hoeken aan de beurt. Bij 4,8 km/u en een korte aanloop bogen alleen de palen in de eerste rij door. Een tweede poging had geen beter resultaat, maar een paal kwam in een rupsband vast te zitten. Genoteerd werd dat het zijwaarts bewegen van de palen eraan bij droeg, dat de tank vast in de hindernis kwam te zitten. En als er een tank vast zit in een hindernis, dan komen eventuele tanks erachter er zeker niet meer door.
Na ter plekke de lunch genuttigd te hebben, begon om 14.10 uur proef VI met vijf op één rij staande palen, onder hoeken van 45 en 60 gr. Het rapport had acht pagina's met tekst en 14 foto's nodig om in detail te beschrijven wat er met de palen en het betonblok was gebeurd. "Gereden zou worden met de maximum snelheid; de proef was bijzonder spectaculair. Met loeiende motor kwam de kolos aansnellen en wierp zich met een daverende slag op de vijf palen. De gemeten snelheid bedroeg 32 km/u. De rupsbanden troffen de beide buitenste palen, doch deze werden onmiddellijk zijdelings naar binnen weggebogen, zodat zij bij het verdere verloop der botsing door het tanklichaam werden doorgedrukt. "Hier past een woord van bijzondere lof voor de rijvaardigheid en moed van de bestuurder die, uiteraard zonder dit ooit tevoren te hebben beoefend, haarscherp en met de maximum snelheid inreed op een niet ongevaarlijk uitziend obstakel. De bestuurder verklaarde, dat hij weliswaar een schok had gevoeld, doch deze niet als bijzonder hinderlijk had ondervonden; zijn valhelm had hij desnoods wel kunnen missen."
De vechtwagenhindernis is nog aanwezig *3, in de weg genaamd Rijnsoever bij de kruising met de Zandlaan, aan de oostzijde van Fort bij Rijnauwen. We hebben het op 22 januari bezocht, voorafgaand aan de nieuwjaarsborrel van stichting Forten Nederland op dat fort. Het originele betonblok is in de bermen nog te zien. Op Google Streetview is de situatie van 2017 te zien en daarna moet het zijn gereconstrueerd. Daarbij zijn in een aantal putten weer stalen palen geplaatst. En het wegdeel is voorzien van een extra laag beton met putdeksels - replica's zonder details en putranden - erin gestort. Een beschadiging, die met straatklinkers was opgevuld en door de tankproeven veroorzaakt moet zijn, was in 2017 nog zichtbaar maar is weggewerkt. Van andere sporen van de proeven hebben we niets kunnen opmerken. *1 Misverstandje door verschillende eenheden? 18 mijl per uur is 29 km per uur. Locatie vechtwagenhindernis bij Fort bij Rijnauwen
|
Bewegende tanks op het beeldschermTekst: René Ros Van de Vechtwagenproeven in 1950 bleken filmopnames gemaakt te zijn. Bewegende beelden moeten een bijzondere blik geven en een spectaculaire visualisering van de rapporten zijn. Toen de rapporten eindelijk waren gevonden, begon de zoektocht naar de film.
Het NIMH had deze film heel snel - in het eerste uur van de eerste werkdag na de kerstvakantie - in haar collectie gevonden. Kort daarna werd de gedigitaliseerde versie die niet online stond met betrokkenen gedeeld en later online geplaatst. De film duurt 43 minuten en bevat zes delen met de volgende tijdcodes en titels: De beelden bij Spaarndam zijn onder andere gemaakt vanuit de Studebaker Weasel amfibische voertuigen, die soms de tanks niet bij konden houden. Op de achtergrond zijn het Fort benoorden Spaarndam, de liniewal en schuilplaatsen te zien. Ook de hoogspanningsleiding Velsen-Leiden is te zien. Nog niet gebouwd en daarom niet zichtbaar, zijn het Munitiemagazijn Spaarndam en de toren van het Korps Luchtwachtdienst op de liniewal.
Verder moeten Kolonel Spanjaerdt Speckman en Kapitein Nooijens ook in de film te zien zijn. Is Nooijens de man die met lieslaarzen door het terrein loopt en aanwijzingen geeft? Er is geen goed beeld van zijn gezicht en bovendien hebben we geen foto om mee te vergelijken. In 2024 schreef ik in een nieuwsbrief "Mogen we hopen dat er ooit nog filmbeelden opduiken van echte beproevingstesten met een zware tank?". De gevonden film bevat niet alleen beelden van proeven met een vechtwagenhindernis en is ronduit spectaculair. Speel het deel van palenhindernis 2-2,5 versneld af. Tanks die met een boeggolf door de inundatie rijden alsof ze bij de Marine willen. Tanks die een sloot induiken en weer boven komen óf vast blijven zitten. En wat denk je van een tank die met 32 km/u door een vechtwagenhindernis bij Fort bij Rijnauwen rijdt? 'Proeven en demonstraties met vechtwagens gehouden october 1950' in Beeldbank NIMH
|
Zijn er nog tanksporen in het veen?Tekst: René Ros
De twee terreindelen die geploegd waren, zijn nog heel goed te herkennen (zie afbeelding rechts) op de AHN4 kaart met 8 cm. nauwkeurigheid. Het huidige maaiveld van de gehele polder ligt ongeveer op -0,4 m. NAP. Het deel dat met grasmat geploegd was (west, links), ligt op -0,5 m. NAP. En het deel waarvan de grasmat was verwijderd en daarna geploegd (oost, rechts), ligt op -0,6 m. NAP. In de noordelijke helft van beide terreindelen zijn ook lineaire sporen oost-west te zien, waar volgens een kaart (zie artikel hierboven) de Comets voor proef II en III hebben gereden. Een tracé van dubbele sporen is beter te zien, waar door drie tanks is gereden (proeven VI, VII, VIII). Dit loopt aan de oostzijde (rechts) van het proefterrein in noord-zuid (boven-beneden) richting. Omdat de tanks niet exact hetzelfde hebben gereden, zijn soms meerdere niet aansluitende sporen te herkennen, vooral waar een greppel of de sloot werd doorkruist. Een van de tanks heeft in de sloot vastgezeten, maar daar zijn geen opvallende sporen van te zien.
In westelijk Nederland hebben we vaak met 'dik water' te maken, drassig veengebied. Na 76 jaar moeten hoogteverschillen wat genivelleerd zijn. Dan is het toch opvallend dat een aantal hoogteverschillen van 10 cm. toegeschreven kunnen worden aan de proeven. Dankzij een kaart met de verschillende routes door het proefgebied kunnen we met enige zekerheid zeggen: ja, er zijn nog tanksporen. Misschien niet zichtbaar in het veld, maar wel vanuit de lucht. N.B. Op de website Algemene Hoogtekaart Nederland is alleen de AHN4 laag gebruikt. De AHN5 en AHN6 lagen zijn recenter en nauwkeuriger, maar tonen een geheel witte Gruiterspolder. Dat zou betekenen dat er geen hoogtedata bekend is en dat kan komen omdat op het moment van meten water op de ijsbaan stond. Bovendien is bij de AHN5 en AHN6 lagen geen Geïnterpoleerd DTM mogelijk, wat in grijstinten kleine hoogte verschillen soms beter laat zien. Gruiterspolder
|
Tank versus schoorpalen in 1952-1953Tekst: René Ros. Op het Fort bij Edam ligt een proefopstelling die daar in 1950 is gebouwd om de werking van drie nieuwe typen vechtwagenhindernissen te demonstreren. Over die proefopstelling hebben we in 2016 al geschreven met een vervolg in 2024. Ook de nu bekend geworden proef met de palenhindernis bij Fort bij Rijnauwen moet onderdeel zijn geweest van het ontwikkelen van een nieuw type vechtwagenhindernis. Twee documenten over proeven bij Amersfoort zijn ook geraadpleegd en betreffen het daadwerkelijk beproeven van de nieuwe schoorpaalhindernis.
Op de foto's van de proeven in 1952 en 1953 is te zien dat twee stalen balken in één langwerpige put in een betonblok geplaatst waren. Bij het omhoog zetten diende de tweede als schoorpaal als extra versterking achter de frontpaal. De proefopstelling uit 1950 op Fort bij Edam bevat geen schoorpalen. Het rapport over de proeven in 1952 noemde geen locatie, maar op enkele foto's zijn bovenleidingportalen van een spoorweg te zien. Dat past bij de Bernhardkazerne en het oefenterrein De Vlasakkers bij Amersfoort, wat bovendien de thuisbasis van de cavalerie is. Van de proef in 1953 is alleen de bijlage met foto's bekend, niet het bijbehorende rapport. Uit die foto's is niet met zekerheid te zeggen of de proef op dezelfde locatie heeft plaatsgevonden, maar daar lijkt het wel op.
"De hindernis is bedoeld ter afsluiting van de Westelijke toegangen tot de bruggen over de IJssel en ter afsluiting (aan beide zijden) van andere strategische bruggen" volgens een opdracht van de Chef van de Generale Staf (Generaal Kruls) op 10 juni 1950. De hindernis moest maximaal tegen licht gepantserde voertuigen bestand zijn, snel en gedeeltelijk te plaatsen en van een eenvoudige constructie. De hindernis was eenvoudig en de balken werden tijdens de proef in 45 sec. geplaatst en in 30 sec. neergelaten. Het doel van de proeven op 7 oktober 1952 was om te zien op welke wijze de hindernis zou bezwijken, met zwaardere voertuigen dan waarvoor het bedoeld was, om geen schade aan de tank te veroorzaken. Daaruit zou kunnen blijken of de schoorpaalhindernis bestand was tegen (geparachuteerde) lichte tanks of "onverhoopt over de IJssel of de Maas doorgebroken zwaardere vechtwagens". Een met hoge snelheid rijdende zware tank stoppen met een statische hoeveelheid beton is een vrij onmogelijke opgave. Het succes zou afhangen van het aantal palen dat de botsingsenergie zou absorberen en overbrengen naar het betonblok. De Sherman tank zou dat tegen één paal zeker winnen, maar dat was geen maatstaf voor de bruikbaarheid van de hindernis.
Voor vervolgproeven kon het betonblok niet hergebruikt worden. Er was ook sprake van een mogelijk meer realistische hindernis met vijf palen. De Eerstaanwezend Ingenieur te Amersfoort zou belast worden met de bouw van een nieuw betonblok. Dat is ook een aanwijzing dat deze proeven bij Amersfoort plaatsvonden. De vermoedelijke locatie van de één of twee betonblokken is onder latere kazerne-gebouwen verdwenen. Dat kan bij de sloop nog een leuke verrassing zijn geweest. Het is mogelijk dat de bijlage met foto's van een oefening op 6 oktober 1953 laten zien, dat de proef van 1952 herhaald werd met de verbeterde palen. Het betonblok was voorzien van maar twee palen en er zijn alleen vervormde en geen gebroken palen op de foto's te zien. Wel toont een foto een scheur in het betonblok en ook een gleuf van circa 30 cm. (1 voet) dat het betonblok zou zijn verschoven. De tank was bovendien vastgelopen bovenop een paal met een rupsband in de lucht. Had de hindernis dan toch gewonnen van een zware tank? De grote vraag die overblijft: is het type schoorpalenhindernis ergens toegepast? Fort bij Edam
|
|
Vond je een nieuwsbrief interessant? Maar ben je nog geen abonnee? Abonneer je dan op de Abonneren pagina om toekomstige nieuwsbrieven te ontvangen! Deze nieuwsbrief is een uitgave van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam. Abonnementen kunnen in uitzonderlijke situaties zonder informeren en/of zonder opgaaf van redenen geweigerd of beëindigd worden. De redacteurs en auteurs aanvaarden geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de website, nieuwsbrief of andere publicatie, door welke persoon en voor welk doel dan ook. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden op deze website / nieuwsbrief te achterhalen. Eenieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder voorafgaande toestemming hier is gebruikt, verzoeken wij om zich tot ons te wenden. Bij gebruik als bron voor publicaties en andere uitingen is bronvermelding verplicht en tevens wordt deskundige begeleiding, door bijvoorbeeld de redacteur of auteur, aanbevolen. In de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn een deel van een column of strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven. 'Majoor Van Hall' en 'Soldaat Troelstra' zijn fictieve militairen uit het verleden die dienen als pseudoniemen voor verschillende personen. Activiteiten zoals rondleidingen worden mogelijk door andere partijen georganiseerd en de verantwoordelijkheid voor inhoud, uitvoering e.d. ligt geheel bij de betreffende partij. De inhoud van een nieuwsbrief wordt na publicatie niet meer gewijzigd en kan later onjuist zijn gebleken of niet meer van toepassing zijn. De auteursrechten berusten bij René G.A. Ros tenzij anders is aangegeven. |
