Sluit [X]   
 

Stellingcommandant Arnoldus Nicolaas Jacobus Fabius in 1921: overleden te Bussum, Noord-Holland

Donateur worden?

© 1999-2024, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 7-6-2024

Nieuwsbrief Stelling van Amsterdam

Nieuwsgierig? Lees deze nieuwsbrief maar!Nieuwsbrief 544

Nieuwsbrief Stelling van Amsterdam
Een nieuwsbrief over militair erfgoed in de regio Groot-Amsterdam.
26ste jaargang, nummer 544, 25 juni 2024

 

Inhoud

In deze nieuwsbrief:

 

Inleiding

Onlangs was er een thema-nieuwsbrief over een schilder van Fort bij Spijkerboor, nu een artikel over een schilder van Fort benoorden Spaarndam waarvoor archieven van Leeuwarden tot Tilburg geraadpleegd zijn. Wel eerst de dienstberichten en een legerorder.
Van een hooggeachte gastschrijver is een artikel over het onlangs in gebruik genomen fossielvrije energiesysteem van Forteiland Pampus, van steenkool via diesel naar wind. Verder een verslag van een bezoek aan een deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en een artikel over hoeveel forten er nou eigenlijk in die linie en de StvA zijn.
Verder een schimmig verhaal over militairen die anti-militaristen waren en de eerste inlichtingendienst in ons land. Tevens aandacht voor de zuiderburen, door je mee te nemen naar Oostende. Maar ook een verslag van de veldtocht naar Nijmegen, met een Kraijenhoff-bedevaart en een bezoek aan Fort bij Pannerden.
En tenslotte, in de serie over de stukken in het Noord-Hollands Archief, over vooral een militaire weg en schuilplaatsen in de Zuid-Spaarndammerpolder.

Zoals je merkt wil ik graag informatie en ervaringen over militair erfgoed delen en momenteel schrijf ik meer dan ik per maand in één nieuwsbrief kwijt kan. Maar de nieuwsbrieven kunnen niet heel lang zijn. Daarom bij deze als uitzondering een dubbeldik zomernummer als inhaalslag. Laat dit bericht twee maanden in je Inbox staan en lees later een van de artikelen?

Lees deze nieuwsbrief op: https://www.stelling-amsterdam.nl/nieuwsbrief/2024/nieuwsbrief-544/
De volgende nieuwsbrief zal waarschijnlijk op 24 september aanstaande verschijnen.

Tip: houd de cursor boven elke afbeelding om een beschrijving te zien.
Meer: Slechts een deel van de gevonden informatie kan worden gepubliceerd, neem contact op als je voor onderzoek meer informatie wenst.

 

Dienstberichten

- Reactie: "The making of "Hollandse Waterlinies" maakt veel duidelijk over de teloorgang van historische namen, ook zichtbaar in de fantasienamen van vele SvA forten. Top."

- Reactie: "Ik lees je nieuwsbrieven graag, en veel mensen weten of beseffen niet hoeveel tijd het kost, en hoe serieus jij de nieuwsbrieven maakt! Soms mogen de teksten ook wel eens wat korter naar mijn idee, en ga vooral door met je info delen !!"

- Errata: Naar aanleiding van een opmerking door Ronald Hoekstra (provincie Gelderland) is in het artikel 'Het Werelderfgoed Duo' in de vorige nieuwsbrief een zin over de Werelderfgoedstatus verbeterd tot "De Werelderfgoed-status alleen biedt op zich geen juridische bescherming, maar de Nederlandse wet- en regelgeving die er uit volgt." Er is nog meer over te zeggen en te nuanceren, maar voor dat artikel moet het beknopt blijven.
Het Werelderfgoed Duo in Nieuwsbrief 543

Een aantal deelnemers bij de bar in de bergloods van Fort bij Uithoorn.- Op 15 juni jl. hielden we onze relatiedag en ontvingen 60 relaties, donateurs en medewerkers op het Fort bij Uithoorn, met leeftijden van 25 tot 85 jaar. Naast rondleidingen en vrij wandelen waren er deze keer ook drie presentaties. Omdat het merendeel de gehele dag voor alle presentaties bleef was het een gezellig drukke dag met veel gesprekken. Diverse nazaten van militairen waren aanwezig, waarvan een de gelegenheid gebruikte om materiaal van opa te schenken. De presentaties gaven aanleiding tot vragen en ook voorstellen om zaken verder uit te zoeken. De dag werd afgesloten met een maaltijd voor medewerkers. We kijken terug op een zeer geslaagde relatiedag en danken alle aanwezigen voor hun bijdrage daaraan. (Foto: Peter Schat)

- Uw redacteur gaat proberen zich zonder deadlines te vermaken tijdens de zomerperiode. Het is ook dit jaar de bedoeling dat in juli en augustus geen nieuwsbrief verschijnt. Vorig jaar lukte dat niet, vanwege aankondigingen van activiteiten. Als het dit jaar wel lukt, ontvang je de volgende nieuwsbrief pas eind september. De bibliotheek op Fort Uitermeer is in de maanden juli en augustus alleen op afspraak te bezoeken. Of je op vakantie gaat of niet, een fijne zomerperiode gewenst!

 

Legerorder "Organisaties op fascistischen grondslag"

Een voor u opgemerkte en overgenomen legerorder uit "Recueil Militair en Legerorders, 6e beknopte uitgave, Tweede Deel 1929-1937, Staatsdrukkerij- en Uitgeversbedrijf, 1939" (NL-WpDStvA-C16090).

Ministerieele beschikking van 10 Maart 1933, IIde Ajd. B.42
Organisaties op fascistischen grondslag.

Ter kennis wordt gebracht, dat aansluiting bij of eenigerlei steunverleening aan groepen, of vereenigingen van personen op fascistischen grondslag in strijd is met de plichten van den militairen ambtenaar en derhalve verboden.

 

De schilder van Spaarndam

Tekst: René Ros
Illustraties: kleinkind Rang, René Ros, collectie Doc.centrum Stelling van Amsterdam.
Bron: o.a. Muurschilderingen en Decoraties in Fort benoorden Spaarndam bijlage 1b, Wijnen Cultuurhistorisch Onderzoek, 2015 (NL-WpDStvA-C5739)
Met dank aan: Gosse Beerda (Tresoar), Greetje Witte-Rang, Karin de Mol (Regionaal Archief Tilburg), Historisch Centrum Leeuwarden.

In 2020 kregen we contact met een kleindochter van Lolke Rang en hebben we het jaar daarop zijn mobilisatie-herinneringen kunnen publiceren. Er was één punt dat mogelijk meerdere jaren extra tijd zou kosten om uit te zoeken, maar waar we de publicatie niet op lieten wachten. In zijn herinneringen is namelijk sprake van een schilder op het Fort benoorden Spaarndam en een schilderij. Weten we na drie jaar onderzoek, en 44 nieuwsbrieven later, wie die schilder was?

Schilderij van Soldaat E.Omdat voor het onderzoek ook over langere periode in de gaten gehouden moest worden of kunstwerken van hem te koop werden aangeboden, werd enige informatie nog niet gepubliceerd. Het gaat om informatie over een soldaat, welke in de nieuwste versie van de mobilisatie-herinneringen wel is opgenomen. Hij maakte een schilderij dat onder de officieren werd verloot, door Rang werd gewonnen en nu bij een kleinzoon in Canada hangt.

Rang schrijft daarover: "Op een goeien dag kwamen er weer soldaten aan. Een jonge Fries was erbij, en die zag al op den eersten dienstdag dat [violist] Gootjes gespaard werd en nooit dienst deed, maar speelde." "Hij moest na drie maanden een examen doen, hij was namelijk aan de teekenacademie. Hij vroeg nu, of hij alle dagen schilderen mocht." En over het verlote schilderij: "De schilder was een soldaat E. van Spaarndam-Noord." Rang verbleef van juli 1915 tot augustus 1917 op het fort en ergens in die periode ook "soldaat E."

Waarom Rang de naam niet volledig noemde, zoals hij bij alle anderen wel deed, is een raadsel en had een zoektocht gescheeld. De aanwijzingen in zijn teksten zijn de achternaam met een E, jong van leeftijd, hij kwam uit Friesland en zat in de periode 1914-1919 op de tekenacademie. Bovendien is het schilderij gesigneerd maar niet heel duidelijk. Er lijkt linksonder een monogram van de letters JE of LE te staan. Je kan ook '17 erachter herkennen.

Monogram van Elzinga op het schilderij voor Lolke Rang.In de databank van het het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis werd gezocht naar een kunstenaar E. uit Friesland. Er werd één kunstenaar gevonden, maar dat wil niet zeggen dat hij 'soldaat E.' is. Wel dat er maar één nagezocht hoefde te worden én er maar één kans op succes was.

Het gaat volgens ons om de redelijk bekende Friese schilder Johannes Elzinga, geboren 5 december 1893 te Wommels en overleden 18 maart 1969 te Leeuwarden. Volgens het RKD was hij van 1915 tot 1918 student aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. En in 1915 was hij 21 jaar oud. "Klik, klik, klik en klik" deden de puzzelstukjes, maar dat maakte de puzzel nog niet compleet.
Eind vorig jaar moet door de RKD zijn toegevoegd dat een monogram JE'19 bekend is, hetgeen sterk overeenkomt met JE'17 op het schilderij. "Klonk" zei een puzzelstuk.

Zijn werken die na onze publicatie in 2021 te koop werden aangeboden, waren meestal dorpsgezichten van veel latere datum en gesigneerd met "Joh. Elsinga" en een jaartal. We hebben zelfs twee werken van hem aangeschaft, omdat we inmiddels redelijk zeker waren dat het persoonlijk werk van 'soldaat E.' is en omdat één op zich al bijzonder is. De oudste is een ets uit 1928 met een gezicht op het dorp Grouw en de tweede een litho uit 1945 als herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Beide zijn niet gesigneerd met het monogram JE maar met zijn naam dat hij toen als Elzinga-met-een-s schreef. Beide werken zijn als illustraties bij dit artikel gebruikt.

Onderaan de litho "Lest we forget" uit 1945 is in potlood de tekst "ter herinnering aan de jaren 1940-1945 aan den heer, mevrouw J. Bekius - Veenland" geschreven. Vrijwilliger Gosse Beerda van Tresoar (Fries archief) heeft geprobeerd te achterhalen of er een verzetsherinnering achter deze litho zat. Was het echtpaar en mogelijk Elzinga zelf bij het verzet betrokken? Dat kon niet aangetoond worden en wellicht was het een normale verkoop van Elzinga. Johannes Dirk Bekius (1914-1969) was directeur van de Zaaizaad en Pootgoed Coöperatie (ZPC) in Leeuwarden en tijdens de oorlog bij de voedseldistributie betrokken. Mogelijk zitten daar de gebeurtenissen waarvoor de litho een herinnering levend moest houden? In een krantenartikel uit 1953 is ook sprake van een ZPC-directielid R. Elzinga. Mogelijk is dat Ruurd Elzinga (1884-1964), een broer van schilder Elzinga.

Dorpsgezicht van Grouw, Friesland.In de loop der jaren is meerdere keren gezocht naar een militieregister-vermelding van Elzinga in de hoop dat er een nieuwe online beschikbaar kwam. Onlangs nog een vraag hierover gesteld aan Tresoar en volgens hen zijn alle beschikbare militieregisters gedigitaliseerd en staan online. Ook werden de militaire stamboeken nagezocht van eenheden die volgens de bezettingsstaat op Fort benoorden Spaarndam ingedeeld waren. Daar werd hij niet in gevonden. Ook de papieren controlelijsten bij die eenheden werden zonder succes in het Nationaal Archief doorzocht.

Wel vonden we een artikel op de website van het Regionaal Archief Tilburg (RAT) en werd er door hen een uitgebreider tijdschriftartikel toegestuurd. Deze artikelen gaan over een schenking in 2011 van vijftien tekeningen van Johan Elzinga. Volgens de schenker, zijn zoon H.J. Elzinga, was vader gelegerd in Moergestel, ongetwijfeld als grenswacht. Zijn commandant zou zijn artistieke talenten hebben onderkend en Elzinga hebben laten overplaatsen, zodat hij naar de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam kon. "Klik" zei het puzzelstukje...
Als hij grenswacht liep dan moet hij infanterist zijn geweest en het infanterie-regiment dat in Leeuwarden in garnizoen lag, was het 9e Regiment Infanterie dat ook in het uitgebreide artikel werd genoemd. In de stamboeken daarvan werd wel in de periode 1911-1918 tweemaal zijn naam gevonden, maar met andere geboortedata.

De tekeningen van Elzinga in het Regionaal Archief Tilburg.Aan de voorzijde zijn de tekeningen gesigneerd en hebben allemaal een jaartal en de meeste ook een maand en een titel. Gesorteerd op datering zijn ze in twee groepen te verdelen. Negen tekeningen van de heide en boerderijen bij "Moergestel" zijn in september 1914 gemaakt. Uit maart en mei 1916 zijn zes getekende portretten van militairen. Toen woonde hij in Amsterdam en studeerde aan de Rijksakademie. Deze tekeningen kunnen daarom niets met Moergestel te maken hebben, maar zijn het zijn dienstmakkers van het fort!? Luitenant Rang is er niet tussen te herkennen, dat puzzelstukje paste helaas niet.

De tekeningen zijn gescand online te bekijken, maar de achterkanten zijn niet gescand. Na een vraag daarover heeft een medewerker het op eigen initiatief gecontroleerd, maar op de achterkanten bleken geen teksten te staan. In maart 2024 deed zich een goede gelegenheid voor om zelf naar Tilburg te gaan om de tekeningen van Elzinga en het dagboek van Van Hombergh (Fort bij Nigtevecht 1939-1940) te bekijken. Van de voor- en achterkanten van de tekeningen kon ik niets anders maken dan de archiefmedewerkers al hadden gedaan. Maar het ging er eigenlijk vooral om, om ze zelf in het echt vast te houden en weer een historische sensatie te beleven. Dat lukte.

Litho 'Lest we Forget' door Johannes Elzinga, een herinnering aan de Tweede Wereldoorlog.Ondanks dat geen rechtstreeks verband tussen 'soldaat E.' en schilder Elzinga is gevonden, lijkt dat indirect wel onomstotelijk bewezen. Immers, 'soldaat E.' is de maker van het schilderij en het monogram erop is van Johannes Elzinga. Ook de gegevens over Moergestel, de Rijksakademie en het woonachtig zijn in Amsterdam passen goed bij de informatie die Rang geeft. Maar helaas is er geen papieren bewijs over zijn militaire carrière, en met name zijn aanwezigheid op het fort, gevonden.

Waarschijnlijk was Johannes Elzinga de eerste schilder op het Fort benoorden Spaarndam en heeft hij mogelijk ook muurschilderingen gemaakt. Er is een schildering die lijkt op de tekeningen van Moergestel. En er is een tekening van een dorpsgezicht met boot, die lijkt op meerdere latere werken zoals de ets van Grouw. Kleine kans dat er iemand anders verder gaat puzzelen, maar wellicht wordt ooit het laatste ontbrekende puzzelstukje gevonden?

Soldaat? Elzinga (Nieuw)
Luitenant Rang
Mobilisatie Herinneringen (Bijgewerkte PDF)
Thema-nieuwsbrief 'Amsterdammers op grenswacht in Brabant' (471, 2019)
Thema-nieuwsbrief 'Herinneringen van Reserve-Luitenant Rang' (500, 2021)
Thema-nieuwsbrief 'Fort bij Nigtevecht in 1939-1940' (513, 2022)
Johannes Elsinga in RKD databank
Beeldmateriaal Johan Elzinga in beeldbank Historisch Centrum Leeuwarden
Moergestel in 1914 en 1916 verbeeld op website RAT (2011)
15 Tekeningen van Johannes Elsinga op website RAT

 

Minister opende Pampus' groene energiecentrale

Tekst: Tom van Nouhuys (Stichting Forteiland Pampus).
Foto's: Barbara Kieboom (Stichting Forteiland Pampus).

Op woensdag 29 mei opende Minister van Klimaat en Energie Rob Jetten de gloednieuwe, duurzame energievoorziening van Forteiland Pampus. Het artificiële eiland is al sinds zijn begin off-grid: niet verbonden met de wal voor stroom, water of gas. Dit historische gegeven vormde de inspiratiebron voor het klimaatneutrale, nieuwe energiesysteem. Door inzet van wind, zon, waterstof, biovergisting en thermische energie kan het eiland nu fossielvrij jaarrond zijn eigen boontjes doppen. Een unieke mijlpaal voor Pampus en zelfs een bemoedigend voorbeeld voor de wereld.

Luchtopname van de genodigden op het fort met de zonnepanelen en windmolens.Het iconische forteiland is zijn tijd altijd vooruit geweest. Als sluitsteen van de Stelling van Amsterdam was Pampus in 1895 een hypermodern verdedigingswerk. Op het eiland moesten tweehonderd soldaten ten tijde van oorlog zes maanden kunnen overleven zonder invloeden van buitenaf. Stroom werd opgewekt door een stoommachine, regenwater werd gezuiverd en voedsel werd 'verduurzaamd': ingeblikt, gepekeld en ingemaakt.

State of the art in 1895, maar toen het er écht om spande volledig achterhaald. De Stelling van Amsterdam was niet berekend op de komst van moderne technieken zoals het vliegtuig en zo bleef van Pampus weinig anders over dan een ruïne en een idee.

Een ruïne vol mogelijkheden, dat wel. In de jaren vijftig tot en met tachtig was Pampus een dankbaar decor voor feesten, betogingen en acties. De Vrijstaat Pampus werd uitgeroepen door hippies, Lubbers werd er bestreden door kunstenaars en studenten vierden er lustra.
Tot eind jaren tachtig een einde kwam aan deze anarchie en het eiland gered werd van verder verval en ondergang. Een groep pioniers kocht Pampus van de staat en bracht het onder in een stichting. Belangrijkste doel: behoud van eiland en fort voor toekomstige generaties.

In de 21e eeuw aangekomen staat Pampus, net als de rest van de wereld, voor een grote klimaatopgave. Een opgave waarin het als klein eigenwijs eiland een grote rol durft te spelen. Die van wereldwijd showcase zijn voor de energietransitie en het verduurzamen van erfgoed.
En daarom is Pampus – na jaren van onderzoek en verbouwingen – vanaf nu niet alleen een historisch icoon, maar ook het icoon voor een klimaatneutrale, fossielvrije en circulaire toekomst. Door te laten zien hoe nu op het eiland en in de nabije toekomst ook op andere (lastig te bereiken) locaties kan worden omgegaan met energie, water, grondstoffen en transport maakt Pampus impact.

Rob Jetten, minister van Klimaat en Energie, spreekt de aanwezigen toe.Op 29 mei opende minister Jetten in gezelschap van tal van genodigden uit de wereld van Klimaat en Energie, de locoburgemeester van gemeente Gooise Meren, Barbara Boudewijnse, en de vooruitstrevende en idealistische partners van Pampus deze unieke energiecentrale. Door het zogenaamd lostrekken van de wieken van een van de twee windmolens zou het hele energiesysteem in bedrijf komen. Net als de bouw van het hele project ging dat niet meteen in één keer allemaal goed. Nadat snel een opzwepend wachtmuziekje was ingezet, klom iemand in de molen om het touw ruimte te geven, waarna alsnog met succes de wieken vrijkwamen.

Na deze opening was er een uitgebreide borrel waarin alle betrokkenen elkaar konden feliciteren met het resultaat. Deze borrel vond plaats in de nieuwe Bergloods op Pampus, gebouwd op de fundamenten van de oorspronkelijke, door brand in 1932 verwoeste, bergloods. En met zijn dak volledig van zonnepanelen ook een innovatief onderdeel van het energiesysteem op het eiland.

Pampus toont nu aan hoe op het eiland door wind, zon en biovergisting stroom wordt opgewekt en hoe een combinatie van groene waterstof, lithiumbatterijen, thermische opslag en warmtepompen voor energieopslag zorgt. Met deze innovatieve combinatie van bewezen technieken voorziet het eiland vanaf nu jaarrond in zijn eigen energie én vormt het een inspiratie voor decentrale duurzame energievoorziening. Cultuurhistorie en innovatie gaan zo hand in hand. En zo is Pampus anno 2024 een geschiedkundig icoon met een hyperactuele boodschap.

Forteiland Pampus
Video 'NL gaat voor Groen | Forteiland Pampus' van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Fort aan het Pampus
'Archief Garnizoenscommando Amsterdam' in Nieuwsbrief 540 (2024)

 

Ronde Vianen-Asperen-Vianen

Tekst en foto's: René Ros.
Met dank aan: Wim de Natris (DStvA).

Eind mei gingen we in klein gezelschap last minute kijken bij de buren, de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dat helpt tegen navelstaren en het gebied van de grote rivieren is toch wat anders dan de polderslootjes rond Amsterdam. Indirect is het een aanmoediging aan de lezer om zelf ook eens in die omgeving een andere waterlinie te beleven. Dat kan ook lopend of op de fiets, maar vanwege het weer waren wij toch blij dat we met de auto waren...

Bolgerijensebrug over het Merwedekanaal bij Vianen.Dankzij de moderne verkeersweg waren we snel in Vianen en reden langs het Merwedekanaal richting Gorinchem. Zo heeft het Merwedekanaal er oorspronkelijk ook tussen Amsterdam en Utrecht uit hebben gezien. En met het zonnige weer was de weerspiegeling van bomen en wolken in het water een mooi gezicht. De geklinknagelde Bolgerijensebrug is de laatste originele draaibrug uit die periode, met mogelijk ook de spoorbrug bij Arkel. Soortgelijke bruggen zijn er bij Weesp en Nigtevecht geweest.

Door het mooie landschap gingen we achterlangs Meerkerk en Arkel richting Gorinchem (Gorkum), schampten die stad en reden naar Spijk. Vanaf Spijk reden we over hoge dijken langs het riviertje Linge naar Asperen. Wat een fraai gebied, ook zonder het militair erfgoed. We zagen de in cortenstaal gereconstrueerde Batterij bij de Broekse Sluis.

Bij de Nieuwe Zuider-Lingedijk werd de militaire infrastructuur indrukwekkend. Een vrijwel rechte dijk van 4,2 kilometer als de lokale 'Geniedijk Haarlemmermeer'. Op de kruin rijdend hadden we rechts elke 250 meter de ene na de andere groepsschuilplaats. Links diverse gereconstrueerde batterijen met nog een aantal groepsschuilplaatsen. En tussendoor een wachterswoning en meerdere duikers met hoge steigers om de afsluiters te bedienen. De dijk eindigde bij de vier waaiersluizen in de Linge bij het dorpje Asperen.

Het was al lunchtijd en door de 'achtste fase' herontwikkeling is er op Fort bij Asperen een restaurant in de bergloods gevestigd. We voelden ons weer als op een schoolreis, maar moesten nu zelf kiezen en betalen. In Nederland zijn parasols ook grote paraplu's, bleek weer bij de eerste regenbui. De bakstenen toren hebben we niet van binnen bekeken, maar juist het terrein om de toren. De observatieposten, nóg twee groepsschuilplaatsen maar ook een oudere remise in een groene omgeving.

Batterij met emplacementen en schuilplaats, Meerdijk Noord.We reden een stukje verder, naar de Waterlinie-parkeerplaats aan de Meerdijk met een gereconstrueerde loopgraaf met een groepsschuilplaats en een G-kazemat. De G-kazemat heeft een nieuwe, groot uitgevallen en dunwandige koepel gekregen waardoor het nu fungeert als observatiehut over het inundatiegebied. Leuk al dat cortenstaal maar onze aandacht ging uit naar de oudere batterijen aan de andere kant van de Meerdijk.

Eerst de positiebatterij met emplacementen, traversen, hellingbanen en een betonnen schuilplaats uit 1906. Het hoge gras maakte dat we weinig grenspalen konden zien. Deze tussenbatterij was bedoeld om met zwaar geschut op vijandelijke troepen aan de andere kant van de inundaties te schieten. Via een wandelpaadje kwamen we bij een tussenbatterij voor de nabijverdediging. Deze batterij vuurde frontaal op de weg uit Acquoy in het inundatiegebied, en hielp het Fort bij Asperen met het afsluiten van dit acces. Hier kleinere emplacementen met cortenstaal wanden en munitienissen, met ook een schuilplaats. Er begon een tweede stortbui en we waren net te laat in de auto.

In de regen sukkelden we de Meerdijk verder af, schampten Leerdam en kwamen op de negen kilometer lange Diefdijk terecht. Van oorsprong geen militaire dijk, maar dat is er wel van gemaakt. Ook hier veel groepsschuilplaatsen, waarvan één doorgezaagd, en G-kazematten. Maar ook het Werk bij de Diefdijk dat de spoorweg Gorinchem-Geldermalsen afsloot. Erover praten kon moeilijk vanwege de hagelstenen op het autodak. Bij de snelweg A2 was het alweer droog en scheen het zonnetje. Ook op de fraaie kazemat Diefdijk-Zuid met het schietgat naar de snelweg uit Den Bosch*. En iets verderop de kazemat Diefdijk-Noord, die sinds de explosie van de vuurwerkfabriek in 1991 eenzaam in een bosje staat.

Unieke dubbele mitrailleurkazemat in het water naast het Lekkanaal gegooid.Via het Inundatiekanaal vanaf het Spoel reden we door Culemborg, over de dijk van de Lek naar Werk aan het Spoel. Het regende weer, maar het werk is tegenwoordig door kaalslag goed vanaf de weg te zien. We bekeken het tussen de ruitenwissers door en dat deden we ook bij de Infanteriestelling Everdingen voor het gelijknamige fort. We wilden even schuilen en drinken in de fortbrouwerij aldaar, maar alle wandelaars en fietsers waren ook op dat idee gekomen en bezette alle tafels. Na een harde blikseminslag vlakbij, waren we blij dat er geen explosieven meer lagen en de bliksemafleiders niet getest werden. In de regen een rondje over het fort lopen ging ook ons iets te ver, zo groot is de liefde voor het militair erfgoed ook niet.

We reden de Lek af, zagen aan de overkant het Fort bij Honswijk, en was het rondje voltooid toen we weer in Vianen waren. Er was nog gelegenheid om naar het Lekkanaal aan de overzijde bij Nieuwegein te gaan. Daar hebben we de verplaatste en rondgestrooide drie kazematten en schutsluis bekeken. Je kan de betonmassa nu goed zien en ervaren, maar had dat niet op een iets authentiekere manier en niet in water gekund?

Om in stijl af te sluiten wilden we dineren op een fort. De menukaart van Fort bij De Gagel paste niet helemaal bij ons 'schoolreisje'. Op Fort aan De Klop was het misschien weer iets te eenvoudig, maar het bleek wel erg leuk en gezellig om buiten op een druk festivalterrein met foodtrucks te zitten eten. Het was een mooie dagafsluiting en over de moderne verkeersweg keerden we terug naar de Stelling.

* Hoe is het bruine bord 'Hollandse Waterlinies' langs de snelweg vóór de kazemat terecht gekomen, waardoor je de kazemat pas ná het bord ziet???

Batterij bij de Broekse Sluis op website Kenniscentrum Waterlinies (KCW)
Fort bij Asperen
Batterijen aan de Meerdijk
Werk aan de Diefdijk
Werk aan het Spoel
Fort bij Everdingen

 

1, 2... Heel veel forten?

Tekst en foto's: René Ros.
Geraadpleegd: collectie Kenniscentrum Waterlinies (KCW) inv.nr. 226, Lijst van alle forten en vestingen NHW, Chris Will, 2017.
Met dank aan: Sander Enderink (stichting Oude Hollandse Waterlinie), Chris Will.

De lengten van de Oude-, Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam hebben we onlangs gecontroleerd en moeten verbeteren. Daarop zijn geen tegenvoorstellen of bezwaren ontvangen. Dan gaan we het nu hebben over het aantal forten in de twee waterlinies. Gewoon van beide linies de aantallen optellen kan niet omdat er een overlap is en wat je telt wel volgens dezelfde definitie moet gebeuren. In dit artikel wordt een onderbouwd voorstel gedaan om de forten te tellen volgens een publieksvriendelijke definitie.

Luchtfoto van Fort bij Vijfhuizen.Bij het noemen van het aantal forten in de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHWL) en Stelling van Amsterdam (StvA) wordt meestal meer meegeteld dan strikt de forten. Hoeveel zijn het er als we de definitie aanhouden van een permanent verdedigingswerk dat onderdeel van de NHWL en StvA is geweest en waarvan nog een reconstructie, restant of meer aanwezig is? Vestingen, 'werken' en lunetten tellen we daarom ook mee bij het tellen van het aantal 'forten'.

De vier Lunetten op de Houtense Vlakte tellen we echter als één verdedigingswerk, omdat ze één commandant hadden en samen één Rijks Militaire Landsgrond met een aaneengesloten serie grenspalen vormden. Hetzelfde geldt voor de Batterijen aan de Karnemelksloot (NHWL).

Alhoewel Fort bij Pannerden historisch gezien niet tot de NHWL behoort, tellen we die schoorvoetend wel mee omdat het onderdeel van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies is geworden. In het nominatiedossier* staat dat het sinds 2005 tot de NHWL wordt gerekend. Maar waarom Fort Westervoort bij Arnhem niet?

De twee kastelen zijn aantrekkelijk om te bezoeken, maar we tellen ze ook niet mee. Ten tijde van de waterlinies waren ze geen verdedigingswerk meer. Wel tellen we de verdedigingswerken mee, waar ze een onderdeel van waren. Dat geldt ook voor remises, torens en andere werken in vestingen, die nu soms 'fort' in hun naam hebben, maar dat met zekerheid niet zijn geweest. Omdat de Westbatterij los van de vesting Muiden staat, tellen we die apart mee alhoewel het in historische stukken vaak als onderdeel van die vesting wordt genoemd. De Vesting Nieuwersluis tellen we niet mee omdat het ten tijde van de NHWL zeer waarschijnlijk geen verdedigingswerk meer was en in vervallen staat. Ten koste van een deel van de vestingwerken, werd het huidige Fort Nieuwersluis gebouwd dat we wél meetellen.

En ook liniewallen en gedekte wegen worden niet meegeteld, omdat ze ook voor het algemene publiek te ver buiten de definitie van een fort vallen. Neven- en tussenbatterijen oftewel artillerie-stellingen, zoals het Pannekoekenfort (NHWL) en de Batterijen aan het Gein (StvA), tellen we ook niet mee. Voor- en tussenstellingen oftewel infanterie-stellingen zijn een groter twijfelgeval, maar de zes in de NHWL en de drie in de StvA tellen we toch ook niet mee. Als een onwetende burger op bijvoorbeeld Werk aan de Groeneweg (NHWL) komt en gezegd wordt dat het een fort is, dan zal hij/zij toch echt raar staan te kijken. Je ziet het, er wordt hier vanuit het publiek gedacht.

Luchtfoto van Fort Nieuwersluis.Resumerend komen we, zonder overlap en tellend voor de linie waarvoor ze gebouwd zijn, op 51 'forten' in de NHWL en 38 in de StvA (6:4). In een document (zie link onder dit artikel) vind je als verantwoording en ter controle de volledige lijst van getelde objecten. Discussie en opmerkingen zijn als altijd welkom, maar wel graag met onderbouwing.

Het is opmerkelijk dat de StvA 50% langer is dan de NHWL (6:4) maar minder 'forten' heeft. Dat de StvA een leeg zeefront heeft en de overgenomen forten in de Vechtstreek niet meetellen, zal daaraan bijdragen. Maar zien we hier het verschil in het landschap met in de NHWL kortere afstanden tussen de accessen? Of de grotere dracht van het geschut in de modernere StvA? Of komt het doordat in de NHWL meerdere bouwperioden zijn geweest, waarbij nieuwe verdedigingswerken als vervanging of aanvulling vóór of achter de oude werden aangelegd?

Voor het aantal forten van alleen de Stelling, die we destijds zelf formuleerden als '46 forten en batterijen', telden we de Batterij aan de Aalsmeerderweg ook mee. Inmiddels is duidelijk dat er dan eigenlijk meer soortgelijke aarden batterijen meegeteld zouden moeten worden en dat moeten we maar niet doen. Daarom wordt dat gecorrigeerd en conform bovenstaande redenatie vervallen ook de twee voorstellingen. Zo komt het aantal 'forten en batterijen' voor de StvA, inclusief de vijf hergebruikte vestingen en forten van de NHWL, op 43 stuks. De term batterijen wordt gebruikt, omdat de kustbatterijen en gekazematteerde batterijen wél meegeteld worden.

We zien elders "96 forten" en zelfs "meer dan 100 forten" en "ruim 100 forten en zes vestingen" gebruikt worden. In totaal komen wij uit op 89 'forten, vestingen en batterijen' in het gehele UNESCO Werelderfgoed 'Hollandse Waterlinies'. Mee eens? Of niet? En ach, tel die ene erbij op waarvan jij vindt dat het er ook bij hoort en we ronden het af op 90? Zo moeilijk doen we er niet over.

* Dutch Water Defence Lines - Significant Boundary Modification, Appendices Part I (NL-WpDStvA-C8382), p.311 rechter kolom, onderste paragraaf.
** Grappig genoeg is 6:4 ook de verhouding tussen de locaties in de NHWL en StvA zoals aan bod kwam in de 12-delige tv-serie. Was dat opzet of toeval?

'HW Objectenlijst' csv-document
'Fort bij Pannerden en de Nieuwe Hollandse Waterlinie' in Nieuwsbrief 401 (2012)
'Hollandse Waterlinies in 12x12 minuten' in Nieuwsbrief 533 (2023)

 

Amsterdamse anti-militaristen versus de Inlichtingendienst

Tekst: René Ros.
Foto's: René Ros, rapport Geheime Dienst in Nederland.
Met dank aan: Bob de Graaff.
Bronnen: Geheime Dienst in Nederland 1912-1947, M. de Meijer, BVD, 1968 (transcriptie IHub, Intelligence Group, Radboud Universiteit 28-04-2024, p.75 e.v., NL-WpDStvA-C16113); DE CENTRALE INLICHTINGENDIENST De werkwijze van de Nederlandse veiligheidsdienst 1919-1940 en de ontsluiting van zijn rapportages, Ongepubliceerd manuscript Daniëlle Benschop en Bob de Graaff, 1996 (NL-WpDStvA-C16177); Niet voor God en niet voor het Vaderland, Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van '14-'18, R.L. Blom, Th.Stelling, Uitgeverij Aspekt, 2004 (NL-WpDStvA-C15426).

Historische desinformatie, moet dat ook aandacht krijgen op een historische website? Ook fouten en misleidingen speelden in het verleden een rol, zodat we een tekst over Amsterdamse militairen letterlijk overnemen. Het komt uit een in 1968 voltooid intern historisch rapport over de beginjaren van de Nederlandse inlichtingendiensten. Vrijgegeven door de AIVD maar waarin namen onherkenbaar zijn gemaakt. Maar dat wil niet zeggen dat daar niet achter te komen is.

Paneldiscussie tijdens presentatie boek 'Uiterst Vertrouwelijk' in Den Haag.Op 23 april was ik - vanwege onze Stay Behind publicatie - aanwezig bij de presentatie van het boek 'Uiterst Vertrouwelijk', dat voortbouwt op het rapport De Meijer uit 1968. Een kopie van het rapport is aan de hand van een Woo-verzoek door de AIVD vrijgegeven en door een onderzoeksgroep van de Radboud Universiteit getranscribeerd. Voor het rapport en meer informatie over het nieuwe boek, wordt onderaan dit artikel verwezen naar de website 'Het rapport de Meijer'.

In het rapport wordt de Stelling van Amsterdam genoemd en die tekst is daarom hieronder letterlijk uit de transcriptie van het rapport De Meijer overgenomen. De namen van de personen zijn door de AIVD 'gewit' en dat is wat vreemd. Zelfs als de betrokkenen in 1918 geboren zouden zijn, is er grote zekerheid dat ze inmiddels overleden zijn. De AIVD heeft blijkbaar als grens het jaar van het rapport gehanteerd, en niet van de individuele verhalen.

In 1919 werd de Centrale Inlichtingendienst (C.I.) opgericht, de eerste militaire inlichtingendienst van ons land, als centraal punt voor onder andere de inlichtingendiensten van de gemeentelijke politiekorpsen. Het C.I. resorterende onder de Derde Sectie van de Generale Staf (G.S.III) dat zelf al vanaf 1913 inlichtingenwerk deed. Aanvankelijk het verzamelen van militaire gegevens over andere landen, later ook controle op buitenlandse agenten en vervolgens naar revolutionaire activiteiten. Onder dat laatste vielen ook de Arbeiders- en Soldaten Raden, die volgens de revolutionairen de regering van ons land moesten vervangen.

Van prof.dr. Bob de Graaff, hoogleraar Intelligence en security studies bij de afdeling Geschiedenis van Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Utrecht, ontvingen we een nooit voltooid manuscript uit 1996 over de C.I. Daarin komt hetzelfde verhaal voor, maar mét de persoonsnaam: Auke van der Wey. Die naam bleek als 'Auke van der Weij' ook voor te komen in het boek 'Niet voor God en niet voor het Vaderland' waarin het verhaal uitgebreider aan bod komt. Daarin wordt ook kanonnier Charles Georges (1884-1945) van Fort bij Hoofddorp als centrale figuur genoemd. Waarschijnlijk hebben we Van der Weij (1888-1961) geïndentificeerd, maar zijn vermeldingen in de stamboeken van het 5e en 7e Regiment Infanterie werden niet gevonden. Met het 5e zou hij tijdens de mobilisatie aan de grens bij Sprang (N-Br.) zijn gelegerd.

Maar laten we stoppen, het blijkt vooral overdrijving te zijn geweest en mogelijk omdat Van der Weij naar Amsterdam overgeplaatst wilde worden? Hieronder volgt de bewuste tekst uit het witgelakte Rapport De Meijer. Vul de namen zelf maar in.

Arbeiders- en Soldaten Raden

De oprichting van Arbeiders- en Soldaten Raden in 1917 en 1918 in Rusland, vond ook in ons land navolging.

In mei 1918 kwam een landstormsoldaat, ■■■■■, te Amsterdam in contact met leden van een anti-militaristische organisatie. Bij verdere ontmoetingen werd hem medegedeeld, dat het doel van de organisatie was: het plegen van aanslagen op verschillende ministers en het in de lucht laten vliegen van verschillende openbare gebouwen. Een puur anarchistisch complot.

Een gebeurtenis in het zeer recente verleden - januari 1918 - moest deze mededeling wel als zeer geloofwaardig doen voorkomen. In die maand was nl. reeds een poging ondernomen het Kruithuis aan de Haarlemmerweg te Amsterdam op te blazen. Vijf personen waren daarvoor aangehouden en in bewaring gesteld. Het is niet bekend tot welke organisatie zij behoorden.

■■■■■ stelde de Amsterdamse Inlichtingendienst [(I.d.)] van één en ander in kennis. De Officier van Justitie, met wie deze activiteit besproken werd, droeg de politie op de zaak grondig te onderzoeken. Soldaat ■■■■■ bleek bereid zich voor de politie als lid in de organisatie te laten opnemen. Op verzoek van de I.d. Amsterdam verleende G.S.III medewerking om ■■■■■, die buiten Amsterdam in garnizoen lag, naar Amsterdam te doen overplaatsen.

Kort na zijn toetreden reeds, kreeg ■■■■■ van de organisatie de opdracht enkele tijdgranaten te leveren; van handgranaten zou men daar reeds voldoende zijn voorzien. Na overleg met G.S.III wist de I.d. Amsterdam van de Artillerie-Inrichting voor dit doel drie, onschadelijk gemaakte, tijdgranaten te verkrijgen. De lading trotyl daarin was vervangen door in uiterlijk sterk daarop gelijkende pijpaarde.

Pagina 74 van het rapport De Meijer, over de Arbeiders- en Soldaten Raden.Ten behoeve van het onderzoek was het nodig de beweging van één der vooraanstaande leden van het complot, wonende in de Jordaan, te observeren. Aangezien onopvallend observeren in die buurt onmogelijk was en de Jordaan des avonds door vele militairen werd bezocht, werd - weer door bemiddeling van G.S.III - een drietal militaire uniformen ter beschikking van de Amsterdamse politie gesteld, te gebruiken door de met het volgen belaste rechercheurs. Dit zou tevens de mogelijkheid openen tot het in de organisatie doen opnemen van één of meer rechercheurs-pseudo-militairen. Tot die rechercheurs behoorde de militaire rechercheur ■■■■■ van de Opsporingsdienst, de latere rijksrechercheur.

De leiding van het onderzoek ging inmiddels over van de officier van justitie op de procureur-generaal te Amsterdam. Deze nam ook de verantwoording op zich voor het opereren met de tijdgranaten. In juni 1918 werd ■■■■■ reeds als lid van de organisatie ingeschreven. Zijn ervaringen daarin bevestigden de tot dat tijdstip door ■■■■■ gedane mededelingen. Het bleek een gevaarlijke samenspanning te zijn van lieden met zeer terroristische voornemens. De verzameling wapens waarover beschikt werd zou vrij omvangrijk zijn. Onder de bezetting van één der forten rond Amsterdam telde de groep vele leden.

In juli 1918 werd door de I.d. Amsterdam geprobeerd een andere militair in de Haagse groep te laten doordringen. De voor die plaats uitgezochte militair was een 'bekeerde' anarchist. Gezocht werd naar een mogelijkheid ook de organisatie te Vlissingen te penetreren.

In diverse rapporten aan G.S.III berichtte Broekhoff [(I.d. Amsterdam)] over deze organisatie nog in de volgende bewoordingen:
- De plannen van de revolutionairen zijn van verstrekkende en gevaarlijke aard.
- De leden wordt opgedragen zich zoveel mogelijk op te geven voor nieuw op te richten politie-afdelingen in het leger. Zij redeneren als volgt: Indien deze politie-afdelingen op onze hand zijn, dan hebben wij daarvan niets te vrezen voor onze propaganda en onze actie, terwijl wij op de hoogte komen als de militaire autoriteiten met de politie-afdelingen iets tegen ons willen ondernemen.
- Deze Raden van Arbeiders en Soldaten moeten niet verward worden met de Soldatenraden van de S.D.P., die slechts soldatenraden zijn, niet Raden van Arbeiders en Soldaten. Zij gaan uit van revolutionair-anarchistische zijde en hebben veel militanter plannen.
Van 't Sant zou uit Utrecht soortgelijke meldingen hebben verstrekt. Broekhoff en Van 't Sant hebben ook zelf afdelingen opgericht (op papier).

Soldaat ■■■■■ zou inmiddels lid van het hoofdbestuur zijn geworden. In augustus 1918 werd vastgesteld, dat een Oostenrijkse deserteur optrad als instructeur en leider van Raden van Arbeiders en Soldaten. In rapporten van augustus en september 1918 is sprake van vier arsenalen te Amsterdam (naar schatting 1500 geweren, 20.000 scherpe patronen, 40 bommen en 200 revolvers met munitie). Medio september 1918 werd echter vastgesteld dat de voorgaande meldingen voor een groot deel hebben berust op de fantasie van de berichtgever, soldaat ■■■■■. Ook de gemelde omvang van de Raden zou onjuist zijn geweest.

'Een gevaarlijke Mobilisatieclub' in Nieuwsbrief 465 (2018)
'Het te korte lontje van de SAJO' in Nieuwsbrief 526 (2023)
'Wakkere anti-militaristen aan de Slaperdijk (1 en 2)' in Nieuwsbrief 527 (2023)
'Oversteegen's BVD-dossier' in Nieuwsbrief 534 (2023)
Het rapport de Meijer

 

Erfgoed uit twee wereldoorlogen in Oostende

Tekst en foto's: René Ros.

Al heel lang staat de Westhoek van België, vanwege de Eerste Wereldoorlog-geschiedenis, op mijn te-doen lijst en mogelijk gaat dat binnenkort lukken. Maar een bezoek aan een van de laatsten van de voorgaande familiegeneratie, bracht me in de buurt: Oostende. Vooral over landgoed Raversijde had ik veel goede dingen gehoord en gelezen. Het was maar een kort weekeind, maar er was genoeg te zien en te beleven. En wij mogen blij zijn dat we in de afgelopen twee eeuwen maar met één oorlog op ons grondgebied te maken hadden.

Duitse bunker in Batterie Saltzwedel-neu bij Oostende.Een autorit vanuit Amsterdam duurt drie uur, inclusief de Ring van Antwerpen. We parkeerden op een voormalig bastion, naast de Mijnschool van de gezamenlijke Belgisch-Nederlandse Marines. De stad is qua architectuur niet de fraaiste, zeker als je Gent en Brugge al bezocht hebt, en is vooral uit de jaren 1960-1980. Ontdek waarom de strandpromenade door de lokalen 'de dijk' wordt genoemd, dat is het namelijk ook en een paar woonblokken landinwaarts zit je onder zeeniveau. Omwille van de lengte van dit artikel kunnen we het niet over de culinaire geneugten hebben.

Zelfs het restaurant Walrave bij natuurgebied en Atlantikwall-museum Raversijde heeft een heel interessante kaart met variatie. De gekke Prins Karel kocht het landgoed om er te wonen en om het gebied groen te houden. Dat kwam de Duitse bezetter tweemaal goed uit en in de duinstrook zijn in zowel in de Eerste als de Tweede Wereldoorlog kustbatterijen gebouwd. De tentoonstelling binnen en buiten het landhuis is beperkt, maar neem voor het buitendeel een halve dag de tijd...

De routes zijn goed aangegeven en leiden naar Batterie Aachen (WO1) wat eenvoudig van opzet is met een betonnen reconstructie van een half stuk geschut. De verblijfsbunkers zijn ingericht met originele zaken of een deeltentoonstelling. Er zijn veel historische stripboeken uitgegeven en de levensgrote stripfiguren daarvan staan aan weerszijden van de paden.
De Batterie Saltzwedel-neu (WO2) is veel uitgebreider en verbonden met een eindeloze wirwar van overdekte loopgraven (bukken!). Vrijwel elke bunker en opstelling is origineel ingericht. Kanonnen in de opstellingen en poppen in uniform in geheel ingerichte bunkers waar je naar binnen kan kijken. Zelfs een munitiebunker is ingericht met stellingen en kisten. Het is indrukwekkend veel en dan weet je dat niet alle bunkers en gangen opengesteld zijn.

De boeg van H.M.S. Vindictive op de pier van Oostende.Het was stormachtig weer en het zicht op de woelige zee is ook fraai. Zeker als de tram langskomt en een zandstorm veroorzaakt. Bij de parkeerplaats staat een heuse Wurzburg-Riese radar op een spoorwagon. Had het graag meegenomen naar radarstation Seeadler in Weesp, maar de trekhaak was al in gebruik door het fietsenrek.
Bij de haven van Oostende ligt het Fort Napoleon uit 1811 met een 'belevingsbrasserie'. Fraai gerestaureerd, maar met zo'n naam bleef het beperkt tot een rondje buitenom. Met ook zicht op meerdere Duitse geschutsbunkers.

Op de oostpier werd een wind- en zandstorm getrotseerd om de boeg van de H.M.S. Vindictive (1897) te bezoeken. Het was een Engels schip dat op 10 mei 1918 tussen de pieren werd afgezonken om de haven voor de Duitsers onbruikbaar proberen te maken. Uiteraard met tegenwerking van Duitse troepen en verlies van levens. De boeg met ankers staat sinds 2018 als monument op de pier en alleen bij zware storm wordt het nog geraakt door het zeewater.

Atlantikwall Raversyde
HMS Indictive op Google Zoeken
Radarstation Seeadler

 

Op bedevaart naar Nijmegen

Tekst en foto's: René Ros.
Met dank aan: Eline Jonkergouw (gemeente Nijmegen), Marius Peters (Fort Pannerden).
Bron: Archeologisch onderzoek aan de Waalbandijk 20, Archeologische Berichten Nijmegen nr. 286 , Pepijn van de Geer, Heroen Damen, Gemeente Nijmegen, Bureau Leefomgevingskwaliteit, Archeologie 2020 (NL-WpDStvA-C16211).

Portretschilderij an Cornelis Kraijenhoff.Het heeft 10 jaar geduurd voordat we in 2008 de locatie van Fort Kraijenhoff en de losse grafsteen voor het eerst bezochten. En nog eens twee jaar voordat het graf werd bezocht. Nijmegen is een eind weg en toen combineerde het mooi met zakelijke afspraken.
Vanuit ons groepje was een plan ontstaan om het bijzondere Fort bij Pannerden te bezoeken én op een Kraijenhoff-bedevaart te gaan. Zodoende trokken vijf personen midden juni per automobiel de Vesting Holland annex de Randstad uit, richting Nijmegen.

Cornelis Kraijenhoff (1758-1840) is niet de grondlegger van de huidige Stelling van Amsterdam, maar wel van die uit 1805-1810. Uiteraard wordt die waterlinie in oude publicaties nog Stelling van Amsterdam genoemd, maar is nu de naam 'Posten van Kraijenhoff' in gebruik. 'Kees' was een homo universalis die veel voor ons land heeft betekend op gebied van verdediging, waterstaat, topografie, natuurkunde en gezondheid, maar daar kunnen we nu helaas niet uitgebreid op ingaan. Er zijn genoeg redenen om zijn naam te blijven noemen. En van zijn werk profiteren we allen nog dagelijks en is nog van invloed op ons en onze hobby.

Kraijenhoff werd na zijn overlijden in 1840 begraven op het fort dat naar zijn familie was vernoemd en het graf werd door Koning Willem II van een grafsteen voorzien. Het fort werd in 1918 opgeheven en de stoffelijke resten van Kraijenhoff waren in 1914 naar begraafplaats Rustoord overgebracht.
Tussen 1920 en 1927 zijn de gebouwen tot 1,5 m. onder maaiveld gesloopt. Op topografische kaarten (TopoTijdreis.nl) is het fort tot en met 1956 nog te herkennen en verdwijnt daarna onder een industrieterrein. De twee natte grachten en het tussenliggende glacis zijn onder een verkeersweg, spoorweg en woningen verdwenen.
In 2006 hebben we een bouwtekening beschikbaar gesteld, wisten van de herontwikkeling van het gebied en waren benieuwd naar de huidige situatie. Bij de herontwikkeling is door de gemeente Nijmegen niet gezocht naar ondergrondse restanten, omdat ze archeologie zo veel mogelijk in de bodem wil bewaren.

Het heringerichte Fort Kraijenhoff in Nijmegen.Het deel binnen de grachten is enigszins gereconstrueerd met vrij veel cortenstalen doorsnijdingen in de wal. Op ongeveer de plek van de toren is een cirkelvormige zandbak gemaakt waarvan de betonnen rand doorsneden van schietgaten en ventilatiekanalen laat zien. De zandbak is slechts 18 meter in doorsnede en dat is net zo groot als de toren van de Westbatterij bij Muiden. Volgens de bouwtekening uit 1830 was de doorsnede 35 meter, maar dat zou wel een heel erg grote zandbak zijn geworden!?

Op de keelzijde zijn drie woontorens en een transformatorgebouw gebouwd, waarvan de bakstenen in de onderste drie meter lijken te verwijzen naar het oorspronkelijke gebouw. In de Waaldijk is echter de gehele stenen beer en zeer waarschijnlijk de baksteenmuur ter bescherming van de aardwerken van het fort te zien.
Onze zich jeugdig voelende ploeg daalde door brandnetels en bramen naar de oever af om het ook vanuit die hoek te bekijken. We zagen een peilmerksteen van hetzelfde type als we later ook op Fort bij Pannerden zouden zien. Het blijdst waren we door deze nog aanwezige originele, grote elementen, maar ook de herinrichting van het (Park) Fort Kraijenhoff konden we wel waarderen.

De genoemde grafsteen was verplaatst naar het Krayenhofpark (sic) en ligt daar nog steeds, zo hebben we persoonlijk geconstateerd. En 266 jaar na zijn geboorte en 110 jaar na de herbegrafenis, hebben we ook even kort stilgestaan bij zijn echte graf op de begraafplaats Rustoord. Toen was de ochtend al voorbij en hebben we tussen de Waal en de Tussenwaal, op een Zonnig terras de lunch gebruikt. Het was gezellig maar we hadden ook nog een vol middagprogramma, en dan sloegen we Fort beneden Lent en de brugkazematten nog over. Op weg naar Fort bij Pannerden hebben we wel een rondje om het Fort boven Lent (Wijnfort) en op het dak gelopen. Zowel het gerenoveerde fort als het strategische uitzicht op de Waal waren de moeite waard.

Uitkijkend over de Rijnsplitsing vanaf Fort bij Pannerden.Het Fort bij Pannerden ligt afgelegen, maar magnifiek op de splitsing van de Rijn in het Pannerdenschkanaal en de Waal, zodat het uitzicht al de moeite waard is om voor te rijden. Het gebouw met droge gracht heeft sterke overeenkomsten met de in dezelfde periode 1869-1871 gebouwde reduits van de forten bij Rijnauwen en Vechten. Het sperfort behoorde tot de 'Werken tot dekking van rivierovergangen en opname van troepen aan IJssel, Waal en Maas' en moest vijandelijke manoeuvres over het Pannerdenschkanaal en Waal voorkomen of in ieder geval vertragen. Met een wat discutabele historische onderbouwing wordt het fort sinds 2005 tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie gerekend en werd daarmee ook werelderfgoed.

Er stonden twee golfkarretjes klaar om ons van de parkeerplaats naar de op de strekdam gelegen berg met kanonnen te rijden. We kwamen om 14.15 uur aan en hadden gepland tot sluitingstijd om 17.00 uur te blijven. We vertrokken echter pas rond 18.30 uur! Dat was mogelijk omdat we onder begeleiding van Marius Peters, de adjudant van de huidige fortcommandant, een geheel eigen wandeling maakten. We begonnen op het dak met een aanblik op de machtige Rijnsplitsing, de Duitse grens en het schootsveld. Op deze afgelegen plek was de Kringenwet niet van heel groot belang...

De historische inrichting van het lokaal van de matrozen der Marine in Fort bij Pannerden.Via de remise en emplacementen gingen we de koele gebouwen weer in, naar de belangrijkste ruimten van het fort: de Rijnbatterij, Rivierbatterij en Waalbatterij. Hier en in de rest van het fort hebben we opvallende details gezien en kleine maar irritante raadsels bediscussieerd. Maar ook wij kwamen niet verder dan theorieën. In de Rivierbatterij kregen we een uitgebreide en knallende demonstratie van het 'Kanon 15cM Hout'. We bekeken de muurschilderingen, hoorden de krakers-geschiedenis in het privaatlokaal en voelden de voegen. En dan nog hebben we niet alle 124 ruimten gezien. Maar het was een mooie ervaring, de voetjes begonnen pijn te doen en we sloten af met een drankje in de inmiddels verlaten kazerne.

Het is moeilijk om alleen dit fort het 'Mooiste fort van Nederland' te vinden, maar het rapportcijfer negen konden we aan het eind van onze inspectie toch zeker zonder veel discussie geven!
Als je in de buurt bent, moet je zeker eens langs gaan. Maar het is wat ons betreft, ook een aparte reis waard en een goed gezelschap helpt daarbij.

Ingenieur Kraijenhoff
Thema 'C.R.Th. baron Kraijenhoff' in Nieuwsbrief 222 (2005)
'Fort bij Pannerden en de Nieuwe Hollandse Waterlinie' in Nieuwsbrief 401 (2012)
Topotijdreis
Fort Pannerden

 

Archief Zuid en Noord Spaarndammerpolder

Tekst: René Ros.
Met dank aan: medewerkers Noord-Hollands Archief.
Bron: Noord-Hollands Archief 3030 Zuid en Noord Spaarndammerpolder onder Velsen (1869-1979 ).

Dit jaar zal het Noord-Hollands Archief in Haarlem weer een aantal maal bezocht worden. Er waren al eerder veel archiefstukken geraadpleegd, maar het laatste bezoek was in 2016 geweest. De wensenlijst was wat lang geworden en er zijn in de loop der tijd ook nieuwe archieven beschikbaar gekomen. Na elk bezoek worden de resultaten verwerkt en, zodra er tijd in de agenda is, een nieuw bezoek gepland. In dit artikel de kleine vondsten in het archief van de Zuid en Noord Spaarndammerpolder onder Velsen.

Het archief van de Zuid en Noord Spaarndammerpolder onder Velsen werd vooral nagekeken op stukken over zowel inundatiewerken als bouwwerkzaamheden. De Noord Spaarndammerpolder was een inundatiekom en nu de voormalige vuilstort met skihelling, klimmuur enzovoort. De Zuid Spaarndammerpolder niet. En naar de lang gezochte mogelijke duiker onder Zijkanaal C, maar daarover werd niets aangetroffen! Er werden alleen stukken over de Zuid Spaarndammerpolder gevonden, welke polder tussen de zijkanalen B en C ten noorden van Spaarndam ligt.

De Genieweg langs Zijkanaal B in de Zuid Spaarndammerpolder.Een dossier ging over de 'Weg langs de binnenteen van de westelijke dijk van de Zuidspaarndammerpolder' oftewel de oostelijke dijk van Zijkanaal B. En we kennen het tegenwoordig voor het grootste deel als de Genieweg. Oorspronkelijk lag er alleen een weg op de kruin van de dijk maar dat is nu een fietspad.
De oudste brief is van 29 mei 1895 en het eindigt met een verkoopakte de dato 31 januari 1898. Daarmee werd het benodigde terrein door het polderbestuur verkocht aan de Staat. Daaruit kunnen we concluderen dat de weg in 1898 aangelegd moet zijn of mogelijk nog in 1899.

In 1915 en 1916 zijn er stukken opgesteld omdat de 'commandant van de Stelling van Amsterdam' een vergunning aanvroeg voor het maken van schuilplaatsen in diezelfde westelijke dijk van de Zuidspaarndammerpolder. Waarbij aan de huurders een vergoeding moest worden betaald van 5 guldencent per vierkante meter (per maand?). En "onder voorwaarde, dat alles in den vorigen staat hersteld wordt bij het eindigen van den oorlogstoestand".
In juni ging het om een vergunning voor drie opstellingen voor licht geschut, van 6-10 m. lang in de berm waarvoor de dijk niet vergraven mag worden. Het moet hier gaan om de batterijen a, b en c voor de nabij-verdediging, respectievelijk voor elk twee stuks 6 cM., mitrailleurs en 10 cM. Vanuit de Groep Halfweg waren Luitenant-kolonel Groote en de luitenants Eijken, Droste en Engels de ondertekenaars van de brieven en zij worden door 'onze' Luitenant Rang in zijn mobilisatie-herinneringen genoemd.

In juni 1916 komen daar nog plannen voor houten schuilplaatsen bij, en wel zes in de dijk en maximaal 15 aan de voet ervan. In december van dat jaar zijn ze nog niet gebouwd, maar moesten toen van gewapend-betonringen gemaakt worden. Uit een brief van 10 februari 1919 blijkt dat er een begin is gemaakt met de sloop van de schuilplaatsen, maar dat is stilgelegd vanwege het koude weer. Als het weer weer geschikt zou worden, dan zou het met 2-3 weken voltooid zijn. Na 10 februari vroor het niet meer. De betonnen ringen werden opgeslagen op een van de polder gehuurd terrein. Dat er betonringen werden gebruikt is interessant omdat ik me niet kan herinneren dat deze eerder zijn genoemd voor de StvA. In de NHWL zijn soortgelijke betonringen gebruikt en op Fort bij Rijnauwen en aan de Gedekte gemeenschapsweg bij Fort Honswijk zijn die nog te vinden.

Toegang tot de mitrailleurkazemat Zijkanaal C Zuid.Een meer mysterieus punt is een losplaats van de Staat aan Zijkanaal B. Met bovendien van 1954 tot 1960 een wachtgebouw voor het Ministerie van Oorlog. De losplaats en het wachtgebouw waren op de oostoever van het zijkanaal, ter hoogte van de Spaarndammerweg (nu Genieweg en Stelling). Geen idee wat de functie was. Munitiemagazijnen lagen verder naar het oosten, voorbij Zijkanaal C. En de Buskruithaven Buitenhuizen lag aan het water en waarom zou die een losplaats twee kilometer over land moeten hebben? Of lagen er kruitschepen aan die losplaats en was het wachtgebouw voor de bewaking?

Een ander, dun dossier betreft de verkoop van een perceel op 27 september 1932. Alhoewel de verkoopakte het verhullend heeft over een schuilplaats, blijkt uit de kaart dat het om de in 1934 gebouwde kazemat Zijkanaal B Zuid gaat. Die verkoopdatum en andere informatie uit de archiefstukken is in de website en database verwerkt. Ook is de kazemat onlangs nog door ons bezocht. Je kan er nog steeds in en binnen neemt de betonrot toch wel ernstige vormen aan.

Tenslotte was er nog een dossier van 3 maart 1944 over de geplande Duitse plannen inundaties waar ook de Zuid en Noord Spaarndammerpolder in worden genoemd. Maar die informatie was al bekend...

Weg langs de binnenteen van de westelijke dijk van de Zuidspaarndammerpolder
Luitenant Rang
Mobilisatie Herinneringen
Buskruithaven Buitenhuizen
Kazematten Zijkanaal B

 

Deze nieuwsbrief is een uitgave van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam. De redacteurs en auteurs aanvaarden geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de website, nieuwsbrief of andere publicatie, door welke persoon en voor welk doel dan ook. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden op deze website / nieuwsbrief te achterhalen. Eenieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder voorafgaande toestemming hier is gebruikt, verzoeken wij om zich tot ons te wenden. Bij gebruik als bron voor publicaties en andere uitingen is bronvermelding verplicht en tevens wordt deskundige begeleiding, door bijvoorbeeld de redacteur of auteur, aanbevolen. In de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn een deel van een column of strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven. 'Majoor Van Hall' en 'Soldaat Troelstra' zijn fictieve militairen uit het verleden die dienen als pseudoniemen voor verschillende personen. Activiteiten zoals rondleidingen worden mogelijk door andere partijen georganiseerd en de verantwoordelijkheid voor inhoud, uitvoering e.d. ligt geheel bij de betreffende partij. De inhoud van een nieuwsbrief wordt na publicatie niet meer gewijzigd en kan later onjuist zijn gebleken of niet meer van toepassing zijn. De auteursrechten berusten bij René G.A. Ros tenzij anders is aangegeven.

 

Stelling van Amsterdam op Twitter Stelling van Amsterdam op Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Alle rechten voorbehouden, o.a. gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
Bureau Meerzijdig let op meerdere zijden bij support, mediation, procesbegeleiding en trainingen. (Advertentie)
 
 
 
Het Kenniscentrum Waterlinies (KCW) verzamelt, onderzoekt, borgt en verspreidt kennis over de Hollandse Waterlinies: de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. (Advertentie)