|
InleidingEerste artikel over het behoud van het Duitse radarstation Seeadler. Fictieve Van Hall en Troelstra verwoorden de bevindingen van meerdere personen over de tentoonstelling Waterkracht. De tweede aflevering over gekopieerde oude boeken, maar nu de eerste over de inhoud ervan. Tenslotte weer een foto van de maand. Tip: houd de cursor boven de afbeeldingen om een beschrijving te lezen.
|
Dienstberichten- In 1959 stelde de Eerstaanwezend Ingenieur Amsterdam voor de Dienstkring Amsterdam-Zuid een overzicht van 30 objecten op met de waarden die deze zouden hebben. Het betreft magazijnen, terreinen en een paar forten in en onder Amsterdam en omdat er dus geen compleet beeld van de StvA geschetst kan worden volgt slechts een korte opsomming. Fort bij De Kwakel zou toen 383.000 gulden (vergl. 1,5 miljoen euro) waard zijn, Fort bij Kudelstaart 540.000 gulden (vergl. 2,2 miljoen euro) en Fort Kijkuit 125.000 gulden (vergl. 500.000 euro). Het meest waardevolle complex was het Magazijn aan het Nieuwe Meer voor 3,5 miljoen gulden (vergl. 14,7 miljoen euro). In totaal kwamen de 30 locaties op 23 miljoen gulden, vergelijkbaar met 94 miljoen hedendaagse euro's. (Bron: NL-HaNIMH 406, inv.nr. 65) - Een aantal overbodige elektronica, boekwerken en foto's wordt de komende maanden op Marktplaats verkocht. Elektronica die niet voldeed of niet meer nodig bleek (bv. na corona). Maar ook boeken en foto's die niet in de collectie passen, waarvan de opbrengst in de donatiepot gaat. Zie het huidige aanbod via onderstaande link en volg de verkoper (knop rechtsboven) voor toekomstige advertenties.
|
Duits radarstation behouden?Tekst: René Ros. De woonwijk Weespersluis is bijna klaar. Hoe zijn de restanten van die/der/das Flugmeldemess-stellung Seeadler ingepast in die nieuwe wijk in 19e- eeuwse stijl? Het was tijd voor een wandeling door het gebied om zelf ter plekke de restanten van dit Duitse bouwwerk te bekijken.
Samen met het galgenveld vormt Seeadler het historische element van de nieuwe wijk en is daarmee een verrijking. En in mindere mate dankzij een aantal straten die naar forten zijn genoemd, zoals de Fort Abcoudestraat en het Fort Rhijnauwenstraat (oude spelling met een h). Mocht je de navigator in willen stellen om naar Fort Diemerdam te gaan, vergis je dan niet met de Fort Diemerdamstraat, alhoewel dat in meters nog de kleinst mogelijke vergissing kan zijn! In 2021 is er opnieuw een overleg geweest, met nieuwe medewerkers en met deelname van medewerkers van Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam. De gemeente Amsterdam omdat Weesp het jaar daarop met die gemeente zou fuseren. We vernamen dat de gemeente Amsterdam een en ander anders aangepakt zou hebben, maar dat we nu eenmaal aan de gemaakte afspraken vastzaten. Er is nog een plan geweest om in een deel van het complex archeologisch onderzoek te doen. In de loop der jaren is er gestaag verder gebouwd aan de woonwijk en het nadert haar voltooiing. Al enkele jaren is 'Waterlinie'* nu ook de naam van een nieuwe ontsluitingsweg van Weesp met een omweg door de Bloemendalerpolder naar snelweg A1. Over de wijk Weespersluis is de aanvliegroute naar de Buitenveldertbaan van vliegveld Schiphol. Tot 2016 heeft het radiobaken 'WP' (Weesp) in de polder gestaan. Technisch gezien zijn de verkeersleiding en de luchtvaart schatplichtig aan onder andere de Duitse techniek zoals van dit radarstation Seeadler.
Ongeveer 200 meter zuidelijker, aan de andere kant van de Waterlinie-weg, staat nog een garage en één van de twee betonnen sokkels van de Würzburg-paraboolantennes. Ze staan op ruime afstand van een andere in aanleg zijnde 'Over Holland'-weg. Deze staan op veilige afstand en hebben niets te vrezen, behalve ook van overwoekering. Vervolgens driehonderd meter naar het het oosten lopen. Daar moet een gebouw zijn waarin een rek van kabelaansluitingen, vermoedelijk voor telefoonlijnen, aanwezig was. In augustus 2001 moeten een aantal funderingspalen het begeven hebben en sindsdien 'dreef' het schuingezakt in de veengrond. Ja, de woonwijk is gebouwd in/op een niet verveende polder, zodat de vraag is hoe groot de verzakkingen zullen worden.
"We gaan samen met de Gemeente onderzoeken wat we met de bouwwerken gaan doen. We kijken wat we kunnen behouden en mogelijk een nieuwe functie geven en anders binnen de nieuwe plannen zichtbaar inpassen." liet de projectontwikkelaar recent desgevraagd weten. Maar de vraag of het schuingezakte gebouwtje in de zandheuvel zit, werd niet beantwoord. Dus het zal wel niet? Tenslotte de funderingen van de twee torens, waar van elk de vier poeren in de weilanden waren gevonden. De noordelijke is niet recent opgezocht, maar ligt in de ruige natuur en zullen nog aanwezig zijn. De poeren van de zuidelijke toren zijn vermoedelijk onder het zand van de toekomstige Guntersteinstraat verdwenen... Wat zou er gebeurd zijn als amateurs 25 jaar geleden niet hadden ontdekt wat deze gebouwen waren, welke naam het had en een aparte website erover hadden gemaakt? * 'Waterlinie' blijkt een verwarrende naam. De lokale media heeft al eens geschreven dat daar de Hollandse Waterlinie liep. En in nabijgelegen Muiden is er ook een straat met die naam, in de nieuwe woonwijk op het terrein van de Buskruitfabriek De Krijgsman. Radarstation Seeadler
|
Les over Bouw van Stelling-fortenTekst: Volksuniversiteit Amsterdam. Op 18 november wordt voor de eerste keer een les bij de Volksuniversiteit Amsterdam verzorgd over de bouw van de betonnen gebouwen van de forten van de Stelling van Amsterdam.
Samen met Stelling van Amsterdam deskundige René Ros ga je de foto's bekijken: wat valt je op en wat is dat daar? En wat zie je nog over het hoofd? Een stap terug in de tijd van de toenmalige bouwwereld. Ook de bouw van bomvrije gebouwen op andere forten moet het volgens die werkwijze hebben plaatsgevonden. De forten zijn een onderdeel van de De Stelling van Amsterdam, UNESCO Werelderfgoed sinds 1996. Water vormde de eerste en belangrijkste verdediging en vervolgens verschenen forten op de plaatsen waar het water onvoldoende een barrière vormde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog beleefde de Stelling van Amsterdam haar hoogtepunt toen duizenden militairen, veelal oudere dienstplichtigen, meerdere jaren in de forten leefden. De lezing is interactief doordat deelnemers gevraagd wordt te zeggen wat ze in elke foto opmerken en herkennen. De presentator wijst daarna op de niet opgemerkte zaken en geeft achtergrond-informatie. Uitermate interessant voor fortengidsen en anderen. René Ros voert sinds 1998 als vrijetijds-historicus archief- en veldonderzoek uit naar het militair erfgoed in de regio Amsterdam. De les duurt 1,5 uur en vindt op 18 november as. vanaf 19.30 uur plaats in het St. Nicolaaslyceum, Beethovenplein 2 in Amsterdam. Deelname is alleen mogelijk bij vooraf inschrijven en de kosten bedragen €22,00. Lezing 'Fortenbouw in foto's' op website Volksuniversiteit Amsterdam
|
Nieuwe donateurs en sponsors gezocht!Tekst en foto: René Ros. De huidige donateurs en sponsors willen we bij deze zeer bedanken. Het aantal particulieren en organisaties, de bedragen en het jaarlijks herhalen blijft de verwachtingen overtreffen. Toch stoppen er zo nu en dan mensen met doneren, stopt een bedrijf, is het e-mailadres niet meer geldig of krijgen we een overlijdensbericht. Nieuwe donateurs zijn daarom altijd welkom. Als je deze nieuwsbrieven met plezier leest en onze werkzaamheden wilt ondersteunen, overweeg dan alsjeblieft een donatie.
De bibliotheek op Fort Uitermeer en beveiligde opslag hebben kosten voor huisvesting en verzekering. Denk ook aan digitale scans en toegangsabonnementen bij enkele archiefdiensten, aankoop van boeken, foto's, prentbriefkaarten en voorwerpen. En vergeet de brandstofkosten voor de gereden kilometers niet. Mocht je donateur kunnen worden, dan wordt dat zeer op prijs gesteld. Ook kunnen organisaties en bedrijven sponsor zijn. Donateurs ontvangen kortingen en gratis deelname aan activiteiten. En soms speciale acties met vrijkaarten, boekverloting enzovoort. Sponsors kunnen bijvoorbeeld een roulerende banner op de websites krijgen. Elke nieuwe donateur en sponsor krijgt gratis een van onze luchtfoto's van een fort naar keuze. Wil je als persoon of organisatie deze website financieel ondersteunen? Geef dan een donatie en geniet van een aantal voordelen. Bestaande donateurs ontvangen na een jaar een herinnering.
|
Van Hall en Troelstra bezochten WaterkrachtTekst: Majoor Cornelis van Hall en soldaat Jan Troelstra. Majoor Van Hall en soldaat Troelstra waren beiden vanaf 1914 in de Stelling gemobiliseerd, maar hadden elkaar nooit ontmoet. Van Hall was officier bij de Genie en Troelstra was infanterist op enkele forten. Na de mobilisatie trouwde de zus van Troelstra met een veel jongere broer van Van Hall. Door het huwelijk en de geest der tijd verdween hun standsverschil, maar niet hun kennis en ervaring. Tegenwoordig zijn beiden op ongelooflijk hoge leeftijd, gaan samen op pad en delen hun mening over hoe wij met hún nalatenschap omgaan. Deze keer luisteren we naar hun onderlinge discussie over de tijdelijke tentoonstelling Waterkracht in het Watermuseum te Arnhem.
vH: De Stelling van Amsterdam werd pas in de tijdlijn genoemd, toen de Nieuwe Hollandse Waterlinie in 1815 en de Stelling van Amsterdam in 1880 kort werden geïntroduceerd.
T: Een spiegelzaal met een vijfkantig object en blauw licht was voor mij volkomen onbegrijpelijk. vH: Op veel teksten is wat aan te merken, zullen we alleen nog die over dieren doen?
* Wel een aantal luchtfoto's van alleen Gelderse NHWL-forten op een monitor bij de ingang van het museum, niet als onderdeel van de tentoonstelling zelf. N.B. De tekst van dit artikel is vooraf aan de provincie Gelderland / Pact van Loevestein voorgelegd en we ontvingen deze reactie: "We hebben geen inhoudelijke opmerkingen, dit is immers jullie beleving. We hebben het wel gedeeld met de makers van de tentoonstelling." Watermuseum
|
Nieuw boek 'Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' (H)Tekst: Alexander Senger en René Ros. In het voorwoord stelt militair historicus en emeritus hoogleraar Wim Klinkert, dat het nieuwe boek 'Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' een fraai inzicht geeft in het ontstaan, opbouw en functioneren van de Stelling van Amsterdam.
Maar hoe werkte dat systeem van inundaties en forten, hoe is het gebouwd en welke voorzieningen waren nodig om het daarbinnen zo'n zes maanden uit te houden? Hoe is het de Stelling in de Eerste en Tweede Wereldoorlog vergaan en hoe was het leven op de forten? Dat zijn enkele vragen die dit boek wil beantwoorden. En tenslotte kijken we ook naar de huidige en toekomstige waarden van deze unieke verdedigingsgordel; wat hebben we tegenwoordig aan de forten, liniewallen, wegen en de polders waaruit de Stelling bestaat. De Stelling van Amsterdam is sinds 1996 UNESCO Werelderfgoed en het meer dan waard om in goede staat door te geven aan de volgende generaties. Thema 'Boek Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' in Nieuwsbrief 561 (2025)
|
Beter één kopie in de hand (2/5)Tekst: René Ros In een eerder artikel kwam de schenking van een groot aantal (facsimile) historische boeken aan bod. In deze en latere artikelen wordt de informatie daarin besproken en vooral de niet eerder bekende informatie. Deze informatie is inmiddels ook in de website gebruikt maar vooral in de database genoteerd. Veel van de informatie betreft de periode van vóór de Stelling, maar gaat ook over geschut dat nog in de Stelling werd gebruikt.
Ze bevatten beknopte maar toch redelijke verslagen van proeven en oefeningen, waarbij de indruk ontstaat dat technische proeven ook meteen oefeningen voor het personeel waren. Verschillende eenheden werden genoemd, zoals het Korps Pantserfort Artillerie, het fort of andere locatie, het type geschut, het aantal schoten, het percentage treffers en meer technische details en bevindingen. De datum die bij elke vermelding als eerste genoemd werd, was die van de goedkeuring door het Departement van Oorlog. Met soms verder in de tekst de daadwerkelijke datum waarop de proeven plaatsvonden. Met een bekende datum van een oefening, uit bijvoorbeeld scheepvaartberichten, is het niet eenvoudig om de gegevens te vinden. Ook aanwezig zijn acht stuks van het Handboek/Handleiding voor Officieren der Artillerie met de afleveringen (delen) I-IV, VII, X, XII en een met drie bijvoegsels met correcties. Alle uitgegeven in de periode 1871-1879, over alle artillerie die in die periode in gebruik was. Afbeeldingen komen in de meeste handboeken beperkt voor. Een van de auteurs was A.L.W. Seyffardt, van 1891-1894 Minister van Oorlog. De handboeken gingen over grondstoffen, productie en werking van buskruit, kanonlopen, munitie en affuiten. Zoals welke soort klei bij het gieten van kanonlopen benodigd was en wat de lengte van de loop bepaalde. Een deel ging over de aanleg van batterijen met beddingen. Weer een ander deel behandelde het gebruik van artillerie in de kustverdediging. En natuurlijk ook over het schieten, schootstafels, vluchttijden enzovoort.
Specialisatie van de doelgroep is ook te zien in het Handboek voor de Vesting-Artillerie (ook "niet bereden Artillerie" genoemd) met aanhangsels voor de Kustartillerie (alleen 24 cM. kanonnen in batterijen) en Pantserfort-Artillerie (mitrailleurs t.e.m. 24 cM.). Het geschut, maar vooral de affuiten, week af van de rest van de Artillerie. Per type (zwaar) geschut werden veel technische details genoemd, met onder andere de paragraaf 'Geschut voor altijd onbruikbaar maken'. In het driedelige Reglement op de Exercitiën der Vesting-Artillerie (1866-1868) werd voorgeschreven hoe de training en bediening van geschut uitgevoerd diende te worden, waarbij de instructeur de commandant was. En wel voor Batterijgeschut (Gewone Vuurmonden en Getrokken Vuurmonden) en Uitval-Geschut (licht geschut voor aanval op belegeraars). Er werd onder andere beschreven bij welke bevelen bedieningsmanschappen welke taken hadden uit te voeren. Een aantal soortgelijke handleidingen uit 1912-1915 werden in 2022 als originele papieren versies verworven en in onze collectie opgenomen. Daarmee zijn 75 van de 90 boekwerken aan bod gekomen en zijn er nog vijftien te gaan. Dat zijn meer individuele boekwerken, waar vermoedelijk meer inhoudelijke informatie uit is te halen en die komen in toekomstige nieuwsbrieven aan bod. Schietdoelen bij Schoorl
|
Foto van de Maand: het 10e uit HaarlemTekst: René Ros. Elke maand lichten we één historische foto uit met een korte toelichting omdat er niet meer over achterhaald kon worden. Meestal een recent verworven foto, soms een bijzondere die al langer geleden aan onze collectie is toegevoegd. Deze keer een doodgewone groepsfoto van militairen.
De foto toont 11 man (een sectie?) infanteristen. Een heeft een geweer om de schouder (rechts staand). Een ander staat met een stokje alsof hij - met grote glimlach - een orkest dirigeert (staand tweede van links). De militair rechts liggend houdt zijn handen afwijkend, met duim en wijsvinger maakt hij een cirkel. Weer een ander is de enige die een sigaret tussen de vingers houdt en gezien zijn gebit in zijn jeugdige hoofd rookt hij al lang (staand derde van rechts). Vier militairen dragen een sjako als hoofddeksel met voorop het getal '10'. De achterzijde van de foto is onbeschreven behalve '10KI', wat ook 10RI kan en zal zijn. De lege achterkant met lijmresten geeft aan dat deze foto ooit in een fotoalbum moet hebben gezeten. Mogelijk van iemand die op de foto staat. Vanwege de '10' moet het hier gaan om het 10e Regiment Infanterie, dat samen met het 21e de Xe Infanteriebrigade (in 1913) vormde. Het 21e was tot 1922 in Den Helder en Hoorn gelegerd en de dienstplichtige inwoners van die streek moeten daar hun eerste opkomst hebben meegemaakt. Het 10e was in Haarlem in garnizoen en werd vooral met Haarlemmers en Zaankanters gevuld. Ze staan niet op de bezettingsstaat van de StvA en waren bij het Veldleger ingedeeld. Maar in hun 25e levensjaar zouden de manschappen bij het 21e en 25e Bataljon Landweer Infanterie worden overgeplaatst. In tijd van oorlogsdreiging zouden die de zuidelijke forten van de StvA bezetten. Jaar van de opname is niet bekend, evenals de locatie. Het kan in de duinen van Overveen zijn tijdens hun eerste opkomst. Maar ook in Brabant ter bewaking van de Belgische grens. Maar vrijwel zeker niet op een fort. Zo, dat was nog best veel tekst voor een foto zonder informatie!?
|
|
Vond je een nieuwsbrief interessant? Maar ben je nog geen abonnee? Abonneer je dan op de Abonneren pagina om toekomstige nieuwsbrieven te ontvangen! Deze nieuwsbrief is een uitgave van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam. Abonnementen kunnen in uitzonderlijke situaties zonder informeren en/of zonder opgaaf van redenen geweigerd of beëindigd worden. De redacteurs en auteurs aanvaarden geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de website, nieuwsbrief of andere publicatie, door welke persoon en voor welk doel dan ook. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden op deze website / nieuwsbrief te achterhalen. Eenieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder voorafgaande toestemming hier is gebruikt, verzoeken wij om zich tot ons te wenden. Bij gebruik als bron voor publicaties en andere uitingen is bronvermelding verplicht en tevens wordt deskundige begeleiding, door bijvoorbeeld de redacteur of auteur, aanbevolen. In de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn een deel van een column of strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven. 'Majoor Van Hall' en 'Soldaat Troelstra' zijn fictieve militairen uit het verleden die dienen als pseudoniemen voor verschillende personen. Genoemde activiteiten zoals rondleidingen worden mogelijk door andere partijen georganiseerd en de verantwoordelijkheid voor inhoud, uitvoering e.d. ligt geheel bij de betreffende partij. De inhoud van een nieuwsbrief wordt na publicatie niet meer gewijzigd en kan later onjuist zijn gebleken of niet meer van toepassing zijn. De auteursrechten berusten bij René G.A. Ros tenzij anders is aangegeven. |
