|
InleidingWe openen met de Hollandse Waterlinies tijdens een vergadering van de provincie Noord-Holland. Verder in deze editie twee, iets te lange, artikelen over een bezoek aan de vergeten derde kruitfabriek in de StvA en een grote schenking van boekkopieën. Dan het boek dat je iemand cadeau moet doen. En tenslotte een minimalistisch artikel over een foto 'op Durgerdam' waarop veel te zien is. Tip: houd de cursor boven de afbeeldingen om een beschrijving te lezen.
|
Dienstberichten- Aan het artikel 'Bewapening en bezetting in alle staten' in Nieuwsbrief 571 is dit naschrift toegevoegd: De aantallen manschappen op Fort bij Rijnauwen kunnen in de loop der jaren gewijzigd zijn, maar gezien het aantal lokalen voor minderen (soldaten en kanonniers) was het getal van 730 wel erg hoog. Als reactie daarop werd een digitale scan van de Memorie van Verdediging van het fort ontvangen, zonder datum/jaartal en bron, met daarin een keurige tabel 'Huisvesting der Bezetting'. Met in totaal 673 manschappen waaronder ongeveer 150 die in de vijf poternes van de flankbatterijen gehuisvest zouden worden, die ik niet had meegeteld in de schatting op basis van het aantal lokalen. Dus 675 ergens voor 1914 en 474 in 1914, maar geen bewijs voor 730. (Met dank aan Dirk de Groot, Ruud Mosk en Hans Nap.) - Het bestuur van de stichting Militair Erfgoed Groot-Amsterdam (MEGA) is weer op sterkte. Recent besloot Rob Schimmel zijn activiteiten voor de Stelling van Amsterdam af te bouwen en stelde hij zijn plek in het bestuur beschikbaar. Peter Schat volgt hem op. Beiden zijn al lang met het thema van MEGA verbonden. Schimmel schreef als ambtenaar van de provincie Noord-Holland aan het studiebericht over de Stelling van Amsterdam, dat een aanloop vormde tot de plaatsing op de Werelderfgoedlijst in 1996. Schat schreef zijn vingers blauw over de Stelling in zijn werkzame leven als journalist en is tot op heden als vrijwilliger betrokken bij de exploitatie van Fort aan de Drecht. Voor MEGA is hij geen onbekende. In 2004 was hij een van de oprichters van de stichting, die als doelstelling heeft het behoud van militair erfgoed in de regio Groot-Amsterdam door verspreiden van kennis ervan. Het bestuur van MEGA komt met de wisseling van de wacht weer op het statutaire minimum van drie. De andere leden zijn Erik Kappetijn en René Ros. Naast het bestuur heeft MEGA een legertje vrijwilligers, die actief zijn bij de rondleidingen, lezingen, wandelingen, symposia en alle andere activiteiten die MEGA ontplooit ter bevordering van haar doelstelling en waarover in deze nieuwsbrief dikwijls valt te lezen. - Interessante video over de Chinese Muur, een ander werelderfgoed dat in Nederland soms tegelijk met de Stelling van Amsterdam wordt genoemd. De muur van de toeristenfoto's is jonger dan je denkt. En ook daar is er sprake van opleuken en waarschijnlijkheden die als feit worden gebracht. - Een aantal overbodige elektronica, boekwerken en foto's wordt de komende maanden op Marktplaats verkocht. Elektronica dat niet voldeed of niet meer nodig bleek (bv. na corona). Maar ook boeken en foto's die niet in de collectie passen, waarvan de opbrengst in de donatiepot gaat. Zie het huidige aanbod via onderstaande link en volg de verkoper (knop rechtsboven) voor toekomstige advertenties. - In het NPO Radio 1 radioprogramma 'Dijkstra & Evenblij ter plekke' op 14 juni jl. werd René Ros bevraagd over het Duitse radarstation Seeadler. Meer over de stand van zaken van het radarstation volgt in een toekomstige nieuwsbrief. Het beeld- en geluidfragment kan je terugluisteren. - Op 18 mei jl. is Cor Bart overleden. Als bekende Beverwijker heeft hij veel bijgedragen aan de hernieuwde herinnering aan de razzia op 16 april 1944. De maanden april en mei waren ook dit jaar druk voor hem, inclusief herdenkingen in Duitsland. Wij kennen hem vooral vanwege zijn werk voor het herdenken van de 15 Georgiërs die op Fort aan de St. Aagtendijk door de Duitse bezetter waren vermoord. De afgelopen jaren was er onregelmatig contact vanwege de verdere sloop van Fort bij Velsen en wat daartegen te doen. Recent had hij daar nog mogelijke vooruitgang in geboekt, waarover we hopelijk later via een andere partij meer zullen horen. Dankbaar voor zijn inzet in het algemeen belang, betuigen we ons medeleven naar zijn nabestaanden.
|
Politiek wil meer beleefbaarheid in jaarstukken sitebureauTekst: Peter Schat (DStvA werkgroep Politiek). Als een bestuursorgaan over de Stelling van Amsterdam praat, gaat dat vaker over geld dan over de waarde in culturele zin. Dat viel Noord-Hollandse Statenleden ook op, nu ze moeten besluiten over de ontwerpbegroting van het Gemeenschappelijk Orgaan Hollandse Waterlinies, ook wel 'het sitebureau'.
Deze toezegging deed hij op 8 juni jongstleden aan de commissie Landelijk Gebied en was voldoende voor de Statenleden om geen zienswijze bij het Gemeenschappelijk Orgaan in te dienen. De begroting 2027 en de jaarstukken van 2025 van het sitebureau zijn daarmee in de Statenvergadering van eind deze maand een hamerstuk. Maar kritische kanttekeningen waren er wel. "We hebben het nooit over culturele waarde, bescherming en voortgang. We kijken naar cijfertjes en het bestuurlijke gedeelte, maar niet wat er achter zit", klaagde Nina Sophie Vroom (D66). De UNESCO wordt met rapportages keurig bediend, maar de vier betrokken provinciebesturen? Die moeten jaarlijks een miljoen fourneren voor het sitebureau. Noord-Holland, Utrecht en Gelderland ieder drie ton en Noord-Brabant één, omdat daar het kortste deel van het UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies ligt. Intussen is er onderbesteding, wordt er te veel geld opgepot en hangen de provincies in 2030 ook nog een verhoging van de jaarlijkse bijdrage boven het hoofd. "Noord-Holland betaalt straks meer aan een organisatie die nu al te veel aan zichzelf uitgeeft", klaagde Peter van Haasen (PVV). Ook Johan Dessing (FvD) vond het sitebureau duur: "Relatief veel gaat naar communicatie en organisatie. Kan dat ook minder ondanks dat er natuurlijk georganiseerd en gecommuniceerd moet worden?"
Een persoonlijke vraag voor de gedeputeerde had Winnie Terra (PvdA): "Wat lijkt me dit een waanzinnig leuke portefeuille, wat vindt u ervan om deze onder beheer te hebben?" Dat beaamde Beemsterboer vol enthousiasme: "Ik vind de forten ontzettend indrukwekkend en het is mooi om te zien hoe we ze ook in de huidige tijd gebruiken. Niet alleen beleefbaar maken in het landschap om het verhaal te vertellen van de Hollandse Waterlinies, maar ook om ze commercieel en in een druk gebied rond Amsterdam effectief te gebruiken, om kaas op te slaan, musea in te richten, er horeca te drijven of zelfs een saunacomplex. Mijn hoofdtaak is ervoor te zorgen dat de volgende gedeputeerde het erfgoed net iets beter aantreft dan ik het heb aangetroffen en die taak doe ik met heel veel plezier." Hij zei zelf wel inzicht te hebben in alles wat er gebeurt rond erfgoed in de provincie en in het bijzonder de Stelling van Amsterdam. "Ik vind dat zelf altijd erg leuk. Het is eigenlijk gewoon gemeen dat ik jullie daar niet in meeneem." Er komt dus ook meer 'beleefbaarheid' in de financiële stukken van het sitebureau in het vervolg. En de financiële structuur van het sitebureau wordt in 2028 herzien, kondigde Beemsterboer ook aan, zodat duidelijker wordt wat er met het geld wordt gedaan.
|
De vergeten derde kruitfabriekTekst en foto's: René Ros. Het is helemaal niet moeilijk om honderden locaties één keer te bezoeken. De moeilijkheid is om ze daarna vaker te bezoeken en de veranderingen te zien en te fotograferen. Maar wat kon er nog veranderen aan een verdwenen kruitfabriek? 27 jaar na het vorige en enige bezoek aan de kruitfabriek Sollenburg gingen Hans Noltes en ik twee uur de zonnige polder in. Mogelijk gemaakt door een mooie samenloop van contacten en de inzet van Hans. En waar is het archief van de kruitfabriek? Niet in onze nieuwe aanwinst!
De kruitfabriek Sollenburg stond oorspronkelijk aan de Overtoom bij Amsterdam en was daar in 1758 ontploft. Hij werd herbouwd aan de oostelijke oever van de Amstel, in de Ronde Hoeppolder onder Ouderkerk aan de Amstel. De Staat was een belangrijke afnemer en leverde zelf de grondstoffen en lege kruittonnen. Een grote ramp blijkt te hebben plaatsgevonden met kruit dat gedeeltelijk door Sollenburg was geproduceerd. Het betrof een bestelling voor 250.000 pond kruit voor het Generaliteitsmagazijn te Delft. Op 31 december 1806 werden drie schepen in Delft geladen, waaronder het kruitschip 'Delfts Welvaren' met twee zonen van de eigenaar Salomon (25) en Adam van Schie (15, gehandicapt) en Jan van Engelen (22) als bemanning. De lege kruittonnen werden op 2 januari 1807 bij De Oude Molen gelost en de volgende dag munitie bij het Stapelmagazijn Amsterdam. Daarna 23.000 pond (10,4 ton) kruit bij De Oude Molen en 13.900 pond (6,3 ton) bij Sollenburg laden, waarna ze op 7 januari naar Delft vertrokken om in Leiden op de andere twee schepen te wachten. Die twee schepen moesten langs de kruitmolens bij Purmerend, Nieuwendam, Buiksloot, Muiden en Utrecht. Het schip kwam op 11 januari in Leiden aan en meerde in de Steenschuur af, om zus Petronella van Schie te bezoeken vanwege haar verjaardag en een nieuwgeborene. In de namiddag van 12 januari waren er twee explosies die het schip en gebouwen in de omgeving verwoestte met circa 160 doden tot gevolg. Getuigen hebben gezien dat de bemanning niet dronken was en bezig om warm eten te bereiden. Sollenburg werd in 1844 onderdeel van het kartel Gezamenlijke Buskruidmakers van Noord-Holland en Utrecht. Hij werd de op twee na laatste kruitfabriek van Nederland en alle drie lagen binnen het nationaal reduit dat de StvA was. Toeval? Je zou denken van niet. We rekenen de laatste twee kruitfabrieken daarom tot de logistieke basis van de StvA en de toenmalige vitale, strategische industrie van Nederland. Sollenburg was nog actief in de Franse Tijd en de periode van de Posten van Kraijenhoff. Een kruitstoof is een gebouw waar tijdens het productieproces kruit met warmte gedroogd werd. Voor zover bekend werd het kruit op een metalen plaat gelegd, waaronder een vuur gestookt werd. Dat is inderdaad een risicovolle activiteit en daarom was de kruitstoof 800 meter dieper in de polder gebouwd. Op een apart perceel, omringd door sloten, moet het vanaf de fabriek met schuiten bereikbaar zijn geweest.
Uitgerust met petje, waterfles, prikstokken, meetlint, fotocamera en een nog wat adembenemende luchtweginfectie verliet ik het erf, samen met Hans Noltes die werkt aan een boek over de Ronde Hoeppolder. Lopend over het betonpad en door het hoge gras werd een groot aantal hazen aan het schrikken gebracht. Het gehoorapparaat moest zachter vanwege de vogelgeluiden, vooral van de luid piepende kieviten. We kwamen in het midden-van-nergens terecht, met rondom de kantoortorens van Amsterdam, de kerktorens van de veendorpen en de woontorens van Amstelveen. Ter plekke van de kruitstoof zagen we dat de zuidelijke helft van de omringende sloot was gedempt. De noordelijke helft was er nog wel en daardoor was goed te zien hoe smal het naastliggende weiland langs de kruitstoof was. Ook lag er een dam door de sloot met zware balken aan de zijkant. Zijn dat oude balken van de kruitstoof? Omdat het grasland door inklinking daalde en de fundering niet, is ongeveer 20 jaar geleden de bakstenen fundering opgeruimd en de houten heipalen ingekort. We vonden met de prikstok alleen nog wat baksteenbrokken. Door het verwijderen van de ondergrondse fundering is de grond daar eenmalig extra gedaald, en was het nu een goed herkenbaar terrein van circa 12 bij 19 meter volgens het meetlint. Het terreindeel blijft langer nat en het gras begint later in het seizoen te groeien. Terug aan de Amstel hebben we gekeken naar de bebouwing waar de fabriek heeft gestaan. De boerderij en boomgaard die in 1999 waren gefotografeerd zijn niet meer aanwezig. Er staan drie kapitale landhuizen die in de afgelopen paar jaar moeten zijn gebouwd. Volgens een ingeland zijn bij de bouw nog funderingen van de kruitfabriek gevonden en gesloopt. Wist niemand van het verleden van die percelen? Mogelijk zijn enkele verhogingen achter de landhuizen nog aanwezige funderingen? De landeigenaar wil vanwege de bedrijfsvoering (brede tractoren) de sloten weer terugbrengen zoals ze voor de bouw van de kruitstoof waren. Daarmee zou het laatste tastbare onroerende restant van de kruitfabriek verdwijnen en dat zou onherstelbaar zonde zijn. Dan liever als staalconstructie reconstrueren met een informatiebord aan de dijk. Overigens is de naam voortgezet voor de eind jaren 1980 in de Kollumerwaard, bij het Lauwersmeer, gebouwde kruitfabriek 'De Sollenburg'.
In onze collectie zitten twee verschillende kisten van de KNSF voor trotyl (TNT), waaronder een met de tekst "Explosieven Tienhoven' (Fort bij Tienhoven, NHWL ?). Daar moeten er honderden, zo niet duizenden van gemaakt zijn. In Muiden rijdt er nog een kist als moderne vrachtfiets rond. Toevalligerwijs konden we recent nog een houten kist (40x25x40 cm) verwerven, met de tekst "Archief van de Gezamenlijke Buskruidmakers". Die naam was van 1844 tot 1922 in gebruik, maar de kist kan natuurlijk van latere datum zijn. Het is het soort kist waarvan er slechts tientallen moeten zijn gemaakt. Helaas was de kist leeg... En wist de Friese familie waar de kist opdook, niet hoe deze in de familie terecht was gekomen. Bijzonder dat een dergelijke, vermoedelijk zeer zeldzame, kist is opgedoken. Waar mogelijk ook de correspondentie en facturen in hebben gezetten voor het kruit dat in Leiden explodeerde. Een mooie, fysieke roerende herinnering aan de buskruitfabrieken waaronder het bijna verdwenen en vergeten Sollenburg. Buskruitfabriek Sollenburg
|
Beter één kopie in de hand (1/3?)Tekst: René Ros. Het komt inmiddels met enige onregelmaat voor dat iemand de werkkamer of zolder opruimt en vraagt of ik wat wil hebben. Deze keer vier dozen met kopieën van oude handboeken, handleidingen en reglementen ontvangen van Jaap de Zee. Aanvaard met de gedachte "beter één kopie in de hand dan tien originelen in bibliotheken" maar ook "zo min mogelijk plankruimte". Jaap alvast bedankt voor het papieren materiaal, maar hoe kwam deze verzameling tot stand?
"Toen ik 26 was kocht ik de bibliotheek-catalogussen van het Legermuseum in Leiden. Daarmee ging er een wereld aan bronnen open. Uit de bieb van de Koninklijke Militaire Academie in Breda kwamen vele naar Vleuten! Ook konden er kopieën gemaakt worden in Utrecht. Kwartje per kopie!! Dus dat gebeurde zelden." "Ondertussen trad ik in 1973 in dienst van de Marine als vliegtuigmonteur, eerste maandsalaris 325 gulden. De kopie van de Verzamelstaat van de Geklassificeerde Vestingwerken is uit die tijd. Die is gekopieerd bij de luchtmacht, waar ik voor een opleiding gedetacheerd was." "In 1979 vertrok ik bij de Marine en bedacht mij: waarom niet zelf naar de KMA? Werd er met open armen ontvangen, men was zelfs verbaasd dat iemand voor vestingbouw interesse had. Kwam altijd thuis met een tas vol met boeken van na 1880. Ik werkte bij een hele grote drukkerij waar ik heel goedkoop kon en mocht kopiëren en met van die zwarte plastic ringbanden. Ook was er een dame die boeken die ik erg belangrijk achtte fraai inbond." "Ook werd ik lid van tactische commissie stichting Menno van Coehoorn en hierdoor mocht ik uit hun bieb lenen wat ik maar wilde. In 1986 werd generaal bd Van Kerkum de voorzitter ervan, met in zijn kielzog de directeur Legermuseum kolonel bd Molkenboer. Dankzij hem mocht ik de fotoboeken Stelling van Amsterdam fotograferen en ook boeken lenen was geen probleem meer." "Met Van Kerkum bezocht ik de bieb van de Genie-verzameling Vught, ik keerde huiswaarts met geleende boeken en fotoalbums van Cool over de bouw van Nigtevecht en Willemstad. Rond deze tijd bezocht ik de bieb van het Artillerie museum Oldebroek waar overste v.d. Meer het hoofd was. Alles was destijds gewoon te leen." "De kopieën heb ik gebruikt voor de eerste boeken over de Nieuwe Hollandse Waterlinie (1986) en de Stelling van Amsterdam (1988). En ook 'Harnas voor de Hoofdstad' (2003). Daarnaast meelezer van meerdere publicaties geweest en hap snap gebruikt voor allerlei vragen. Ik had gewoon de tijd en kennissen mee, ook kopiëren ging kinds eenvoudig op mijn werk."
Omdat het recente kopieën zijn, hebben ze geen bijzondere historische waarde. En het is mooi glad, onbeschadigd papier dat goed door de scanner kan. Daarom werd besloten alles te scannen en de papieren kopieën te recyclen. Voordeel: minder plankruimte én digitaal doorzoekbaar. Nadeel: veel werk. Om even de afwegingen te schetsen. Gedurende meerdere weken is er in de bibliotheek gescand met de sheetfeeder van de printer-scanner. Het werd gescand op 300 dpi en met tekstherkenning (OCR) bewaard als PDF-documenten. Bij het scannen bleek dat enkele boekwerken de kopieën van meerdere boeken of artikelen bevatte; die PDF's zijn gesplitst. Dat resulteerde in 90 PDF-documenten, met 3600 pagina's, van in totaal 7,7 gigabyte. Oftewel één kilogram papier is 344 megabyte. Om even de benodigde arbeid te schetsen. Helaas is van geen van de boekwerken bekend waar het origineel zich bevindt. Maar met titel, auteur(s) en jaartal zijn ze redelijk makkelijk terug te vinden in de collecties van de KMA en het Nationaal Militair Museum; veel makkelijker dan een losse brief uit een archief. We hebben dan wel 'maar' kopieën gescand, die zijn nu doorzoekbaar en vermoedelijk is dat nog niet met veel originelen gebeurd! Neem contact op als je interesse in het materiaal hebt, je er serieus mee om kan gaan en het vanzelfsprekend vindt dat je deelt welke informatie je gevonden hebt. De volgende stap is om de komende maanden alle PDF's door te nemen en te zoeken naar nog onbekende interessante informatie. Bij het doorbladeren was al gezien waarom enkele forten in 1913 permanent bezet werden. Wordt vervolgd. N.B. Van 16 juni tot en met 7 juli verschijnen de 85 PDF's met drie per dag als vermeldingen in de online collectie en de sociale media kanalen. Fotoalbum 'Historisch 1916'
|
Nieuw boek 'Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' (H)Tekst: Alexander Senger en René Ros. In het voorwoord stelt militair historicus en emeritus hoogleraar Wim Klinkert, dat het nieuwe boek 'Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' een fraai inzicht geeft in het ontstaan, opbouw en functioneren van de Stelling van Amsterdam.
Maar hoe werkte dat systeem van inundaties en forten, hoe is het gebouwd en welke voorzieningen waren nodig om het daarbinnen zo'n negen maanden uit te houden? Hoe is het de Stelling in de Eerste en Tweede Wereldoorlog vergaan en hoe was het leven op de forten? Dat zijn enkele vragen die dit boek wil beantwoorden. En tenslotte kijken we ook naar de huidige en toekomstige waarden van deze unieke verdedigingsgordel; wat hebben we tegenwoordig aan de forten, liniewallen, wegen en de polders waaruit de Stelling bestaat. De Stelling van Amsterdam is sinds 1996 UNESCO Werelderfgoed en het meer dan waard om in goede staat door te geven aan de volgende generaties. Thema 'Boek Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' in Nieuwsbrief 561 (2025)
|
Foto van de Maand: VuurtoreneilandTekst: René Ros. Elke maand lichten we één historische foto uit met een korte toelichting omdat er niet meer over achterhaald kon worden. Meestal een recent verworven foto, soms een bijzondere die al langer geleden aan onze collectie is toegevoegd. Deze keer een foto, met weinig informatie en met weinig woorden beschreven. Toch heeft het net zoveel tijd gekost om woorden weg te laten als om gewoon te schrijven!
Iemand houdt pot vast. Iedereen kijkt strak in camera. Voor een houten wand met deur. "Fort Wie zijn ze? Niemand heeft antwoorden. De foto moet uit 1914-1918 zijn.
|
|
Vond je een nieuwsbrief interessant? Maar ben je nog geen abonnee? Abonneer je dan op de Abonneren pagina om toekomstige nieuwsbrieven te ontvangen! Deze nieuwsbrief is een uitgave van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam. Abonnementen kunnen in uitzonderlijke situaties zonder informeren en/of zonder opgaaf van redenen geweigerd of beëindigd worden. De redacteurs en auteurs aanvaarden geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de website, nieuwsbrief of andere publicatie, door welke persoon en voor welk doel dan ook. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden op deze website / nieuwsbrief te achterhalen. Eenieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder voorafgaande toestemming hier is gebruikt, verzoeken wij om zich tot ons te wenden. Bij gebruik als bron voor publicaties en andere uitingen is bronvermelding verplicht en tevens wordt deskundige begeleiding, door bijvoorbeeld de redacteur of auteur, aanbevolen. In de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn een deel van een column of strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven. 'Majoor Van Hall' en 'Soldaat Troelstra' zijn fictieve militairen uit het verleden die dienen als pseudoniemen voor verschillende personen. Genoemde activiteiten zoals rondleidingen worden mogelijk door andere partijen georganiseerd en de verantwoordelijkheid voor inhoud, uitvoering e.d. ligt geheel bij de betreffende partij. De inhoud van een nieuwsbrief wordt na publicatie niet meer gewijzigd en kan later onjuist zijn gebleken of niet meer van toepassing zijn. De auteursrechten berusten bij René G.A. Ros tenzij anders is aangegeven. |
