Sluit [X]   
 

Steunen met een donatie?

© 1999-2026, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 30-4-2026

Mensen

Gevangene Annard

Naam voluit:

Josephus Petrus Annard

Geboren:

14 april 1905, Amsterdam (Noord-Holland)

Overleden:

23 december 1993, Badhoevedorp? (Noord-Holland)

Levensloop:

Josephus Petrus Annard, roepnaam Joop, werd op 14 april 1905 in Amsterdam geboren, als kind van Josephus Annard (7-11-1868 Nieuwer-Amstel, †22-09-1951 Amsterdam) en Betje Houweling (*30-4-1864 Nieuwer-Amstel, †13-2-1950 Haarlemmermeer).

Jeugd

Op 18 jarige leeftijd had hij de lagere school doorlopen, was boekbinder en in opleiding tot marconist. Voor de militieplicht werd hij op 19 maart 1924 vrijgesteld wegens broederdienst. Later rondde hij de 4-jarige MULO af, werd schrijver bij de gemeente Amsterdam en zou ook geleerd hebben voor typograaf. Vanaf 1933 woonde hij met zijn ouders in Badhoevedorp.

In december 1936 liep hij een hersenschudding op als gevolg met een ongeval met een auto. Na het ziekenhuis ging hij naar het het Sint Bavo Gesticht in Noordwijkerhout, waar hij ongeveer een half jaar verbleef. Hij werd er ontslagen op voorwaarde dat de gemeente Haarlemmermeer voor hem zorgde en hij kreeg werk bij de plantsoenendienst. Van juni 1939 tot oktober 1940 zou hij wederom zijn opgenomen, ook tijdens de Duitse inval in mei 1940.

Omdat hij vaak werkloos was geweest had hij het idee gekregen in het burgerleven niets te kunnen bereiken, volgens een naoorlogse verklaring van zijn vader. Met zijn werk bij het distributiekantoor in Amsterdam verdiende hij 20 gulden (vergl. 200 euro) per week, waarvan hij 15 gulden aan zijn ouders gaf. "Het is altijd een oppassende jongen geweest, die alles voor zijn ouders over had" getuigde zijn vader. Zijn ouders hadden er voordeel van, omdat zij hun radiotoestel mochten houden, extra kolen en levensmiddelen kregen en, omdat de zoon kostwinner was, een uitkering van 120 gulden per maand.

Ook gaf hij aan dat burgemeester Slob en wethouder Koning een ware terreur op de bevolking uitoefenden. Hijzelf was door "deze twee misdadige elementen" verscheidene jaren wederrechtelijk opgesloten, waardoor zijn gezondheid verslechterde en hij verpauperde. Om die redenen meldde hij zich aan bij de Waffen S.S., tegen de zin van zijn ouders.

Kamp Amersfoort

Hij werd op 25 november 1941 goedgekeurd voor de Waffen S.S. en "meldde ik mij te Amersfoort Laan 1914, alwaar een kamp was gevestigd voor Russische Krijgsgevangenen. Aldaar werd ik voorzien van een grijs uniform en bewapend met een geweer en bajonet en als militair opgeleid. Bewakingsdiensten heb ik in dit kamp niet verricht."
"Ik heb er niet bij nagedacht, toen ik naar Amersfoort ging voor opleiding en ik aldaar de eed op den Führer aflegde voor de Waffen S.S., ik vrijwillig in krijgsdienst was getreden bij een buitenlandsche mogendheid." Hij weigerde om in Rusland te gaan vechten.

Tot wanneer hij in het trainingskamp bleef is niet duidelijk, maar half januari 1942 liep hij een hersenschudding op tijdens een sportoefening. Hij werd vier tot vijf maanden opgenomen in ziekenhuis Lichtenberg en ongeschikt voor militaire dienst verklaard. Vanaf dat moment tot februari 1943 was hij hulpverpleger in een klooster bij St. Michielsgestel, waar hij een opleiding tot Sanitäter (verpleger) kreeg en gewonde Duitse militairen verzorgde.

Engelse vliegeniers tussen Duitse militairen op Fliegerhorst Schellingwoude.
Engelse vliegeniers tussen Duitse militairen op Fliegerhorst Schellingwoude.
(Foto: NIOD Beeldbank WO2)

Per 1 maart 1943 werd hij onderwachtmeester bij het IJsselmeer-commando van de Wasserschutzpolizei in Enkhuizen. Hij was verpleger op een bewapend schip, dat op het IJsselmeer patrouilleerde en vissersschepen controleerde. Bij schepen die door geallieerde vliegtuigen waren beschoten, werd hij overgezet om gewonden te verplegen. Hij was niet betrokken bij oorlogshandelingen, maar ook hijzelf raakte gewond. Een enkele keer hebben ze Engelse vliegers uit het water gehaald en naar het Fliegerhorst Schellingwoude gebracht. In juni 1944 meldde hij zich ook aan bij de Germaanse S.S. waardoor hij makkelijker verlof kreeg en kon reizen.

Bevrijding

Op 5 mei 1945 kreeg hij keurig een Dienstzeitbescheiniging (getuigschrift) en Entlassungsbekanntgebe (ontslagbrief), leverde zijn wapen in en werd in Enkhuizen van boord gezet. Na de de Duitse capitulatie op 8 mei, werd hij door de Binnenlandse Strijdkrachten aangehouden en in een school opgesloten. Een deel van zijn uniform zou hij nog lang dragen. Na enkele dagen werd hij overgebracht naar gevangenis De Krententuin in Hoorn.

Zijn dossier werd op 15 september 1945 door de Politieke Opsporingsdienst (P.O.D.) Haarlem, afd. Haarlemmermeer, verzonden aan de P.O.D. Medemblik. Het bevatte informatie dat hij tijdens de oorlog zelden in Badhoevedorp was gezien en dat zijn naam niet in de administratie van de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.) was aangetroffen. Onder buren en kennissen werd gezegd dat hij in Duitse Militaire dienst was gegaan en bewaker van een concentratiekamp werd. Op 27 september werd hij in De Krententuin verhoord.

Hij werd op een onbekend moment daarna overgeplaatst naar Kamp "De Vlijt" op Texel. En op 6 december 1945 werd hij met de aanduiding "SS man?" overgeplaatst naar het Kamp Fort Erfprins te Den Helder. Op last van de Politieke Recherche Afdeling Haarlem werd op 7 februari 1946 zijn overplaatsing naar Kamp "Sectorpark" in Halfweg gelast, wat pas op 14 maart gebeurde.

Op 18 maart 1946 werd een Proces Verbaal opgesteld over verhoren van hemzelf, zijn vader en kennissen. Een moeder van een vriend wist dat hij in 1943 bij de Wasserschützpolizei zat en Engelse vliegeniers had opgepikt. Een buurvrouw verklaarde dat hijzelf en zijn ouders geen NSB-lid waren en gunstig bekend stonden. "Onbegrijpelijk hoe hij er toe gekomen is om dienst te nemen bij de Waffen S.S."

Hij zou ten tijde van het Proces Verbaal in Kamp Fort Spijkerboor zitten, maar er is ook een brief dat hij op 6 september 1946 nog in Kamp Fort Erfprins zat. Van 18 november 1946 tot 11 februari 1947 werd hij 'bewaard' in Kamp Da Costakade, een school in Amsterdam-West, dat op 1 mei 1947 sloot. Vermoedelijk is hij toen op Kamp Fort Spijkerboor opgesloten, volgens een document van 11 februari tot 12 april 1947 en daarna op Kamp Fort Zuidwijkermeer.

Rechtspraak

Zijn dossier was op 29 januari 1947 "parketklaar toegezonden aan den Heer Officier-Fiscaal in het ressort Amsterdam van het Bijzonder Gerechtshof". Het werd bewezen geacht dat hij bij de Waffen S.S. en de Germaanse S.S. had gediend, maar hij werd op 22 april 1947 voorwaardelijk buiten vervolging gesteld. Dus niet langer vastgezet in een internering- en bewaringskamp en hij werd een week later in vrijheid gesteld. Wel werd hij in ieder geval voor 10 jaar uitgesloten om te werken bij de overheid, het leger, verkiesbaar te zijn en te mogen stemmen en raadsman of bewindvoerder te zijn. Doordat hij in buitenlandse dienst was getreden, had hij de Nederlandse nationaliteit verloren en was daarom stateloos.

De voorwaarden, met een proeftijd van drie jaar, waren dat hij "zich als een goed Nederlander gedrage", voor drie maanden onder toezicht kwam van de Stichting "Toezicht Politieke Delinquenten" (S.T.P.D.) en afstand deed van roerende goederen die in beslag waren genomen.
In het voorgedrukte standaard formulier was doorgehaald dat hij moest arbeiden, een vaste verblijfplaats moest hebben, een waarborgsom of griffiekosten moest betalen. De motivering daarvoor ontbreekt in de beschikking, maar kan met zijn verleden en thuissituatie te maken hebben gehad.

Pas op 24 juni 1947 meldde hij zich bij de S.T.P.D. (was er een wachtrij?) en op 1 februari 1948 kreeg hij een toezichthouder aangewezen. Op 2 april stuurde hij de S.T.P.D. een brief waarin hij schreef over de eerder genoemde terreur van burgemeester Slob en wethouder Koning. Ook schreef hij:

"De burgemeester is gelukkig gestorven en hopelijk volgt zijn handlanger hem zeer spoedig. Mijn eenigste uitweg is geweest om de Duitsche zijde te kiezen; niet omdat ik zoo op Duitschers gesteld ben of dat ik aan de politiek deed. [...]"
Van toekomst spreek ik niet meer; [...] de vraag is nu nog maar "hoe rek ik nog enkele jaren het leven". [...] Is het in deze omstandigheden zoo vreemd te hopen dat Rusland hier gauw komt? Het is beter te sterven met een geweer in zijn handen dan weerloos in pauperisme ten onder ten gaan."

Na de oorlog

Annard werkte enige tijd bij de firma Veevita, een grasdrogerij aan de Sloterweg bij Badhoevedorp. In 1949 vroeg Annard - als stateloze - een paspoort aan omdat hij voor een agentuur in vellen en huiden naar België en Zweden wilde reizen. Het is niet bekend of de aanvraag werd gehonoreerd.

Aanzicht van drogerij Veevita bij Badhoevedorp.
Aanzicht van grasdrogerij Veevita bij Badhoevedorp.
(Foto: Noord-Hollands Archief, Historisch Archief Haarlemmermeer)

In 1950 en 1951 overleden zijn moeder en vader. In 1957 trouwde hij op 52 jarige leeftijd met Alida Johanna Maria van Duin (vermoedelijk geboren in Bussum en in 1950 gescheiden). Voor zover bekend heeft hij geen kinderen gekregen.

Hij is altijd in Badhoevedorp blijven wonen, alleen de laatste drie jaar van zijn leven woonde hij in Verpleeghuis Bornholm in Hoofddorp. Op 23 december 1993 overleed hij op 88-jarige leeftijd, vermoedelijk in dat verpleeghuis. Het was 45 jaar na zijn wanhoopsbrief waarin hij dacht niet lang meer te leven. Hij werd op 28 december begraven op Begraafplaats de Wilgenhof en het graf is inmiddels geruimd.

Zie Bewaringskampen Politieke Delinquenten.

Bron:

Nationaal Archief 2.09.09 Ministerie van Justitie: Centraal Archief van de Bijzondere Rechtspleging (CABR), 1945-1952 (1983) ; Nationaal Archief 2.09.42.01 Stichting Toezicht Politieke Delinquenten (STPD), 1945-1951 (1953) ; gemeente Haarlemmermeer.

Foto's: NIOD Beeldbank WO2, Noord-Hollands Archief.

Stelling van Amsterdam op Bluesky Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Alle rechten voorbehouden, o.a. gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
Book 'Introduction to the Defence Line of Amsterdam' in print and digital - 3 languages (Advertentie)
 
 
 
Boek 'Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' in druk en digitaal - 3 talen (Advertentie)