Sluit [X]   
 

Steunen met een donatie?

© 1999-2026, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 5-4-2026

Nieuwsbrief Stelling van Amsterdam

Nieuwsgierig? Lees deze nieuwsbrief maar!Nieuwsbrief 570

Nieuwsbrief Stelling van Amsterdam
Een nieuwsbrief over militair erfgoed in de regio Amsterdam.
Thema: Stelling van Amsterdam geboren in Tweede Kamer
28ste jaargang, nummer 570, 7 april 2026

 

Inhoud

In deze nieuwsbrief:

 

Inleiding

Deze nieuwsbrief bevat duidelijk gestructureerde artikelen, waarin de politieke ontwikkelingen uit de eerste jaren van de Stelling van Amsterdam uit de doeken worden gedaan. Waar gingen de discussies in 's-Gravenhage over? Wat was de reden dat het voorstel voor de Stelling werd weggestemd en het volgende jaar wel werd aangenomen? De originele, soms grootse, citaten van adellijken en hoge militairen helpen de sfeer van de vergaderingen te herbeleven. Het ging over belangrijke (lees: kostbare) beslissingen, maar verbaas je dat het toen ook al over details kon gaan.

De artikelen zijn geïllustreerd met (gecontroleerde rechtenvrije!) oude beelden van het Binnenhof en portretfoto's van (besnorde) ministers en kamerleden, waarvan een aantal door een van de genoemde Kamerleden waren verzameld in een bewaard gebleven fotoalbum.

Tip: houd de cursor boven de afbeeldingen om een beschrijving te lezen.

 

Tracébesluit Stelling van Amsterdam

Tekst en foto's: René Ros.
Met dank aan: Wim Klinkert.
Bronnen: Vaderland verdedigd 1874-1914, Plannen en opvattingen over de verdediging van Nederland, Wim Klinkert, 1992 (NL-WpDStvA-C421).

Van een mens bepaalt de geboorte en overlijden duidelijk de begin- en eindpunten van de periode waarin iemand geleefd heeft. Ook het bestaan van een enkel gebouw is nog wel te doen, van eerste heipaal tot sloop. Maar je zegt niet dat een stad zoals Amsterdam gedurende 750 jaar is gebouwd, er wordt immers nog steeds gebouwd. Een waterlinie waarin eerst inundatiewerken en daarna verdedigingswerken zijn gebouwd, soms met tussenperioden van decennia, is nog lastiger. In deze nieuwsbrief zullen we laten zien waarom 1881 het beste jaartal voor de aanvang van de Stelling van Amsterdam is, aan de hand van de stukken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. En dit jaar dus 145 jaar geleden.

Sommigen beschouwen de huidige Stelling als de voortzetting van de vanaf 1805 aangelegde Posten van Kraijenhoff. De locaties daarvan zijn echter maar op een paar locaties hergebruikt en volledig omgevormd (bv. Penningsveer) en soms bleef de vorm hetzelfde maar veranderde de functie (Batterijen aan het Gein). Bovendien zijn een aantal posten van Kraijenhoff eerder aangelegd in 1799, die weer in 1787 en die ook in 1672. Met die redenatie zou de Stelling 354 jaar oud zijn!? Bij elke stap kwam de verdediging op een steeds grotere afstand van de stad Amsterdam te liggen en uiteindelijk als een echte kringstelling.De oostpoort van het Binnenhof in Den Haag gedurende de nacht.

Je zou de Vestingwet van 18 april 1874 als begin van de Stelling van Amsterdam kunnen nemen, maar die wet geeft alleen maar het (formele) voornemen van de aanleg aan. In 1879 werd de commandant van het Tweede Artilleriecommandement luitenant-kolonel Cathérine Ising (1823-1894) tevens de Stellingcommandant. En in 1882 werd generaal-majoor Constantin List*1 (1842-1908) als eerste echte Stellingcommandant benoemd. Maar dat gaat over de organisatie en de personele bezetting (functie), en zegt weinig over het bouwwerk (vorm) zelf.

Boek 1988

In 1988 verscheen het boek 'De Stelling van Amsterdam' met als ondertitel 'Vestingwerken rond de hoofdstad 1880-1920'. Voor het bewustzijn over en het behoud van de Stelling is dit een ongelooflijk belangrijk boek geweest. Het was de eerste moderne publicatie over de Stelling, met gebruikmaking van archiefbronnen. Het boek noemde de Vestingwet 1874 en een besluit over het beheer van de gelden ervoor*2, maar bevat geen informatie over de Tweede Kamer discussies.

Het boek was een goed eerste begin, maar verre van compleet omdat niet alle archiefbronnen geraadpleegd konden worden. Daardoor was niet alles bekend en er moeten aannames zijn gedaan, die later niet juist zijn gebleken. Mijn advies is al lang om het boek niet meer te raadplegen, maar als een verzamelobject te beschouwen. Wat natuurlijk niets afdoet van het werk van de schrijvers, die ook zullen begrijpen dat het boek geen eeuwigheidswaarde had.

Blijkbaar is het jaar 1880 in de ondertitel sindsdien door iedereen overgenomen, maar is het volgens mij een van de aannames die niet kloppen. Rond het jaar 2000 bleek uit het boek 'Het Vaderland verdedigd 1874-1914' dat 1881 het 'geboortejaar' moet zijn geweest. Helaas blijft alles en iedereen '1880' gebruiken, maar wee je gebeente als je hun geboortejaar verkeerd hebt! Vergelijkingen maken met conceptie en geboorte blijven verder achterwege, maar het plan uit 1880 werd ingeslikt om het een jaar later opnieuw te proberen.

Om meer informatie over de besluitvorming te vinden, werd een jaar geleden de boekuitgave van het proefschrift 'Het Vaderland verdedigd 1874-1914, Plannen en opvattingen over de verdediging van Nederland' uit 1992 van Wim Klinkert weer geraadpleegd. Die uitgave is geheel gebaseerd op archiefbronnen.
Historisch onderzoek is per definitie ook het samenvatten van bronnen, zodat de tekst in het boek ook 'slechts' een samenvatting van de stukken van de Tweede Kamer was. Klinkert moest destijds de papieren Kamerstukken in de KMA-bibliotheek in Breda inzien, de enige complete collectie in het zuiden van Nederland. Na flink puzzelen met zijn bronvermeldingen, werden dezelfde stukken nu online gevonden en doorgenomen. In deze nieuwsbrief een uitgebreidere samenvatting, met originele citaten uit de Kamerstukken en met links naar elk gebruikt document.

Tijdens ons symposium over het 145-jarige bestaan van de Stelling verzorgde Klinkert een van de lezingen over de parlementaire behandeling. Voor deze nieuwsbrief is ook gebruik gemaakt van een aantal door hem gepresenteerde inzichten. Tijdens dat symposium onderschreef hij het jaartal van 1881 met "in december van dat jaar werd na talloze discussies het uiteindelijke tracé vastgesteld, het is nooit zo precies op het netvlies gekomen want er was veel geharrewar over. Maar het klopt wel".

Prinsjesdag

Eerst moet ik een eigen fout herstellen, dat ik niet uit het boek van Klinkert kan hebben en een verkeerde conclusie en vereenvoudiging van mij moet zijn geweest. De voorstellen over de Stelling van de minister van Oorlog zijn niet precies op de Prinsjesdagen van 1880 en 1881 ingediend en zeker niet aangenomen. Terwijl ik wel nadrukkelijk Prinsjesdag had genoemd. In de nieuwsbrieven blijft dat staan, maar op de algemene pagina's van de website is dat enkele maanden geleden al gecorrigeerd. Ook zijn aanvullingen in de website aangebracht, naar aanleiding van de bevindingen genoemd in deze nieuwsbrief. Ik baal van elke fout die ik maak, dus excuus voor het door mij veroorzaakte misverstand.

Luchtfoto van het Binnenhof in Den haag tijdens Prinsjesdag, in Madurodam.Prinsjesdag is het moment waarop het staatshoofd en later de regering, de plannen voor het volgende jaar presenteert aan de volksvertegenwoordiging. De Kamerleden waren destijds afgevaardigden van een district, geen lid van een partij, en ze werkten zelfstandig. Omdat de afhandeling van wetsontwerpen en begrotingen niet voor aanvang van het nieuwe jaar gereed was, werd de datum een aantal keer naar voren gehaald.

De eerste zitting van de Staten-Generaal in 1814 was op de derde maandag in november en tussen 1815 en 1848 op de derde maandag in oktober. Vanaf 1849 vond de opening plaats op de derde maandag van september. In 1888 werd dat de derde dinsdag van september, zodat volksvertegenwoordigers die van ver kwamen niet op de rustdag Zondag hoefden te reizen.

Begroting

De begroting moest jaarlijks met een wet geregeld worden voor het volgende jaar, met onder andere het "hoofdstuk VIII der Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1880 (Departement van Oorlog)". De begroting voor de voltooiïng van het Vestingstelsel werd apart daarvan behandeld*2, omdat de Tweede Kamer een grote controle over deze grote uitgaven wilde hebben.

Koning Willem III, maar feitelijk de minister van Oorlog, diende daarvoor met een Koninklijke Boodschap een Ontwerp van Wet in, vaak met een Memorie van Toelichting. Van de vijf vergaderjaren die bekeken zijn, waren de wetsontwerpen tweemaal gedateerd op de vrijdag vóór de maandag van Prinsjesdag. En éénmaal op Prinsjesdag zelf.

Vervolgens boog een Commissie van Rapporteurs, bestaande uit enkele Kamerleden, zich over het wetsvoorstel en publiceerde haar vragen en opmerkingen in een Voorlopig Verslag. De Minister van Oorlog antwoordde daar schriftelijk op met een Memorie van Beantwoording. Tenslotte werd eind december de begroting tijdens een zitting van de Tweede Kamer besproken en vastgesteld, waarvan de Handelingen*3 (notulen) werden gepubliceerd. Tijdens de zittingen tussen september en december kwam het vestingstelsel ook wel aan bod, maar meer algemeen of procedureel en weinig inhoudelijk.

Het was al opgevallen dat contracten met aannemers redelijk vaak eind december waren ondertekend. Dat zal te maken hebben gehad met de vaststelling van de begroting. Voor contracten voor Amsterdam tussen 1874 en 1914 in het archief Ministerie van Oorlog Contracten is april de maand met de meeste contracten (118) en december de tweede (41).

*1 Stellingcommandant List was in 1847 getrouwd met de zus van minister Reuther, zij waren dus 'behuwdbroeder' oftewel zwagers. Zij overleed al in 1849 tijdens een werkbezoek van Reuther aan een geschutgieterij in Zweden.
*2 'Besluit van den 3den December 1874, tot de regeling van het beheer der gelden, bestemd voor de voltooijing van het vestingstelsel' (NL-WpDStvA-C12132)
*3 In de Handelingen staat in de antwoorden ook bijvoorbeeld "de geachte afgevaardigde uit Gouda" en is daardoor niet altijd duidelijk wie er bedoeld wordt.

Vestingwet 1874 (GEWIJZIGD, tekst van de wet m.b.t. de vestingbegroting toegevoegd.)
'Tracé Stelling van Amsterdam 145 jaar geleden vastgesteld' in Nieuwsbrief 569 (2026)
'Het Vaderland verdedigd 1874-1914' op website Boekwinkeltjes
'Geschiedenis Prinsjesdag' op website Eerste Kamer der Staten-Generaal
'fotoalbum leden Tweede Kamer der Staten Generaal, ca. 1867-1880' op website RKD

 

Tracé en eerste gelden voor eigenlijke stelling gevraagd (1880)

Tekst: René Ros.
Foto: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Schoolplaat 'Een zitten van de Tweede Kamer' van serie Onze beschavingsgeschiedenis in beeld door G.J. Sijthoff, Haarlem 1904.
Met dank aan: Wim Klinkert.
Bronnen: zie de links onderaan het artikel.

In 1880 diende minister van Oorlog Reuther voor het eerst een vestingbegroting in met een bedrag voor een nieuwe, verbeterde Stelling van Amsterdam. De reacties van de Kamerleden verschilden en de uitslag van de stemming moet onzeker zijn geweest. De stukken geven tegelijk een goed beeld van het tracé, de onderbouwing en de functie van de Stelling.

Op 17 september 1880 werd een wetsontwerp ingediend waarin dit onderartikel is opgenomen:
"Nieuwe werken met al hetgeen kan geacht worden daartoe te behooren; aankoop en onteigening van perceelen; kosten van exploiten en processen; afkoop van regten; kosten en ongelden [belasting] betrekkelijk koopen andere overeenkomsten; het doen van grondboringen, waterpassingen, opmetingen enz.; een en ander betrekking hebbende op de verbetering van de stelling van Amsterdam:
1. Maken van een fort bij IJmuiden ƒ350 000 [vergl. 5 miljoen euro]
2. De eigenlijke stelling ƒ250 000 [vergl. 3,5 miljoen euro]"

Portret van minister van Oorlog Reuther.De post voor Fort bij IJmuiden was het bedrag voor de werkzaamheden in 1881 aan de grondwerken van het fort, die van 1880 tot 1882 werden uitgevoerd. Dat fort werd niet tot de "eigenlijke stelling" gerekend, omdat het ook of vooral een functie in de kustverdediging had met bescherming van het nieuwe Noordzeekanaal. In de begrotingen van 1879 en 1880 waren voor dit fort al bedragen begroot.
En de post "eigenlijke stelling" was voor de voorbereidende werkzaamheden die erboven genoemd werden. Terwijl de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHWL) haar voltooiïng naderde, zou dit de eerste uitgave voor de Stelling van Amsterdam (StvA) zijn.

Voor de context is het waard te vermelden dat in het wetsontwerp uit 1880 ook de NHWL voorkwam met "Verbeteren van het fort Nieuwersluis" en "Maken van een werk bij Maarsseveen". In de Memorie van Toelichting op de vestingbegrooting voor het jaar 1879 stond over het Fort Nieuwersluis: "Voorts zij nog de aandacht gevestigd op de omstandigheid dat Nieuwersluis, ofschoon onder de werken der Nieuwe Hollandsche Waterlinie opgenomen en ook daartoe behoorende, mede deel uitmaakt van de werken der linie van Amsterdam."

Voor de Stelling van de Monden van de Maas en het Haringvliet werd geld begroot voor het nieuwe Fort aan den Hoek van Holland. Evenals verbeteringen van de Stelling van het Hollands Diep en het Volkerak, met een nieuw pantserfort bij Willemsdorp (noordzijde Moerdijkbrug), waarvoor uiteindelijk nooit geld begroot zou worden.

Tracé

Minister van Oorlog Reuther (zie foto) schreef over het tracé dat "De omvang, die de stelling van Amsterdam naar de meening van den ondergeteekende zal dienen te verkrijgen, is door hem in beginsel vastgesteld [...]. In hoofdzaak zal de verdedigingslijn loopen:
Aan de noordzijde: van Uitgeest, in de rigting naar Edam; met versterkingen bij Uitgeest, aan het Stierop, bij Spijkerboor, aan het Noordhollandsche Kanaal (in de Beemster even benoorden den Beemsterringdijk), aan de Beemsterringvaart en bij Edam, en met een tusschenpost aan den spoorweg Hoorn-Zaandam.
Aan de westzijde: van Uitgeest in de rigting naar Aalsmeer; met versterkingen nabij het Wijkerbroek, bij Velzen; voorts bij Spaarndam, aan het Penningsveer en aan de Liede, alwaar de bestaande verdedigingswerken zouden worden verbeterd; alsmede bij Vijfhuizen, bij Hoofddorp en bij Aalsmeer.
Aan de zuidzijde: van Aalsmeer over Uithoorn en Abcoude naar Weesp, met versterkingen tusschen Kudelstaart en Kalslagen; bij Uithoorn, bij Nessersluis, aan de Stokkelaarsbrug en bij Abcoude; in aansluiting met de bestaande werken aan het Gein en met Nieuwersluis als voorgelegen post."

Onderbouwing

In 1888 zou het tracé een kleine aanpassing krijgen en niet via Uitgeest, maar meer oostelijk via Krommeniedijk lopen. Maar verder is het bovenstaande tracé zoals we het heden ten dage nog aantreffen. Weliswaar met meer forten dan genoemd werden, maar wel op dat tracé. De keuze voor het tracé werd verklaard met:
"Door aan de stelling van Amsterdam het hier omschreven beloop te geven, is de hoofdstad - ook met het oog op eventuele uitbreiding in de toekomst - volstrekt beveiligd te achten tegen bombardement uit het verstdragend geschut. Bovendien zal de kring, door de verdedigingswerken ingesloten, voldoende ruimte aanbieden tot het verzekeren der proviandering voor een geruimen tijd."
"Pogingen, eventueel door den vijand aangewend, om de inundatien [...] op te zetten en bevaarbaar te maken, zullen [...] niet ten gevolge kunnen hebben, dat de verdedigingswerken door onze troepen niet zouden kunnen worden ondersteund [...].."

Getekende schoolplaat van de Tweede Kamer vergaderzaal door G.J. Sijthoff.Ook was het de minister duidelijk dat de termijn van acht jaar, die in de inmiddels zes jaar oude Vestingwet was genoemd om de wet uit te voeren, onhaalbaar was. De minister was voornemens een wijziging van de Vestingwet te gaan voorstellen.

De Commissie van Rapporteurs zag dat de eerste post van 250.000 gulden "een begin is van verbazend groote uitgaven". Met alleen een tracé en geen uitwerking van de plannen was het ze onduidelijk hoe uitgebreid of beperkt de minister de Stelling wilde gaan aanleggen. Dat vond de commissie onvoldoende en wilde meer informatie. Welk type forten? Wat te doen met de verdediging van de Zuiderzee? Een fort aan het Pampus was niet in het tracé voorzien en welke rol zou de Marine krijgen?

Daarnaast vond men de Stelling niet zo noodzakelijk, dat door de slechte financiële situatie op uitstel werd aangedrongen. Bovendien vonden een aantal Kamerleden dat voor de Stelling meer manschappen nodig zouden zijn dan waarover men zou kunnen beschikken. De behandeling van nieuwe legerwetten zou daarom afgewacht moeten worden.

Functie

In zijn antwoord gaf de minister aan dat de uitgaven een belangrijk doel dienen: "het tot stand brengen van een centraal reduit, voor onze verdediging; van eene stelling waarin de strijd, nadat de overige verdedigingslinieën voor ons verloren zullen zijn gegaan, nog gedurende geruimen tijd en met kans op goed gevolg zal kunnen worden voortgezet; van eene stelling die alzoo met regt een laatst en duurzaam bolwerk voor onze onafhankelijkheid zal mogen heeten".

Daarnaast vond de minister dat er in eerdere jaren al veel onderzoek was gedaan naar de eisen en middelen. En in de toekomst konden nieuwe inzichten altijd nog tot andere keuzes leiden. Hij zag geen redenen, om niet te beginnen met de aanleg. Met het terugtrekken van troepen op de Stelling zouden voldoende manschappen beschikbaar moeten zijn om "tot den laatsten man voor het behoud der hoofdstad haar pligt te doen".

Tijdens de vergadering van 21 december 1880 gaf de minister nog aan dat hij de eerste post voor de Stelling heeft uitgetrokken om de voortgang te bevorderen, en hij liet de keuze aan de Kamer. Die Kamer stemde over het amendement om de eerste post voor "de eigenlijke stelling" te laten vervallen met 75 stemmen voor en 5 tegen. Door het amendement aan te nemen, verviel de eerste post van 250.000 gulden en kon de bouw van de Stelling niet beginnen.

Fort bij IJmuiden
Fort bij Nieuwersluis
Fort aan het Pampus
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1879; Ontwerp van Wet
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1879, Memorie van Toelichting
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1880, Ontwerp van Wet
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1880, Memorie van Toelichting
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1881, Ontwerp van Wet
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1881, Memorie van Toelichting
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1881, Voorloopig Verslag
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1881, Memorie van Beantwoording
Handelingen Tweede Kamer 1880-1881 21 december 1880, 49ste Zitting

 

Eerste gelden en gehele stelling aangenomen (1881)

Tekst: René Ros.
Foto's: Nationaal Archief /collectie Spaarnestad, RKD (fotoalbum leden Tweede Kamer der Staten Generaal door Jhr. J.W.H. Rutgers van Rozenburg).
Met dank aan: Wim Klinkert.
Bronnen: zie de links onderaan het artikel.

De minister probeerde in 1881 opnieuw de eerste gelden voor de Stelling in de begroting te krijgen. Maar de verdeeldheid in de Tweede Kamer was hetzelfde en er waren verschillende inzichten en wensen om aan die inzichten te voldoen. Waarbij de levende strijdkrachten ook een rol speelden. Daarvoor beloofde de minister een apart wetsvoorstel te zullen indienen.

Portretfoto van Kamerlid Kool.In het wetsontwerp, van kalenderjaar 1881 voor dienstjaar 1882, werden voor de Stelling dezelfde twee posten genoemd: Fort bij IJmuiden en de "De eigenlijke stelling". Uit de Memorie van Toelichting van de minister blijkt dat er 400.000 gulden voor de Stelling werd aangevraagd, wat 150.000 gulden meer dan vorig jaar was. Meer geld was volgens de minister niet zinvol omdat onteigenen en dergelijk nogal veel tijd kostte. Oftewel, het geld kon niet snel genoeg uitgegeven worden.

De minister was ook tevreden met zichzelf omdat "thans een volledig algemeen plan voor de werken der stelling van Amsterdam vastgesteld en begroot is" wat de Kamer vorig jaar mistte. Het tracé bleef hetzelfde als in 1880 was omschreven. Voor de forten voorzag de minister een eenvoudige vorm, in de keel gesloten en door een brede natte gracht omgeven. Waarop opstellingen voor geschut met bomvrije bergingen voor geschut of munitie maar ook "bomvrij logies [...] voor eene voldoende bezetting aan infanterie en artillerie".

De Commissie van Rapporteurs was ook blij dat er nu een volledig algemeen plan was. Ze wenste wel graag alsnog een goede kaart met inundaties te ontvangen, liefst vóór de behandeling van de begroting. Ook wilde men meer informatie over de forten, omdat men uit de Memorie van Toelichting begreep dat ze niet van flankementsgeschut (zijwaarts) of een reduit zouden worden voorzien.

In de Memorie van Beantwoording stelde de minister een belangrijk punt: "Door den thans aangevraagden post van f400 000 toe testaan, zal de Kamer zich in zoover binden voor de geraamde som van f11 000 000, als zij daarmede aan de plannen van den ondergeteekende, omtrent de inrigting der stelling van Amsterdam, indirect hare goedkeuring schenkt, en hem in staat stelt, daaraan een begin van uitvoering te geven." Hij maakte daarmee duidelijk, dat aanname van de begrotingspost het startpunt voor de Stelling zou zijn. Een duidelijker startpunt voor de bouw kunnen we niet krijgen, maar de Kamer moest er dan wel mee instemmen.

Portretfoto van Kamerlid Van Wassenaer Catwijck.Echter, het Kamerlid Alexander baron van Dedem (1838-1931) had een amendement voorgesteld om de post "De eigenlijke stelling" ook dit jaar van de begroting te houden. Met opnieuw als reden dat er mogelijk onvoldoende manschappen zouden zijn om de Stellings en haar forten te bemannen. "Zoodra de schutterij- en militie-wetten zijn aangenomen, wil ik den Minister gaarne deze vier ton toestaan om den eersten stap te doen tot het in gereedheid brengen van de stelling van Amsterdam [...] Mogten toch deze wetten verworpen worden, en de tegenwoordige Minister aftreden, dan binden wij zijn opvolger aan de plannen van dezen Minister [...]"

Kamerlid Arthur Kool (1841-1914, zie foto), een officier, pareert: "met het zwakker zijn van de levende strijdkrachten binnen zekere grenzen, gelegen in de mogelijkheid van bezetting, de doode strijdmiddelen in compensatie moeten komen van het gemis aan levende krachten tot afdoend voeren der verdediging des lands." Er waren meer sprekers die het daarmee oneens dan eens waren. Kamerlid Otto baron van Wassenaer Catwijck (1823-1887, zie foto) meende dat afvoeren van de post "zou zijn tegen de [Vesting]wet en tegen het belang van het vaderland".

De minister was het niet eens met enkele Kamerleden, om te wachten op nieuwe wettelijke regelingen voor de militie en de schutterijen. Aan zowel de dode als levende weermiddelen moest volgens hem tegelijk gewerkt worden. Bovendien zouden op de Stelling terugtrekkende troepen haar versterken om "de laatste strijd, de strijd op leven en dood voor onze zelfstandigheid moeten plaats hebben". Verder uitstel vond de minister niet verantwoord.

Het amendement van Van Dedem werd verworpen met 50 stemmen tegen en 25 stemmen voor. Door het verwerpen ervan kwamen dus wél de eerste gelden voor de Stelling op de begroting. Het was Reuther precies een jaar later gelukt om goedkeuring voor het tracé en de 400.000 gulden te krijgen, en daarmee uiteindelijk de gehele aanleg. Een echt geboortemoment tijdens de avondzitting der Tweede Kamer van 21 december 1881 en dat kunnen we eigenlijk ook heel 2027 nog vieren. De minister en de voorstemmers konden met een gevoel iets bereikt te hebben op kerstreces.

Fragment met het amendement van Van Dedem uit de Handelingen Tweede Kamer 1880-1881, 49e zitting op 21 december 1880.In de Tweede Kamer werd niet alleen de Stelling - in het openbaar - besproken, maar ook veel andere onderdelen van het vestingstelsel. Zo wilde de Commissie nog geen verbeteringen aan de vesting Gorinchem (NHWL) laten uitvoeren, zolang het tracé van het Merwedekanaal nog niet voldoende was vastgesteld. Dat uitstel was niet nodig voor de "batterij bij de Velterslaan", het latere Fort bij Nigtevecht, aan hetzelfde kanaal. De minister zei er eenvoudig aan te kunnen voldoen, omdat de "batterij bij de Velterslaan" niet behoorde tot de eerst te bouwen forten.

De verdediging van de Zuiderzee was ook dit jaar een onderwerp van gesprek en de minister wilde alleen kustbatterijen op de oevers bouwen en zag een rol voor de Marine. Hij stelde dat "zoo lang het koepelfort op de Harssens [bij Den Helder] niet bezweken is, onze marine onbeperkt meester zal zijn op de Zuiderzee". Héé, Fort op de Harssens had een taak in de Stelling, maar het zou toch gek zijn om haar als onderdeel daarvan te beschouwen!? Kamerlid Jan Willem Hendrik Rutgers van Rozenburg (1830-1902) was een warm pleitbezorger voor een goede verdediging van het westen en oosten van de Stelling: IJmuiden en Muiden.

Ook grondafschuivingen op bijvoorbeeld de batterijen bij Dalem en Poederoijen (beide NHWL) hadden de aandacht van de Kamerleden, de herstelwerkzaamheden kostte immers meer geld dan begroot. Daartegenover wilde men eigenlijk wel geld uitgeven aan verdedigingswerken bij de inlaatsluizen bij Wijk bij Duurstede en Tiel voor de NHWL. De minister was daar geen voorstander van, aangezien die werken alleen tijdens het inunderen gebruikt zouden worden.

Fort bij IJmuiden
Fort aan het Pampus
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1882, Ontwerp van Wet
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1882, Memorie van Toelichting
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1882, Voorloopig Verslag
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1882, Memorie van Beantwoording
Handelingen Tweede Kamer 1881-1882 21 december 1881, 44ste Zitting

 

Meer gelden voor daadwerkelijke aanleg (1882)

Tekst: René Ros.
Foto's: collectie Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam, Nationaal Archief /collectie Spaarnestad
Met dank aan: Wim Klinkert.
Bronnen: zie de links onderaan het artikel.

De begrote bedragen werden uitgegeven en de aanleg van de Stelling was direct begonnen. Wanneer kwamen de eerste posten voor de forten? En de discussie was daarmee niet beëindigd. Wat speelde er in die eerste jaren nog meer voor het vestingstelsel?

In 1882 werden al meer posten voor de Stelling in het wetsontwerp voor de begroting van 1883 gezet. En wel voor een totaalbedrag van 1.400.000 gulden, een toename van 1 miljoen gulden ten opzichte van het jaar ervoor. Fort bij IJmuiden stond er nog in, voor de grondwerken. En "De eigenlijke stelling" noemde nu het maken van het Fort bij Abcoude en het Fort bij Velsen, allebei nog "een werk" genoemd.

Het uitzetten van het terrein van Fort bij Spijkerboor."Onteigening van gronden en uitvoering van voorbereidende werkzaamheden voor verschillende werken in de stelling" stond weer bij de post en dat zou er nog vele jaren op staan. Het is met grote zekerheid bekend dat eerst in het Westfront werd begonnen met de bouw van de forten, vanwege de duinstrook en de smalle inundaties. Maar over de volgorde van bouwen binnen elk front bevat het "Ontwerp van Wet" interessante woorden: "de keuze der forten, waarvoor het gevraagde geld zal worden besteed, in de eerste plaats zal afhangen van den gang der onderhandelingen betreffende den aankoop der benoodigde terreinen, de omlegging van wegen en wateren enz., waaromtrent dus voorshands niets met eenige zekerheid valt te zeggen". De forten waarvoor het eerst terrein onteigend kon worden, waren die waar de aanleg het eerst kon beginnen. Logisch en eenvoudig.

Uit het Voorlopig Verslag van de Commissie van Rapporteurs blijkt dat een aantal Kamerleden het hele vestingstelsel wilde beperken tot alleen de Stelling en dit standpunt was volgens hen vorig jaar onvoldoende aan bod gekomen. Dus de NHWL en andere linies afdanken en alle krachten inzetten voor de Stelling, zoals België had gekozen voor haar Stelling van Antwerpen als Nationaal Reduit. Een andere groep Kamerleden wilde het vestingstelsel juist tot de NHWL beperken en de Stelling pas in oorlogstijd bouwen.

Tegenstanders beriepen zich op de Vestingwet, dat na veel onderzoek tot stand was gekomen. Een vergelijking met België vonden zij ook niet zo goed opgaan en ons samenhangende vestingstelsel toch beter. En dan staat er: "het geheel onzer hoofdverdedigingslinien beschouwd kon worden als eene reusachtige vesting, welke ons in tegenstelling der positie Antwerpen het voordeel opleverde van 2/5 der bevolking, en de voornaamste bronnen van vertier, welvaart en hulpmiddelen aan vijandelijke overweldiging te onttrekken". Serieus? De "bronnen van vertier" zoals de Koninklijke Schouwburg, Theater Carré en het Rijksmuseum waren een reden voor ons vestingstelsel? Dit biedt nieuwe kansen voor de marketing!

Tekening van de Tweede Kamer vergaderzaal rond 1900.De minister van Oorlog was tegenstander van de inzichten om alleen de Stelling óf de NHWL het vestingstelsel te laten vormen, en besteedde daar weinig woorden aan. Zijn argumenten tegen het bouwen van de Stelling in oorlogstijd bracht hij steviger naar voren, omdat een krachtige, ingerichte Stelling een vereiste voor de landsverdediging was. En mocht ons land van de zeezijde bedreigd worden, dan lag de Stelling bij het begin van de oorlog in de eerste lijn en wat het te laat om nog te gaan bouwen. Bovendien maakte de bodemgesteldheid rond de hoofdstad dat alle werken al in vredestijd moesten worden aangelegd.

In de Handelingen werd door generaal Pierre Guillaume Jean van der Schrieck (1812-1896), "de geachte afgevaardigde uit Den Bosch", gewezen op proeven met 21 cm. mortieren vanwege de toekomstbestendigheid van de forten. En de toekomstige zeer grote financiële aanpassingen die dan nodig zouden zijn. De eerder genoemde heer Kool, idem uit Arnhem, kon zich daar wel in vinden en "wij er reeds nu in waarheid op kunnen rekenen dat in de toekomst verbeteringen in de ontworpen forten zullen moeten plaats grijpen. Welke die zullen zijn, is op dit oogenblik nog niet met zekerheid te zeggen". Beiden waren officier.

Kortzichtig waren ze dus niet, maar ook zij konden de toekomst niet voorspellen. Terwijl wij weten hoe het is afgelopen. Minister Reuther begreep de opmerkingen maar "indien men wilde wachten tot het einde van alle uitvindingen, men eeuwigdurend zou moeten uitstellen". Een tijdloze uitspraak, aangezien het nu nog geldt voor nieuwe modellen computers, telefoons en auto's die nog gaan komen.

Ook het wetsontwerp voor de vestingbegroting voor 1883 werd aangenomen, met 57 tegen 9 stemmen. Er was dan wel veel discussie, maar de besluiten werden behoorlijk eensgezing aangenomen.

Fort bij IJmuiden
Fort bij Abcoude
Fort bij Velsen
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1883, Ontwerp van Wet
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1883, Memorie van Toelichting
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1883, Voorloopig Verslag
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooijing van het vestingstelsel, dienst 1883, Memorie van Beantwoording
Handelingen Tweede Kamer 1882-1883 20 december 1882, 47ste Zitting

 

De eigenlijke stelling en het Fort Pampus (1883)

Tekst: René Ros.
Foto's: RKD (fotoalbum leden Tweede Kamer der Staten Generaal door Jhr. J.W.H. Rutgers van Rozenburg), Nationaal Archief / collectie Spaarnestad.
Met dank aan: Wim Klinkert.
Bronnen: zie de links onderaan het artikel.

Als laatste kijken we naar het jaar 1883 voor de begroting van 1884. We gaan niet alle begrotingen tot en met 1938 uitpluizen, maar de stukken uit 1882 en 1883 geven een mooi (politiek) beeld van de eerste begrotingsposten en de bouw van de Stelling. De bouw kwam langzaam op stoom en steeds meer vestingwerken werden in de begrotingen genoemd.

Het wetsvoorstel voor 1884 bevatte het artikel "Tweede gelden voor bouw van forten aan stelling van Amsterdam" met grotendeels een herhaling van vorig jaar, maar weer een extra punt. Dus onder Fort bij Abcoude en Fort bij Velsen werd nu ook "Voortzetting van het verbeteren der linie van Spaarndam en der positie aan de Liede" vermeld. Het totale bedrag van 760.000 gulden was wat lager dan het voorgaande jaar, maar is wat gedaan en uitgegeven kon worden. Het grootste verschil met vorig jaar was, dat er een nieuwe minister van Oorlog was aangetreden: August Wilhelm Philip Weitzel (1816-1896) nam het ambt over op 23 april 1883, tot 21 april 1888.

Portretfoto van Kamerlid Rutgers van Rozenburg.Weitzel was in zijn Memorie van Beantwoording duidelijk over de koers: "in het algemeen zeer goed kan vereenigen met het plan van zijnen ambtsvoorganger, zoo ten aanzien van de uitgebreidheid als van de inrichting der ontworpen stelling van Amsterdam. Nochtans behoudt hij zich voor, bij de uitvoering, van bedoeld plan af te wijken, voor zooveel zulks bij het uitwerken van het ontwerp voor de onderdeelen der stelling, in 's lands belang nuttig of wenschelijk mocht blijken". Zijn voorganger had hem niet onnadelig gebonden aan de plannen voor de Stelling, zoals in 1881 als reden tot uitstel werd aangevoerd door Kamerlid Van Dedem.

Over de waterige oostzijde van de Stelling wilde hij nog geen beslissing nemen en wachtte de conclusies af van een commissie die zich boog over de samenwerking van land- en zeemacht bij de verdediging ervan. Mocht hij beslissen tot de aanleg van "een fort op Pampus" dan zou dat soortgelijk aan het Fort op de Harssens bij Den Helder moeten zijn, waarvan de bouw op dat moment werd uitgevoerd.

Uit de handelingen is over wel of geen Fort aan het Pampus een interessante discussie tussen Kamerlid Rutgers van Rozenburg (zie foto) en minister Weitzel te halen:
"De heer Rutgers van Rozenburg: Er zijn sedert den dood van [vooraanstaand officier van de Genie] Stieltjes tal van jaren verloopen dat ik hier alleen heb gestaan in het betoog dat wij niet aan de marine, gelijk door velen beweerd werd, de verdediging van de stelling van Amsterdam konden overlaten, maar dat wij ten oosten van Amsterdam gelijk aan alle andere zijden een fort noodig hadden. [...] Ik ben overtuigd dat alle kosten tot nog toe aan de Utrechtsche linie besteed, en aan het reduit te besteden, zijn weggeworpen, wanneer men het groote water-acces van Amsterdam onverdedigd laat."

"De heer Weitzel, Minister van Oorlog: Mijnheer de Voorzitter! Ik heb van den geachten spreker uit Amsterdam, den heer Rutgers van Rozenburg, zeer pessimistische beschouwingen en conclusiën moeten hooren. Het is alsof de opening van de Zuiderzeezijde in de reduitstelling van Amsterdam, geheel onverdedigbaar ware. Maar hiervan is immers in de verste verte geene sprake! Van iederen Minister van Oorlog zal men het, in de eerstvolgende jaren, alleszins natuurlijk vinden, dat hij zich twee-, driemaal bedenkt, eer hij er toe besluit forten te bouwen, die ieder 2½ millioen kosten. [...] Ik heb gezegd een advies te willen afwachten dat binnen eenigen tijd aan de Regeering zal worden uitgebracht."

Tekening van de vergaderzaal van de Tweede Kamer, eind 19e eeuw."De heer Rutgers van Rozenburg: Mijnheer de Voorzitter! De Minister noemt mij een pessimist: aan die qualificatie ben ik reeds gewend. De Kamer zal zich wel herinneren hoe ik reeds voor jaren een pessimist genoemd werd, wanneer ik over onze financiën sprak; doch zij zal ook moeten toegeven, dat hetgeen toen door mij werd voorspeld sedert verwezenlijkt is, ofschoon klaarblijkelijk die verwezenlijking en de tegenwoordige financieële toestand mij niet even sterk onthutst maken als de meerderheid dezer Kamer."

Interessante man, die Rutgers van Rozenburg, die tegen de stroom in streed voor wat hij belangrijk vond. Parlement.com beschrijft hem als "welsprekend, scherp en soms zelfs sarcastisch Amsterdams Kamerlid".
Zoals we weten zal het gaan lukken om het Fort aan het Pampus gebouwd te krijgen. Ongetwijfeld gesteund door de commissie van militaire deskundigen, maar het was ook een politieke beslissing. De hele Stelling van Amsterdam was uiteindelijk een politieke beslissing, wat deze nieuwsbrief hopelijk heeft kunnen laten zien. En op welk moment de belangrijkste politieke beslissing tot de bouw werd genomen.

Tot slot nog iets opmerkelijks in de categorie 'andere vestingwerken'. Op Fort Nieuwersluis (NHWL) waren grondverzakkingen aan de westelijke zijde van de bomvrije kazerne opgetreden. De oorzaak had men nog niet kunnen achterhalen, en mogelijk zou de gronddekking weggegraven moeten worden voor extra voorzieningen. Als mogelijkheid noemde men "eene zoogenaamde verlengde fundeering kunnen worden in overweging genomen, als onder anderen bij het bomvrije gebouw in de batterij onder Poederoijen [(NHWL)] met gunstig gevolg in toepassing is gebracht". Een extra fundering onder de gronddekking om verzakkingen te voorkomen. Zou bij een restauratie al eens zo'n normaal onzichtbere fundering aangetroffen zijn?

In 1887 kreeg de bouw van Fort aan het Pampus parlementaire goedkeuring en in 1888 de Liniewal Haarlemmermeerpolder. Onder Weitzel werd ook besloten geen tweede linie aan te leggen, wat een echt hergebruik van de Posten van Kraijenhoff zou hebben betekend.

 

Tot zover over de begindatum van het bouwwerk 'Stelling van Amsterdam'. Heeft het ook een einddatum? Nee, niet als bouwwerk omdat het nog bestaat, gebruikt en gebouwd wordt. In een bepaalde periode werden forten op topografische kaarten gemarkeerd met de tekst "voormalig fort" en dat is vreemd omdat dat over de functie gaat. Ook de Stelling is niet 'voormalig', het leeft en wekt nog steeds nieuwsgierigheid op. Met dank aan de politici van destijds, die een heel ander doel voor ogen hadden, kunnen wij in vrede weer een nieuw seizoen op, in en tussen de forten beleven. Veel plezier! Maar denk af en toe ook aan bijvoorbeeld Reuther, Weitzel, Van Dedem en - vooral op het Fort aan de Pampus - aan Rutgers van Rozenburg.

N.B. Als beloning voor de lezers die tot het eind zijn gekomen, een leuke clou: de luchtfoto van het Binnenhof in het eerste artikel, is echt (zelf) gemaakt in Den Haag. Maar in Madurodam!

Fort bij IJmuiden
Fort bij Abcoude
Fort bij Velsen
Positie bij Spaarndam
Positie bij de Liede
Fort aan het Pampus
Liniewal Haarlemmermeerpolder
Posten van Kraijenhoff
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooiing van het vestingstelsel, dienst 1884, Ontwerp van Wet
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooiing van het vestingstelsel, dienst 1884, Toelichtende Staat
Begrooting van uitgaven ten behoeve van de voltooiing van het vestingstelsel, dienst 1884, Memorie van Beantwoording
Handelingen Tweede Kamer 1883-1884 19 december 1883, 54ste Zitting

 

Vond je een nieuwsbrief interessant? Maar ben je nog geen abonnee? Abonneer je dan op de Abonneren pagina om toekomstige nieuwsbrieven te ontvangen!

Deze nieuwsbrief is een uitgave van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam. Abonnementen kunnen in uitzonderlijke situaties zonder informeren en/of zonder opgaaf van redenen geweigerd of beëindigd worden. De redacteurs en auteurs aanvaarden geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de website, nieuwsbrief of andere publicatie, door welke persoon en voor welk doel dan ook. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden op deze website / nieuwsbrief te achterhalen. Eenieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder voorafgaande toestemming hier is gebruikt, verzoeken wij om zich tot ons te wenden. Bij gebruik als bron voor publicaties en andere uitingen is bronvermelding verplicht en tevens wordt deskundige begeleiding, door bijvoorbeeld de redacteur of auteur, aanbevolen. In de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn een deel van een column of strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven. 'Majoor Van Hall' en 'Soldaat Troelstra' zijn fictieve militairen uit het verleden die dienen als pseudoniemen voor verschillende personen. Genoemde activiteiten zoals rondleidingen worden mogelijk door andere partijen georganiseerd en de verantwoordelijkheid voor inhoud, uitvoering e.d. ligt geheel bij de betreffende partij. De inhoud van een nieuwsbrief wordt na publicatie niet meer gewijzigd en kan later onjuist zijn gebleken of niet meer van toepassing zijn. De auteursrechten berusten bij René G.A. Ros tenzij anders is aangegeven.

Stelling van Amsterdam op Bluesky Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Alle rechten voorbehouden, o.a. gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
Fort bij Spijkerboor, een van de Beemster Forten van Natuurmonumenten (Advertentie)
 
 
 
Fort Resort Beemster herbergt een van de meest luxueuze wellnessresorts met hotel van Nederland. In de karakteristieke sfeer van het fort beleeft u wellness zoals u nog nooit heeft ervaren. (Advertentie)