Sluit [X]   
 

Bureau Stellingcommandant in 1916: "Machtiging verleend om in de Positie IJmuiden een stelling te...

© 1999-2024, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 29-1-2024

Donateur worden?

Nieuwsbrief Stelling van Amsterdam

Nieuwsgierig? Lees deze nieuwsbrief maar!Nieuwsbrief 538

Nieuwsbrief Stelling van Amsterdam
Een nieuwsbrief over militair erfgoed in de regio Groot-Amsterdam.
Thema: Tuchtklasse Edam.
26ste jaargang, nummer 538, 14 maart 2024

 

Inhoud

In deze nieuwsbrief:

 

Inleiding

De Tuchtklasse lijkt wellicht een heel specialistisch en beperkt onderwerp, maar er bleken nieuwe inzichten voor alle forten uit te trekken. Over de Tuchtklasse Edam stonden al heel lang aantekeningen en links naar oude krantenberichten klaar om eens in te duiken. Die informatie was te weinig om vat op het onderwerp te krijgen, maar de aankoop van een oud proefschrift loste dat probleem in één keer op. Want wat was de Tuchtklasse, hoe kwamen militairen er terecht, welke straf werd er uitgevoerd, waarom zat het een paar jaar op Fort bij Edam en hoe was het leven voor de gestraften? En zegt die informatie iets over het normale soldatenleven in de kazernes en op de forten? Wat aten de militairen en hoe zag de dagindeling eruit en? In meerdere artikelen komen deze deelonderwerpen aan bod.

Met dank aan Sven Maaskant (Nederlands Instituut voor Militaire Historie) voor zijn bijdragen aan deze gehele thema-nieuwsbrief.

Lees deze nieuwsbrief op: https://www.stelling-amsterdam.nl/nieuwsbrief/2024/nieuwsbrief-538/
De volgende nieuwsbrief zal waarschijnlijk op 26 maart aanstaande verschijnen.

Tip: houd de cursor boven elke afbeelding om een beschrijving te zien.
Meer: Slechts een deel van de gevonden informatie kan worden gepubliceerd, neem contact op als je voor onderzoek meer informatie wenst.

 

De heilzame Tuchtklasse

Tekst: René Ros.
Bron en afbeelding: Militaire Straf- en Tuchtklassen door G.H.E. Nord Thomson, 1916 (NL-WpDStvA-C15437).

Een proefschrift uit 1916 bleek een toen heel actueel overzicht van de Militaire Straf- en Tuchtklassen te bevatten. Waaronder de geschiedenis en het doel van de Tuchtklasse. Dat bleek nu een zeer zeldzame maar betrouwbare en eenvoudige historische bron met de lang gezochte informatie.

Op zoek naar meer informatie over de Tuchtklasse, die enkele jaren op Fort bij Edam was gevestigd, werd in mei 2023 een proefschrift gevonden en voor 25 euro gekocht. Het is wat vreemd om te zeggen over iemand die in 1942 overleed, maar de auteur is een bekende... In zijn geschreven herinneringen omschrijft Lolke Rang de onplezierige kanten van een dienstmakker en begint over de promovendus met "Plotseling komt een naam mij voor den geest, die ik nooit meer beschreven heb. De naam van mijn kameraad-reservist Nord Thomson". Ze kenden elkaar van een korte periode op Fort bij Veldhuis in het begin van de mobilisatie 1914-1919.

Terwijl Rang de mobilisatie vooral doorbracht als 1e Luitenant der Artillerie in Fort benoorden Spaarndam, vertrok Nord Thomson naar het zuiden van het land. Voor een jurist was daar meer werk aan de winkel, omdat het grootste deel van het leger daar lag. De laatste mobilisatiejaren was Nord Thomson auditeur-militair bij de krijgsraad in 's-Hertogenbosch. In 1919 volgde ook voor hem demobilisatie en in 1923 volgde eervol ontslag. Als burger werkte hij als advocaat en was onder andere adviseur van de Bond van Vrijwillige Burgerwachten in Nederland.

Voorblad van het proefschrift 'Militaire straf- en tuchtklassen' door Nord Thomson.Gustaaf Henri Eugène Nord Thomson (1889-1942) promoveerde op 14 maart 1916 met het proefschrift 'Militaire straf- en tuchtklassen' "ter verkrijging van den graad van doctor in de rechtswetenschap aan de Universiteit van Amsterdam". Het is voor jou gelezen, opdat jij dat niet hoeft te doen. Eerlijk gezegd heb ik de paragrafen over straf- en tuchtklassen bij buitenlandse legers overgeslagen.

Nord Thomson presenteerde de resultaten van zijn ongetwijfeld noeste onderzoeksinspanningen in vier hoofdstukken, te beginnen met een geschiedkundig overzicht. In de inleiding staan een paar grappige zinnen: "Toen ik het oorspronkelijk gekozen onderwerp (spionnage) moest opgeven ten gevolge van de té grote actualiteit, die het door de oorlog had gekregen..." en "Gevoel van tucht heeft de doorsnee Nederlander niet als aangeborene eigenschap."

Over het onderwerp van zijn proefschrift nam hij een citaat van de Pruisisch-Duitse generaal-veldmaarschalk Von Moltke over: "Een leger zonder tucht echter is een kostbare, in tijd van oorlog onbruikbare en in tijd van vrede gevaarvolle instelling." Zelf schrijft hij: "Juist preventief moet en kan de straf- en tuchtklasse zoo heilzaam werken. De angst daarheen te worden gezonden, moet reeds voldoende zijn om hen terug te houden van slecht gedrag".

Hij onderzocht onder andere de effecten van straf- en tuchtklassen door te kijken wat er na de straf met hen gebeurde. Het proefschrift bevat ook een tabel met de redenen dat 'minderen' (soldaten) van 1903-1909 werden "gedetacheerd" bij het Depot van Discipline te Vlissingen, de voorloper van de Tuchtklasse in Edam. 30% "wegens Dronkenschap en mankeeren" (afwezigheid), 26% "mankeeren", 13% "mankeeren en verkoop van kleeding" enz., 13% idem met dronkenschap, 5% alleen dronkenschap. Dan heb je wel een goed beeld...

De strafklasse was voor militairen die daadwerkelijk een overtreding hadden begaan, terwijl de tuchtklasse voor lichtere gevallen was en meer een disciplinaire maatregel was. De promovendus stelde dat tuchtklassen eigenlijk alleen nodig zijn in een dienstplichtleger, waar geld geen motivator is. De tuchtklasse, toen nog de 2e klasse van discipline geheten, stamt in ons land daarom uit 1815, net als de dienstplicht zelf. Tot 1912 moesten gestraften naar het landelijke Depot van Discipline, met zowel straf- als tuchtklassen, in Vlissingen.

Gezien het Wetboek van Militair Strafrecht was het niet wenselijk, maar vanaf 1912 werden tuchtklassen op regimentsniveau geplaatst. Alle ongedisciplineerde Infanterie, Hospitaalsoldaten en Administratietroepen gingen naar de tuchtklasse bij het 5e Regiment Infanterie te Amersfoort. De Cavalerie naar het 1e Regiment Huzaren in Amersfoort, de Veld- en Rijdende Artillerie naar het 1e Regiment Veldartillerie te Amersfoort, de Vesting-Artillerie, Korps Torpedisten en Korps Pontonniers naar compagnieën van het 1e Regiment Vesting-Artillerie te Utrecht en de genisten naar het Regiment Genietroepen ook in Utrecht.

Dit beviel blijkbaar toch niet, omdat al in 1914 alles weer werd gecentraliseerd in de Tuchtklasse te Hoorn en vervolgens in Edam. Daarna nam het opleidingsdepot van de militaire politietroepen te Milligen de taak over. Op 1 september 1946 werd het Depot- en Detentiekamp opgericht, welke naam op 1 juli 1950 werd gewijzigd in de historische naam 'Depot voor Discipline'. Tot de verhuizing naar Stroe in mei 1999 was het gevestigd in Nieuwersluis, met het restaurant "Het stoute soldaatje" er tegenover!

 

Discipline zo strak als een vioolsnaar

Tekst: René Ros.
Foto: collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH).
Bron: Militaire Straf- en Tuchtklassen door G.H.E. Nord Thomson, 1916 (NL-WpDStvA-C15437).

Nord Thomson beschrijft ook wat voor soort straf de Tuchtklasse was en hoe lang die opgelegd kon worden. Binnen de Tuchtklasse bleken er zelfs drie niveaus van beperkte vrijheden te zijn, waarbij goed gedrag leidde tot meer vrijheden zoals verlof.

Na degradatie was de tuchtklasse de laagste van acht straffen die het militair recht kende. Het werd alleen opgelegd aan militairen met de rang van soldaat, die immers niet gedegradeerd konden worden. Plaatsing kon middels een vonnis van een militair rechter maar ook, na raadpleging van hun hogere commandant, door compagnies-commandanten: "Zoodanige soldaten, Tamboers, Pijpers en Halvemaanblazers, als door herhaalde overtredingen, ongehoorzaamheid of liederlijkheid blijken ontvatbaar te zijn voor het gevoel van eer, zullen door den Commandeerenden Officier der Compagnie in eene afzonderlijke of tweede klasse worden geplaatst, totdat zij voldoende bewijzen van beterschap zullen hebben gegeven enz."
De soldaat kon tegen zijn tuchtstraf in beroep gaan door een formele klacht in te dienen of een verzoek bij de krijgsraad in te dienen. Het was eenvoudiger om officieus zijn chef "te spreken" te vragen om te proberen zijn straf veranderd te krijgen.

"Bewakingsdetachement Edam"De straf had een minimale duur van drie maanden en een maximale van een jaar. Als er wegens misdragingen in de tuchtklasse de straf van zwaar arrest werd opgelegd, dan kwamen deze dagen er bovenop. Als straf kon ook "water en brood" opgelegd worden, hetgeen "voor velen zwaarder is dan de provoost [straflokaal] of politiekamer".

Binnen de Tuchtklasse waren er drie sectiën met verschillend regime. Alle nieuw "gedetacheerden" kwamen in de derde sectie binnen en moesten op hun kamer blijven, uitgezonderd voor dienstzaken. Na een maand goed gedrag ging de soldaat naar de tweede sectie en mocht hij ook naar de kantine en tweemaal per week in de middag "twee uur uit". Vaak was dat op marktdagen omdat de boeren de gestraften vaak trakteerden en dat was blijkbaar een mooie motivatie en beloning zonder lasten voor den 's-Rijks schatkist...

Nog een maand verder ging men naar de eerste sectie en kreeg er twee avonden verlof bij. En in de laatste week van het verblijf was het hetzelfde regime als bij de normale troepen, waarvan de details niet genoemd worden. Maar als de soldaat in de fout ging en ongepast gedrag toonde, dan was het "ga terug naar af" en begon hij opnieuw in de derde sectie.

En blijkbaar zaten er wel een aantal recalcitrante gevallen tussen. Een krantenartikel noemt militairen die "je kan stikken" of "verrek maar" in hun handpalm hadden laten tatoeëren. Bij salueren naar een hogere in rang, werd er iets gezegd zonder te praten... Ongetwijfeld met een brede grijns.
Reken maar dat de discipline zo strak was als een vioolsnaar, maar er zijn aanwijzingen dat die een heilzame werking had op sommige soldaten. Of het dan ging om het lot niet verder te tarten of daadwerkelijke verheffing, moeten we bij gebrek aan bewijs maar in het midden laten.

En het was niet allemaal kommer en kwel, in elk geval was de keuken er bovengemiddeld. Er werd met het eten redelijk hoog ingezet met bedreven koks voor eenvoudig maar goed eten in flinke porties. De gestraften kregen maar 5 guldencent per dag van hun normale soldij als zakgeld uitbetaald en konden dus geen extra's kopen zoals in de kazernes. Een snelle blik op eerdere geraadpleegde controlelijsten toont dat 10 guldencent per dag gangbaar was, maar 20 en 35 guldencent kwamen ook wel voor. De waarde van 5 guldencent in 1916 is vergelijkbaar met 46 eurocent nu.
Bovendien mochten ze geen pakketten van bezorgde ouders ontvangen. Nord Thomson schrijft ook dat er onderwijs in lezen, schrijven en rekenen werd gegeven, maar het is wat onduidelijk of dat zijn voorstel was of al de praktijk.

 

Het gevangeniseiland bij Edam

Tekst: René Ros.
Foto's: collectie Doc.centrum Stelling van Amsterdam, Archief Stelling van Amsterdam (Nationaal Archief)
Met dank aan: Theo van Baar (Stichting Fort bij Edam).
Bron: diverse kranten in Delpher (Koninklijke Bibliotheek) en Waterlands Archief, Archief Stelling van Amsterdam en Archief Depôt- en Detentiekamp (Nationaal Archief).

Omdat de door de Tuchtklasse gebruikte kazerne in Hoorn weer voor de terugkerende reguliere infanterie bestemd werd, verhuisde de Tuchtklasse. Het ging naar het nabijgelegen Fort bij Edam dat met het einde van de mobilisatie toch in onbruik raakte. Het gaat wel wat ver om een vergelijking met Alcatraz te maken, maar ook hier was een ontsnapping die bijdroeg aan de sluiting.

Luchtfoto van Fort bij Edam.Over de periode dat de Tuchtklasse in Hoorn zat, zijn diverse krantenberichten te vinden. Een aantal gaan over militairen die tot zwaardere straffen voor bijvoorbeeld desertie werden veroordeeld en de Tuchtklasse verlieten. In een krant van 20 mei 1919 wordt beschreven hoe twee bewakers met een geweer aan het spelen waren en een van hen dodelijk werd getroffen. En een artikel meldt dat op 20 augustus 1920 tijdens de zomerfeesten in Grijpskerk J. Pompstra, een oud-"Klassiaan" van Hoorn, was vermoord.

Er zijn geen krantenberichten over ontsnappingen gevonden, maar alleen als de ontsnapten weer gearresteerd werden en soms was dat al op de dag van de ontsnapping. Tussen 1915 en 1918 zijn er berichten over in totaal zes ontsnapte militairen die weer gearresteerd waren. In augustus 1915 waren het er twee die tevens burgerkleding en fietsen hadden gestolen. Dezelfde avond werden ze bij de Tolhuispont in Amsterdam aangehouden.

Tussen de Legerberichten in de kranten, worden diverse personen genoemd vanwege detachering bij de Tuchtklasse. Niet als gestraften maar als staf, bewaker of ondersteunend personeel. Een van hen is een fourier Hietkamp en iemand met dezelfde functie én naam kennen we ook uit de herinneringen van Rang. Waarschijnlijk is het dezelfde persoon maar dat is niet betrouwbaar aan te tonen.

Na de demobilisatie (formeel in 1919) wilden de manschappen, en vooral hun dames, van het 1e Bataljon 21e Regiment Infanterie weer terug naar hun vredesgarnizoen in Hoorn. Daarvoor moest de Tuchtklasse de kazerne verlaten. Welk pand dat was wordt niet door Nord Thomson aangegeven, maar het moet om de Kazerne "'t Waaitje" aan Veemarkt 6 gaan. Van 25 januari 1915 tot 23 januari 1919 was Majoor J.W. von Henning (1863-1945) er de commandant.
Per 19 februari 1919 werd Kapitein A. Tuinman (1882-1942) de commandant en onder hem werd naar het Fort bij Edam verhuisd. Eind juni begon de verhuizing naar het fort die op 1 juli 1919 was voltooid. Er waren enkele barakken gebouwd, waarschijnlijk voor het personeel terwijl de gestraften in de bomvrije gebouwen zaten. Half juli 1919 zou het 21e Regiment Infanterie naar Hoorn zijn teruggekeerd.

Er is maar één geval van mishandeling van gestraften op het fort naar buiten gekomen. Op 2 augustus 1919 zouden twee gestraften vanwege zingen gestraft zijn met twee uur op wacht staan. Na weigering zijn ze op bevel van een sergeant mishandeld en geboeid door een marechaussee. Zou dat de opperwachtmeester P. Kort zijn geweest, die volgens een ander krantenartikel twee weken eerder op het fort kwam?

Van Edam is maar één ontsnapping bekend, in de nacht van 8 op 9 augustus 1920, maar wel van vier gestraften in één keer. De Purmerender Courant schreef op 29 augustus 1920 dat drie van de vier ontsnapten een groepsfoto van hen in burgerkleding naar de commandant hadden gestuurd. Die krant had vermoedelijk een bron bij de staf van de Tuchtklasse, omdat deze informatie in geen enkele andere krant werd gevonden. Iets zegt me dat de foto niet bewaard is gebleven...

Postkaart van de Commandant van de Tuchtklasse Kapitein Tuinman.Ten tijde van die ontsnapping zouden er ongeveer 21 gestraften zijn en 30 man personeel. Dat klinkt als erg veel bewaking, maar een deel van het personeel (leiding en administratie) draaide geen wachtdiensten. En de bewakers werkten in drie-ploegendienst, terwijl de gestraften 24 uur per dag gestraften waren. Als je voor elke gestrafte een bewaker zou willen hebben, dan heb je minimaal 63 bewakers nodig die niet op verlof mogen. Net als bij andere gevangenkampen op forten, zal er een binnen- en buitenbewaking zijn geweest. Waarbij de binnenbewaking voor de gevangenen zorgde en de buitenbewaking tegen uitbraken buiten het fort de wacht hield.

In november 1920 begon er in de Tweede Kamer een discussie over de Tuchtklasse, waarbij 12 gevangenen en 40 man personeel werd genoemd. Enkele kamerleden pleitte ervoor de Tuchtklasse naar Fort bij Spijkerboor te verplaatsen omdat dat vrijwel niets zou kosten. Vermoedelijk doelde men er op dat Fort bij Spijkerboor in gebruik was als gevangenis voor dienstweigeraars. Minister van Oorlog Pop ging daar niet in mee. Midden december werden nog maar drie gestraften genoemd bij de discussie over kostenbesparing en noodzaak van de Tuchtklasse.

Eind februari 1921 verschenen krantenberichten dat de Tuchtklasse in Edam per 1 april aanstaande zou worden opgeheven. Een heel tastbaar bewijs is de postkaart die Commandant van de Tuchtklasse Kapitein Tuinman op 31 maart 1921 aan "den heer Commandant in de Stelling van Amsterdam" stuurde. Hierin meldde hij dat de Tuchtklasse te Edam was opgeheven. Daarna zijn er nog een paar krantenartikelen te vinden over personeel wiens detachering eindigde en die terugkeerden naar hun regiment. Commandant Tuinman werd pas op 21 april 1921 van zijn functie ontheven.

Fort bij Edam
Militairen Tuchtklasse Edam
Mobilisatie Herinneringen

 

Aardappelen om 5.00 uur N.M.

Tekst: René Ros.
Bron en afbeeldingen: Militaire Straf- en Tuchtklassen door G.H.E. Nord Thomson, 1916 (NL-WpDStvA-C15437).

In het proefschrift zijn een paar bijlagen opgenomen die geheel toevallig en onverwacht maar zéér gewenst waren. "Menu van de Soldatenmenage" en "Tableau van den dienst aan de Tuchtklasse te Hoorn" bleken voor ons heel interessant te zijn. Alhoewel uit 1916 over de Tuchtklasse in Hoorn, geeft het waarschijnlijk een goed beeld van de Tuchtklasse op Fort bij Edam. En als het doel van de Tuchtklasse was om discipline bij te brengen, waren de maaltijden en de dagindeling op de kazernes en forten dan hetzelfde?

"Menu van de Soldatenmenage" van de Tuchtklasse Hoorn.Volgens het "Menu van de Soldatenmenage" werd er elke dag 's middags warm gegeten, alhoewel dat alleen op zondag om 12.30 uur was en alle andere dagen om 17.00 uur. Elke dag was er 's ochtends 600 gram brood, 20 gram boter en 4 gram thee per persoon met alleen op zondag ook 100 gram kaas. 's Avonds was er 200 gram brood, 20 gram boter en 6 gram koffie per persoon. Wat het soortelijk gewicht van dat brood of "kuch" was, wordt niet vermeld...

Hierna volgt het middagmenu met hoeveelheden per persoon per dag, waarbij de hectoliters zijn omgerekend naar liters en tussen haakjes het gewicht volgens de hedendaagse hectolitergewichten voor consumptieaardappelen (70 kg/hl) en peulvruchten (80 kg/hl).

Maandag: erwtensoep met 200 gram varkenskluiven en 0,3 liter (240 gram) groene erwten,
Woensdag: soep en rijst met krenten waarin 150 gram rundvlees en 50-250 gram rijst,
Vrijdag: bruine bonen met spek waarin 50 gram rundvet, 100 gram spek en 0,5 liter (400 gram) bonen,
Overige dagen: aardappelen met groenten waarin 2 liter (1,4 kg.) aardappelen, 220 gram rundvlees en 50-60 gram rundvet.

Na 1 maart tot de nieuwe oogst zou er per persoon 0,25 liter (175 gram) meer aardappelen opgediend worden. De 1,4 kilogram aardappelen is wel erg veel, maar staat echt voor vier dagen met 0,02 hectoliter in de tabel. Het zou ook 0,2 liter (140 gram) kunnen zijn, maar dan is een 0,25 liter extra winteraardappelen een ruime verdubbeling. Anders moet 1,4 kilogram voor de gehele week zijn. In ieder geval, moet je de aardappelen met een korreltje zout nemen... Maar dat moet je sowieso altijd doen.
Wanneer er voor de erwtensoep geen groene erwten waren, dan konden bruine bonen of kapucijners gebruikt worden. En 'rijst met krenten' kon ook wel eens 'rijst met melk' zijn. Mmm, jummie... Met zo'n menu kan je geen restaurant op een fort draaien! Alhoewel ik wel benieuwd ben hoe kapucijnerssoep smaakt!

"Tableau van den dienst aan de Tuchtklasse te Hoorn"Dan moeten we het hebben over het "Tableau van den dienst aan de Tuchtklasse te Hoorn" wat een complexe tabel is. Zo zijn er vier verschillende dagindelingen, voor maandag, woensdag en donderdag, dan voor dinsdag en vrijdag, voor de zaterdag en voor de zondag. Bovendien was er een afwijking voor de zomer, voor-/najaar en winter.

Het verschil komt vooral door de daglengte, hoe donkerder den ochtend des te later werd er opgestaan voor reveille (wakker worden) en appél (aantreden). Zomers om 5 uur opstaan, maar in de winter twee uur langer tussen de vette lappen blijven liggen. Op de korte dagen begon de ochtenddienst ook later en de middagdienst eindigde 15-30 minuten eerder, en eindigde altijd om "10.00 NM" (22.00 uur) met "visitatie" (controle) op in bed liggen. We hanteerden toen nog een 12-uurs klok met 'voormiddag' en 'namiddag'.

Voor de meeste dagen stonden morgeneten (15. min.), geneeskundige visitatie, wapens ontvangen en inleveren, koffiedrinken (30 min.), aardappelschillen (45 min.), poetsen (1 uur) en soldij uitbetalen op het programma. Elke dinsdag en vrijdag was er een militaire mars van minimaal 25 km. De prentbriefkaart van Leimuiden die in Nieuwsbrief 530 aan bod kwam, en mogelijk tijdens een mars werd verzonden, is op een dinsdag gestempeld... Toeval of niet?

Op zaterdagochtend moest het kwartier schoongemaakt worden en in de middag was er een - ongetwijfeld zeer educatieve en verheffende - toespraak door de commandant. De zondag was echt de rustdag met een eigen vaste indeling, met in de ochtend 'uitslapen' tot 7.00 uur en vanaf 10.00 uur vrijwillig één bezoek aan een kerk.

Gedurende de maanden dat aan deze nieuwsbrief werd gewerkt, werd in het Nationaal Archief - om geheel andere redenen - de Memorie van Verdediging van het Fort bij Abcoude geraadpleegd. Daarin zit de "Aanvullingen op het Dienstvoorschrift voor Stellingen" (ongedateerd, circa 1908) met een schema dat "voor een dienstregeling kan gelden". Alhoewel het veel beknopter en algemener is, komt het met de dagindeling van de Tuchtklasse overeen. Waaronder in de zomer om 5 uur opstaan en in de winter om 7 uur. Afwijkend is dat het Dienstvoorschrift ook nog "Werken en oefeningen" in de vroege avond noemt.

De tekst in de Dienstvoorschrift-aanvulling duidt er op dat het aan de commandanten was om een schema op te stellen en tussen de forten verschillen konden zijn. Helemaal zeker kunnen we er niet van zijn, maar het lijkt er op dat het menu en de dagindeling van de Tuchtklasse een goed maar geen standaard beeld van het verblijf op een fort tijdens de mobilisatie geeft. Met die dagindeling was er geen sprake van verveling, maar van enige vrije tijd in de avonden en op zondagen. Zonder radio, televisie en Internet moesten zij wel enige moeite doen om zich te vermaken.

'De Stelling bij Leimuiden' in Nieuwsbrief 530 (2023)

 

Deze nieuwsbrief is een uitgave van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam. De redacteurs en auteurs aanvaarden geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de website, nieuwsbrief of andere publicatie, door welke persoon en voor welk doel dan ook. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden op deze website / nieuwsbrief te achterhalen. Eenieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder voorafgaande toestemming hier is gebruikt, verzoeken wij om zich tot ons te wenden. Bij gebruik als bron voor publicaties en andere uitingen is bronvermelding verplicht en tevens wordt deskundige begeleiding, door bijvoorbeeld de redacteur of auteur, aanbevolen. In de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn een deel van een column of strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven. 'Majoor Van Hall' en 'Soldaat Troelstra' zijn fictieve militairen uit het verleden die dienen als pseudoniemen voor verschillende personen. Activiteiten zoals rondleidingen worden mogelijk door andere partijen georganiseerd en de verantwoordelijkheid voor inhoud, uitvoering e.d. ligt geheel bij de betreffende partij. De inhoud van een nieuwsbrief wordt na publicatie niet meer gewijzigd en kan later onjuist zijn gebleken of niet meer van toepassing zijn. De auteursrechten berusten bij René G.A. Ros tenzij anders is aangegeven.

Stelling van Amsterdam op Twitter Stelling van Amsterdam op Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Alle rechten voorbehouden, o.a. gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
ReneRos.biz voor ontwikkeling, advies & expertise en opleidingen voor Filemaker database-toepassingen. (Advertentie)
 
 
 
FMTraining - Trainingen en cursussen voor gebruikers en ontwikkelaars van FileMaker (Advertentie)