Stellingcommandant Ophorst |
![]() |
Naam voluit: |
Adrianus Rutger Ophorst |
||
Geboren: |
24 september 1857, Haarlem (Noord-Holland) |
||
Overleden: |
17 mei 1928, Amsterdam (Noord-Holland) |
||
Graf N I 0467 op de Begraafplaats Zorgvlied, Amsterdam (122.090/483.108). |
|||
Levensloop: |
Adrianus Ophorst werd geboren op 24 september 1857. Zijn vader was Adrianus Ophorst (4 oktober 1811, Gorinchem - 11 juli 1891, Leiden), een Majoor van administratie. Zijn moeder was A(li)da Camilla Schepman die op 18 april 1855 voor de derde maal trouwde na tweemaal weduwe te zijn geworden. Er kwamen een dochter (overleed binnen een jaar) en twee zoons uit het huwelijk voort, waaronder de latere Stellingcommandant. Zijn broer was W.D.A. Ophorst, die generaal-majoor werd Adrianus volgde van 1871 tot 1875 de opleiding aan de H.B.S. te Leiden. Van 1875 tot 1877 studeerde hij aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda en daarna van 1883 tot 1885 aan de Hogere Krijgsschool te Den Haag, met de latere Minister Eland als directeur. In Den Haag trouwde hij op 28 juli 1882 met Adriana Susanna Catharina Modderman maar zij overleed al op 20 mei 1886. Uit dit huwelijk kwam dochter Ada voort. Op 8 augustus 1889 hertrouwde Adrianus met Grietje Elisabeth Tichelaar. Zij was op 6 november 1858 in Loppersum geboren en overleed op 30 oktober 1941 in Amsterdam.
|
||
![]() |
|||
| Adrianus Ophorst prominent in het midden tijdens de "Vaandeluitreiking a/h Vrijwillig Landstorm Korps 'Stelling van Amsterdam' in het Stadion 1917". | |||
|
In 1907 was hij als Luitenant-kolonel lid van de Staf der Stelling van Amsterdam; Ridder van Rappard was toen de stellingcommandant. En daarna werd hij Commandant van het 2e Regiment Vesting-Artillerie en van 1 mei 1912 tot 1 november 1913 Inspecteur der Vesting-Artillerie. Van 1912 tot en met 1918 was Adrianus de Stellingcommandant en daarmee tijdens de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog. In zijn staf zaten o.a. Kapitein-adjudant Van Linden Tol en Majoor Vogel. In 1915 woonde hij aan de Stadhouderskade
151 te Amsterdam. Na zijn aftreden op 15 maart 1918 en pensionering werd hij in 1919 gekozen tot gemeenteraadslid in Amsterdam voor de Christelijk-Historische Partij. In ieder geval van 1923 tot 1927 woont hij aan de Vossiusstraat 43 te Amsterdam. Op 8 april bracht de Bond van Oranjevrienden hem aan huis een huldebetoog waarbij de voorzitter Albert van der Horst, een toespraak hield en de Ophorst-marsch (van S. Troeder) werd opgedragen. Op 17 mei 1928 overleed Adrianus Rutger Ophorst en werd hij begraven op Begraafplaats Zorgvlied te Amsterdam, in het graf waar zijn dochter al lag. Zijn tweede vrouw werd in 1941 in hetzelfde graf geplaatst en in 1955 dochter Ada Camilla Ophorst (geb. 18 januari 1885). Tegenover het graf is dat van Kapitein Uiterwijk.
|
||
Bronnen: |
Stadsarchief Amsterdam collectie Personalia (krantenartikelen geboorte, overplaatsingen, overlijden, necrologieën en begrafenis), Hens Burger (kleinzoon) en diverse genealogie websites. |
||
Foto's: |
Dr. H. Burger (kleinzoon) |
||
