Sluit [X]   
 

Buskruitfabriek De Krijgsman in 2004: sluiting Muiden Chemie International

© 1999-2017, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 10-5-2017

Mensen - Overigen

Let op: dienstplichtigen werden formeel op groot verlof gezonden voor hun normale burgerbestaan. Genoemde periodes of data van ontslag betekenen niet dat zij lange periodes onder de wapenen zijn geweest (daadwerkelijke dienst).

Tweede Wereldoorlog (1939 - 1946)

Van een aantal personen is nog te weinig informatie bekend. Deze personen hebben daarom geen eigen informatie pagina maar worden hieronder genoemd.

 

Oberfeldwebel Ammer

J. Ammer (* ca. 1905) vierde zijn 12-jarig dienstjubileum als Duits beroepssoldaat in 1940 toen hij in Amsterdam-Sloten was gelegerd. Hij had toen de rang van Oberfeldwebel (sergeant-majoor).

Hij behoorde tot 3e Kompanie van het Luftwaffe Bau Bataillon 7 uit Luftgau IV-Duitsland (3/Lw.Bau.Batl. 7/IV) dat in Nederland onderdeel was van Bau Regiment Luftgau Holland.
De 3e Kompanie kwam op 2 juni 1940 in Amsterdam aan en 2. Zug (peleton) werd ondergebracht in twee gebouwen in Sloten: Cafe Germania (Sloterweg 1345, heden De Halve Maen?) en het nog bestaande gebouw van de Amsterdamsch Speeltuin Verbond afd. Sloten.
Op 10 juli 1940 bestond de 3e Kompanie uit 2 officieren, 14 onderofficieren en 234 manschappen.
Ammer werkte aan bouwprojecten op Fliegerhorst Schiphol en kwam o.a. op Fort bij Aalsmeer dat als magazijn werd gebruikt.

Uiterlijk mei 1941 vertrok de eenheid per trein naar het Oostfront waar hij vermoedelijk in een dorpje nabij Cholm, tussen Sint-Petersburg en Moskou, werkte en overwinterde. In oktober 1941 werd de eenheid hernoemd tot Stab IIe Bataillon met 5-8 Kompanie/Luftwaffe Infanterie Regiment Luftgau Moskau.

Na juli 1942 vertrok hij en werd mogelijk bij de kustartillerie in Noorwegen of Denemarken geplaatst.

Met dank aan Jon van der Maas.

 

Sergeant Bode

De Amsterdammer L. Bode (roepnaam Bert) was in mei 1940 sergeant van een mitrailleurcompagnie van het 2de Bataljon van het 18de Regiment Infanterie (II-18 R.I.).

Aanvankelijk gelegerd in de Grebbelinie bij Soest trok zijn eenheid zich terug, langs Veldstelling Uitermeer en Fort Uitermeer, naar het Torenfort aan de Ossenmarkt in de Vesting Weesp. Daar vernamen ze de capitulatie. Over deze periode schreef hij achteraf een verslag.
Zie Terugtocht op Weesp 1940.

 

Gevangene Koolhoven

Sytse Frederic Willem (Frits) Koolhoven (11 januari 1886 - 1 juli 1946) was een Nederlands auto-ontwerper, coureur, vliegtuigontwerper en luchtvaartpionier. Hij werkte als ontwerper voor diverse Nederlandse en buitenlandse vliegtuigbouwers.
Zijn vader was Abraham van Koolhoven en zijn moeder was Adriana Johanna Lonbar Petri.

Op 22 december 1905 werd hij ondanks aangevoerde gebreken bij absentie aangewezen voor de militieplicht. Op dat moment woonde hij in Antwerpen (B) en werkte als voluntair in een "automobilen fabriek", waarschijnlijk Minerva te Antwerpen. Per 29 mei 1906 werd hij ingelijfd bij het 10de Regiment Infanterie.
Van 23 juli 1908 (brief) tot 1 augustus 1909 kreeg hij verlof naar Noord-Amerika hetgeen per brief van 19 juni 1909 werd verlengd tot 1 augustus 1910.
In die periode werd hij per 18 april 1910 overgeplaatst naar de 1ste Compagnie Wielrijders. Op 8 augustus 1912 werd hij ontslagen wegens lichamelijke gebreken.

Frits trouwde op 29-7-1909 met Marie Jeanne Elise Duchateau maar scheidde van haar rond 1912 (kinderloos). Hij hertrouwde op 26 november 1924 met Catharina Johanna Louisa Hoevels (geb. Hövels, 2 stiefzoons).

In 1926 richtte hij een eigen NV Vliegtuigenfabriek Koolhoven op, gevestigd op Vliegveld Waalhaven in Rotterdam. Op 21 februari 1927 naturaliseerd in Engeland om op 31-12-1936 weer genaturaliseerd te worden tot Nederlander.

In 1940 werd hij lid van de NSB waarvoor hij een radio-optreden voor de jeugd verzorgde. Onderduikers liet hij hun gang gaan en hij deed via zijn NSB-contacten een goed woordje voor dorpsgenoten die opgepakt dreigden te worden.
Na de oorlog werd hij gevangen gezet in Kamp "Sectorpark" te Halfweg. Kort na zijn vrijlating overleed hij aan een hersenbloeding.

 

Gevangene Kopjes Nieman

Dick Kopjes Nieman (*29-8-1929) werd in hoger beroep in maart 1950 veroordeeld tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens het weigeren als militair naar Indië in te schepen. Hij heeft gevangen gezeten in Den Bosch, Den Haag (Casuariestraat), Schoonhoven, Nieuwersluis, Fort bij Spijkerboor, Veenhuizen en Treebeek (kamp Julia).
Zie ook Gevangene Vonk.

 

Fortwachter Oushoorn

Gerardus Marinus Oushoorn werd op 5 maart 1885 geboren te Haarlem. Zijn vader was Gerrit Oushoorn en zijn moeder Elisabeth Lasschuit (†1914).

Op 19 jarige leeftijd werd hij op 16 december 1904 aangewezen voor de militieplicht en op 17 maart 1905 ingelijfd bij het 10de Regiment Infanterie in Haarlem.
Hij moet per 29 augustus 1905 vrijwillig in militaire dienst zijn getreden en werd gedetacheerd bij het Oost Indisch Leger. Zijn dienstverband werd tweemaal verlengd zodat hij na zeven jaar in 1913 in Nederland moet zijn teruggekeerd.

Gerardus trouwt op 10 december 1931 in Velsen met Dina Johanna Kroone (*26-10-1890 Schoten). Hij was toen 46 jaar oud en zijn beroep was los-arbeider. Zijn vrouw was weduwe van Johannes la Duk met wie ze in 1917 was getrouwd.

Op 15 juli 1940 werd hij, 55 jaar oud, benoemd tot fortwachter van het Fort bij Spijkerboor en werd op 22 juli ingeschreven.
Vervolgens werd hij ingeschreven op de adressen van Magazijn Polder VII (1943-1944 en 1945-1946), Sectorpark Sloten, Afdeling Materieel (1944-1945) en Sectorpark Sloten, Afdeling Munitie (1946-1955).

 

Geïnterneerde Roskam

Evert Jan Roskam (*22-1-1892 Barneveld, †4-10-1974 Ede) werkte in het levensmiddelenbedrijf dat hij later van zijn vader overnam. Daarna werd hij koopman in Amsterdam dat in 1932 eindigde met een faillisement.
In 1933 werd hij lid van de N.S.B. en werd er een vooraanstaand lid van, hield lezingen, werd redacteur enz.
In de meidagen van 1940 zou hij zijn geïnterneerd in Fort bij Spijkerboor alhoewel dit gebruik niet bekend is.
Tijdens de Duitse bezetting kreeg hij de leiding over het Boerenfront en later Landstand. Na een corruptie-affaire eindigde zijn politieke loopbaan in september 1943. Na enkele jaren internering werd hij boer en vervolgens rentenier in zijn geboortestreek.

Bron: historici.nl

 

Kampcommandant Schalk

Peter Schalk werd op 28 maart 1907 in Nieuw Vennep geboren. Hij trouwde op 15 september 1930 te Alkemade met Geertruida Vreeken. Uit dit huwelijk kwamen acht kinderen voort.

In 1933 overleed zijn vader Genardus Schalk en begon Peter als oudste zoon samen met zijn moeder Cornelia Jacoba van Groningen een kruidenierswinkel. Daaruit ontstond een transportbedrijf "Schalk" en na een fusie “Schalk & van Breen”.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij actief bij het ondergronds verzet en vervoerde o.a. onderduikers.
Na de oorlog werd hij, met de rang van Majoor bij het tijdelijke Militair Gezag, commandant van twee kampen voor politieke delinquenten: Kamp "Kruithuis" welke waarschijnlijk over ging naar Kamp Fort bij Spijkerboor.

In mei 1951 emigreerde het gezin naar Alberta, Canada. Op 12 september 1972 overleed Peter in Cranbrook (British Columbia, Canada).

 

Bewaker Stam

Jacobus Laurentius Stam werd geboren op 22 januari 1902 op Santpoorterstraat 25 te Haarlem.
Zijn vader was Jozeph (Joost) Stam (1859-1928) en zijn moeder Hendrika Kuijl (1865-1930).
Hij trouwde met Berta de Wit (*21-02-1904, †11-11-1968) op 13 oktober 1925 te Haarlem. Er zouden vijf kinderen uit dit huwelijk zijn voortgekomen.

Hij was gedurende een onbekende periode tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de Binnenlandse Strijdkrachten van het gewest XII (Haarlem).
Op 8 augustus 1945 werd hem door de gewestelijke commandant (S. van Vollenhove?) eervol ontslag verleent en ontving hij een voorgedrukte bedankbrief van de bevelhebber BS Prins Bernhard.

Van 20 mei 1946 t.e.m. 1 april 1948 was Jacobus Stam bewaker van het Bewarings- en Verblijfskamp "Fort Penningsveer" op het Fort bij Penningsveer. Gevangene Wiegel was in die periode een van de gevangenen van het kamp.
Wegens opheffing van het kamp werd hem door de kampcommandant J.C.M. v.d. Weyer eervol ontslag verleend, volgens een getuigschrift d.d. 31 maart 1948.
Hij heeft ook gewerkt op Kamp Duinrust, Overveen en Kamp Koudenhorn, Haarlem.

Op 27 juli 1993 is hij op 91 jarige leeftijd in Haarlem overleden en begraven op de R.K. Begraafplaats Sint Jozef aldaar. In augustus 2015 is zijn graf niet door ons aangetroffen.
De begraafplaats is aangelegd vanaf 1958 en ligt grotendeels binnen de grote kring van het Fort benoorden Spaarndam.

Deze informatie komt uit enkele nagelaten documenten van hem. Nadere levensinformatie ontbreekt helaas. Hij zou als beroep chauffeur zijn geweest.

 

 

 

RSS Feed met nieuws over de Stelling Stelling van Amsterdam Twitter Stelling van Amsterdam op sociaal netwerk Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op foto-site Flickr Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
Wijnimport J. Bart levert ruim 800 gastronomische wijnen uit 17 landen exclusief aan de horeca en zakelijke markt vanuit o.a. Fort benoorden Purmerend. (Advertentie)
 
 
 
Wijnimport J. Bart levert ruim 800 gastronomische wijnen uit 17 landen exclusief aan de horeca en zakelijke markt vanuit o.a. Fort benoorden Purmerend. (Advertentie)