Sluit [X]   
 

Kustbatterij bij Durgerdam in 2016: feestelijke oplevering restauratie

© 1999-2017, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 10-5-2017

Nieuwsbrief

Nieuwsbrief 344

Nieuwsbrief Stelling van Amsterdam
Thema: Stelling van Amsterdam verscholen in het groen
12de jaargang, nummer 344, 31 maart 2010

Een nieuwsbrief over de website Stelling van Amsterdam met informatie over militair erfgoed in de regio Groot-Amsterdam.
http://www.stelling-amsterdam.nl/nieuwsbrief/

Inhoud

In deze thema-nieuwsbrief 'Stelling van Amsterdam verscholen in het groen':

 

Inleiding

Beste lezer,

In 2008 en 2009 heeft Nicky Schuurman van Stichting Landschap Noord-Holland vele uren in de archieven doorgebracht voor onderzoek naar de geschiedenis van de beplanting in de Stelling van Amsterdam. De eerste resultaten hiervan werden op 2 april 2009 openbaar gemaakt tijdens het symposium 'Bomen op de Stelling van Amsterdam'.

In maart 2010 is in een beperkte oplage het onderzoeksrapport 'Verscholen in het Groen' verschenen waarin de volledige resultaten zijn gepubliceerd. Het bestaat uit 29 pagina's die de gehele Stelling behandelen en 72 pagina's waarin de bevindingen van elk fort apart worden beschreven met citaten uit archiefstukken. In samenwerking met Landschap Noord-Holland verschijnt deze thema-nieuwsbrief waarin het algemene deel is samengevat. Met dank aan Inge Plaatsman, Nicky Schuurman en Arthur Schaafsma voor hun medewerking.

Het rapport is te bestellen bij Landschap Noord-Holland voor € 30,- (inclusief BTW en verzendkosten) door het bedrag over te maken op rekeningnummer 11.91.39.502 ten name van Stichting Landschap Noord-Holland o.v.v. rapport 'Verscholen in het Groen'. Vermeld hierbij duidelijk naam en volledig adres, bij telebankieren in de omschrijving.

Bekijk de nieuwsbrief op: http://www.stelling-amsterdam.nl/nieuwsbrief/325-349/nieuwsbrief-344.htm
Overig kort nieuws op het Stelling Forum: http://forum.stelling-amsterdam.nl/nieuw/

De volgende nieuwsbrief zal waarschijnlijk op 7 april verschijnen.

Met vriendelijke groet,
René Ros

 

Aanleiding

Tekst: Nicky Schuurman (Stichting Landschap Noord-Holland)

Aanleiding voor dit onderzoek was het pilotproject 'Landschap met liniedijken' van Landschap Noord-Holland. Een van de onderdelen van dit project was een archiefonderzoek naar de beplanting op de forten en liniedijken in eigen beheer. De resultaten van dit archiefonderzoek waren verrassend. Er bleek een grote hoeveelheid beplanting ontworpen te zijn voor dit gedeelte van de Stelling. Dit maakte een onderzoek naar de situatie voor de rest van de forten en liniedijken van de Stelling wenselijk.

Het archiefonderzoek is gestart in september 2008 en heeft vier maanden geduurd. Doel van het onderzoek was te achterhalen welke beplantingsplannen er waren, wat deze inhielden en wat daadwerkelijk van deze plannen is uitgevoerd. Om vervolgens te bekijken hoe in de loop van de tijd na de aanleg de beplanting is veranderd.

In de archieven ligt een schat aan informatie. Het is de kunst om juist die informatie te vinden die je nodig hebt. Omdat het onderwerp beplanting was en de tijd beperkt, moest veel links blijven liggen. Soms aan de hand van de brievenboeken van de in- en uitgaande correspondentie; soms aan de hand van de archiefinventaris heb ik de stukken die betrekking hadden op beplanting opgezocht. Maar gaandeweg kom je toch van alles tegen.

Mensen denken wel dat archiefonderzoek saai zou zijn. Maar niets is minder waar. Met het openen van de eerste archiefdoos word je ondergedompeld in een andere tijd. In een tijd waarin officieren per rijtuig de aardwerken gaan inspecteren. De tijd waarin het omkappen van drie defensiebomen door een boer leidde tot een maandenlang juridisch getouwtrek over wie de bomen mocht hebben en wie voor de kosten op moest draaien. Je leeft mee met de eerstaanwezend ingenieur die bergen brieven verstuurde aan landeigenaren met het verzoek om bomen te mogen planten en daarop per kerende post allemaal afwijzingen kreeg.

Je krijgt een kick als dat belangrijke document ook werkelijk nog in het archief aanwezig is. De frustratie als dat andere stuk waar naar verwezen wordt er niet meer blijkt te zijn. Je voelt de spanning in het dagboek van een groepscommandant in 1914; de hectiek en het geregel van de eerste dagen. Je leest over soldaten die door het lint gaan omdat ze denken dat de vijand aanvalt. Je proeft de verveling als er vervolgens wekenlang niets meer te melden valt. Het kippenvelmoment als het eerste stuk uit de map van mei 1940 een communiqué blijkt te zijn aan de troepen over de capitulatie. En de lichte verbijstering als men daarna in het begin gewoon de draad weer oppakt alsof er niets gebeurd is.

Uiteindelijk heeft al deze informatie geleid tot een lijvig rapport. Een rapport dat gebruikt kan worden als naslagwerk om na te gaan wat er ooit is aangeplant binnen de Stelling en vooral ook wat daarbij de uitgangspunten waren. Het is niet bedoeld als oproep om alle beplanting te reconstrueren. Het rapport kan echter wel een bijdrage leveren bij de besluitvorming hoe om te gaan met beplanting binnen de Stelling.

Landschap Noord-Holland: http://www.landschapnoordholland.nl/
Verslag symposium: http://www.stichting-mega.nl/publicaties/
Opvallende resultaten veldinventarisatie: http://www.stelling-amsterdam.nl/300-324/nieuwsbrief-318.htm
Bomen over de bomen op de Stelling: http://www.stelling-amsterdam.nl/300-324/nieuwsbrief-319.htm

 

Aanleg van beplantingen

Op de Vestingbegroting wordt vanaf 1902 en volgende jaren voor de Stelling 20.000-25.000 gulden begroot waaruit blijkt dat beplanting een wezenlijk deel uitmaakte in de plannen tot aanleg van de Stelling. In 1903 moet al bezuinigd worden zodat beplantingen goedkoper worden uitgevoerd of vervallen. Na 1909 zijn nieuwe contracten kennelijk niet meer aan de orde.

In 1890 stelt Stellingcommandant Den Beer Poortugael (zie foto links) aan de Minister van Oorlog voor om wilgen aan te planten voor de werken en populieren achter de werken om te komen tot een donkere achtergrond. De minister verleent toestemming en er worden 2.000 populieren tussen Spaarndam en Haarlemmerliede geplant. (Red.: J.W. Bergansius was de Minister van Oorlog, in 1891-1892 was hij Stellingcommandant!)

Vervolgens wordt driftig gecorrespondeerd tussen de Stellingcommandant die de beplanting direct wil aanleggen, en de Eerstaanwezend Ingenieur te Amsterdam die dat pas wil doen als de forten geheel gereed zijn. Na een half jaar sust de commandant van het 2e Genie Commandement de onenigheid en een nieuwe Eerstaanwezend Ingenieur stemt wel in met de wens van de Stellingcommandant. Waarna in datzelfde jaar een bestek "Het aanleggen van beplantingen op en bij Verdedigingswerken in de Stelling van Amsterdam" tot stand komt voor de beplanting, met wilgen en geen populieren maar met iepen, van een elftal forten in het noordfront en het zuidfront. Van een aantal forten is bekend dat deze beplanting weer deels of geheel is verwijderd vanwege de bouw van de bomvrije gebouwen.

Uit de correspondentie komt naar voren dat men vanaf 1901 beplantingen aanlegde volgens bepaalde standaardprincipes. Daarvoor hanteerde men algemeen erkende principes zoals in het bestek uit 1890 dat een donkere achtergrond het de vijand moeilijk zou maken de uitwerking van zijn schoten precies waar te nemen. In 1903 schrijft luitenant J.E. Gleysteen over het standaardstelsel het volgende:
"Bij de uitvoering van de beplantingen op het Westfront der Stelling [vanaf 1901] is als algemeen stelsel aangenomen, dat de maskering zoowel van de gevechtsstelling als van het daarachter gelegen zeer open polderterrein zal worden verkregen door een doorgaand, zich trapsgewijs verhoogend scherm, zich uitstrekkende vanaf het terrein (of het bovenvlak der kade) vóór de grachten der verdedigingswerken tot een zoo hoog mogelijk boven de vuurlijn reikend scherm achter de wallen of borstwering van buitenaf gerekend – behoudens plaatselijke afwijkingen – bestaande uit:

  • I: één rij hakhout of haag langs de buitenkant der kaden;
  • II: één of twee rijen te knotten boomen langs de binnenkant der kade;
  • III: één rij hooger te knotten boomen op de binnenbermen der wallen of borstweringen;
  • IV: één rij opgaande boomen langs de binnen- of achterzijde der verdedigingslinie, zoowel tot vorming van een donkeren achtergrond als tot het beletten van inzicht in het terrein achter de Stelling.

Dit stelsel zal zoowel bij de wallen als bij de forten ter maskering moeten worden toegepast.” (zie foto rechts, St.Aagtendijk bij Fort bij Veldhuis)

Beplantingen werden niet altijd volgens plan aangelegd. Eigenaren van grond moesten soms toestemming geven om beplanting op hun terrein te hebben. Soms waren de gevraagde schadevergoedingen te hoog, en soms moesten er speciale procedures worden opgestart om grond te onteigenen. Moleneigenaren protesteerden tegen hoge beplantingen in de buurt van hun molen, en waterschappen gaven vaker niet dan wel toestemming voor beplanting op hun dijken.
Andere citaten wijzen op protesten van omwonenden en zelfs op vandalisme, bijvoorbeeld omdat omwonenden vonden dat de beplanting vogels zouden aantrekken die schade aan hun gewassen zouden veroorzaken.

Minister (en Stellingcommandant) Den Beer Poortugael: http://www.stelling-amsterdam.nl/mensen/poortugael/
Positie aan de Liede: http://www.stelling-amsterdam.nl/forten/liede-positie/
Bureel Eerstaanwezendschap Amsterdam: http://www.stelling-amsterdam.nl/forten/amsterdam-genie/

 

Gebruik van de beplantingen

Tot nu toe werd aangenomen dat het hakhout aangeplant bij forten naast camouflage ook andere functies had. Het zou ook aangeplant zijn als gebruikshout voor eigen gebruik door de genietroepen of als stookhout in de keuken. Dat hakhout niet werd aangeplant voor gebruik door de fortbezetting blijkt misschien ook wel uit het feit dat het in de Stelling niet gebruikelijk was om grote stroken hakhout aan te planten.

Het hout dat door het onderhoud aan de beplantingen vrij kwam werd desondanks wel degelijk gebruikt. Jaarlijks werd er centraal een opgave gevraagd van het hout dat voor eigen gebruik van de genie nodig was. Soms kon dat door het plegen van onderhoud aan de stroken hakhout inderdaad geleverd worden. Anders werd het per openbare verkoping verkocht of ter beschikking gelaten aan de aannemer.

Wanneer er sprake was van oorlogsdreiging ging men over tot het houden van “opruimingen”. Dit hield in dat het schootsveld werd vrijgemaakt en dat huizen, bomen en heggen e.d. die in de weg stonden, werden “opgeruimd”. Tot nu toe werd aangenomen dat bij oorlogsdreiging de bomen en struiken op het fort werden weggehaald, in ieder geval diegene die in het schootsveld stonden. Maar inmiddels is duidelijk dat dit niet de bedoeling was. Waarom met zorg en veel kosten een zware beplanting aanbrengen voor de linie, die als doel had het de vijand moeilijk te maken de uitwerking van zijn schoten te kunnen waarnemen, om vervolgens als de vijand op de stoep stond het zicht ook voor die vijand vrij te maken door het weghalen van die beplanting. Uit het voorgaande (en het hierna volgende) blijkt dat dit laatste de manier was die de legerleiding in gedachte had. In verschillende memories van verdediging wordt er op gewezen om toch vooral voorzichtig te zijn met het opruimen van beplanting. Als algemene regel wordt gegeven: weghalen wat aan de vijand dekking kan bieden, en laten staan wat voor de eigen troepen dekking geeft.

Maar werd er in de praktijk op die manier ook met de beplanting omgesprongen? Op 4 september 1914 doet de Stellingcommandant aan de bevelhebber van de strijdkrachten verslag van de maatregelen die genomen zijn om de Stelling in staat van verdediging te stellen. Hij schrijft: “...Op de forten ... het kappen of uitdunnen van de omringende militaire beplantingen”. Is er nu gekapt of gedund of allebei wellicht? Waarschijnlijk is daar op de verschillende plaatsen ook verschillend mee omgesprongen.

 

Honderd jaar beplanting

Luchtfoto: collectie Stichting Menno van Coehoorn.

Op 11 juni 1900 verzocht de Minister van Oorlog aan de Stellingcommandant om een overzicht te verstrekken van de beplanting in de Stelling. Hierdoor beschikken wij nu over een volledig overzicht van de beplantingen zoals die in juli 1900 aanwezig waren.
Een groot deel van de beplantingen is echter na die tijd aangelegd. De meeste contracten dateren uit de jaren 1902, 1903 en 1904. In 1903 en in 1905 worden er onderhoudscontracten afgesloten. Een voorbeeld waar een te nemen maatregel wordt omschreven: “Fort aan de Winkel, 520 wilgenboomen, Om de twee jaar de helft afkappen (= knotten) en in het daaropvolgend winterseizoen van de overtollige uitloopers ontdoen. Het gekapte hout blijft ter beschikking van den aannemer.” (zie foto rechts)

Zoals al eerder gezegd was op veel forten en liniedijken een beplanting gepland volgens de standaardregels, veel van de beplanting is immers na 1901 aangelegd. In het westelijk deel van de Stelling is het meeste ook daadwerkelijk uitgevoerd. Of dat in het noordelijk en zuidelijk deel ook het geval is, is maar de vraag. De Eerstaanwezend Ingenieur van Amsterdam schrijft in 1903 dat alleen de beplanting op de forten Abcoude en Nigtevecht is uitgevoerd, en dat de overige forten in 1905 nog niet zo ver zouden zijn gevorderd dat beplanting zou kunnen worden aangebracht.

In de periode 1918 tot 1940 zijn er bijzonder weinig documenten terug te vinden die handelen over beplanting. In 1928 wordt er nog een opmerking gemaakt door de commandant van de Vesting Holland dat de permanente verdedigingswerken onvoldoende zijn gecamoufleerd.
Een jaar later wordt er een verzoek ingediend tot het maken van luchtfoto's om te kunnen beoordelen welke beplantingen moesten worden aangelegd. Kennelijk is ook na de komst van de vliegtuigen beplanting nog belangrijk als camouflagemiddel. Of deze foto's ook geleid hebben tot het aanvullen van de beplanting is niet terug te vinden.

De Stichting Menno van Coehoorn beschikt over luchtfoto’s gemaakt door de Militaire Luchtvaartdienst rond 1930. Wellicht zijn dit de foto’s die op verzoek van de commandant van de Vesting Holland zijn gemaakt. Uit de foto’s blijkt over het algemeen dat er in de periode 1910 tot 1930 veel beplanting is verdwenen. Op sommige plaatsen lijkt de situatie op die zoals die in de aanlegbestekken is omschreven (zie foto links, Fort aan Den Ham*).

Na mei 1945 bleek de schade aan beplantingen aanzienlijk maar de prioriteit lag bij het herstel van de gebouwen. Veel forten werden als munitieopslagplaats ingericht, beplantingen maakten geen deel uit van de aanvragen voor de hinderwetvergunningen.
In 1953 laat een gemeentebestuur zich gelden bij de bouw van loodsen op het terrein van Fort bij Penningsveer. De bouwvergunning wordt verstrekt onder voorwaarde dat rond de loodsen een rij bomen en lager struikgewas wordt aangebracht.

Het onderhoud aan de beplantingen werd uitbesteed aan de Nederlandsche Heidemij. Het cultuurtechnisch onderhoud stond bijvoorbeeld voor ƒ 313.650 op de begroting van 1965.
Op luchtfoto’s uit de zeventiger en begin tachtiger jaren treffen we aan de keelzijde van een aantal forten, zoals Fort aan de Middenweg en Fort bij Spijkerboor, stevige beplanting aan. Volgens de overlevering is deze aangelegd tijdens de Koude Oorlog als camouflage. In de archieven is hier echter geen bevestiging van gevonden.

Inmiddels is in 2007 en 2008 tijdens het project 'Monitor Kleine Landschapselementen Stelling van Amsterdam', ook van Stichting Landschap Noord-Holland, de huidige houtige beplanting op de gehele Stelling in kaart gebracht. Werd er bij aanleg van slechts enkele soorten gebruik gemaakt (iep, esdoorn, populier en wilg); nu komen er veel verschillende boomsoorten voor, hetzij spontaan opgekomen, hetzij aangeplant.

* Let op de stoomtrein in de richting van Amsterdam.

Stichting Menno van Coehoorn: http://www.coehoorn.nl/
Fort bij Penningsveer: http://www.stelling-amsterdam.nl/forten/penningsveer/
Fort aan de Middenweg: http://www.stelling-amsterdam.nl/forten/middenweg/
Fort bij Spijkerboor: http://www.stelling-amsterdam.nl/forten/spijkerboor/
Fort bij Krommeniedijk: http://www.stelling-amsterdam.nl/krommeniedijk/

 

Conclusies naar aanleiding van het onderzoek

Één van de conclusies die uit het onderzoek valt te trekken is dat beplanting vanaf het begin van belang is geweest voor de verdedigingsstrategie. Zelfs na de komst van de vliegtuigen werd beplanting als camouflagemiddel nog steeds als waardevol gezien.
De meeste beplanting is aangelegd in de periode tussen 1890 en 1904. Daarna is de aanleg van beplanting gestagneerd. De bouw van de forten was op dat moment nog niet ver genoeg gevorderd. Veel forten zijn vlak voor de Eerste Wereldoorlog gereed gekomen. Er is wellicht geen tijd meer geweest om beplanting aan te brengen.

Er is in de Stelling tot 1901 geen, daarna wel gebruik gemaakt van standaardregels voor beplanting. Er moesten vanaf die tijd vier rijen beplanting worden aangebracht oplopend in hoogte. De regels werden niet strikt toegepast bij alle forten, linies en wegen. Steeds werd de situatie ter plaatse in ogenschouw genomen.
Een volgende conclusie is dat de Stelling, indien alle beplanting volgens de plannen uitgevoerd zou zijn, verdwenen zou zijn achter een groen scherm. Aan de hand van de historische foto's en de inventarisatie van de beplanting zoals deze nu aanwezig is, valt te concluderen dat er van de beplanting van het eerste uur weinig meer over is. Hier en daar is er sprake van spontane opslag of na-oorlogse aanplant.

Het is interessant om nader onderzoek te doen naar de leeftijd van de mogelijk nog aanwezige originele beplanting, zodat kan worden vastgesteld uit welke periode de beplanting precies stamt.
Als aanbeveling voor de plannenmakers die aan de slag gaan met onderdelen van de Stelling is om steeds weer - net als de bouwers van de Stelling - de situatie ter plekke te bekijken. Met als uitgangspunt de gegevens van hoe het ooit was en hoe het nu is, inclusief huidige natuur- en landschapswaarden kan een afgewogen beslissing genomen worden hoe om te gaan met vraagstukken van eventuele reconstructie, restauratie behoud en ontwikkeling.

 

Nabespreking

Tekst: René Ros.

Het rapport van Landschap Noord-Holland is het meest uitgebreide historisch onderzoek naar de beplanting in de Stelling tot heden. Schrijver dezes is verheugd als er degelijk archiefonderzoek wordt gedaan, en zeker als dat gepubliceerd wordt of uit meer dan één archief komt. En waarschijnlijk meer dan anderen bewust van de hoeveelheid tijd die het onderzoek heeft gekost. Maar er zijn uiteraard ook een paar kanttekeningen bij het rapport te maken, ter overpeinzing.

Om te beginnen blijft het archief van de Eerst Aanwezend Ingenieur der Genie te Amersfoort (1e Genie Commandement) buiten beschouwing. Alhoewel daaronder alleen het oostfront viel kan het relevante archiefstukken bevatten.
Mede omdat het Provinciaal Monumentregister meerdere keer beweert dat er oorspronkelijke beplanting aanwezig is, is een vervolgonderzoek naar de leeftijd van de beplanting zeker zinvol. Dat de wilgen van Fort bij Kwadijk, originele beplanting volgens een bewoner die de egalisatie van het fort heeft meegemaakt, ongenoemd zijn, pleit ook voor dat onderzoek (zie foto links).

Vreemd is dat de beplanting die van 1890-1900 is toegepast niet als beplantingstelsel en als voorloper van het beplantingstelsel 1901-1904 wordt gezien. Maar gebleken is dat de Genie al in 1910 geen systeem in de eerdere beplanting zag.
En heel opmerkelijk is dat het westfront, waarvan de aanleg en bouw het eerst begon, pas na het noordfront en zuidfront van beplanting is voorzien.

Uit het overzicht van de bestekken voor de beplanting blijkt dat van vrijwel elk fort een bestek gevonden is. Uiteraard niet de kustforten die geen beplanting zouden krijgen. Van drie forten is geen bestek bekend, maar er zijn ook bestekken waarvan niet bekend is welk fort ze betreffen. De bestekken van 1900 en eerder zijn betaald zodat zeker is dat ze zijn uitgevoerd. Van de bestekken van 1901-1905 ontbreekt deze betaalinformatie maar in 1903 schrijft luitenant J.E. Gleysteen retrospectief dat het zo is uitgevoerd.
Hieruit kan geconcludeerd worden dat de beplanting op de Stelling in 1904 voltooid was en er geen sprake was van bezuiniging en afstel. Maar uit aanvullende archiefstukken (zie onderwerp op Stelling Forum) blijkt dat er nog wel degelijk plannen waren voor 1905 en later maar er geen bestekken volgden. Mogelijk dat nog een deel op andere wijze is gefinancierd.

Interessant is wat niet in het rapport voor komt. Over de Militaire Boomkwekerij, waarvan in hetzelfde jaar 1890 sprake is als dat Den Beer Poortugael zijn beplantingsvoorstel doet, is helaas niets aangetroffen.
Ook meidoornstruiken komen niet ter sprake. Dit levende prikkeldraad kwam alleen aan bod omdat men besloot het niet te gebruiken wegens uitdroging van de taluds in de zomer. Waarom en wanneer op een aantal forten toch meidoorn is terechtgekomen blijft een raadsel.

Bij wijze van komische slotnoot ook nog even over de kerstbomen. Want op (voor zover bekend) drie forten hebben de fortwachters bedacht om hun kerstboom buiten te planten. Op het Fort aan de Nekkerweg staan bij de rechter keelkazemat drie doorgeschoten kerstbomen (zie foto rechts) en op Fort bij Penningsveer één grote. Op Fort aan Den Ham staat in de tuin van de fortwachter de enige naaldboom van het fort; woning en tuin zijn echter al lang weg. Hoeveel jaar geleden zaten de kinderen van de fortwachter kerstliedjes bij die bomen te zingen?

Bureel Eerstaanwezendschap Amsterdam: http://www.stelling-amsterdam.nl/forten/amsterdam-genie/
Militaire Boomkwekerij: http://www.stelling-amsterdam.nl/forten/vijfhuizen-kwekerij/
'Beplanting na 1904?' op Stelling Forum: http://forum.stelling-amsterdam.nl/viewtopic.php?f=6&t=786

 

De redacteur aanvaardt geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de nieuwsbrief door welke persoon en voor welk doel dan ook.
Tekst en foto's door René Ros tenzij anders aangegeven. De inhoud van de nieuwsbrieven wordt na publicatie niet meer gewijzigd. De informatie is daardoor per definitie gedateerd en kan later onjuist zijn gebleken of op andere wijze niet meer van toepassing zijn. De in de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven.
Bijdragen zijn welkom in de vorm van een compleet artikel met ongeveer 400 woorden maar maximaal 500 woorden. Het staat de redactie van de nieuwsbrief vrij om ter opname aangeboden informatie in te korten, te redigeren of te weigeren.

 

RSS Feed met nieuws over de Stelling Stelling van Amsterdam Twitter Stelling van Amsterdam op sociaal netwerk Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op foto-site Flickr Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
'Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' is een interactief e-book over de Stelling. (Advertentie)
 
 
 
Bureau Meerzijdig let op meerdere zijden bij support, mediation, procesbegeleiding en trainingen. (Advertentie)