Sluit [X]   
 

Kapitein Genie van Dooden in 1904: benoemd tot Sergeant

© 1999-2020, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 24-5-2020

Mensen

Fortwachter Pijl

Naam voluit:

Marinus Adolph Pijl

Geboren:

25 februari 1894, Amsterdam (Noord-Holland)

Overleden:

12 maart 1945, Amsterdam (Noord-Holland)

Levensloop:

Marinus Pijl werd op 25 februari 1894 in Amsterdam geboren uit het huwelijk van Johannes Cornelis Pijl en Evertje Verwoerdt.
Slechts 17-jaar oud ging hij een vrijwillig dienstverband van zes jaar aan "bij de koloniale troepen zoowel in als buiten Europa". Daarvoor ontving hij een premie van 225 gulden (vergl. 2.500 euro). Op 6 maart 1912 ging het dienstverband in, en vermoedelijk volgde hij een basistraining in Harderwijk. De rang van soldaat kreeg hij op 27 maart 1912.

Enkele dagen later, op 6 april 1912, vertrok hij vanuit Rotterdam met de S.S. "Pandora" naar Batavia waar hij op 4 mei aankwam. Hij werd er geplaatst bij het "1e Depot Bataljon", vermoedelijk voor een volgende training. Toen die was voltooid, werd hij per 21 december bij het 10e Bataljon Infanterie geplaatst.
Daarna ging hij naar de artillerie over en werd Kanonnier 2e klas bij de Berg-Artillerie (1 april 1913) en Veldartillerie (18 juli). Hij deed als scherpschutter pistool aan enkele wedstrijden mee. Op 29 december 1914 werd hij bevorderd tot Korporaal.

Aan het eind van zijn zesjarige dienstverband werd hem het certificaat van goed gedrag onthouden. Bij wijze van proef werd hem in 1918 wel een contract van twee jaar aangeboden. De reden werd slechts omschreven als "minder goed gedrag".
In Batavia ging Pijl op dat aanbod in, met 150 gulden premie (vergl. 1.000 euro) en aanvangend op 15 april 1918. Dan ontbreken er twee jaar maar op 1 juli 1922 ging hij een verbintenis van zes jaar aan als wachter 1e klasse der Artillerie.

Een toko (winkel) in Indiê, circa. 1935.

Een toko (winkel) in Indiê, circa. 1935.
Foto: collectie René Ros.

 

In Bandoeng trouwde hij op 3 oktober 1922 met de inlandse vrouw Anna (geen achternaam, geboren in Magelang). Voor het huwelijk waren hun twee zoons in Tjimahi (Cimahi bij Bandung) geboren. Marinus Adolph jr. werd op 5 juni 1921 geboren, Johannes Cornelis (Jan) op 22 juni 1922. Zij werden vernoemd naar respectievelijk hun vader en opa. Er zou ook een zoon Cornelis zijn geweest, maar verdere informatie over hem ontbreekt.

Elf jaar na zijn vertrek uit Nederland, kreeg hij vijf maanden verlof in Nederland. Het gezin kwam met de S.S. Wilis op 27 september 1923 aan, om op 2 februari 1924 weer naar Indië te vertrekken met de s.s. Koningin der Nederlanden.
Op het persoonlijke vlak: hij en zijn vrouw Anna scheidden op 26 maart 1926 maar hij hertrouwde op 14 december 1927 met de inlandse vrouw Carolina.

Zoon Jan Pijl, torpedomaker in het uniform de Koninklijke Marine.
Zoon Jan Pijl, torpedomaker in het uniform de Koninklijke Marine.
Foto: collectie Dirk Plasmeijer.

In zijn loopbaan missen dan vier jaar, want op 12 november 1932 werd hij te Salatiga (Java) uit de dienst ontslagen. Hij had "in rang en betrekking zonder verband" verder mogen dienen.
Het gezin bleef nog even in Indië maar vertrok op 29 maart 1933 met de S.S. "Johan de Wit" naar Amsterdam. Pijl had toen 21 jaar in Indië gewoond en gewerkt.
Met ingang van 1 mei werd zijn pensioen van 1.470 gulden (vergl. 14.000 euro) per jaar betaalbaar gesteld. Tweemaal werd een verzoek voor een verklaring van aanbeveling afgewezen.

Het is bekend dat hij in 1933 en 1934 in Assendelft en Krommenie heeft gewoond. Mogelijk was hij fortwachter op Fort bij Krommeniedijk en Fort Zuidwijkermeer. Zeker is dat hij per 15 januari 1935 op het adres van Fort bij De Kwakel ging wonen en fortwachter werd. Op onbekend moment werd hij ook onbezoldigd veldwachter. Zijn zoon Jan was torpedomaker bij de Marine in Den Helder.

Fortwachter Pijl met zijn vrouw Carolina en de hond op het Fort bij De Kwakel.
Fortwachter Pijl met zijn vrouw Carolina en de hond op het Fort bij De Kwakel.
Foto: collectie Dirk Plasmeijer.

In de periode februari-begin maart 1945 ontving de landbouwer Jan Bos, in de nabijheid van het fort, een dreigbrief om 40 zakken tarwe klaar te zetten. Eerder in de oorlog werd dat op vrijwillige basis gedaan, om de tarwe naar verzetsgroepen en onderduikers in Amsterdam te brengen. Later werden overvallen op boerderijen gepleegd.
Uit angst voor het geweld besloott de landbouwer de politie (Marechaussee) in te lichten en ook Amsterdamse rechercheurs raakten betrokken. Op het bewuste tijdstip werd in de duisternis wat geschoten maar niets gezien en gebeurde er verder niets. Een Duitse patrouille had lichtsignalen van en naar de fortwachterswoning gezien en besloten het binnen te vallen. Dit moet na het onderduiken van veldwachter Koenhein op 27 februari zijn geweest,
Ze troffen de fortwachter, zijn twee zoons en drie Amsterdammers aan, soms onder een bed verstopt. In een gang in het fortgebouw werd ontdekt wat de reden was dat ze tarwe nodig hadden; er stond een complete jeneverstokerij voor de zwarte markt. Ze zouden een zestal overvallen hebben gepleegd en werden door de Duitsers in het Huis van Bewaring I (Kleine-Gartmanplantsoen) in Amsterdam ingesloten.

Vergunning voor rapen van korenaren in de Haarlemmermeer
De fortwachterswoning van Fort bij De Kwakel met de kerk van het naamgevende dorp in de achtergrond.
Foto: collectie Geniemuseum Vught.

Op 9 maart 1945 viel de Duitse Sicherheitsdienst het toenmalige hoofdkantoor van de verzetsgroep Groep 2000 op Stadhouderskade 56 binnen. Deze groep maakte gebruik van versleuteling van namen en gegevens en het papier met de code-sleutel lag onder een vloer van het pand. De volgende dag viel de verzetsgroep het pand binnen om de code-sleutel veilig te stellen. Bij de schotenwisseling kwam SS-Sturmscharführer Ernst Wehner om het leven. Als represaille hiervoor werden op 12 maart 30 gevangenen uit het Huis van Bewaring gehaald en op de Weteringschans standrechtelijke gefusilleerd. Onder hen waren fortwachter Pijl en zijn twee zoons.

Na de oorlog zijn alle slachtoffers herbegraven op het Nationaal Ereveld Loenen. Ernst Wehner ligt op de Duitse Militaire Begraafplaats bij Ysselsteyn.
De vrouw van fortwachter Pijl, Carolina, overleed op 4 april 1959 in Hilversum, en werd in Haarlem begraven.

Bronnen:

Extract stamboek in archief Stamboeken Militairen KNIL Oost- en West-Indië (Nationaal Archief), Fortwachters Register (Kenniscentrum Waterlinies), brief dhr. Pauw in artikel Nieuws van het Kwakels front in De Lange Brug jrg. 5 nr. 4, interview dhr. Koenhein in artikel Een rijksveldwachter in oorlogstijd in De Lange Brug jrg. 6 nr. 1, Jacoba van Tongeren (1903-1967) op website Huygens ING.

Foto's: zie bijschriften.

RSS Feed met nieuws over de Stelling Stelling van Amsterdam Twitter Stelling van Amsterdam op sociaal netwerk Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
Forten Info over verdedigingswerken en militair erfgoed zoals forten en bunkers. (Advertentie)
 
 
 
Het Fort bij Edam kan een groot deel van het jaar bezocht worden. (Advertentie)