Sluit [X]   
 

Marechaussee Kazerne Wormerveer in 2001: sloop laatste restant

© 1999-2017, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 15-9-2017

De Stelling van Amsterdam - Extra

Wapens (In aanbouw!)

(Met bijdragen van Jurgen Lamers, Alkmaar)

Inleiding. (vergeet anchors niet!)

Handwapens

Sabels, pistolen, mitrailleurs, geweren.

invoering niet mobiele mitrailleurs kustforten IJmuiden en Hoek van Holland in 1883. mobiele mitr. in 1885 en 1888] Vaderland Verdedigd p.217

Vestingartillerie

Kazematgeschut, pantsergeschut.

In 1905 dateerde het nieuwste kustgeschut uit 1888 en voor het vestinggeschut was sinds 1885 weinig meer aangeschaft. Het bleek echter moeilijk de Kamer van de noodzaak van grote uitgaven hiervoor te overtuigen. Het enige waar iets gedaan was, was de bewapening van de Stelling van Amsterdam. Al sinds 1894 waren verschillende forten in die Stelling met modern, maar niet-mobiel, Krupp-Gruson 6cm snelvuurgeschut uitgerust. ... [Minister] Bergansius had aan deze modernisering zoveel belang gehecht, dat hij de bouw van de Stelling van Amsterdam er enigszins voor vertraagde om voor dat nieuwe materieel voldoende financiële middelen vrij te maken. Ook in het buitenland wekten de grote Nederlandse order voor Krupp-Gruson en de erop in 1910-1913 volgende reorganisatie van de veldartillerie belangstelling. Vaderland Verdedigd p.228

Veldartillerie

Geschut in neven- en tussenbatterijen.

Motorrijtuigen

Personen- en vrachtrijtuigen; motoren. Getrokken geschut en schijnwerpers.

[invoering automobielen omstreeks 1900] Vaderland Verdedigd p.219

Luchtvaartuigen

Vliegtuigen (geen luchtschepen, wel ballonnen op proef [Klinkert p. 411])

Strijdgas

Voorbereiding eigen gebruik en verdediging tegen gifgas.

-----

Uit het Dagboek Stellingcommandant:

11 december 1916: machtiging tot het maken van een hoogspanningsversperring bij Spaarndam. bedrag 4000,-

21/22 juli 1916 Voorlopige voorraad van 2800 infantrie-schilden met afsluitbare schietgaten

-----

De ontwikkeling van de bewapening en beschermende maatregelen daarop ontwikkelen elkaar in de loop van de geschiedenis parallel. De kanonnen worden door de voortschrijdende technische ontwikkelingen steeds beter. Zo wordt het kaliber van de kanonnen steeds groter en daarmee ook de afstand waarover een granaat kan worden verschoten. Als reactie daarop zal de verdediger zich steeds beter gaan beschermen tegen deze technische aanpassingen. Dat betekent dat de dekking waarmee de verdediger zich beschermt, zich aanpast aan de bewapening van de tegenstander. De dekking zal daardoor toenemen in massiviteit en worden materialen gebruikt die minder doordringbaar voor de granaten van de aanvaller zijn. In plaats van de aardwerken uit het begin van de 19de-eeuw is een ontwikkeling via gemetselde bakstenen, ongewapend beton en gewapend beton te zien. Door allerlei andere maatregelen is ook getracht om de aanvaller op voldoende afstand van de verdedigende partij te houden.

De Nederlandse bewapening in de 17de en 18de eeuw vertoont een enorme variatie in geschut wat grootte en bouw betreft. Vanaf de 19de-eeuw probeert men het geschut te standaardiseren. We hebben [wanneer? 17de/18de eeuw of 19de?] kanonnen van zowel brons als ijzer. IJzeren kanonnen zijn makkelijker en goedkoper te maken, in tegenstelling tot het duurdere brons. De bronzen kanonlopen zijn voordien in Nederland gemaakt. Brons is in tegenstelling tot het harde ijzer redelijk vervormbaar, terwijl ijzer redelijk bros is. Nederland betrok zijn [brons/ijzer?] lopen voor het 24 cm geschut uit Zweden en die zijn na 1000 schoten volledig versleten. Nederland betrok ook stalen [staal? niet brons/ijzer???] lopen bij de Duitse firma Krupp-Gruson of de Franse firma Schneider. In de loop van de 19de-eeuw maakt het antieke voorlaadkanon plaats voor moderne kanonnen met een achterlaad mechanische die sneller herladen kunnen worden. Bovendien worden achterladers geladen met van te voren geprepareerde granaten die al van een voortdrijvende lading voorzien zijn. [confectie munitie,in tegenstelling tot kardoezen] Er zijn qua gebruik drie soorten kanonnen te onderscheiden: het vlakbaan geschut, de houwitser en de mortier. De projectielen van een mortier volgen een kromme baan om doelen achter dekking te kunnen bestoken. De houwitser houdt het midden tussen vlakbaangeschut en de mortier.

Ook het kruit dat in de 19de-eeuw gebruikt werd, veranderde. Het oude zwarte buskruit rook enorm, wat de locatie van een kanon verraad. Het nieuwere rookloze kruit had deze nadelen niet en is bovendien krachtiger. Tevens kan het rookloze kruit beter in hulzen en kardoezen gebruikt worden. Om er voor te zorgen dat de granaat goed in de loop past, ook als deze door opwarmen en splijtage een grotere diameter krijgt, zijn er in het aanvankelijk loden kragen om het projectiel. Daardoor is de ruimte tussen de loop en het projectiel hermetisch afgesloten en wordt de volledige, door het kruit ontwikkelde, gasdruk gebruikt. Later is het lood vervangen door koperen geleide banden die tegenwoordig nog gebruikt worden. Om er voor te zorgen dat de granaat afgevuurd kan worden, heeft iedere huls een slaghoedje waarmee het kruit ontstoken wordt. Oudere granaten hebben kardoezen, zakjes met kruit die varieerden in gewicht. Hierdoor kan de dracht van de granaat enigszins beïnvloed worden. Kardoesladingen worden ontstoken met zogenoemde wrijvingspijpjes. Op de neus van de granaat [brisant granaat> 1855? waar is Abcoude?] bevindt zich de ontsteker die ervoor zorgt dat de granaat op het juiste moment tot ontploffing komt. Er zijn inslagontstekers (schokbuis), tijdsontstekers (tijdbuis) en een combinatie van beide (tijdschokbuis) te onderscheiden.

In de loop van de tijd zijn de kanon-kalibers steeds groter geworden. Krupp-Gruson maakte zijn grote kalibers in de maten 24, 28, 32 en 38 cm. Het Nederlandse kustgeschut van 24 cm, was vrij zwaar. Om een granaat af te schieten zijn kardoeszakjes gebruikt. Een bronzen 4 ponder heeft 4 kardoeszakjes nodig namelijk nr. 1 (750 gram), nr. 2 (540 gram), nr. 3 (90 gram) en nr. 4 (70 gram). Afsluitend wordt een wrijvingspijpje geplaatst.

Wat de Stelling van Amsterdam betreft ging men er van uit dat de verdediger binnen in de forten veilig was voor alle typen geschut van de aanvaller [incl. brisant granaat?]. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, vooral bij het beleg van Luik in 1914, blijkt dat de door de Duitsers ingezette Dikke Bertha's, mortieren met een kaliber van 42 cm, in staat zijn om een granaat van 810 kg af te vuren. Van een getroffen fort is de bezetting dan meteen buiten gevecht gesteld. Na vier dagen waren alle Luikse forten verwoest. Doordat de granaten ingebouwde vertragingen hadden, ontploften deze pas nadat ze diep in de dekkingen en het beton van de forten waren doorgedrongen. De Dikke Bertha staat dan op tien kilometer van het doel opgesteld. Later in de Eerste Wereldoorlog zijn nog zwaardere kanonnen, zoals het 'Parijse' kanon, op spoorwagens geplaatst. Dit kanon heeft een loop van 34 meter voor een kaliber van 21 cm bij een dracht van maar liefst 130 kilometer.

Ook het gebruik van gas als wapen is in de Eerste Wereldoorlog voor het eerst toegepast. De Duitsers hebben op 22 april 1915 bij Ieper de eerste chloorgasaanval uitgevoerd. Het idee dat dit ook in Nederland gebruikt zou kunnen worden tegen de tot dan toe onbeschermde soldaten, gaf de legerleiding geen prettig gevoel. Er zijn toen maatregelen genomen om mensen te beschermen met gasmaskers. Daarnaast zijn er voorbereidingen getroffen om zelf offensief met gas te werken. Nederland had daarvoor zelf gasgranaten en gascilinders.

Aan het begin van deze eeuw is het vliegtuignog van geen belang voor de oorlogvoering. Maar al gedurende de Eerste Wereldoorlog blijkt dat een misrekening, als het voor het eerst op grote schaal wordt gebruikt voor fotoverkenning en het bombardeerden van ver achter de linies liggende verscholen doelen. Als reactie hierop worden oude stukken veldgeschut omgebouwd tot luchtdoelartillerie en achterop vrachtwagens geplaatst om ze mobiel te maken. Een andere nieuwigheid was de tank welke in de loop van 1916 op het strijd- toneel verschijnt. Dit wapen verontrustte vele officieren omdat de statische oorlogvoering sterk veranderde, en de vijand er snel mee kan optrekken en onkwetsbaar iss voor mitrailleur- en geweervuur.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog hielden de Nederlandse militairen zich door studiereizen goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen. [Door de Nederlandse neutraliteit zijn zowel de Duitse als Geallieerde stellingen bezocht.] De uitwerkingen van het geschut op versterkte opstellingen is met grote interesse bekeken en gefotografeerd. De bevindingen stellen de legerleiding weinig hoopvol over het gebruik van forten in een permanente linie.

RSS Feed met nieuws over de Stelling Stelling van Amsterdam Twitter Stelling van Amsterdam op sociaal netwerk Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op foto-site Flickr Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
Maas+deNatris verrichten militair-historisch onderzoek op het snijvlak van defensie en samenleving en vertalen dat naar gedrukte en digitale media. (Advertentie)
 
 
 
Bureau Meerzijdig let op meerdere zijden bij support, mediation, procesbegeleiding en trainingen. (Advertentie)