Sluit [X]   
 

Bureau Stellingcommandant in 1914: "Uitvoerverbod uit de Stelling van voedertarwe, raapolie, cocosolie en palmpitolie"

© 1999-2019, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 19-8-2019

De Stelling van Amsterdam - Documenten

Onderduiken op Diemerdam.

Door Rinah Pomeranz.

Wij woonden in Enschede, en hoewel er al veel Duitsers rond liepen konden we toch vrij naar school gaan en ook de mensen bleven gewoon doorwerken. Maar in de winter van 1942 moesten wij Joden onderduiken, ik was toen 8 jaar, mijn zusje 9 en mijn broer was 10 jaar.

Woning op Kustbatterij bij Diemerdam.Mijn broer en ik kwamen aan in Maarn, bij een vrouw waar nog meer kinderen waren om onder te duiken. lk was zo intens verdrietig dat ik de eerste dagen alleen maar gehuild heb!!! Daarom begon ik 's nachts weer in bed te plassen en moest ik voor straf in de schuur slapen, op een vieze matras. lk kreeg last van luizen en steenpuisten. Bovendien was ik ernstig ondervoed.
Na een half jaar werden we hier weggehaald. lk werd meegenomen door een vrouwtje dat "Truke" genoemd werd. Helaas is zij kort daarna gefusilleerd, zoals ik later vernomen heb. Door haar werd ik bij de familie Klop gebracht in Overdiemen. lk heb heel veel geluk gehad want de andere kinderen en ook deze vrouw zijn later in de oorlog door de Duitsers vermoord in één van de kampen.

In het begin van deze onderduik periode konden we nog vrij naar school in Diemen gaan. Hoewel het een uur lopen was om daar dagelijks te komen. lk kon vrijuit rondlopen omdat ik geen Joods uiterlijk had en ik was zogenaamd het "nichtje" van de familie. Na verloop van tijd mochten we helaas niet meer naar school, vanwege overkomende vliegtuigen en het schieten.
Er waren nog twee Joodse onderduikers in huis, Gideon Cahen en Beb Bremer. Deze twee kinderen hadden wel een uitgesproken Joods uiterlijk en mochten daarom niet buiten komen. Daardoor werden ze veel door mij geplaagd, maar later toen ik ouder werd, had ik daar erg veel spijt van. Met z'n drieën speelden we vaak op zolder. Gideon maakte vliegtuigen en boten van papier. Lies en ik speelden met de lappenpoppen die tante Bets voor ons had gemaakt.

Distributiebonnen uit de Tweede Wereldoorlog.Naarmate ik ouder werd vroeg ik me wel eens af: "Waar haalden tante en oom toch altijd al dat eten vandaan dat ze klaar maakten voor al die onderduikers. Het eten was op de bon, zo'n beetje net genoeg voor eigen gebruik, maar zeker niet genoeg voor extra "gasten!". Want in de bunkers op het fort sliepen ook nog tientallen onderduikers, die uit Amsterdam kwamen, op de vlucht voor de Duitsers.
Op een dag hoorden we dat alle onderduikers weg moesten bij oom en tante, want de Duitsers zouden komen en eisten een kamer op, zelfs de schuur werd in bezit genomen. Alleen ik mocht blijven omdat ik geen Joods uiterlijk had en nog steeds "het nichtje" van de familie was.
In de schuur was elke dag een Duitser aan het koken voor de officieren die in de mooie kamer woonden van tante en oom. Toen hij van oom hoorde dat ik onder de steenpuisten zat bracht hij een grote pot Ichtiol-zalf mee. Hij had het toen eens moeten weten voor wie hij de zalf had meegebracht!!

Later heb ik veel terug gedacht aan het feit dat ik helemaal geen heimwee heb gehad naar mijn vader en moeder, en nooit gevraagd heb waar zij waren, of hoe het met hen ging en of ze nog wel leefden. Dit was te danken aan het feit dat ik me thuis voelde en het erg goed naar mijn zin had bij de familie Klop. Ze hielden van mij zoals van hun eigen dochter. Lies was als een eigen zusje.

Slaapkamer op de zolder van de woning op Kustbatterij bij Diemerdam.Midden juni 1945, toen ik op school was, kwam de hoofdmeester naar onze klas en riep hij mij, nam me bij de hand en samen liepen we naar het einde van de gangen... DAAR STOND MIJN VADER!!!!!!! lk herkende hem bijna niet meer, zo was hij veranderd na twee en een half jaar. Hij sloot me in zijn armen en beiden hebben we hartstochtelijk gehuild, en ook de mensen die er omheen stonden.
Mijn vader nam me toen mee naar het huis van tante en oom, tante was niet thuis, alleen oom was er en die zei: "Het is beter dat we niet op tante wachten". Het afscheid nemen van "haar dochter" zou haar hart breken. Gelukkig hebben we haar later natuurlijk nog wel ontmoet en gezien, maar toen op dat moment was het heel zwaar om zonder afscheid te nemen, weg te gaan.
Voordat we naar mijn moeder gingen, hebben we ook nog eerst mijn zusje opgehaald, die op de Kaag was ondergedoken. En zo kwamen we pas 's avonds aan in Beekbergen, waar mijn moeder was. Mijn ouders waren de hele oorlog ondergedoken geweest in Beekbergen. Het was een heel ontroerend en blij weerzien en allemaal hebben we gehuild. Dit keer tranen van blijdschap, maar ook ontroering. Mijn broer werd pas veel later gevonden, die was in Friesland ondergedoken geweest.

Uiteindelijk pas in augustus was de blijdschap compleet, toen we als gezin weer allemaal in Enschede woonden.

Zie ook Diemerdamse oorlogsherinneringen

Tekst: Rinah Pomeranz (in 2017) via Esther Shaya.
Samenvatting: René Ros.
Met dank aan: Esther Shaya.
Foto's: (collectie) René Ros.

RSS Feed met nieuws over de Stelling Stelling van Amsterdam Twitter Stelling van Amsterdam op sociaal netwerk Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
Maxilia relatiegeschenken. (Advertentie)
 
 
 
BudgetGift.nl Goedkoop, vakkundig en snel. (Advertentie)