Sluit [X]   
 

Milicien-soldaat Dagloonder in 1919: vonnis rechtszaak Krijgsraad te 's-Gravenhage, Zuid-Holland

© 1999-2020, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 24-5-2020

Nieuwsbrief

Nieuwsgierig? Lees deze nieuwsbrief maar!Nieuwsbrief 490

Nieuwsbrief Stelling van Amsterdam
Een nieuwsbrief over militair erfgoed in de regio Groot-Amsterdam.
22ste jaargang, nummer 40, 3 juni 2020

 

Inhoud

In deze nieuwsbrief:

 

Inleiding

Beste lezer,

Deze nieuwsbrief begint en eindigt met historische informatie, te beginnen met iemand die in 1914 te jong was voor de forten. Het tweede artikel is helaas een open brief aan een auteur, aan wie we een aantal zaken wilden voorleggen maar die niet op uitnodigingen reageert. Inhoudelijke reacties daarop zijn natuurlijk van harte welkom. Als je daar niet van gediend bent, dan kan je het overslaan.
Ook is het tijd voor onze jaarlijkse oproep voor donateurs. Lees heet artikel en de bijbehorende webpagina's alsjeblieft goed om te realiseren waarom donaties nodig zijn. Aansluitend twee berichten van samenwerkingspartners, de een over de gewijzigde bezetting en de andere is een oproep voor een medewerker.
Wat betreft onderzoek biedt de huidige corona-crisis gelegenheid om achterstanden weg te werken omdat de archieven gesloten zijn, maar dat betekent ook dat niet alles afgerond kan worden. Maar deze nieuwsbrief sluit af met een artikel over het laatste dossier uit het Regionaal Archief Alkmaar.

Lees deze nieuwsbrief op: http://www.stelling-amsterdam.nl/nieuwsbrief/2020/nieuwsbrief-490/
De volgende nieuwsbrief zal waarschijnlijk op 8 juli verschijnen.
Wil jij een artikel over militaire historie schrijven voor deze nieuwsbrief? Of heb je tips en wensen voor artikelen? Laat het ons dan weten!

Veel leesplezier! Ik hoop dat het je goed gaat.
René Ros
http://doccentrum.stelling-amsterdam.nl/

Tip: houd de cursor boven elke afbeelding om een beschrijving te zien.

 

Dienstberichten

- We zijn op zoek naar iemand met kennis en ervaring met PHP en SQL, om diverse dynamische webpagina's en formulieren te verbeteren. Heb je interesse om als vrijwilliger op deze manier aan onze websites bij te dragen? Neem dan contact met ons op voor meer informatie en overleg.
Verder in de toekomst bestaat de mogelijkheid om onze website Forten Info opnieuw op te zetten, geheel database-driven te maken en inclusief een geoviewer.

- De achterstand in het catalogiseren van de foto's in ingehaald en de grens van 90.000 foto's is gepasseerd. Ook de foto's van Fort bij Velsen zijn nu opgeborgen. Weet je nog? Met de krakers op het fort?

- De meerdaagse SME-excursie, waarvoor onlangs hier een oproep werd gedaan, naar de kust van Vlaanderen is afgelast. Door de afgekondigde Coronamaatregelen in Vlaanderen en België is bezoek in juni aan de locaties onmogelijk. Deze nazomer zal het SME-bestuur bekijken of de excursie in oktober kan worden georganiseerd. (Tekst: Stichting Militair Erfgoed.)

- Ik ben bezig met een publicatie over de geheime Nederlandse Stay-behind organisaties, met name Operaties, tijdens de Koude Oorlog. Informatie is schaars, dus als je persoonlijke herinneringen hebt, locaties waar eigenaardige dingen gebeurden enzovoort dan wil ik graag van je horen. Zo was er in 1974-1975 een fort waar trainingen plaatsvonden, dat Zomerfort, werd genoemd. De trainingen gingen vermoedelijk over verbindingen dus mogelijk verschenen er tijdelijk extra antennes?

 

Van Halfweg naar Brabant

Tekst en foto: (collectie) René Ros.

Stel, je was in 1892 geboren en op je twintigste moest je "het leger in". Je woonde in de regio van die beroemde Stelling van Amsterdam. Werd je dan in een fort gelegerd? En laten we eens niet een Amsterdammer, maar iemand uit een plaats halverwege de route naar Haarlem als voorbeeld nemen.

Willem Cornelissen was in 1892 in Halfweg geboren en met zijn vader werkte hij in hun aannemingsbedrijf. Die hebben ook veel opdrachten voor de Genie uitgevoerd. Dat bleek uit de opdrachtenboeken 1918-1921 die ik in 2016 van zijn zoon kreeg. Die zoon is begin 2019 overleden en van de erfgenamen ontving ik twee zakboekjes, twee foto's en enkele andere documenten over zijn vader's militaire plichtsvervulling.

Uit die documenten is het 'wie' en 'wanneer' wel te halen, maar het probleem is het 'waar'. In 1912 werd hij bij de infanterie in Haarlem ingelijfd. Pas met een leeftijd van 25 jaar of ouder werden die in de forten ingedeeld. Maar regimenten met jonge infanteristen, ook die uit de regio Amsterdam, werden onder een divisie van het Veldleger geplaatst. En dat betekende, vrij vlot na de aanvang van de mobilisatie in 1914, grenswacht lopen. Het enige bewijs daarvoor is een groepsfoto van militairen met een bijschrift dat het in Brabant was. Ook de zandgrond wijst daar op...
Indirect bewijs zijn de vele verloven op maandag tot en met woensdag., dat lijkt te passen bij grenswacht. Eerder is die grenswacht in een thema-nieuwsbrief aan bod gekomen, naar aanleiding van twee boeken van Franciscus van de Vrande.

Toen hij 25 jaar oud was en naar de Landweer over was gegaan, had hij in een fort gelegerd kunnen zijn. Maar door de loop van de oorlog kreeg hij klein verlof. Zijn opkomstplaats was Uitgeest dus bij een tweede mobilisatie was hij mogelijk in Fort bij Krommeniedijk of Fort aan Den Ham terechtgekomen.
Met een nieuwe biografie over hem, staan we ook even stil bij die andere inzet van vele Nederlandse jongens. En daarmee indirect verteld het dat alleen de oudere Infanterie-lichtingen op de forten zaten. Leerzaam?

Soldaat Cornelissen (nieuw)
'Werken voor de Genie' in Nieuwsbrief 439 (2016)
Thema-nieuwsbrief 'Amsterdammers op grenswacht in Brabant' (2019)

 

Open brief over boeken-serie

Tekst: René Ros
Met dank aan: Hans Baas, Hans Broekmeulen, Huib ter Haar, Alexander Senger, Theo Verbruggen (Stichting Uiteraard Uitermeer) en Programmabureau Stelling van Amsterdam NH.

Geachte mevrouw Agnes de Boer,

De afgelopen jaren heeft u drie boeken uitgebracht: ‘Leven op de Stelling’ (2016), ‘Kraijenhoff keert terug’ (2018) en ‘Herauten op de Stelling’ (2019). In deze open brief willen we aangeven welke vermoedens van onzorgvuldig auteurschap we hebben opgemerkt in de drie boeken. Dat doen we aan de hand van een zevental gedragsregels, waarvan we vervolgens proberen aan te tonen dat u zich daar mogelijk onvoldoende aan hebt gehouden. Voor het leesgemak geven we vooral de eerst gevonden voorbeelden uit uw laatste boek, maar de meeste kwesties zijn volgens ons ook van toepassing op de eerdere twee boeken. U zult zich ongetwijfeld snel realiseren dat we nog veel meer voorbeelden en betrokkenen zouden kunnen noemen. Het bij u eventueel ontbreken van kennis over militair erfgoed en de vele inhoudelijk onjuistheden, laten we buiten beschouwing.

1) Een goede auteur gebruikt teksten en foto’s op zodanige wijze dat het auteursrecht van anderen niet wordt geschonden.
Het artikel over het bezoek van Koningin Beatrix (2002) aan Stichting Herstelling op Fort bij Nigtevecht (p.97) is vrijwel letterlijk overgenomen van de website van die stichting. De stichting en de auteur, zzp-er Alexander Senger, zijn niet om toestemming gevraagd. Er wordt een webpagina als bron genoemd, maar dat betekent niet dat grote delen zonder toestemming letterlijk mogen worden overgenomen.
Na een melding van ons, doet de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM) onderzoek naar een foto van het Stelling-tientje (p.61) die door u wordt toegeschreven aan ‘collectie Ron Zeller’, maar volgens ons is het een productfoto die ook op de website van het KNM staat.

2) Een goede auteur wekt niet onterecht de indruk dat teksten door hem/haar zijn geschreven.
Huib ter Haar herkent in het hoofdstuk over ‘Fort Bijlmer’ zijn voor het Wikipedia-lemma geschreven tekst erover, waarvan enkele delen letterlijk zijn overgenomen. Van Wikipedia mag tekst overgenomen worden maar een bronvermelding ontbreekt en daarmee wordt wel de indruk gewekt dat u de tekst geheel zelf heeft geschreven.
Volgens hem is de informatie over Fortwachter Algra (p.74) vrijwel letterlijk overgenomen van de website van René Ros, wat de enige bron van deze informatie kan zijn. En het hoofdstuk over ‘Fort Coehoorn’ (m.n. p.41) komt in sterke mate overeen met teksten van René Ros over dat fort. Zijn website en naam wordt echter ook niet als bron genoemd.

3) Een goede auteur zorgt voor een juiste bronvermelding.
Bij de verantwoording van beeldmateriaal (p. 215) worden boeken, websites en zelfs nietszeggende gebruikersnamen (bv. Samurai8) genoemd in plaats van personen en organisaties (rechtspersonen). Dergelijke vermeldingen lijken er op te wijzen, dat u denkt dat elke foto gebruikt mag worden, als er maar een bronvermelding wordt genoemd. Een aantal foto’s (bv. p.134) komen uit het Herinneringsalbum Stelling van Amsterdam (1916), maar u was daar blijkbaar niet mee bekend. In plaats daarvan noemt u het boek van Jan Baalbergen† als bron, terwijl u de illustratievermelding van dat boek had kunnen raadplegen. Een ander voorbeeld is een gids van Fort bij Uithoorn, niet van Staatsbosbeheer zoals in de tekst staat, die zijn unieke vertelling in uw boek terugziet, maar de fortgebruiker of de gids wordt niet als bron genoemd.

4) Een goede auteur onderzoekt en vermeldt eerdere, soortgelijke publicaties.
Een boek van Marianne Groep-Foncke ging aan uw boekenreeks vooraf en wordt in alle drie de boeken netjes genoemd. Een vermelding van een onderzoek naar mondelinge geschiedenis (David Anker, provincie Noord-Holland, 2010) hebben we niet opgemerkt en zou passend zijn geweest. Wat vooral ontbreekt is het noemen van de website www.stelling-amsterdam.nl van René Ros. Niet als inspiratie, bron of anderszins en zelfs niet neutraal als feit. Hiermee wekt u onterecht bij de lezer de indruk een nieuw onderwerp of invalshoek, in combinatie met de Stelling van Amsterdam, te hebben geïntroduceerd.

5) Een goede auteur hanteert een kritische houding ten aanzien van aangeleverde informatie.
Er zijn aanwijzingen dat u onvoldoende kritisch was op de aangeleverde informatie. Als voorbeeld het bijschrift van de Fortenwaaier (2005) op een voorblad dat luidt “De Stelling van Amsterdam is literair rond: de fortenwaaier gemaakt door Ron Zeller en Pim Griffioen”. In werkelijkheid is het idee en uitvoering van Annie Breeuwsma, onder leiding van Hans Broekmeulen in opdracht van de Stichting Stelling van Amsterdam. Alle foto’s zijn gemaakt door René Ros. Dit alles staat keurig in de colofon van de Fortenwaaier en daaruit blijkt, dat de in uw bijschrift genoemde personen alleen de korte teksten schreven. Hetgeen wij bovendien niet ‘literair’ zouden noemen. De kortste en correcte vermelding zou ‘Stichting Stelling van Amsterdam’ zijn geweest.
Een ander voorbeeld is dat geschreven staat dat Fort aan de Drecht door stichting Herstelling is gerestaureerd (p.199). Maar dat is onjuist, het is door aannemer UBA uit Uithoorn uitgevoerd met inzet van Stichting Herstelling. Beide punten betreffen geen verre geschiedenis, maar zijn vrij recent en waren eenvoudig te controleren.

6) Een goede auteur biedt betrokkenen een mogelijkheid tot inzage en controle.
Bij ons zijn twee personen bekend, die anoniem wensen te blijven, die hebben meegewerkt aan uw laatste boek. Tegen de afspraak in, zijn de hun betreffende teksten niet door u tevoren aan hen voorgelegd. Hierdoor hebben zij, tot hun teleurstelling, geen mogelijkheid gehad om uw onjuistheden te corrigeren. “Het is eigenlijk heel slordig om dit zo uit te geven”, schreef een van hen.

7) Een goede auteur geeft een correct beeld van de partijen die medewerking en steun hebben verleend.
In het dankwoord wordt Stichting Uiteraard Uitermeer, exploitant van Fort Uitermeer, bedankt voor haar medewerking. Die stichting had echter besloten niet aan uw publicatie mee te werken, mede omdat ze wisten van uw werkwijze. Daarnaast herkent de stichting een deel van de tekst van hun eigen website. Bovendien is er een plantekening van de stichting gebruikt (p.61) en vermeldt in de bronvermelding, maar hier is geen toestemming voor gevraagd en gekregen. Daardoor wekt u de indruk dat het hoofdstuk over Fort Uitermeer met medewerking en goedkeuring van die stichting tot stand is gekomen. Dat is onterecht en kan schadelijk voor die stichting zijn, mede door de inhoudelijke onjuistheden.

In 2015 schreef u aan ondergetekende: “graag afspraken met je willen maken over het gebruik van de biografieën van jouw website (erg leuk), de bijbehorende foto’s en enkele luchtfoto’s van de betreffende forten”. Daarna heeft u niets meer van zich laten horen en toch gebruik gemaakt van zijn website. Die website mag alleen na voorafgaande toestemming door commerciële partijen gebruikt worden. Dit is al na het eerste boek bij u aangekaart, maar een commercieel doel werd door u glashard ontkent en verward met winst maken; ideëel was uw werk zeker niet. Ondanks de bezwaren heeft u uw werkwijze bewust en ongegeneerd voortgezet met de volgende twee boeken.

Gezien bovenstaande voorbeelden hebben wij het vermoeden dat u in een bepaalde mate onzorgvuldig heeft gewerkt en/of onethisch heeft gehandeld. Er is mogelijk op discutabele wijze gemeenschapsgeld en tijd van vele mensen verspild aan de totstandkoming van de boeken, die mogelijk in de toekomst als bron gebruikt zullen worden. De gedupeerden blijven achter met een gevoel dat vergelijkbaar is als na een inbraak je huis betreden; een gevoel van teleurstelling en misbruik. Wat ons betreft is dit een heel onaangenaam Stelling-verhaal geworden, dat door u voorkomen had kunnen worden.
Op onze vraag aan de provincie Noord-Holland, site-holder en een van uw subsidie-verstrekkers, hoe zij denkt dit soort praktijken in de toekomst te voorkomen, was het antwoord dat ze geen subsidies meer voor boeken zal verstrekken. In plaats daarvan worden opdrachten gegund waarbij de aansturing en controle veel beter kan zijn. Andere uitspraken van provincie-medewerkers behandelen we als vertrouwelijk.

Een aantal van de betrokkenen hebben hun eigen bevindingen eerder per e-mail aan u voorgelegd. Slechts één heeft een reactie van u ontvangen en die kwam er op neer, dat hij blij moest zijn met de aandacht voor hun organisatie in het boek. We hebben u op 28 februari jl. uitgenodigd voor een gesprek maar daar hebben we geen reactie op ontvangen. Op 6 mei jl. hebben we u als handreiking het boek ‘Plagiaat en nivellering’ door dr. Rudolf Dekker als cadeau toegezonden. Hopende dat u nieuwe inzichten uit dat boek zou opdoen, hebben we u nogmaals uitgenodigd voor een overleg maar wederom geen reactie van u ontvangen. Daarom zagen wij geen andere mogelijkheid, dan deze open brief te publiceren met de onderwerpen die we aan u hadden willen voorleggen.

Het beeld dat we schetsen is geen volledig onderzoek, geen hard bewijs en geen oordeel. Wij zien daarin wel genoeg redenen om u, bij deze, op te roepen om verantwoording van uw handelen af te leggen. Waarschijnlijk behoren daar excuses, schadevergoeding en errata uit te volgen. Met deze open brief vragen we u om alsnog in te gaan op onze uitnodiging en afspraken te maken voor het rechtzetten van een en ander.

Met vriendelijke groet,
René Ros

 

Donateurs en sponsors gezocht!

Tekst en foto: René Ros.

De huidige donateurs en sponsors wil ik bij deze zeer bedanken. Het aantal particulieren en organisaties, de bedragen en het jaarlijks herhalen blijft de verwachtingen overtreffen.

Kluis in het Provinciaal Centrum Civiele Verdediging te Haarlem.Zoals je zult begrijpen, vraagt het maken en in de lucht houden van deze omvangrijke website vele honderden uren vrije tijd. Jouw donatie is noodzakelijk om de directe kosten van deze private website te dragen, om het in de lucht te houden, onafhankelijk van overheden. Met als doel om kennis, bekendheid en bewustzijn over militair erfgoed te bevorderen.

De bibliotheek op Fort Uitermeer en beveiligde opslag hebben kosten voor huisvesting en verzekering. Denk ook aan digitale scans bij diverse archiefdiensten, aankoop van boeken, foto's en prentbriefkaarten. En vergeet de brandstofkosten voor de gereden kilometers niet, dat was vorig jaar 3.700 kilometer.

Dit jaar komt daar bij dat er geen lezingen worden gegeven, en dus geen vergoedingen worden ontvangen. Ook de dagexcursie kon niet doorgaan, en normaal gaan de positieve baten daarvan de donatiepot in. Uiteraard zijn dit niet de enige gevolgen en er zijn mensen die veel ernstigere problemen hebben. Maar mocht je donateur kunnen worden, dan wordt dat nu zeer op prijs gesteld. Ook organisaties en bedrijven kunnen donateur of sponsor zijn.

Wilt u als persoon of organisatie deze website financieel ondersteunen? Geef dan een donatie en geniet van een aantal voordelen zoals een gratis luchtfoto en korting op de jaarlijkse dagexcursie.
Zie de webpagina met informatie over het doneren om eenvoudig via PayPal (ook creditcard) of een overschrijving te betalen. En natuurlijk kunt u daar ook meer informatie vinden over de voordelen.

Informatie over doneren
Overzicht van sponsors

 

Kennis borgen en doorgeven, met mensen

Tekst en foto's: Kenniscentrum Waterlinies.

Met het vacant worden van de functie ‘specialist Nieuwe Hollandse Waterlinie’ moest het Kenniscentrum Waterlinies op zoek naar iemand met net zo veel kennis en interesse als de illustere voorgangers. Dat bleek een lastige opgave waarvoor we menen de beste oplossing te hebben gevonden.

Chris Will en Ronald Hamberg.Chris Will is, vanuit de provincie Utrecht, bijna 20 jaar de historisch deskundige van de Nieuwe Hollandse Waterlinie geweest. Dat droeg hij ook uit als auteur van meerdere boeken. Hij is in 2018 met pensioen gegaan en een aantal andere deskundigen zijn ongeveer van dezelfde leeftijd. Onder de sollicitanten was niemand die vergelijkbare kennis en ervaring heeft.

Als oplossing hebben we een soort meester-gezel constructie kunnen opzetten, waarin Chris Will zijn kennis en netwerk zo goed mogelijk overdraagt aan onze nieuwe medewerker Ronald Hamberg. Ronald heeft recent een studie militaire geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam gedaan. En hij heeft ook de nodige ervaring opgedaan bij de Grebbelinie, met het samenstellen van een tentoonstelling en het werken met vrijwilligers.

Ronald is per 1 mei gestart als onze specialist Nieuwe Hollandse Waterlinie en zal daarin, in ieder geval in het komende half jaar, op verschillende manieren bijgestaan worden door Chris Will. En natuurlijk samenwerkend met zijn collega René Ros, specialist Stelling van Amsterdam.
De coördinatie met externe partijen, vrijwilligers enzovoort behoort ook tot de taken van Ronald, die hij samen met René zal verzorgen. René blijft zich bezig houden met IT en de implementatie van het collectiebeheersysteem.

Het Kenniscentrum Waterlinies staat dus niet alleen voor veiligstelling, borging en ontsluiting van papieren en digitale informatie, maar ook van parate kennis en ervaring.
Stuurt u gerust uw vragen en hulpverzoeken, het team Ronald, Chris, René en de vrijwilligers zorgt dat u het beste geholpen wordt.

Kenniscentrum Waterlinies
Stuur e-mail aan Kenniscentrum Waterlinies
Stuur e-mail aan Ronald Hamberg

 

Vacature officemanager Stichting Menno van Coehoorn

Tekst: stichting Menno van Coehoorn.
Foto: René Ros.

Kantoor van stichting Menno van Coehoorn in Utrecht.Wegens pensionering van de huidige medewerkster is de Stichting Menno van Coehoorn, voor haar kantoor in de binnenstad van Utrecht, op zoek naar een officemanager.
Tot de taken van de officemanager behoren: het verrichten van secretariaatswerkzaamheden, het bijdragen aan public relations en het ondersteunen van het digitale kennisplatform. Het ontvangen en begeleiden van bezoekers aan ons Documentatiecentrum is onderdeel van de functie.

Wij zijn op zoek naar een collega op HBO+ niveau met affiniteit voor erfgoed en welke er plezier in heeft, met een grote mate van zelfstandigheid, een spilfunctie in de stichting te vervullen. Het betreft een functie voor 12 uur per week tegen een vergoeding van €15,-/uur via de payrolorganisatie Tentoo. Verdeling van het aantal uren over de week in overleg. De stichting organiseert voor haar vrijwilligers in het voor- en najaar een correspondentendag waaraan u kosteloos kunt deelnemen.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met onze secretaris, dhr. Hijlke Bakker. Tel. 06-29895884 of info@coehoorn.nl

N.B. Het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam dankt Anneke Kramer, de vertrekkende officemanager, voor de vele-vele jaren van fijne contacten en de prettige samenwerking. Geniet van je welverdiende pensioen!

Stichting Menno van Coehoorn

 

Depots Beverwijk en Hoorn

Tekst: René Ros.
Afbeelding evacuatiekaart: Regionaal Archief Alkmaar.
Foto G. Kruseman: Herinneringsalbum Stelling van Amsterdam (collectie René Ros).

Het Regionaal Archief Alkmaar is een samenwerking van 10 gemeenten, ongeveer Castricum en noordelijker. Dit is het zesde en laatst artikel in een serie over enkele gevonden archiefstukken in het Regionaal Archief Alkmaar. Deze keer een dossier in het archief van de Gemeente De Rijp (archief 30.2.1.003), over het mogelijk evacueren van burgers in het begin van de mobilisatie 1914-1918. Voor u gelezen, samengevat en een kleine aanvulling op de website gemaakt.

"Dit schrijven behoeft dan ook op zich zelf niet de minste ongerustheid te veroorzaken" schreef de commissaris der Koningin in de provincie Noord-Holland W.F. van Leeuwen op 1 september 1914. Een circulaire van vier kantjes, gericht aan de burgemeester van de gemeente De Rijp en 33 andere gemeenten boven het Noordzeekanaal. Van Wijk aan Zee tot Enkhuizen en van Beverwijk tot Medemblik.
De aanleiding was het mogelijk ontruimen van een gedeelte van hun gemeente, vanwege de nabijheid van forten en inundatiegebieden. Voor de opvang van de verdrevenen waren voorzieningen getroffen om hen te huisvesten buiten de Stelling. Voor bewoners uit het gebied ten westen van de Markervaart was een "Depôt Beverwijk" voorzien, en ten oosten ervan een "Depôt Hoorn". Bij de gemeentegrens van die plaatsen moesten de verdrevenen zich melden bij "helpers van een kenteeken voorzien". Details over de huisvesting worden in de circulaire niet gegeven, maar particuliere woningen, scholen en openbare gebouwen liggen voor de hand. De burgemeesters werd verzocht om telegrafisch aan de burgemeesters van de depot-gemeenten door te geven hoeveel inwoners naar die gemeente op weg waren. Omdat Alkmaar was aangewezen als Interneringsdepot (van vijandige militairen) was daar geen huisvesting mogelijk en mocht niemand daar naar toe verwezen worden. Vee mocht overigens niet meegevoerd worden, dat zou door de Verplegingscommissie naar binnen de Stelling gebracht worden. Daarvoor hadden de veehouders al kaarten gekregen waarop was aangegeven met hoeveel groot- en kleinvee zich naar een veehouder binnen de Stelling konden begeven.

G. Kruseman en enkele andere leden van de Verplegingscommissie.G. Kruseman van die Verplegingscommissie had, blijkt uit brieven in hetzelfde dossier, al op 12 augustus 1914 aan burgemeesters gevraagd voorbereidingen te treffen om het vee binnen de Stelling onder te brengen. Hij vroeg de burgemeesters hem de namen van personen door te geven die bij die evacuatie zouden kunnen helpen. Hij dacht vooral aan veehandelaren en hun personeel. "In de tweede plaats de namen van flinke veehouders, die kunnen regelen en moeilijkheden kunnen overwinnen en invloed bij hun buren hebben." Dat was in een tijd dat een burgemeester zijn burgers nog kende...

Hoe de burgemeester van De Rijp er aan komt is onduidelijk, maar in het dossier zit ook een brief d.d. 20 augustus 1914 van de burgemeester van Zaandam aan de commandant Sector Zaandam. Burgemeester K. ter Laan geeft een hele opsomming van wat er bestuursrechtelijk moest gebeuren. Zoals het opstellen van politieverordeningen, het buiten werking stellen van de Arbeidswet, Veiligheidswet en Hinderwet maar ook intrekken van jachtvergunningen.
Hij geeft zelfs aan dat begraven "buiten de begraafplaats" in zijn gemeente niet mogelijk is, maar dat het hem bekend was dat in Amsterdam het opgespoten gedeelte boven het IJ daar wel gelegenheid voor bood. Er is in de Niewendammerham gelukkig geen verdrevene of gesneuvelde begraven.

Proviandering

 

Deze nieuwsbrief is een uitgave van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam. De redacteurs en auteurs aanvaarden geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de website, nieuwsbrief of andere publicatie, door welke persoon en voor welk doel dan ook. Bij gebruik als bron voor publicaties en andere uitingen is bronvermelding verplicht en tevens wordt deskundige begeleiding, door bijvoorbeeld de redacteur of auteur, aanbevolen. In de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn een deel van een column of strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven. 'Majoor Van Hall' en 'Soldaat Troelstra' zijn fictieve militairen uit het verleden die dienen als pseudoniemen voor verschillende personen. Activiteiten zoals rondleidingen worden mogelijk door andere partijen georganiseerd en de verantwoordelijkheid voor inhoud, uitvoering e.d. ligt geheel bij de betreffende partij. De inhoud van een nieuwsbrief wordt na publicatie niet meer gewijzigd en kan later onjuist zijn gebleken of niet meer van toepassing zijn. De auteursrechten berusten bij René G.A. Ros tenzij anders is aangegeven. Zie ook de privacy verklaring.

 

RSS Feed met nieuws over de Stelling Stelling van Amsterdam Twitter Stelling van Amsterdam op sociaal netwerk Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
ReneRos.biz voor ontwikkeling, advies & expertise en opleidingen voor Filemaker database-toepassingen. (Advertentie)
 
 
 
Maas+deNatris verrichten militair-historisch onderzoek op het snijvlak van defensie en samenleving en vertalen dat naar gedrukte en digitale media. (Advertentie)