Voor de verdediging tegen luchtvaartuigen is observatie en herkenning altijd van belang geweest. Alhoewel vliegtuigen pas tijdens de Eerste Wereldoorlog een grote opbloei doormaakten waren er al luchtschepen (zeppelins) in gebruik bij de strijdkrachten. Voor de observatie waren luchtalarmposten ingericht op bestaande hoge gebouwen. In de jaren 1930 kwam de term 'luchtwacht' en 'luchtbescherming' in gebruik. Op deze pagina worden enige woorden besteed aan de luchtalarmposten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren luchtalarmposten "bestemd tot het eenvoudig signaleren van vijandelijke luchtvaartuigen en het melden daarvan ter bestemder plaatsen" in een cirkel rond Amsterdam ingericht. Een post bestond uit een commandant en 18 manschappen die bij toerbeurt dienst hadden. Voor deze taak werden veelal burgervrijwilligers gebruikt. Deze personen werden onderwezen in het herkennen van luchtvaartuigen. Hiertoe moest men silhouetten en herkenningstekens leren.Iedere post had onder andere de beschikking over kijkers, kompas en peilapparatuur. Elke post was met de rijkstelefoon verbonden om direct contact te leggen met het Centraal Luchtwacht Bureau in Amsterdam. Zie Luchtwachtdienst en Korps Luchtwacht Dienst voor een soortgelijke systemen van observatieposten in andere perioden. In een schrijven van 25 april 1916 werden de onderstaande posten genoemd. Foto's: © René Ros. |
||
|
AalsmeerToren N.H. Kerk in Aalsmeer. |
|
|
|
|
|
HaarlemNieuwe Kerk in Haarlem. |
|
|
|
|
|
|
|
|
OosthuizenPlat dak op het huis van de heer Paardekooper in Oosthuizen. |
|
|
PurmerendToren N.H. Kerk in Purmerend. |
|
|
|
|
|
|
|
