Deze verklarende woordenlijst is gebaseerd op het boek 'Terminologie Verdedigingswerken' maar bevat alleen termen die voor de Stelling van Amsterdam van toepassing zijn. Beschrijvingen van voorkomen binnen de Stelling zijn aan de termen toegevoegd.
In het algemeen een toegang of doorgang; in Nederland specifiek gebruikt voor een toegang die door een inundatie voert, in de vorm van een hoog terreingedeelte, dijk, kade, land-, spoor- of waterweg; wanneer enkele dicht bijeen gelegen accessen de mogelijkheid bieden tot onderlinge steunverlening spreekt men wel van een meervoudig acces, zie ook Positie.
Elk verdedigingswerk had als functie om een acces af te sluiten en te verdedigen. Bij elk fort worden de accessen beschreven.
Klein verdedigingswerk, aangelegd met het doel het doordringen van een aanvaller over het acces te beletten.
Weinig voorkomend, zie Batterij aan de Aalsmeerderweg.
Onderstel voor een vuurwapen.
Voor de vestingoorlog zijn van belang: belegeringsaffuit, depressieaffuit, duikaffuit, Gribeauvalaffuit, kazemataffuit, kustaffuit, minimaal-schietgataffuit, Moncriefaffuit, raamaffuit, radaffuit, rolpaard, sledeaffuit, sprinkhaanaffuit en walaffuit.
In de forten met een of meer keelkazematten zijn kazemataffuiten aanwezig. Forten die uitgerust zijn met een pantserkoepel (Fort bij Spijkerboor) hebben daarin een minimaal-schietgataffuit.
In de nabijheid van een groepsnest of andere gevechtsopstelling gelegen dekkingsruimte voor personeel, gemaakt van beton, grond en/of ander materiaal; zie ook piramide
Afwachtingsdekkingen zijn voornamelijk gebouwd in de Voorpositie bij Cruquius, Voorstelling bij Vijfhuizen, Positie van Spaarndam (1916-1918) en nabij Muiderberg en Uitermeer (1939-1940).
|
| Piramide in Muiderberg (Foto: © René Ros, 2002) |
Alle krijgsbehoeften om een vesting, stelling of linie in staat van verdediging te brengen; zie ook approvisionnement en park.
Magazijn voor oorlogsbehoeften (armement), veelal met bijbehorende werkplaats; ook wel armamentarium, bushuis, tuighuis of ('s) lands huis.
Twee arsenalen uit de periode van de Vesting Amsterdam hadden later nog een militaire functie als Arsenaal en Militiegebouw. Het Algemeen Verdedigingspark nam deze functie voor de Stelling over. Aan de Lijnbaangracht en Brouwergracht staan nog twee arsenalen.
Zie palenhindernis.
Vijfhoekige aarden of stenen uitbouw van een verdedigingswerk naar oorspronkelijk Italiaans ontwerp, voornamelijk voor het bestrijken van de aanliggende courtines; bestaat uit twee facen, twee flanken en een niet-bewalde keel; ook wel bolwerk of dwinger.
Bij een vol bastion is de binnenruimte (het terreplein) gevuld met een aardlichaam, een bomvrij onderkomen voor personeel of een remise voor geschut; bij een hol bastion ontbreken deze.
Bastions komen alleen voor bij de oudere vestingen Muiden en Weesp die onderdeel zijn geweest van de Stelling.
|
| Basisvormen van bastions. a. Oud-Italiaans; b. Nieuw-Italiaans; c. Oud-Nederlands; d. verbeterd Oud-Nederlands; e. Frans (Vauban, 2e methode); f. Nieuw-Nederlands (Coehoorn) |
Batterijen kunnen zijn:
Doorlopende, door een aardlichaam gedekte weg rond de buitengracht van een vesting of als onderdeel van een aparte liniewal; bestemd voor het verzamelen van troepen voor een uitval, of als verdedigende opstelling; veelal ook toegepast bij een enveloppe; ook wel gedekte weg.
Bedekte wegen komen alleen voor als onderdeel van aparte liniewallen zoals de Geniedijk Haarlemmermeer en de Liniewal Aagtendijk-Zuidwijkermeer.
Gemetselde dam in een waterkering door bijvoorbeeld een vestinggracht, ook gebruikt in een droge gracht; ter bemoeilijking van de overgang aan de bovenzijde in de vorm van een ezelsrug en voorzien van een monnik.
Een beer kan de volgende functies hebben:
Beren als waterkering zijn vrijwel altijd toegepast bij oudere vestingwerken zoals de Posten van Krayenhoff. In een aantal gevallen zijn beren nog aanwezig maar ondergewerkt in een dijk. Er zijn enkele goed zichtbare beren in de Positie van Spaarndam (1x) en in de Vesting Muiden (2x).
Holle beren in droge grachten, voor grachtsflankement, komen alleen voor op het Fort bij IJmuiden en het Fort aan het Pampus.
|
| De sluisbeer bij het Muiderslot in Muiden. (Foto: © René Ros, 2002) |
Het insluiten van een vesting of kringstelling en het treffen van voorbereidingen deze in bezit te krijgen.
De actieve gevechtshandelingen tijdens een beleg.
Het onder vuur (kunnen) nemen van een terreincompartiment of wateroppervlak.
Bouwmateriaal, samengesteld uit steenachtig materiaal (veelal grind), cement, zand en eventueel andere toevoegingen.
In de vestingbouw worden/werden o.a. toegepast:
Uitgezonderd oudere vestingwerken die van baksteen zijn gemaakt, zijn vrijwel alle forten gemaakt met ongewapend brikkenbeton. Bij de laatste gebouwde forten zoals Fort aan de Nekkerweg, Fort aan de Middenweg en Fort aan de Jisperweg is in enkele kwetsbare delen, zoals het hefkoepelgebouw, gewapend beton gebruikt. Latere kazematten zijn geheel van gewapend grindbeton gemaakt.
Het voorzien zijn of worden van permanente verdedigingswerken; zie ook fortificatie.
19de-Eeuwse aanduiding voor troepen bestemd voor de beveiliging of bewaking van het vóór of tussen permanente verdedigingswerken gelegen terrein; zie ook bezettingstroepen.
19de-Eeuwse aanduiding voor troepen bestemd voor de verdediging van permanente verdedigingswerken; zie ook bewakingstroepen.
Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een verdedigingswerk tegen vernieling door bommen; het begrip is relatief en afhankelijk van het vermogen van de bewapening in een bepaalde periode; vergelijk granaatvrij en scherfvrij.
Alle vestingwerken waren gebouwd als zijnde bomvrij.
De Kustbatterij bij Diemerdam en Kustbatterij bij Durgerdam werden ieder voorzien van drie bolwerken (betekenis 1) voor het klein flankement van de werken.
Dekking van aarde (grond), steen of ander materiaal, ter bescherming van erachter opgestelde schutters of geschut; in de middeleeuwen veelal bestaande uit gekanteelde muren, later meestal van aarde.
Alle forten waren voorzien van een frontwal, sommige ook met loopgraaf, met borstwering.
|
| Borstwering met schietsleuf en merlon/kast. |
Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.
Granaat waarin de functies van brisantgranaat en granaatkartets zijn verenigd; ook wel genoemd eenheidsprojectiel.
Ontstekingsmiddel voor een bom of granaat; naar werkingsmechanisme te onderscheiden in schokbuis, tijdbuis, tijdschokbuis en nabijheidsbuis.
|
| Een tijdbuis. (Foto: © Jurgen Lamers) |
Algemene, aan het Duits ontleende benaming voor gevechtsopstellingen, onderkomens e.d., doorgaans van gewapend beton; zie kazemat (betekenis 2).
De Duitse bunkers zijn langs de kust in de vroegere Positie van IJmuiden en rond Amsterdam gebouwd. Bij IJmuiden is nog een groot aantal aanwezig maar rond Amsterdam nog een zeer klein aantal; zie Stadtverteidigung Amsterdam . Ook zijn tijdens de Koude Oorlog enkele bunkers in het Stellinggebied gebouwd.
|
| Commando- en geschutbunkers van Batterie Heerenduin bij IJmuiden. (Foto: © René Ros, 2003) |
een caponnière, waarbij het geschut uit een remise naar buiten in open opstelling moet worden verplaatst, wordt open caponnière genoemd.
Slechts twee forten hebben een caponnière: Fort aan de St. Aagtendijk van beton en het Fort bij Hoofddorp van pantserstaal. De oorspronkelijke caponnière van de Vesting Muiden wordt tegenwoordig 'Muizenfort' genoemd.
|
| Caponnière van het Fort bij Hoofddorp (betekenis 2). (Foto: © René Ros, 2002) |
Draagbare mortier met zeer korte loop, kaliber ± 13 cm; genoemd naar zijn ontwerper; zie krombaangeschut.
Volgens de Opgave der Bewapening 1910 waren per sector 9, totaal 36, Coehoornmortieren als aanvullingsbewapening in de sectorparken opgeslagen.
Eind 19de /begin 20ste-eeuw gangbare benaming voor een in een stellinggebied aangelegde militaire weg voor verplaatsing van troepen en aanvoer van materieel.
In de gehele Stelling zijn nieuwe wegen aangelegd (zie Weg dwars door den Polder Wormer, Jisp en Nek) of bestaande verhard (zie Inundatiekering Kwadijk). Vaak herinnert de naam van de weg nog aan de afkomst zoals 'Genieweg'.
Tegenover de escarp gelegen en soms bekleed talud; ook wel buitengrachtsboord; de buitenwaarts ervan gelegen bedekte weg en het glacis worden soms ook tot de contrescarp gerekend.
Algemeen voorkomend. Het Fort bij Hoofddorp heeft een gedeeltelijk met beton bekleed talud. Zie ook contrescarpgalerij.
Één fort heeft een droge gracht en is voorzien van een contrescarpgalerij: Fort aan het Pampus.
|
| Contrescarpgalerij (betekenis 1) met dubbele contrescarpkoffer. |
Kazemat, aangebracht in een hoek van de contrescarp(muur), voor het bestrijken van de droge gracht.
Alleen het Fort aan het Pampus heeft contrescarpkoffers.
|
| Contrescarpgalerij (betekenis 1) met dubbele contrescarpkoffer. |
Doorsnijding of doorgraving in een vestingwal of -muur of van een inundatiekering.
Sluis ter afdamming van een waterloop, veelal in de vorm van een schotbalksluis.
Er is nog een redelijk aantal damsluizen aanwezig; zie Inundaties. Damsluizen die onderdeel zijn van een liniewal zijn bomvrij uitgevoerd.
|
| Bomvrije damsluis in de Hoofdvaart in Hoofddorp. (Foto: © Hans Baas, 2001) |
Uit een gedekte opstelling of vestingwerk naar buiten komen van troepen voor een aanval, tegenaanval of uitval.
Klein eenvoudig verdedigingswerk op een dijk; zie ook accespost.
De Posten van Krayenhoff waren veelal dijkposten.
Vuur dat met behulp van relatief eenvoudige richtmiddelen op zichtbare doelen wordt uitgebracht; tegengesteld aan Indirect vuur.
Vrijwel alle geschut was van richtmiddelen voor direct vuur voorzien.
Versperring tegen pantservoertuigen, bestaande uit puntvormige betonblokken, die veelal in lange stroken waren samengevoegd; zie ook palenhindernis en tetraëder.
De Duitse bezetter heeft drakentandversperringen gebruik in het gebied van de vroegere Positie van IJmuiden. Daar zijn op twee locaties nog delen te vinden: op het strand van het eiland van Fort bij IJmuiden en in de duinen ten zuiden van IJmuiden.
|
| Een Duitse drakentandversperring op het eiland van het Fort bij IJmuiden. (Foto: © René Ros, 2002) |
Driepootaffuit voor een mitrailleur, geconstrueerd voor gebruik op kleine vaartuigen; later ook toegepast op de wal en in kazematten.
Fort waarin de functies van artillerie, infanterie enz. waren samengebracht; in tegenstelling tot grotere verdedigingswerken met afzonderlijke functies; zie ontleed fort.
Na de bouw van het Fort bij Abcoude en de ontwikkeling van de brisantgranaat zijn de meeste andere forten niet als eenheidsfort gebouwd maar als infanteriepost.
Brisantgranaatkartets, zoals ontwikkeld door de toenmalige kapitein Van Essen.
|
| Egels (betekenis 2) |
Voorbereide opstellingsplaats voor geschut; ook wel platform.
Omdat de forten als infanteriesteunpunten fungeerden, zijn er nauwelijks emplacementen met traversen aangelegd en behouden. In de Geniedijk Haarlemmermeer zijn echter nog vele vervallen traversen te herkennen. Ook wel voorzien van betonnen constructie, zie nevenbatterij.
Verzamelnaam voor pyrotechnische middelen voor militair gebruik; tegengesteld aan het voor vermaak bestemde lustvuurwerk.
Talud van een gracht, soms met muurwerk bekleed, gelegen aan de zijde van het vestingwerk; ook wel binnengrachtsboord. Zie ook contrescarp.
Algemeen voorkomend.
Vrijwel in de aanvalsrichting staande zijde van een verdedigingswerk. Van een bastion de zijde die een hoek maakt met de aangrenzende courtine.
Vrijwel alle forten met een natte gracht hebben een flank ofwel kort zijfront. Zie ook bastion.
Vuur voor het flankeren van een deel van een vestingwerk of van een tussengelegen terreinstrook; zie flankement.
Vuur dat vanuit verdedigingswerken zijdelings kan worden uitgebracht; nader te onderscheiden in
In de keelkazemat(ten) van de volgens een model
zijn te onderscheiden forten stond flankgeschut opgesteld voor groot flankement. Twee gekazematteerde batterijen konden uitsluitend flankeervuur afgeven: Batterij aan de IJweg en de Batterij aan de Sloterweg.
Ook in de keelkazemat(ten) opgestelde mitrailleurs diende voor het keelflankement. Het Fort aan Den Ham had uitsluitend mitrailleurs en kon alleen klein- en keelflankement uitbrengen.
Het van terzijde onder vuur nemen van een deel van het eigen vestingwerk, van een terreingedeelte of van een vijandelijk doel; zie ook flankement.
Geschut dienend om vuur uit te brengen langs een zijde van een verdedigingswerk.
Afhankelijk van de bouwperiode en locatie stond in elke keelkazemat twee stuks 6, 7 of 10 cm geschut opgesteld.
Zelfstandig, gesloten en naar alle zijden verdedigbaar werk; heeft als regel geen burgerbevolking.
Onderscheiden kunnen worden: eenheidsfort, gebastioneerd fort, gedetacheerd fort, kustfort, pantserfort, polygonaal fort, positiefort, sperfort en torenfort; zie ook vestingbouwkundig stelsel.
Tsja, wat zal ik zeggen? Ze komen veelvuldig voor...
Naar de vijand toegekeerde zijde van een verdedigingswerk, de voorzijde; Tegengesteld aan keel.
Overdekte gang in een verdedigingswerk, soms aan een of twee zijden voorzien van openingen zoals schietgaten; zie ook poterne en contrescarpgelerij.
Vrijwel geen van de forten van Model A en Model C heeft een galerij behalve de poterne. Forten gebaseerd op Model B hebben een galerij van het hoofdgebouw met de beide hefkoepels welke aan één zijde zijn voorzien van schietgaten.
Daarnaast heeft het Fort aan het Pampus een contrescarpgalerij maar heeft ook twee galerijen door de droge gracht. Ook het Fort bij IJmuiden heeft drie van dit soort galerijen.
Fort gebouwd volgens het gebastioneerde stelsel (zie vestingbouwkundig stelsel).
Oorspronkelijk werden de forten ontworpen als een gebastioneerd fort maar zijn ze niet als zodanig uitgevoerd. Aan de zeer brede gracht van het Fort benoorden Spaarndam is nog zichtbaar dat de aardwerken voor een groter gebastioneerd fort aangelegd was.
Zie bedekte weg.
Fort, zodanig ver vooruitgeschoven gelegen ten opzichte van de vesting, stelling of linie waartoe het behoorde dat deze werd gevrijwaard tegen vijandelijk artillerievuur.
Alle forten van de Stelling zijn gedetacheerde forten omdat ze op zodanige afstand van Amsterdam, in een kringstelling, lagen om deze te vrijwaren van vijandelijk artillerievuur.
Zie kazemat.
De Batterij aan de IJweg en de Batterij aan de Sloterweg werden van origine met exact deze term aangeduidt.
|
| De kazemat van de Batterij aan de Sloterweg. (Foto: © René Ros, 2002) |
Middelen welke dienen om fysieke verbinding te onderhouden tussen (onderdelen van) vestingen, stellingen of militaire eenheden, zoals wegen, bruggen, waterwegen, onderaardse gangen, kabelbanen e.d.; zie colonneweg en bedekte weg.
Verzamelnaam voor vuurmonden, samengesteld uit schietbuis, onderstel (affuit) en richtmiddelen; zie ook slingergeschut.
Geschut gebruikt in de vestingoorlog kan (o.a.) worden onderscheiden naar
Voorkomen in Stelling.
Er was veel verschillende soorten geschut geplaatst. Zie Opgave der Bewapening 1910.
Zie kazemat.
Vuurgevecht met middelbaar en/of zwaar geschut tussen aanvaller en verdediger, met het doel vuuroverwicht te krijgen.
Geheel omwald en rondom verdedigbaar vestingwerk, zoals een fort.
Kort voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland toegepaste kazemat voor mitrailleur of pantserafweergeschut; de gietstalen koepel was doorgaans gevat in een betonlichaam.
In de omgeving van Muiden en Uitermeer zijn enkele van dit type kazemat gebouwd. Er is er slechts één intact maar niet zichtbaar.
|
| Een nog intacte gietstalen kazemat in de haven van Vlissingen. (Foto: © René Ros, 2001) |
Flauw aflopend talud, gelegen buiten de contrescarp van een vestingwerk, dat vanaf de wal of de bedekte weg met vuur kan worden bestreken
Wanneer het talud niet zuiver recht, doch vanaf een zeker punt steil benedenwaarts afloopt, spreekt men van een gebroken glacis of glacis coupé; hierdoor ontstaat een dode hoek welke de aanvaller dekking verschaft.
Alle forten die volgens een model zijn te onderscheiden hebben een glacis. Alleen enkele oudere (toren) forten en vestingen zijn er niet van voorzien.
Gegraven doorlopende hindernis rond een vestingwerk ter vergroting van de stormvrijheid; in laag terrein doorgaans breed, ondiep en met water gevuld; in hoog terrein als regel vrij smal, diep en droog.
Vrijwel alle forten waren voorzien van een natte gracht. Behalve het Fort bij IJmuiden, door een hoge ligging, en het Fort aan het Pampus, welke een eiland is. Enkele kleinere vestingwerken, zoals de drie batterijen in de Geniedijk Haarlemmermeer, zijn opgenomen in een liniewal met voorliggend kanaal en hebben geen eigen natte gracht.
|
| De gracht van het Fort aan de Middenweg. (Foto: © René Ros, 2002) |
Langwerpig en spits (ogiefvormig), vroeger ook wel bolvormig geschutprojectiel van ijzer of staal, gevuld met springstof of andere strijdmiddelen en ontstoken door middel van een buis.
Voor de vestingoorlog zijn van belang: brisantgranaat, eenheidsprojectiel, granaatkartets, mijngranaat, nokkengranaat, ringgranaat, spiegelgranaat, torpedogranaat, trapgranaat.
Granaat gevuld met kogels en een uitdrijvende lading; zie ook brisantgranaatkartets.
In zekere mate bestand tegen vernieling door granaten; vergelijk bomvrij en scherfvrij.
In het voorterrein van de Positie van Spaarndam komen granaatvrije onderkomens voor.
Veldversterking voor een groep infanterie van ongeveer 10 man, bewapend met geweren en een lichte mitrailleur; zie ook afwachtingsdekking en groepsschuilplaats.
Geen restanten van bekend.
|
| Gereconstrueerd groepsnest met originele afwachtingsdekking bij het Fort aan de Ruigenhoekse Dijk (Nieuwe Hollandse Waterlinie). (Foto: © René Ros, 2001) |
Algemene aanduiding voor een meestal betonnen schuilplaats voor een groep infanterie; zie afwachtingsdekking en groepsnest.
Zie afwachtingsdekking.
Zie flankement.
Pantserkoepel die snel geheven en weer ingetrokken kan worden en in normale verzonken toestand onzichtbaar en moeilijk trefbaar is.
Vrijwel alle forten die volgens een model zijn te onderscheiden hadden één of twee hefkoepels. Nergens is het geschut meer aanwezig en bijna overal zijn de gebouwen zwaar beschadigd en het voorpantser verwijdert. Alleen de hefkoepelgebouwen van Fort bij Aalsmeer, Fort bij Uithoorn en Fort bij Nigtevecht zijn nog intact met voorpantser.
|
| Principe van een hefkoepel. |
Zodanige toestand van een bevroren (inundatie-)watervlak dat er afwisselend (te) weinig water (hol), of (te) veel water (bom) onder het ijs komt te staan, waardoor dit onbetrouwbaar is.
Doorgaande veldstelling waarin de uiteindelijke hardnekkige weerstand diende te worden gevoerd; in een fortenlinie doorgaans aangelegd tussen de kelen der forten, zodat deze de HVL konden flankeren; in ons land toegepast van ca 1880 tot en met de Eerste Wereldoorlog; zie ook hoofdweerstandsstrook (HWS).
De Hoofdverdedigingslijn is overal nog goed zichtbaar en te volgen met een aantal nieuwe doorsnijdingen.
Terreinstrook van enkele kilometers diepte met daarin een samenstel van verdedigende opstellingen, mijnenvelden en andere hindernissen; eventueel in de HWS gelegen oudere permanente verdedigingswerken fungeerden als stormvrij infanteriesteunpunt; in ons land toegepast na de Eerste Wereldoorlog; zie ook hoofdverdedigingslijn (HVL)
Alleen toegepast in het deel dat later tot het Oostfront van de Vesting Holland behoorde en waar kazematten en groepsschuilplaatsen in een grotere diepte, in de hoofdweerstandsstrook, werden aangelegd.
In een bevroren inundatie of waterloop aangebrachte hindernis, bestaande uit een opengehakte sleuf en verticaal opgezette ijsschotsen.
|
| IJsversperring (collectie J. de Zee) |
Vuur dat met behulp van waarnemers en het gebruik van meetinstrumenten, optische en andere hulpmiddelen wordt uitgebracht op niet-zichtbare doelen; tegengesteld aan Direct vuur.
Achterwaarts opgestelde (kust)batterij die aan het oog van de vijand is onttrokken, en doelgegevens van waarnemers ontvangt; zie indirect vuur.
Er heeft een indirecte kustbatterij bestaan bij IJmuiden.
Meevoerbaar ijzeren/stalen schild, waarin een klein schietgat, dat door infanterie op de borstwering van een wal of loopgraaf kan worden geplaatst.
|
| Infanterieschild tijdens re-enactment op de Grebbeberg. (Foto: © Jacqueline Hoevenberg, Vereniging Historische Militaria, 2002) |
Doorgaans defensieve onderwaterzetting van een terreingedeelte voor militaire doeleinden; is zo mogelijk zowel onbegaanbaar als onbevaarbaar; wordt ook wel offensief gebruikt om een vijand te verdrijven.
De inundaties zijn alleen gesteld in mei 1940 (Nederlandse Leger) en april 1945 (Duitse bezetter); zie Inundaties.
Organisatie van personele en materiële middelen ten behoeve van de inundaties in een bepaald gebied; veelal onderverdeeld in inundatiestations of leiderschappen
Zie inunderen.
Afzonderlijk deel van een inundatie, ingericht ten behoeve van het overbruggen van hoogteverschillen, en omsloten door waterkeringen in de vorm van hoger terrein en dijken of (steun)kaden, met daarin sluizen, duikers e.d. voor het in- en uitlaten van water; zie ook komkering.
Binnen de Stelling worden hiermee voornamelijk de verschillende polders bedoeld. Het aanleggen van keerkades om aparte inundatiekommen te creëren was zelden noodzakelijk. Zie inunderen.
Sluiswerk dat speciaal is aangelegd voor het stellen en onderhouden van inundaties.
Zie Inundaties.
|
| De vervallen inlaatsluis van de Vijfhuizerpolder. (Foto: © René Ros, 2000) |
Inwendige diameter van de schietbuis (loop) van een vuurwapen of kanon.
|
| Een loop met een kalider van 10,5 cm - met zogenoemde
trekken - van het Fort
bij Spijkerboor. (Foto: © René Ros, 2000) |
Zie beton.
Vuurmond (stuk geschut) met lange loop van circa 15 of meer maal het kaliber en een hoge aanvangssnelheid, voor het verschieten van projectielen over relatief grote afstand; onderscheiden wordt vlakbaangeschut en krombaangeschut.
Met een kanon konden diverse soorten granaten verschoten worden.
Er waren veel verschillende soorten kanonnen op diverse affuiten en emplacementen geplaatst. Zie Opgave der Bewapening 1910.
|
| Een loop met een kalider van 10,5 cm - met zogenoemde
trekken - van het Fort
bij Spijkerboor. (Foto: © René Ros, 2000) |
Geschutprojectiel voor de bestrijding van levende doelen op korte afstand; bestaat uit een metalen bus gevuld met kogels of schroot, welke inhoud zich na het verlaten van de loop kegelvormig verspreidt; oudere uitvoeringen of benamingen zijn blikken doos, druif en schrootbus; zie ook granaatkartets.
Affuit voor gebruik in een kazemat; zie ook minimaalschietgataffuit; komt voor als op beton gefundeerde stalen constructie of op een trommelvormig onderstuk
In de meeste forten, vooral in de keelkazematten van de volgens een model te onderscheiden forten, zijn nog vele kazemataffuiten aanwezig.
|
| Kazemataffuit in de linker keelkazemat van het Fort aan de Nekkerweg. (Foto: © René Ros, 2002) |
Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk, de achterzijde. Tegengesteld aan front.
Zie traditore kazemat.
In de keel van een fort aangebrachte kazemat ten behoeve van de achterwaarts verdediging en/of flankering van terrein tussen de forten; Zie flankement en traditore kazemat.
|
| De linker keelkazemat van het Fort aan Den Ham. (Foto: © René Ros, 2002) |
In originele stukken flankkazemat genoemd.
Een aan de keel van een verdedigingswerk gelegen korte wal die aansloot op een naar het werk lopende bedekte weg en dezelfde functie had. Mogelijk ook ingericht als nevenbatterij en/of geweerschutters.
Fort bij Veldhuis en Fort aan de St. Aagtendijk hebben respectievelijk één en twee keeltakken.
Dijk, kade of hoger liggende terreinstrook dienende als scheiding tussen inundatiekommen; ook inundatiekade, inundatiedijk.
Voornamelijk bestaande polderdijken vormden de komkeringen. In een aantal gevallen werden wegen verhoogd om als komkering te kunnen fungeren zoals Komkering Kwadijk en Komkeringen Beemster.
In het algemeen, een wet op grond waarvan de bouw van opstallen, of het laten groeien van gewas, binnen bepaalde kringen rond verdedigingswerken aan beperkende bepalingen kon worden gebonden; deze militaire erfdienstbaarheden hadden ten doel waarnemings- en schootsvelden zo veel mogelijk vrij te houden of snel te kunnen vrijmaken; meestal gebruikt ter aanduiding van de Wet van 21 december 1853, Staatsblad No 128 (de z.g. Kringenwet); zie ook verboden kring.
Rond alle forten en de hoofdverdedigingslijn was de kringenwet van toepassing. Zie ook Kringenwet overzicht voor woningen die onder de beperkingen van de Kringenwet zijn gebouwd.
Kring van gedetacheerde forten, op zodanige afstand van een stad of vesting gelegen dat deze tegen vijandelijk artillerievuur was gevrijwaard; ook wel kringvesting; zie ook nationaal reduit.
De Stelling van Amsterdam was een kringstelling.
Verzamelnaam voor geschut voor het verschieten van projectielen met gekromde baan, ten behoeve van het treffen van doelen achter een dekking; omvat zowel mortieren als houwitsers; mortieren werden veelal aangeduid als worpgeschut; tegengesteld aan vlakbaangeschut.
Zie batterij.
De Kustbatterij bij Diemerdam en de Kustbatterij bij Durgerdam waren kustbatterijen evenals de latere Kustbatterijen bij IJmuiden.
Fort dat speciaal is ingericht voor, en deel uitmaakt van de kustverdediging.
Het Fort bij IJmuiden en het Fort aan het Pampus waren kustforten.
Rond een buskruitmagazijn gelegen gang, met nissen voor plaatsing van verlichtingsmiddelen, die om redenen van veiligheid d.m.v. glas van het magazijn zijn gescheiden; ook wel lichtgang of spouwgang.
In forten die volgens een model zijn te onderscheiden komen lampgangen nauwelijks voor omdat de lampnissen vanuit normale gangen en ruimten toegankelijk waren. Alleen in oudere forten zoals het Fort bij Abcoude en in remises met een kruitmagazijn eronder, zoals van Fort Hinderdam, is een lampgang aanwezig.
|
| Lampgang in de kelderverdieping van de remise van het Fort Hinderdam. (Foto: © René Ros, 2001) |
Onderdeel van de inundatieorganisatie, verantwoordelijk voor de inundaties in een bepaald gebied; ook wel een aanduiding van het bedoelde gebied.
Zie lampgang.
Ongeveer lineair stelsel van doorgaande, aaneengeschakelde of anderszins samenhangende verdedigingswerken, veelal voorzien van hindernissen zoals inundaties, grachten, prikkeldraadversperringen, mijnenvelden en tankhindernissen; zie ook stelling.
Klein verdedigingswerk met twee facen en veelal korte flanken; doorgaans in de keel open; soms ravelijn of halve maan genoemd ; ook wel brilschans (ZNed)
Voor de Stelling zijn geen lunetten aangelegd en maar wel voor de Posten van Krayenhoff en de Linie van Beverwijk. Zo is een Lunet bezuiden de Ringvaart van de Haarlemmermeer, waarvan een restant aanwezig is, aangelegd als onderdeel van het Fort aan de Nieuwe Meer.
|
| Lunetten. |
Methode om door manipulatie van waterstromen aanvallende troepen te verdrijven of om een bevroren inundatie open te breken; zie ook hol en bom.
Scherm van opgaand houtgewas, teneinde verdedigingswerken zo veel mogelijk aan waarneming door de aanvaller te onttrekken; ook wel boommasker.
Op alle forten in verschillende uitvoeringen toegepast en in wisselende mate nog aanwezig. Zie ook Militaire Boomkwekerij.
Kazemataffuit waarbij het draaipunt zich nabij de monding van de schietbuis bevindt, waardoor met een klein schietgat kan worden volstaan.
Vrijwel alle geschut was geplaatst op een minimaalschietgataffuit. Het nog aanwezige geschut in de pantserkoepel van het Fort bij Spijkerboor is nog intact en hier zijn de benodigde contragewichten goed te zien.
|
| Minimaalschietgataffuit. |
Opstaande hindernis van metselwerk of natuursteen, aangebracht op een beer.
Twee beren in Vesting Muiden hebben ieder één monnik.
|
| Een monnik op de sluisbeer bij het Muiderslot in Muiden. (Foto: © René Ros, 2002) |
Vuurmond (ook wel stuk worpgeschut) met zeer korte, vrijwel verticaal geplaatste loop; de lage aanvangssnelheid geeft het verschoten ('geworpen') projectiel een sterk gekromde baan en een zeer steile invalshoek; zie ook Coehoornmortier.
Kringstelling, bedoeld als laatste wijkplaats voor landsregering en krijgsmacht, van zodanige grootte dat dezen zich er langdurig zouden kunnen handhaven; zie reduit.
De Stelling van Amsterdam was het nationaal reduit van het Koninkrijk der Nederlanden.
Batterij gelegen in de onmiddellijke omgeving van een verdedigingswerk en organisatorisch daartoe behorend; zie ook tussenbatterij.
Rond 1908 zijn diverse aarden nevenbatterijen voorzien van betonnen borstweringen en schuilplaatsen. De meeste hiervan zijn nog aanwezig; zie Nevenbatterijen.
|
| Een permanente, van beton gemaakte, nevenbatterij in de Geniedijk Haarlemmermeer. (Foto: © René Ros, 2002) |
Zeer groot verdedigingswerk met sterk verspreide, in koepels en kazematten geplaatste wapenopstellingen, die ondergronds, soms d.m.v. spoorbanen, zijn verbonden met centrale inrichtingen zoals commandopost, magazijnen en legeringruimten; een verdere ontwikkeling van de groepsbevestiging, vooral toegepast in de Maginotlinie; zie eenheidsfort.
Komt niet voor.
Het slopen (slechten) van een vestingwerk; soms ook amoveren genoemd.
Stelling of linie, of een deel daarvan, bestemd om terugtrekkende troepen op veilige wijze te kunnen opnemen; ook wel retraitelinie.
Tenminste twee delen van de Stelling waren als opnamestelling ingericht waarvan er één uit twee locaties bestond en werd voorzien van bouwwerken: Voorstelling bij Vijfhuizen en Voorpositie bij Cruquius. Een andere opnamestelling was de Voorstelling langs de Drecht.
|
| De Voorstelling bij Vijfhuizen met mitrailleurblokken en scherfvrije schuilplaatsen. (Foto: © René Ros, 2001) |
Vechtwagenhindernis bestaande uit een rij van verticaal of enigszins schuin in de grond of beton bevestigde stalen balken of spoorrails. en geplaatste, naar voren gerichte, puntige en in beton gevatte profielstalen balken of spoorrails; zie ook aspergeversperring.
Rond Muiden, Muiderberg en Weesp zijn palenhindernissen aangelegd en vrijwel allemaal nog aanwezig maar niet altijd meer zichtbaar of voorzien van palen. Alleen de hindernis op de zeedijk ten oosten van Muiden is nog gedeeltelijk intact, zie Kazematten Muiden.
|
| Aspergeversperring op de zeedijk ten oosten van Muiden. (Foto: © René Ros, 2002) |
Pantserkoepel voor geschut, waarvan het draaibare bolvormige dekpantser kan worden verzonken in het voorpantser, zodanig dat bij het vuren de terugstoot door de omringende constructie wordt opgenomen.
Voor zover bekend waren alleen de drie pantserkoepels van het Fort bij Velsen voorzien van een pantseraffuit. Slechts één resteert ter plekke.
|
| Principe van een pantseraffuit. |
Fort waarvan de bewapening is opgesteld in een pantserkazemat of -galerij, of in een beweegbare pantserkoepel.
Vrijwel alle forten van de stelling waren voorzien van een hefkoepel, pantserkazemat (Fort bij Edam en Fort aan de Drecht), pantsergalerij (Fort bij IJmuiden) of pantserkoepel (Fort bij Spijkerboor, Fort bij Velsen en Fort aan het Pampus). Ook de aanwezigheid van de hefkoepels maakten de forten tot een pantserfort maar over het algemeen worden alleen de forten met een pantsergalerij of grote pantserkoepel als pantserfort aangeduidt.
|
| De galerij van het pantserfort en kustfort Fort bij IJmuiden. (Foto: © René Ros, 2001) |
Kazemat waarvan het frontpantser en/of andere delen van pantsermateriaal zijn vervaardigd.
Alleen het Fort bij Edam (via poterne, voor geschut), Fort bij IJmuiden (omvangrijk, voor zwaar geschut) en het Fort aan de Drecht (losstaand, voor mitrailleurs) zijn voorzien van een pantserkazemat.
|
| Principe van een pantserkazemat. |
Draaibare gepantserde geschutsopstelling, ook wel draaikoepel of pantsertoren genoemd; zie ook hefkoepel.
Voorkomen in de Stelling.
De enige forten die voorzien waren van een pantserkoepel zijn: Fort bij Spijkerboor (koepel intact), Fort bij Velsen (drie koepels, twee gesloopt), Fort bij IJmuiden (koepel gesloopt) en Fort aan het Pampus (twee koepels, gesloopt)
|
| Principe van een pantserkoepel. |
Voorkomen in de Stelling.
Meervoudige schotbalksluis waarbij, in verband met de breedte van de waterloop, tussengelegen scheidingsmuren (penanten), voorzien van schotbalksponningen, zijn aangebracht.
Penantensluizen kwamen alleen voor in de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder (beide nog aanwezig), de Trekvaart Amsterdam - Haarlem (gesloopt) en de Drecht (gesloopt). Zie Inundaties.
|
| Penantensluis in de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder bij Vijfhuizen. (Foto: © René Ros, 2000) |
Populaire benaming voor een zwaar uitgevoerde afwachtingsdekking van gewapend beton, zoals veel toegepast in de Nieuwe Hollandse Waterlinie in 1939-1940; de naam duidt op de vorm, die lijkt op een afgeknotte piramide.
Opmerking:
Vaak wordt de aan het Duits ontleende spelling 'pyramide' gebruikt.
Piramides zijn voornamelijk gebouwd in nabij Muiderberg en Uitermeer (1939-1940).
|
| Piramide in Muiderberg. (Foto: © René Ros, 2001) |
Fort gebouwd volgens het polygonale stelsel (zie vestingbouwkundig stelsel).
Alleen het Fort bij Abcoude is een polygonaal fort.
Deel van een stelling of linie met een aantal vestingwerken organisatorisch onder bevel staand van een naasthogere commandant; veelal ter verdediging van een meervoudig acces.
Er waren vier posities: Positie van IJmuiden, Positie bij Spaarndam, Positie aan De Liede, Positie van Muiderberg
Gedetacheerd fort, gekenmerkt door sterke bewapening en een grote mate van stormvrijheid; hier te lande doorgaans gelegen in niet-inundeerbaar terrein.
Geen duidelijk voorbeeld aanwezig.
Klein verdedigingswerk of versterkte plaats voor het onder waarneming of vuur houden van een verbindingsweg of tactisch belangrijk terreingedeelte; zie ook accespost.
Ondergrondse bomvrije gang door een fort of vesting, dienende als verbinding met een (geheime) toegangs- of uitvalspoort; meer in het algemeen als interne verbinding met andere delen van het verdedigingswerk.
Alle forten die volgens een model zijn te onderscheiden, hebben een poterne.
|
| De poterne van het Fort bij Uithoorn. (Foto: © René Ros, 2002) |
Punt of plaats waar water kan worden ingelaten ten behoeve van een inundatie; ook wel het meer, de plas of de waterloop waaruit het water wordt betrokken; zie ook inundatiesluis.
Ook de Militaire Drinkwatervoorziening werd als prise d'eau aangeduidt.
Verticale doorsnede van een verdedigingswerk of wal volgens een bepaalde lijn.
Zelfstandig verdedigbaar werk binnen een fort, dienende om de verdediging na de val van de hoofdwal te kunnen voortzetten; soms verbasterd tot ronduit, in eenvoudige vorm ook wel toegepast op een ravelijn; zie ook Nationaal reduit.
Komt niet voor, doch het vormt de basis van het begrip Nationaal reduit.
Bomvrije bergplaats voor geschut of ander materieel.
Komt op een aantal oudere forten en vestingen voor: Fort bij Abcoude, Fort Hinderdam, Fort Uitermeer, Vesting Weesp en Vesting Muiden.
|
| Een remise van het Fort bij Abcoude. (Foto: © René Ros, 2002) |
Geschut dat tijdens een beschieting gedekt bleef in een remise en eerst in stelling werd gebracht wanneer een vijand tot op korte afstand was genaderd; zie ook positiegeschut (betekenis 2).
Kade gelegen rond de gracht van een fort in inundeerbaar terrein, met het doel de toegang tot de fortgracht over water te verhinderen.
Er zouden drie verschijningsvormen van de ringkade onderscheiden kunnen worden:
Van drie forten zijn de ringpantsers van de hefkoepelgebouwen nog aanwezig: Fort bij Aalsmeer, Fort bij Uithoorn en Fort bij Nigtevecht. Tevens bij de pantserkoepels van het Fort bij Spijkerboor en het Fort bij Velsen.
|
| Het voorpantser van de rechter hefkoepel van het Fort bij Nigtevecht, 2003. |
In zekere mate bestand zijn tegen granaatscherven e.d.; vergelijk granaatvrij en bomvrij.
In de wal van de Positie van Spaarndam komt het grootste deel van de scherfvrije onderkomens voor. Tevens in de Positie van De Liede, bij het Fort bij Vijfhuizen en de bijbehorende voorstelling.
|
| Scherfvrije schuilplaats in de wal van de Positie van Spaarndam. (Foto: © René Ros, 1998) |
Schietopening in een wal of muur.
In zeer ruime mate en verscheidenheid aanwezig.
Gedeelte van het terrein dat door een wapen onder vuur kan worden genomen.
Wordt vaak verward met verboden kringen.
Bij alle forten en batterijen is sprake van een schootsveld.
Damsluis dienende om water te keren d.m.v. balken die in sponningen worden geplaatst; veelal toegepast als inundatiesluis; bij toepassing van een dubbele rij balken kon de tussengelegen ruimte worden gevuld met grond; zie ook penantensluis.
Komt in bomvrije en onbeschermde uitvoering voor om bestaande waterwegen in oorlogstijd af te sluiten. Zie Inundaties en Inunderen.
|
| Bomvrije damsluis in de Hoofdvaart in Hoofddorp. (Foto: © Hans Baas, 2001) |
Beer waarin een sluis is aangebracht.
Alleen de beer bij het Muiderslot in de Vesting Muiden is een sluisbeer.
|
| De sluisbeer bij het Muiderslot in Muiden. (Foto: © René Ros, 2002) |
Populaire benaming voor een licht soort betonnen V.I.S.-kazemat (S-type), voorzien van drie of meer schietgaten met overlappende schootsvelden.
Exemplaren zijn binnen de Stelling alleen langs de kust geplaatst zoals in en bij de Positie van IJmuiden. Voor zover bekend resteert alleen een kazemat op het eiland van het Fort bij IJmuiden.
|
| Stekelvarken op het eiland van het Fort bij IJmuiden. (Foto: © René Ros, 2000) |
Min of meer zelfstandig stelsel van verdedigende opstellingen, al dan niet gebaseerd op permanente verdedigingswerken; zie ook linie.
De Stelling van Amsterdam was een stelling, meer specifiek een kringstelling.
Door middel van een min of meer onverhoedse bestorming.
Het door bewapening en hindernissen gevrijwaard zijn tegen een stormaanval.
Mate waarin een verdedigingswerk is gevrijwaard tegen bestorming.
Open binnenruimte van een vestingwerk; ook wel een brede walgang.
Alle forten die volgens een model zijn te onderscheiden, hebben twee terrepleinen: aan weerszijden van het frontgebouw en poterne.
|
| Het linker terreplein van het Fort aan de Nekkerweg met frontgebouw. (Foto: © René Ros, 2002) |
Versperringsmiddel tegen pantservoertuigen van beton of profielstaal, met de vorm van een regelmatig viervlak; veelal groepsgewijs toegepast als verplaatsbare afsluiting van doorgangen en daartoe voorzien van een hijsoog; zie ook drakentandversperring en palenhindernis.
Komt vooral voor bij enkele nog bestaande palenhindernissen bij Muiden en Muiderberg. In de omgeving van Weesp en Hakkelaarsbrug staan er ook nog enkele op niet originele locaties zoals de oprit van erven.
|
| Tetraëder met hijsoog bij Weesp. (Foto: © René Ros, 2001) |
Betonnen schuttersput van oorspronkelijk Italiaans/Duitse type; genaamd naar de Lybische stad Tobroek.
De tobroek is vooral langs de kust in de vroegere Positie van IJmuiden gebouwd. In de duinen bij IJmuiden is nog een onbekend aantal aanwezig maar ook één bij Spaarnwoude, nu met grond afgedekt.
|
| Een tobroek in de wal van Fort Erfprins bij Den Helder. (Foto: © René Ros, 2001) |
Fort met een bomvrije toren als voornaamste opstelplaats van geschut; de toren had tevens de functie van reduit, legeringruimte en magazijn.
In de periode 1841 - 1864 werden rond de nieuwe Haarlemmermeerpolder ook enkele torenforten gebouwd: Fort aan de Liede (restant), Fort bij Heemstede (niet voltooid) en Fort aan het Schiphol (gesloopt).
Aansluitend werden in de Nieuwe Hollandse Waterlinie torenforten gebouwd. De torenforten die vanaf 1892 tot de Stelling behoorden, waren te vinden op Fort Uitermeer (ruïne), Torenfort aan de Ossenmarkt te Weesp en de Westbatterij bij Muiden.
|
| Torenfort, de Westbatterij bij Muiden. (Foto: © Jurgen Lamers, 2000) |
Batterij, opgesteld in een traditore kazemat, dienende ter bestrijking van het naast- of achtergelegen terrein; zie ook traditore kazemat.
Vanuit het voorterrein niet zichtbare en moeilijk trefbare kazemat, meestal in de keel van een fort, voor de opstelling van een traditore batterij of stuk geschut; (traditore betekent, naar het Italiaans, 'verraderlijk gelegen'); ook keelkazemat.
Wordt, minder juist, ook wel keelcaponnière genoemd.
Alle forten die volgens een model zijn te onderscheiden, hebben één of twee traditore kazematten. Hierin stond flankgeschut opgesteld voor groot flankement. Tevens waren er mitrailleurs opgesteld voor het keelflankement.
|
| De linker keelkazemat van het Fort aan Den Ham. (Foto: © René Ros, 2002) |
Granaat, gebruikt als landmijn; werd verticaal in de grond geplaatst, met erbovenop een plankje dat bij betreding de granaat deed exploderen.
Alleen tijdens oorlogsdreiging geplaatst, zie Voorstelling langs de Drecht.
Zie beton.
Omdat de forten als infanteriesteunpunten fungeerden, zijn er nauwelijks emplacementen met traversen aangelegd en behouden. In de Geniedijk Haarlemmermeer zijn echter nog vele vervallen traversen te herkennen. Ook wel voorzien van betonnen constructie, zie nevenbatterij.
|
| Traverse (links) en bonnet-traverse (rechts). |
Batterij (betekenis 2) gelegen in een interval tussen forten, en organisatorisch onder bevel staand van een naasthogere commandant; zie ook nevenbatterij.
Tussenbatterijen kwamen binnen de Stelling voor, maar voor zover bekend waren dit tijdelijke verdedigingswerken die tijdens oorlogsdreiging aangelegd zijn en waarvan geen restanten bestaan. Zie Batterij aan het Noordzeekanaal.
Met geschut bewapend platboomd vaartuig, bestemd voor de beweeglijke aanvulling van de verdediging van een linie of stelling.
In vredestijd werd geoefend met uitleggers in de omgeving van Aalsmeer. De nog bestaande inundatiesluis bij Kudelstaart was ingericht voor twee uitleggers; zie Fort bij Kudelstaart en Inundaties.
|
| Uitlegger, tijdens een oefening bij Aalsmeer in 1896 (Stadsarchief Amsterdam). |
Hindernis tegen tanks en andere pantservoertuigen; zie ook aspergeversperring, drakentandversperring, palenhindernis en tetraëder.
Algemene benaming voor een niet-duurzaam verdedigingswerk, aangelegd in het terrein; vanaf begin Eerste Wereldoorlog veelal met gebruikmaking van voorbereide onderdelen van hout, beton e.d.
Veldwerken kwamen binnen de Stelling voor, maar dit waren tijdelijke verdedigingswerken die tijdens oorlogsdreiging aangelegd zijn en waarvan geen restanten bestaan. Zie Batterij aan het Noordzeekanaal.
Kring om een vestingwerk waarbinnen het gebruik van grond voor bouwwerken en beplantingen krachtens wettelijk voorschrift onderhevig was aan beperkende bepalingen, voor het verzekeren van een onbelemmerd waarnemings- en schootsveld; zie ook kringenwet.
Wordt vaak verward met schootsveld.
Bij alle forten, batterijen (betekenis 2) en kazematten (betekenis 2) is sprake van verboden kringen. Naar mate de klassificatie voor de kringenwet wijzigde, veranderde ook de grootte van de verboden kringen.
Als zodanig aangelegde, dekkingverschaffende opstelling voor troepen en bewapening; te onderscheiden in permanente (duurzame) en tijdelijke vestingwerken, respectievelijk veldwerken.
Hindernis van omgehakte bomen, heesters e.d.
|
| Verhakking. |
Versterkte stad; soms ook een groter verdedigingsgebied; zie Vesting Holland.
Twee oudere vestingen hebben deel uitgemaakt van de Stelling: Vesting Weesp en Vesting Muiden.
In 1922 werd de Stelling opgenomen in de Vesting Holland (betekenis 2).
In bepaalde periodes toegepaste en/of aan ontwerpers ervan toegeschreven vaste principes en regels voor de inrichting van vestingen, met het doel zo goed mogelijk bescherming te bieden tegen het vuur van een vijand en de gunstigst mogelijke beschermende opstelling te bieden voor de eigen wapens en personeel.
Tot de hier te lande meest bekende stelsels behoren:
Zie gebastioneerd fort en polygonaal fort.
Schematische weergave van vestingfronten in enkele vestingbouwkundige stelsels:
|
| Oud-Italiaans stelsel : 1. courtine; 2. (droge) gracht; 3. glacis; 4.bastion; 5. oreillon; 6. kat; 7. ravelijn; 8. flankerend vuur. |
|
| Oud-Nederlands stelsel : 1. courtine; 2. (natte) gracht; 3. glacis; 4. bastion; 5. ravelijn; 6. onderwal; 7. halve maan; 8. gedekte weg |
|
| Frans stelsel (Vauban's 2e methode) : 1. courtine; 2. gracht; 3. glacis; 4. gedetacheerd bastion; 5. ravelijn; 6. tenaille; 7. klein torenvormig bastion; 8. gedekte weg; 9. inspringende wapenplaats. |
|
| Nieuw-Nederlands stelsel : 1. courtine; 2. (natte) gracht; 3. glacis; 4. bastion; 5. ravelijn; 6. frontaal vuur. |
|
| Getenailleerd stelsel : 1. omwalling van tenaille-vormige vestingfronten; 2. doorlopende couvre-face; 3. inspringende wapenplaats. |
|
| Polygonaal stelsel : 1. contregarde/couvre-face; 2. caponnière. |
Permanent verdedigingswerk.
Wet van 18 april 1874, waarin werd vastgesteld welke verdedigingslinies, respectievelijk -werken zouden deel uitmaken van de landsverdediging of zouden worden opgeheven
De wet legde de wettelijke basis voor de bouw van de Stelling.
Kazemat van een der typen voorkomend in het Voorschrift Inrichten van Stellingen (1928 en later); zie ook stekelvarken.
Over het algemeen wordt hiermee een zware mitrailleur- of kanonkazemat mee bedoelt. Zie Kazematten Zijkanaal B, Kazematten Slotertocht, Kazematten Uitermeer, Kazematten Hakkelaarsbrug en Kazematten Muiden.
|
| De kazemat Slotertocht Zuid in de Geniedijk Haarlemmermeer; bij de rijksweg A4. (Foto: © René Ros, 2001) |
Verzamelnaam voor geschut voor het verschieten van projectielen met nagenoeg gestrekte baan, ten behoeve van het treffen van direct zichtbare doelen; tegengesteld aan krombaangeschut.
Rond een draaibare pantserkoepel in het beton aangebrachte ring van pantsermateriaal, ter dekking van de voet van de koepel tegen directe treffers; ook wel ringpantser genoemd; zie ook pantseraffuit en pantserkoepel.
Zie pantseraffuit en pantserkoepel.
|
| Het voorpantser van de rechter hefkoepel van het Fort bij Nigtevecht. (Foto: © René Ros, 1999). |
Op enige afstand voor de eigenlijke verdedigingslinie gelegen veldstelling, ter vertraging van een vijandelijke opmars en/of als opnamestelling; veelal gelegen voor een inundatie of op een droogblijvend terreingedeelte.
De Positie van Spaarndam werd aangevuld met een voorstelling. In de Haarlemmermeerpolder is sprake van een Voorpositie bij Cruquius en de Voorstelling bij Vijfhuizen. Een voorstelling die niet van permanente werken was voorzien is de Voorstelling langs de Drecht.
Een aantal uit een vuurwapen afgegeven schoten.
Voor de vestingoorlog zijn o.a. de volgende tactische vuren van belang: demonteervuur, echarpeervuur, enfileervuur, flankeervuur, plongerend vuur, raserend vuur, reversvuur, stormvuur. Artillerie-technisch te onderscheiden zijn onder andere: direct vuur, indirect vuur en salvovuur; voor verklaringen zie ook bij schot.
Dijkvormige aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.
Alle volgens een model te onderscheiden forten zijn voorzien van een frontwal waarin een borstwering was aangebracht. De flankmuren van de losstaande hefkoepels of de binnenwand van de gang naar de hefkoepel waren ook ingericht als borstwering.
|
| Het linker terreplein van het Fort aan de Nekkerweg met frontgebouw en links de frontwal. (Foto: © René Ros, 2002) |
Affuit voor geschut op wallen, o.a. gekenmerkt door geringe mobiliteit.
Aaneengesloten linie of stelling, bestaande uit door inundatiën gedekte verdedigingswerken en troepenopstellingen.
De Stelling van Amsterdam was een waterline.
Verdedigingswerk van niet nader omschreven type.
Het boek 'Terminologie Verdedigingswerken' (1999) en het erratum, wijzigingen en aanvullingen van december 2000 en januari 2004 zijn uitgegeven door Stichting Menno van Coehoorn. De gegevens en enkele afbeeldingen zijn met toestemming overgenomen.
De uitgave stond onder redactie van P.J.M. Kamps (2007), P.C. van Kerkum (voorzitter, 2005) en J. de Zee. Illustraties: C. Weber.
